Plantenwerkgroep: excursie de Reest 6-7-2013

Het kronkelige riviertje de Reest is de levensader van een eeuwenoud landschap, het Reestdal. Tientallen kilometers lang vormt de Reest de grens tussen Overijssel en Drenthe. Het is één van die weinige riviertjes die nooit zijn gekanaliseerd (rechtgetrokken). Wel is er ooit een ‘Reest vervangende leiding’ (zo heet ie echt!) aangelegd, die de vegetatie in het Reestdal enorm heeft beïnvloed. Langzaam maar zeker is men echter bezig het beekdal weer in de oude luister te herstellen (voor zover dat nog kan uiteraard.) Veel natte hooilanden zijn er te vinden, met bijzondere maar ook lastig herkenbare soorten als noordse zegge en stijf struisriet. En een reeks andere plantensoorten van beekdalen natuurlijk. Ook de iets hogere delen op de rand van het beekdal zijn trouwens zeker een bezoek waard. Hier vind je op een aantal plaatsen droge of soms vochtige heiden, met bijzondere soorten als de klokjesgentiaan.

In Oud-Avereest stond in de dertiende eeuw al een kerkje. Via een netwerk van paden ging men uit de omgeving ter kerke. Veel oude kerkenpaden zijn niet of nauwelijks meer in het landschap terug te vinden. Toch zijn ze niet allemaal verdwenen. Het bekendste kerkepad loopt van de Nederlands Hervormde Kerk van Oud-Avereest naar het “bruggetje van Bartje”. Als je de Reest oversteekt ben je in Drenthe.

Gescheiden door het grensriviertje De Reest passeren we twee buurtschappen Den Huizen en Rabbinge. Den Huizen, gelegen in Overijssel, is één van de oudere buurtschappen in het Reestdal. Het bestaat uit slechts vier boerderijen, waarvan drie zich een rijksmonument mogen noemen. Daar komt bij dat Den Huizen de status van beschermd dorpsgezicht heeft gekregen. Pauzeren kun je onder andere bij rustpunt Koffiekast Rabbinge. Een rustpunt (herkenbaar aan het rustpuntbord) tref je aan op een particulier erf, langs een wandel- of fietsroute. Hier kun je stil houden tijdens een fiets- of wandeltocht voor een kopje koffie, thee of soep. www.rustpunt.nu

Onze start is bij het informatiecentrum De Wheem in Oud-Avereest. Bij de parkeerplaats is een insectenhotel gebouwd en een vlindermuur. Hierop vinden we onder andere Hartgespan (Leonurus cardiaca.) Dit is een sterk geurende plant die behoort tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). De botanische naam Leonorus betekent in het Oudgrieks leeuwenstaart, wat op de vorm van de bladeren slaat. De plant komt van nature voor in Centraal-Azië en is van daaruit over de hele wereld verspreid.

Wij lopen het kerkepad op en vinden aan onze linkerhand een aantal mooie akkers met onder andere rogge en boekweit. Daartussen staat reukloze en valse kamille, voeder- of smalle wikke en radijs. Er staat een informatiezuil en Niels is als reisleider bereid op het pedaal te trappen om ons van informatie te voorzien.

Verderop ligt over de Reest het brugje van Bartje, zo genoemd omdat deze plek gebruikt is in de film over het gelijknamige boek. Het is een mooie plek. In de richting van de stroom groeit pijlkruid en, na langdurig onderzoek vastgesteld: plat fonteinkruid. Verderop bloeit de gele plomp. We zien ruwe smele (Deschampsia cespitosa) en pitrus. Boven het water scheren smaragdlibel en weidebeekjuffer. Ze blijken erg moeilijk in de lens van de camera te vangen.

 

Boven ons hoofd kwebbelt een bosrietzanger en in de verte kleppert een ooievaar. Het nest staat bij een mooie authentieke boerderij. Wat wil een mens nog meer!

We vervolgen onze weg langs tengere rus, kamperfoelie, brede stekelvaren en bochtige smele (iets ieler bloeiend dan ruwe smele), grauwe wilg, geoorde wilg, vuilboom en vinden aan onze rechterhand een roggeveld met daartussen Phaecelia.

Phacelia is de botanische naam van een geslacht uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae). Het geslacht bevat ongeveer 150 soorten kruidachtige planten, die merendeels van nature voorkomen in Noord- en Zuid-Amerika. De soort die we hier vinden wordt ook wel aangeduid met de term bijenvoer of bijenvriend. Om de hoek hetzelfde veld maar dan vol met korenbloemen en papavers, in dit geval de bleke klaproos. We halen herinneringen op van vroeger: het plukken van korenbloemen en papavers. Niet lang houdbaar op de vaas, maar een feestelijke herinnering.

Niels en Toos maken even een zijsprongetje over twee hekken en belanden in een nat gebied. Hier vinden zij draadrus (Juncus filiformis), volgens Soortenbank.nl een Rode Lijst-soort. De soort komt voor op natte, vrij zure grond in schrale graslanden, vooral nabij beken of kleine rivieren en is zeldzaam in het Drents district. Een geweldige vondst, dus. Het zandpad leidt ons vervolgens terug langs rustpunt Rabbinge, waar wij even halt houden voor een kop koffie en soep en richting de hoofdweg en parkeerplaats.

Niels open een hek, komt tevoorschijn met een klein grasje en roept “slofhak”. We kijken hem argwanend aan: de zon brandt op onze hoofden, het is warm zo langs de weg en dat neigt naar geslof, maar slofhak? Het blijkt om een soort reukgras te gaan.

De slofhak (Anthoxanthum aristatum) is een eenjarige, die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae). De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als algemeen voorkomend, maar sterk in aantal afgenomen. De plant komt van nature voor in Eurazië.  De plant komt voor op droge, zure zandgrond, tussen het graan en in bermen. Het exemplaar van Niels blijkt dus een goede standplaats te hebben gekozen.

We vervolgen onze speurtocht in de berm: zandblauwtje (Jasione montana) en vertakte leeuwentand. Sommige autobezitters worden blijkbaar een beetje zenuwachtig van ons gesnuffel zo vlak langs de weg en moeten dit met luid getoeter kenbaar maken.

We lopen nog even binnen bij het bezoekerscentrum voor de expo van Ton Valk, natuurfotograaf en gaan daarna met de auto verderop, richting een heidegebied met een meertje. Hier vinden we moerasvaren en verderop: veenpluis en heel veel slangenwortel (Calla palustris.) De naam zegt het al, de plant kruipt met haar wortelstokken kronkelend de oever op. Ook gaat het verhaal dat de ringslang zich graag tussen de bladeren begeeft. Rankende helmbloem, tandjesgras, liggend walstro, borstelgras (Nardus stricta.)

We spotten een bijzondere vlinder. Met behulp van de vlinderstichting is deze gedetermineerd als zuringspanner. Verderop is de bodem zandig, dichtgeslagen. “Je zou hier toch zonnedauw verwachten”. Het is nog niet gezegd, en ja hoor: twee soorten nog wel: kleine en ronde zonnedauw. Ze staan zeer fotogeniek te pronken.

Het is tijd om terug naar Kampen te gaan. Jammer, want het landschap nodigt ons erg uit om nog verder te gaan. Misschien een volgende keer.

Overige vondsten: windhalm, ringelwikke, tengere rus, gladde en gestreepte witbol, egelboterbloem, vogelpootje, 1 jarige hartbloem, gewoon struisgras, hemelsleutel, kraailook, rode schijnspurrie, knolrus, hertshoornweegbree.

Niels voorziet ons van getrapte informatie.

Verslag: Heleen Strikkers

Foto’s: Gonny Sleurink en Heleen Strikkers

Met dank aan Niels Jeurink en Toos Lodder.