excursie verslag plantenwerkgroep naar de Brommert-Hasselt

Verslag plantenexcursie 27-04-2023 De Brommert- Hasselt

Foto’s zijn gemaakt door Gonny Sleurink en Niels Jeurink

Deze ochtend op Koningsdag zoeken we de rust op in het prachtige natuurgebied De Brommert bij Hasselt in de uiterwaarden van het Zwarte Water.

Het is even zoeken naar de juiste weg, maar Niels laat zich door geen enkel obstakel tegenhouden. Een hek op de weg. Gonny en ondergetekende stappen uit om het hek even aan de kant te zetten zodat Niels de auto kan draaien. Het is toch duidelijk de bedoeling dat we niet door mogen rijden. Maar Niels denkt hier anders over. Gewoon doorrijden en aangezien teruglopen naar Kampen voor ons geen optie is, stappen we maar weer in.

Bij de ingang van het prachtige gebied parkeren we de auto. Henk uit Hattem is al gearriveerd. Het noteren van de plantjes start meteen, zoals gebruikelijk. Het is zacht lenteweer. Volop vogelgeluiden om ons heen en de weiden zijn een lust voor het oog nu ze vol staan met kleurige bloemen.

Wanneer we na het eerste gedeelte van het pad een bocht naar rechts maken, kijken we uit over velden vol kievitsbloemen, paarse en witte. Ik heb er nog nooit zoveel bij elkaar gezien. En dan zien we nu nog maar alleen de bloeiende planten en niet de 6x zoveel niet bloeiende.

De kievitsbloem, ook wel Wilde of Zwolse tulp genoemd, is echt een plant uit deze streek. De streek langs Overijsselse Vecht en het Zwarte Water. Van alle kievitsbloemen in Nederland wonen er hier zelfs ruim 80% en is het de grootste groeiplaats van Europa.

 

Wetenschappelijke naam van de kievitsbloem is Fritillaria meleagris. Fritillaria was de beker waar de Romeinen mee dobbelden en de bloem heeft een omgekeerde bekervorm. Meleagris wil zeggen dat de kleur van de bloem gevlekt is als het verendek van het Parelhoen. Hoe poëtisch. De Nederlandse benaming komt waarschijnlijk van de gelijkenis van de bloem met het gevlekte kievitsei.

Er is een kleine legende over deze tot de verbeelding sprekende kievitsbloem: toen Christus stierf was de enige bloem in de tuin van Getsemaneh, die zijn kopje niet boog, de zuiver witte keizerskroon (evenals de kievitsbloem uit de leliefamilie)  Een engel daalde uit de hemel en berispte de bloem. Zij bloosde en liet haar kopje beschamend hangen. Sindsdien hebben alle keizerskronen en kievitsbloemen hangende klokjes. Van je familie moet je het maar hebben.

De kievitsbloem heeft een bijzonder kwetsbare levenscyclus. De overstromingen van de uiterwaarden in de winter zorgen voor een klein laagje rivierklei waarin de zaden van de kievitsbloem zich thuis voelen. De overstromingen zorgen er ook voor dat de zaden al drijvend worden verspreid en dat de bodem in februari/maart lang nat en koud blijft, waardoor de grasgroei stilstaat. Kievitsbloem, als bolgewas, kan dan in het voorjaar vanuit de reserves in de bol sneller van start met groeien dan de grassen.

In het voorjaar, als er nog niet veel insecten zijn, zijn het vooral de vroege hommelkoninginnen die zorgen voor de bestuiving. Ecoloog Albert Corporaal uit Hasselt ontdekte dat de hommels worden aangetrokken door lichtreflectie. Het ultraviolet licht weerkaatst via het gras binnenin de bloem. Hierdoor zien de hommels ze als wit-oplichtende lampjes. Hoe witter de bloem hoe aantrekkelijker, want deze heeft meer nectar. De hommel neemt bij het snoepen van de nectar het stuifmeel mee op haar rug. En gaat zo van bloem naar bloem. (bron: “Land van zeearend en kievitsbloem” – Marinus Burgmeijer)

De plant doet er 6-8 jaar over om tot bloei te komen. Het eerste jaar vormt zich een miniatuur knolletje, dat in het tweede en vaak ook in het derde jaar nog maar één blad heeft (zwaardvorm). In de jaren erna vormen zich meer bladeren, het zogenaamde kandelaar-stadium. Kievitsbloemen bloeien ook niet ieder jaar, maar kunnen soms wel 25 – 30 jaar oud worden.

Vroeger werden de bloemen massaal geplukt, maar gelukkig is dat nu uit den boze en zijn de groeiplekken van de kievitsbloem ook verboden terrein. Her en der aan de rand zie je nog wat platgetrapte stukjes grasland, waar een fotograaf de verleiding niet heeft kunnen weerstaan om een prachtig plaatje te schieten.

Op het informatiebord van Staatsbosbeheer lezen we dat je een deel van het jaar een wandeling door het gebied kan maken over een doodlopende landbouwweg van ca. 800 m. lang. Onze plantengroep is niet één van de snelste en geniet van elke spriet.

 

 

 

Behalve de paarse kievitsbloemen staat het weiland vol met gele kruipende boterbloem, paardenbloem  en pinksterbloem.

Langs de sloot dotten dotterbloemen. Leuke vondsten zijn daar ook de grote pimpernel, kraailook en de gulden boterbloem.

Enkele insecten zijn door het warme weer al aardig actief:

 

Op de terugweg, via een bruggetje dat over een aftakking van het Zwarte Water loopt, staan we even te genieten van de rustgevende omgeving. Een prachtig water omzoomd door rietkragen en versierd met gele plomp en witte waterlelies.

In het totaal hebben we 102 soorten wilde planten genoteerd. Dicht bij de parkeerplaats nog de derde boterbloem: de knolboterbloem en een grote hoeveelheid hertshoornweegbree.

Helemaal zen keren we weer huiswaarts.

Foto’s: Gonny Sleurink

Tekst : Ellen van Knippenberg

Notulist van de 102 soorten: Niels Jeurink

Jaarverslag 2022 Plantenwerkgroep

Verslag Plantenwerkgroep 2022
Het was weer een mooi jaar voor de plantenwerkgroep. Na twee jaar konden we eindelijk weer eens
‘gewoon’ op excursie, na twee seizoenen van Corona-beperkingen. Erg fijn! Net als elk jaar waren er
ook in 2022 weer excursies dichtbij huis én excursies op grotere afstand. Met als altijd weer die voor
ons zo vertrouwde, maar toch allerminst vanzelfsprekende combinatie van leerzaamheid en
gezelligheid. We organiseerden vier excursies dicht bij huis en vier verder weg.
Van al deze excursies is hierna een korte impressie te vinden maar komt een veel uitgebreider
verslag met diverse foto’s op de website. De verslagen waren ook al te lezen in de Ratelaar of komen
in één van de komende nummers.
Alle tijdens de excursies verzamelde gegevens komen trouwens terecht bij FLORON en komen
uiteindelijk in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Ze kunnen zo worden gebruikt voor
onderzoek naar het vóórkomen en bedreigingen van wilde planten en voor advies over het beheer
van wilde flora en gebieden. Daarvoor worden alle gegevens in het veld vastgelegd met de app Vera,
steeds inclusief coördinaten en vaak met de mate van voorkomen en foto’s.

27 april 2022 Oldhorst bij Wezep
Bezoek aan het oude landgoed Oldhorst. Oldhorst maakt deel uit van een reeks landgoederen op de
overgang van de zandgronden van de Veluwe naar het open landschap dat ooit kenmerkend was voor
het gebied tussen de Veluwe en de Zuiderzee. We deden met z’n zessen in totaal 164
Waarnemingen. Uit het verslag, van Ellen van Knippenberg: “Het is een prachtig bos om doorheen te
wandelen, vooral in deze tijd van het jaar waarin de vogels druk zijn met het zoeken en verleiden van
een partner. Het zachte weer maakt de zwartkop, boomklever, groene specht, koekoek, mussen,
merels en vinken erg blij. En daar worden wij ook heel vrolijk van. Bosveldkers, wilde kamperfoelie
naast de niet wilde narcis en natuurlijk de Pontische rododendron, die mag natuurlijk op zo’n
landgoed niet ontbreken. Er staat een zeldzame moerascypres, een bladverliezende naaldboom, die
wel 45 meter hoog kan worden.”

11 mei 2022 Polder Mastenbroek
Het is niet het botanisch rijkste deel van onze IJsseldelta maar het landschap is er met de lange
rechte lijnen zeker wel karakteristiek. Tijdens de excursie vlakbij het dorpje Mastenbroek vonden we
met z’n zessen in totaal 108 verschillende soorten. Dat lijkt misschien niet zo veel maar voor de
polder Mastenbroek is het helemaal niet slecht.

14 mei 2022 Rhoonse grienden
Zuidelijk van Rotterdam ligt dit fantastische zoetwatergetijdengebied waar we op 14 mei met z’n
zessen zijn wezen kijken. Twee maal per dag lopen de grienden (wilgenbossen) deels onder water of
lopen in elk geval de sloten vol. Dat water komt via de Oude Maas naar het gebied toe. Daar horen
diverse bijzondere plantensoorten bij, waarvan we onder meer zomerklokje en spindotterbloem
vonden. In totaal vonden we 172 verschillende soorten. Later in de middag bezochten we nog een
heel ander biotoop, namelijk het Rotterdamse havengebied; dat leverde nog eens 67 waarnemingen
op.

8 juni 2022 Espel
Door een indrukwekkende hoosbui startte deze excursie iets later dan gepland maar er was
voldoende tijd om Espel, een dorpje in de Noordoostpolder ten westen van Emmeloord, te
inventariseren. Dit bezoek stond in het teken van het ‘witte gebieden’-inventarisatieproject van
FLORON, bedoeld om gegevens te verzamelen in ‘uurhokken’ (5×5 km) waar normaal maar weinig
plantenliefhebbers rondstruinen. Al met al vonden we met z’n drieën 146 verschillende soorten,
helemaal niet slecht voor deze contreien. Later in het jaar ben ik nog eens terug geweest om een
ander hok te inventariseren. Dat leverde niet zo veel nieuws op.

11 juni 2022 Silberberg
Een lange dag excursie, wat komt door de flinke afstand van Kampen en ook omdat daar zo veel te
zien is dat je maar met moeite weer weg komt. Eerst maar eens naar Osnabrück voor de traditionele
Kaffee & Kuchen. Intussen laadde de auto op, ook erg handig. Daarna gingen we het veld in. Eerst de
Silberberg op met dat prachtige schraalgrasland dat vol staat met soorten die je in Nederland vrijwel
nergens tegen komt. De middag besteedden we met een wandeling aan de zuidzijde van de
heuvelrug, bij Lienen. Dat was een fraaie en ook fysiek indrukwekkende wandeling waar we haast ten

onder gingen tussen de adelaarsvarens. Inmiddels was het wel etenstijd, die we bij een
‘Gutbürgerliche Küche’ in Lengerich doorbrachten. Daar ontdekten we nog een derde excursiedoel
dat vlakbij was en natuurlijk na het eten ook nog even verkend moest worden. Al met al deden we
met z’n drieën liefst 377 waarnemingen, waaronder dus veel spectaculaire soorten. Deze
waarnemingen komen trouwens niet in NDFF omdat dat alleen voor Nederlandse waarnemingen is
bedoeld. Ze zijn met Obsmapp ingevoerd en zijn in te zien op de website observado.org.

25 juni 2022 Katwijk
Ook deze excursie had in totaal zes deelnemers. We bezochten de Coepelduynen, een fraai Natura
2000-gebied tussen Katwijk en Noordwijk. We hebben ons er de hele dag vermaakt, wat in totaal 254
waarnemingen opleverde. Daaronder tal van bijzonderheden van deze kalkrijke duinen, zoals
duinaveruit, rode aardbeispinazie en bitterkruidbremraap.

31 augustus 2022 Mandjeswaard

Weer een excursie in de buurt, van de Mandjeswaard hebben we nog niet zo heel veel gegevens
verzameld. In de buurt van het pontje keken we met z’n tweeën rond tot het donker was. Langs het
Ganzendiep was nog wel het een en ander te vinden, voor de rest was het helaas erg droog en warm.
Dat leverde al met al toch nog 99 soorten op, lang niet slecht!

27 augustus 2022 Heumense Schans en Mookerheide
De laatste excursie van het seizoen reden we naar het heuvelland zuidelijk van Nijmegen. Regelmatig
met uitzicht op de Maas keken we rond in het droge heidegebied. Gelukkig was er nog veel te
vinden; met z’n zevenen vonden we in totaal 212 verschillende soorten. Erg mooi gebied, we liepen
helemaal zuidwaarts door tot we water tegen kwamen, het minibeekje dat van de Sint Jansberg naar
de Maas stroomt. Dat leverde toch weer wat nieuwe soorten op.

Besluit
Ook in 2023 willen we ‘gewoon’ weer een mooi programma voorbereiden. U bent als vanouds van
harte welkom om ook mee te gaan! De plantenwerkgroep telt inmiddels zo’n tien vaste of geregelde
excursiedeelnemers. Daar mogen best nog wel mensen bij!
Namens de plantenwerkgroep, Niels Jeurink, 29 januari 2023

Plantenwerkgroep, verslag, excursie Reevediepdijk 7 juni 2021

De dijk tussen het toekomstige woongebied Reeve en de Roggebotsluis is nu ook van een fietspad voorzien. Via de Cellesbroeksweg fiets je er recht naartoe.
We hebben naar de wilde planten gekeken die er groeien. Over de 100 soorten konden worden genoteerd, waaronder de Zeebies, Rolklaver, Kleine watereppe, Wolfspoot, Hopklaver en Rode waterereprijs. Ondanks dat daar al best goed naar wilde planten is gekeken vonden we gisteravond toch nog 14 nieuwe soorten. De meest bijzondere nieuwe soorten waren Waterpunge, Behaarde boterbloem en Platte rus.

Andere aandachtssoorten (soorten waarvan we de mate van voorkomen of ‘abundantie’ noteerden) zijn Beekpunge (opvallend talrijk vond ik) en Heelblaadjes. Die laatste stond er voorheen meer maar is vermoedelijk deels onder het zandlichaam van het nieuwe fietspad verdwenen. Ik verwacht echter dat de soort na verloop van tijd wel weer terug zal komen

 

De vogels lieten zich niet onbetuigd: veel Zwarte sterns en we hoorden o.a. Snor, Sprinkhaanzanger, Waterral, het foekepotgeluid van de Roerdomp én een Leeuwerik! Mede dankzij het mooie weer werd het een heerlijke avond.

 

Verslag en foto’s: Niels Jeurink en Heleen Strikkers-Sollie

Plantenwerkgroep,verslag, stoepkrijten in de binnenstad van Kampen 12-5-2021

Het begon als een grap in Coronatijd. Als je dan toch niet met een groter gezelschap op stap kunt, doe dat dan in kleinere groepjes en laat zien welke soorten je ziet door de namen van planten met stoepkrijt op te schrijven. Zo kunnen ook anderen lezen welke planten ze zien. Het ‘botanisch stoepkrijten’ was geboren en werd in korte tijd populair.

Toch keken een aantal mensen vreemd op toen de leden van de plantenwerkgroep op die woensdagavond in mei, gewapend met een stoepkrijtje door de binnenstad van Kampen liepen en bij iedere gevonden wilde plant de naam noteerden. De route begon bij het oude stadhuis en ging via de Nieuwe markt, stukje Vloeddijk, Groene straat, 2e Ebbingestraat en Broederweg weer terug richting de stadsbrug.

Anderen waren nieuwsgierig en vroegen naar de reden. Bewoners kregen een compliment als hun stoepje niet ‘schoon’ was en veel groen bevatte. “Maar dat is toch onkruid”, was een vaak gehoorde opmerking. Antwoord: “een kruid is pas onkruid als je er last van hebt”. Ondertussen werd de groep vergezeld door Wim Schluter en Freddy Schinkel die er samen een mooi verslag van hebben gemaakt in de Stentor en De Brug.

Lees het verslag op:
https://www.destentor.nl/kampen/botanisch-stoepkrijten-is-nieuw-in-kampen-onder-de-nieuwe-toren-groeit-de-muursla~a7e417a9/

Foto’s: Gonny Sleurink

Plantenwerkgroep: excursie naar De Duursche Waarden 12 september 2020

Deelnemers:  Toos Lodder, Gonny Sleurink, Henk Snel, Bert Siebrand, Niels Jeurink, Ellen van Knippenberg

Vandaag gaan we, ondanks de wereldwijd ronddolende coronamonsters, op pad naar De Duursche Waarden. Een gebied tussen Wijhe en Olst in de uiterwaarden van de IJssel.

Uiteraard rekening houdend met de regels van de RIVM. Mondkapjes op in de auto en vooral 1,5 meter afstand houden tijdens de wandeling. Dit laatste valt nog niet mee. Gelukkig zijn we in de buitenlucht en helpen we elkaar steeds herinneren aan de regels.

We starten bij het infocentrum IJssel Den Nul met een lekker bakje koffie en een nog lekkerder stuk  gebak. We staan zo te popelen om weer eens op pad te gaan dat we het terras verlaten zonder te betalen. Oeps, snel weer terug naar de kassa.

We betreden het gebied via een speciale “drijfbrug” op eigen risico. De brug ligt over een afgesloten zijarm van de IJssel, genaamd Lange Kolk.

In 1989 werd de Duursche Waarden, grotendeels in beheer bij Staatsbosbeheer, de eerste uiterwaard in ons land waar een aanzet werd gemaakt om het oorspronkelijke rivierenlandschap met een meanderende rivier, nevengeulen, uitgestrekte ooibossen en moerassen, terug te brengen. Plan Ooievaar.

We gaan vandaag kijken of dit is gelukt.

We klimmen over de winterdijk en kijken uit over weidse uiterwaarden. Weilanden met reuze koeienvlaaien en de bijbehorende eigenaressen, roodgekleurde hagen van meidoorn met een overvloed aan bessen en op de achtergrond ooibossen en de rivier de IJssel. De stevige wind maakt het heerlijke buitengevoel compleet.

Henk wijst ons op een koninginnenpage, wiens accu door de wind is leeggeraakt. Stil zit zij in het gras waar we haar kunnen bewonderen. Echt een zeldzaam moment voor een prachtige foto. De waardplant van de koninginnenpage is de wilde peen en die komt hier veel voor.

We zijn amper een uur op pad en er zijn al bijna 100 soorten planten genoteerd, veel algemene soorten maar ook handjesgras en ruige weegbree.  Niels loopt te neuriën.

Na het doorkruisen van het ruige weidegebied komen we aan de rand van een zachthoutooibos met de kenmerkende, snelgroeiende bomen, zoals katwilg, schietwilg (versierd met hop),ratelpopulier en canadapopulier. Later op de dag komen we ook nog boswilg, grauwe wilg en zwarte populier tegen.

Ooi is een oud woord voor een laag gelegen gebied bij een rivier. Veel bomen staan hier met de voeten in het water. Het water van de IJssel kan hier zijn gang weer gaan en zorgt voor een prachtig moerasgebied.

Op het pad, de Barloseweg, vertrappen wij bijna de enorme rups van een wilgenhoutvlinder. Hij is zeker 10 cm lang.  Niels brengt hem snel in veiligheid.

We lopen door het bos richting Fortmonderweg. Hieraan ligt links een prachtig open gebied. In deze maand zijn de meeste planten helaas al uitgebloeid, maar in de zomer moet dit een geweldig mooi kleurrijk geheel zijn van bloeiende grote kattenstaart, grote kaardenbol, knoopkruid en goudgele honingklaver. Voordat we de brug overgaan lopen we even naar de oever van de nevengeul , welke in verbinding staat met de IJssel. Hier vinden we weer een heel andere biotoop met o.a. grote wederik, wilde bertram, klein vlooienkruid, rode waterereprijs en slanke waterweegbree.

We worden nog getrakteerd op een overvliegende zeearend.

Over de brug gelopen komen we langs een klein groepje woningen. Wat een voorrecht om in dit  mooie gebied te wonen. In de berm nog wat leuke vondsten: bermooievaarsbek (die weet zijn plaats), muurleeuwenbek en echt bitterkruid. We duiken na een aantal meter weer naar rechts het gebied in richting steenfabriek Fortmond. Na gewone agrimonie en kleine bevernel wordt de picknicktafel aldaar door ons in gebruik genomen voor ons lunchmoment.

De restanten van de steenfabriek met zijn enorme schoorsteen is een fotogeniek geheel. Prachtig dat dit bewaard is gebleven. Voor de vele vleermuizen, waaronder de zeldzame gewone grootoor,  zijn de dichtgemetselde ringovens een veilige plek en ook andere dieren kunnen bij hoogwater hier de pootjes drooghouden. In het topje van de schoorsteen zit een slechtvalk rustig de omgeving op te nemen. De hoge uitkijktoren naast de fabriek biedt ook aan ons die mogelijkheid, al is deze toren wel ietsje minder hoog. Bij het pad langs de ovens van de steenfabriek vinden we naast rode ogentroost ook de zeldzame karwijvarkenskervel. Mooie vondst

We vervolgen onze wandeling stroomafwaarts langs de oever van de IJssel. We worden heel hartelijk welkom geheten door een groepje pony’s, de dagelijkse natuurbeheerders. Hun manen en staarten zitten vol met klitten van de kruisdistels. Met hun staarten kunnen ze zo geen insecten meer verjagen van hun lijf. Sneu voor ze.

Langs de oever vinden we o.a.  een bloeiende aster, sikkelklaver, heelblaadjes, slijkgroen, poelruit, wolfspoot, late stekelnoot en grote zandkool. Bij een hap uit de oever staan in het water nog wat stukken van oude steigerpalen en liggen er veel misbaksels van de steenfabriek.

Na een tijdje lopen we vanaf de oever meer landinwaarts langs o.a. de zeldzame soort kleine ruit en door veel, heel veel kruisdistels tot de Scherpenzeelse Hank met een brede drassige oever.  Hier weer totaal andere planten: watermunt, watergentiaan, moeraskruiskruid en veel zeldzaam bruin cypergras. Erg mooi.  Terug op ons pad langs de IJssel vinden we blauw glidkruid, zwarte mosterd, klein kruiskruid en op het strandje “staat” 1 liggende ganzerik in het zonnetje.

Rechts van het pad enorm veel reuzebalsemien in allerlei kleurschakeringen lila, roze tot wit. Mooi? Ja/Nee. Samen met o.a. de Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw, Amerikaanse vogelkers en hemelboom zijn we deze dominante, invasieve exoot liever kwijt dan rijk.

Met het trekpontje steken we de Scherpenzeelse Hank over en lopen richting de N337. We komen nog heel mooi groot warkruid tegen, oranje springzaad (ook een exoot) en natuurlijk hertshoornweegbree langs de N337.

Er is nog tijd en energie om even de dijk over te steken en richting vogelkijkhut te lopen. Daar zit zowaar een visarend op ons te wachten op een paal in het water. Het ijsvogeltje laat zich helaas niet zien. Op de terugweg nog groot springzaad en al enkele paddenstoelen piepen boven de grond uit. De laatst genoteerde 228ste waarneming is een paarse dovenetel.

Met een voldaan gevoel sluiten we deze mooie dag af met een heerlijke pannenkoek.

Een wandeling door De Duursche Waarden is absoluut een aanrader.

Tekst: Ellen van Knippenberg

Foto’s: Gonny Sleurink

Bron: gebiedskaart Staatsbosbeheer / De Duursche Waarden – Parel van de IJssel

Plantenwerkgroep, excursie Reevediep 1-7-2020

Deelnemers: Henk Snel, Bert Siebrand, Henri Doorneweerd, Niels Jeurink, Henk Vos, Cor Nagelmaker en Ellen Diender

Vorig jaar hebben we de excursie naar het Reevediep moeten beëindigen vanwege het zeer slechte weer. Nu gaan we weer eens die kant op om het eerdere bezoek af te ronden.

We starten bij het gemaal  Mr. Van Engelen van de Veen aan de Molenkolk langs de Noordwendigedijk. Het gemaal is een rijksmonument, uitgevoerd in een voor de gemeente zeldzame Nieuwe Zakelijke bouwstijl. In gebruik sinds 1936 voor de ontwatering van polder Kamperveen. Het gemaal is nu buiten gebruik, maar men heeft 2 noodpompen geïnstalleerd om de voeten van de Kamperveners droog te houden.

Aan de overzijde van de weg langs het gemaal ligt een poel waar de kleine – en grote lisdodde  groeit, samen met gele plomp, grote watereppe en harig wilgenroosje. In het water doorgroeid fonteinkruid. Deze kan tot in 5 meter diep water staan. De bladeren zijn eirond met een stengelomvattende voet. Het lijkt alsof de stengel door het blad groeit.

We lopen door het graslandje richting de leegstaande woning aldaar. In het graslandje o.a. echte kamille, schijfkamille, reukeloze kamille en later vinden we ook een schubkamille. De bloembodem van de schubkamille (geslacht Anthemis) heeft stroschubben waar de naam naar verwijst. Waarschijnlijk is deze hier uitgezaaid.

We lopen om de leegstaande woning heen en gluren wat naar binnen. Wat een prachtige plek om te wonen. In de “tuin” tuinwolfsmelk, moederkruid, wilde kardinaalsmuts en veel prachtige roze tot cyclaamkleurige papavers, ook wel slaapbol genoemd. Hebben de antikraakbewoners deze gezaaid??En natuurlijk ontbreekt ook in deze “tuin” niet het prominent aanwezige zevenblad.

Weer richting de weg lopend vinden we hertshoornweegbree, avondkoekoeksbloem en veel glad walstro met zijn tere witte bloeiwijze. Vervolgens steken we de weg over naar de landpunt die uitloopt in de Molenkolk. Het is hier duidelijk natter. Je vindt er gele lis en grote egelskop.

Het is een prachtige avond. Behalve de plantjes staan er ook enkele stoere bruine paarden in de wei. We vinden een grote groene sprinkhaan en bij het gemaal hangen zwaluwnesten waar voortdurend kleine kopjes vragen om de aandacht van hun ouders.

Terug langs het gemaal ten westen van de Molenkolk staat koningskaars, citroengele honingklaver, luzerne, zwart tandzaad. Langs de heldere sloot vinden we greppelrus, zomprus, heel fraaie paddenrus en waterpunge met kleine witte bloempjes. Soorten die zich hier duidelijk op hun gemak voelen. In de sloot kikkerbeet, smalle waterpest, zwanenbloem en pijlkruid, langs de kant egelboterbloem en blaartrekkende boterbloem.

Na de Heen, ook wel zeebies genoemd,  gaan we weer terug, klimmen over de dijk, met links van ons het Reevediep. Het gebied was hier mooi, is nu mooi en hopelijk blijft het mooi. Tegen de schemering knalt het geel van het vlasbekje en de veldlathyrus tegen het groen van het riet. We lopen een stukje langs het Reevediep om vervolgens weer over de dijk te klimmen richting gemaal.

Nog een klein stukje lopen we langs de Noordwendigedijk, met grote kattenstaart, kamgras, middelste teunisbloem en muskuskaasjeskruid. Dan worden we getrakteerd op een spreeuweninvasie waar geen einde aan lijkt te komen. Massaal op zoek naar een rustplek voor de nacht. Een spectaculair einde van een mooie avond.

In het totaal hebben we deze avond 179 soorten planten ontmoet, grotendeels in het gebied Buiten Reeve.

Verslag en foto’s: Ellen van Knippenberg

Plantenwerkgroep, verslag excursie Westerveldse Bos 27-06-2020

Deelnemers: Henk Snel, Bert Siebrand, Niels Jeurink, Ellen van Knippenberg

We spreken voor deze dag af in De Vreugdehoeve bij de Vreugderijkerwaard. Daar starten we traditiegetrouw met koffie en gebak om vervolgens op de fiets richting het Westerveldse Bos te gaan.

De weersvoorspelling geeft regenbuitjes in de middag aan, dus stop ik nog snel voor vertrek een regenpak in mijn fietstas.

Het Westerveldse Bos is een voormalige vuilnisbelt ten noorden van Zwolle. De “berg” staat oorspronkelijk op  riet- en hooilanden. Hierop stortte men vanaf ca. 1930 het huishoudelijk afval van Zwolle en omstreken, om dit in 1990 te bedekken met een laag vruchtbare grond, waarna het bos is aangeplant.

We parkeren onze fietsen aan de zuidwest kant in het bos tussen Zwarte Water en de Holtenbroekerdijk en wandelen in noordelijke richting het bos in.  

We zien deze dag een grote variatie aan struiken en bomen: gewone en noordse esdoorn, hazelaar, Hollandse linde, zoete kers, zomereik, vlier, spaanse aak, canadapopulier, ratelpopulier, es, robinia, sleedoorn, haagbeuk, rode kornoelje, schietwilg, katwilg, grauwe wilg, laurierwilg, geoorde wilg, kruipwilg, boswilg, zwarte els, wilde kardinaalsmuts, gelderse roos, eenstijlige meidoorn, ruwe berk, vogelkers, tamme kastanje en wilde lijsterbes

Rond kwart over 11 komt de beloofde regenbui en proberen we zo goed en kwaad als het kan te schuilen onder de bomen, want het regenpak is in de fietstas achtergebleven !!!!. Dit laatste blijkt ook later op de dag een grote na(t)latigheid.

Als de bui voorbij is en het zonnetje weer schijnt lopen we langs de oever van het Zwarte water richting de Noorderkolk. Blij met het zonnetje zingen de zanglijster en de zwartkop weer hun lied. Onderweg komen we o.a. veldlathyrus, ruige zegge, echte valeriaan, wilde bertram en moerasspirea tegen.

Bij de haven met talrijke vissersbootjes tussen de betonnen staanders vinden we een grote moerasmelkdistel, pijlkruid en een prachtige moerasvaren tussen de stenen rand van de haven.

We lopen nog even om de haven heen waar o.a. moeraskruiskruid, kalmoes en stijve zegge staat. Hier nuttigen we onze boterhammen zittend op bank en asfalt, afstand houdend van elkaar i.v.m. de corona-regels.

Na de lunch lopen we naar de Langenholterdijk. Links van de dijk in de uiterwaarden van de Noorderkolk vinden we glad walstro, knoopkruid, gewone margriet, korenbloem en goudhaver. Het uitzicht over de Noorderkolk is schitterend.

Aan de rechterkant van de dijk ligt de oever van de Westerveldse Aa, welke via een sluis uitmondt in de Noorderkolk. Hier doen twee jongemannen een poging om met hun brede kano naar de andere kant te komen. Dat wordt erg lastig. Uiteindelijk lopen ze met de kano door het weiland naar de dijk. Gelukkig heeft Henk verstand van draden die onder stroom staan en helpt de jongens zonder stroomstoten over de bedrading heen.

We lopen een stuk over de dijk tot aan de eerste boerderij rechts en keren dan weer om. Het zonnetje en de wind drogen onze kleren. Langs de dijk soorten als akkerhoornbloem, akkerwinde, sint Janskruid, veldzuring, echte kamille en grote klaproos.

We lopen weer door het bos met weinig nieuwe soorten en dan komt de regen plots met bakken uit de hemel zetten. Heerlijk voor de bomen en planten. Schuilen heeft geen enkel effect, maar natter dan nat kun je toch niet worden. We steken ondanks de regen nog even de Kolksteeg over met op het hoekje een heuse (maar vast verwilderde) wilde appel. In de sloot veel kikkerbeet, egelboterbloem en grote egelskop.

Weer bij de fietsen (en regenpakken) aangekomen besluiten we onze wandeling ondanks de aanhoudende regen toch voort te zetten. We steken getooid in regenpak , wat erg klef aanvoelt over natte kleding, een bruggetje over waar zwanenbloem, kale jonker, watergentiaan en glanzig fonteinkruid groeien. In het bos een prachtige trosvlier met zijn rode bessen. We lopen door het bos richting parkeerplaats, met in de buurt holpijp, brede wespenorchis en moeraswederik. Langs weilanden met slootjes vinden we allerlei fraaie planten o.a. pijptorkruid, rietorchis en fijne waterranonkel.

Dan lopen we het bos uit en komen op een open plek,  aan de rand van het Westerveldse Bos. Daar vinden we zoveel moois dat de zon automatisch gaat schijnen. De plek is door mensenhanden gecreëerd maar dat mag de pret niet drukken. De vruchtbare kleigrond is afgegraven waardoor de bodem schraal is geworden en er staat o.a. parnasssia, fraai duizendguldenkruid, grote ratelaar, ronde zonnedauw, geelgroene zegge, blauwe zegge, stijve ogentroost, bevertjes, blauwe knoop, waterviolier, moeraskartelblad, veldrus en veel gevlekte orchissen en zeldzame soorten zoals koningsvaren,  vetblad, blonde zegge, armbloemige waterbies en prachtig in bloei staand teer guichelheil.

Elke voorzichtige stap brengt iets nieuws. Later vind ik op de website van de KNNV Zwolle een interessant artikel over dit prachtige stukje natuur in het Zwols Natuur Tijdschrift nummer 1 uit 2016, geschreven door Piet Bremer. Het stukje nieuwe natuur wordt het Parnassia-landje genoemd. Het artikel vertelt de geschiedenis van dit bijzondere stukje natuurontwikkeling.

Na zoveel pracht huppelen we weer richting dijk en fietsen. In totaal zijn er 253 soorten genoteerd. Met een voldaan gevoel over een regenachtige, maar bijzondere dag, schuiven we in de Vreugderijker Hoeve aan tafel voor een gezellige afsluiter van de dag.

Verslag: Ellen van Knippenberg

Foto’s: Niels Jeurink

Artikel Zwols Natuur Tijdschrift: https://www.knnv.nl/sites/www.knnv.nl/files/users/Zwolle/ZNT_archief/ZNT%202016%201%20voor%20website.pdf