Author Archives: admin

Plantenwerkgroep: excursie Sint Pietersberg 25 mei 2019

Deelnemers: Niels Jeurink, Ellen van Knippenberg, Klaas van Leiden, Cor Nagelmaeker, Bert Siebrand en Henk Snel.

Al om 07.30 uur stonden we klaar op het Meeuwenplein om de reis naar Maastricht, erkend hoofdstad van Bourgondisch Nederland, te aanvaarden. Ons reisdoel in het ‘bronsgroen eikenhout’ was de Sint Pietersberg even ten zuiden van Maastricht. Een mergelheuvel die door de ENCI ten behoeve van de cementproductie voor een flink deel is afgegraven. Het resterende gebied is thans grotendeels in bezit van Natuurmonumenten. Het vormt sinds 2013, samen met het aangrenzende Jekerdal een Natura 2000-gebied. Vanwege de hier aanwezige kalksteen is het een floristisch zeer interessant en uniek gebied in Nederland.

Tegen 11.00 uur reden we door een aantal haarspeldbochten (chapeau Niels!) de oosthelling van de Sint-Pietersberg op. We kwamen uit bij het bekende Buitengoed Slavante, met terras, van waaruit we een prachtig uitzicht hadden op het Maasdal. Het restaurant Slavante is een voormalige buitensociëteit uit 1846. Het bezit tegenwoordig een eigen wijngaard. We lieten ons de koffie met heerlijke vlaaien goed smaken. Genietend van het fraaie uitzicht bekroop ons een vakantiegevoel. De zon deed de rest.

Uitzicht over de Maas

Daarna ging het naar de parkeerplaats bij de groeve. Na enige perikelen rond de oplaadpaal begonnen we met inventariseren, wat al meteen een keur aan planten te zien gaf: o.a. liggende klaver, harige ratelaar, hokjespeul, gulden sleutelbloem, heen en grijs havikskruid. Na 15 minuten en 10 meter verwijderd van de auto stond de teller al op 50 soorten.

Na enige tijd lopen kwamen we langs een grote vijver die in bezit was van Staatsbosbeheer. We lieten ons door een paar vissers vertellen dat het meer vol zat met karpers, zoals schubkarper, gewone karper, spiegelkarper en boerenkarper. Soms sprong een fors exemplaar geheel boven water uit. Na wat beter kijken ontwaarden we hele grote scholen met wel honderd karpers. De hoeveelheid visgereedschap van de gemoedelijke Limburgers verried een enorme vangstcapaciteit. En de aanwezige culinaire apparatuur liet weinig te raden over. Edoch: gevangen vissen moesten onverwijld worden teruggezet, zo luidde het verdict van Staatsbosbeheer.

Hierna liepen we omhoog het bos in. Een van de eerste planten die we daar vonden was het stijf havikskruid met prachtige gele bloemen. Verder langs dit pad zagen we o.a. prachtige boszegge en gevinde kortsteel.

Het pad slingerde verder omhoog en uiteindelijk arriveerden we bovenaan een kalkrijk grasland. Het mooie uitzicht deed ons besluiten hier de lunch te gebruiken. Het was ook hier dat plotsklaps Klaas van Leiden opdook. We hadden hem al zien scharrelen bij de graanakker. Hij schoof langzaam door het mergellandschap onze kant uit. Hij was op zoek naar van alles en nog wat, maar zou heel gelukkig worden als hij mocht aanpikken, om met ons op zoek te gaan naar de grote keverorchis om die te kunnen aanschouwen c.q. fotograferen. Het mocht. In het alpenweitje ontdekten we een paar koninginnepages, een aantal blauwtjes alsook het zeer zeldzame bruin dikkopje, een specialiteit van deze streek.

Koninginnepage

De planten die we in deze wei aantroffen waren o.a. harige ratelaar, gewone ossentong, voorjaarsganzerik, grote centaurie en wellicht ook paardenbloemstreepzaad en aarddistel maar die bloeiden beide nog niet en laten zich niet-bloeiend lastig op naam brengen. En later nog veldsalie.

Harige Ratelaar

Hierna liepen we een stukje langs de door Natuurmonumenten beheerde akker met prachtige kleuren van grote klaproos en veldlathyrus. Na de akker ging onze wandeling verder door bosachtig terrein (met de ook al zeer zeldzame groene bermzegge en duifkruid). Hier beleefde Klaas zijn moment van totale euforie, immers zijn grote wens ging in vervulling: Ellen vond een bloeiende grote keverorchis. Klaas legde zijn wenssoort gevoelig vast, hetgeen aan zijn trillende snorpunten was af te lezen. Ook stonden hier veel, nog niet bloeiende brede wespenorchissen.

Voort ging het langs een paar prachtige bospaden (met rode kamperfoelie, fladderiep, ruige scheefkelk en boslathyrus) naar een andere fraaie locatie, de Duivelsgrot. Deze grot bevindt zich in de zuidhelling en ligt op krap 200 meter van België en is onderdeel van een klein gangenstelsel. In de kalkrijke weitjes er naartoe bleken twee stukken door Natuurmonumenten afgeplagd te zijn. Dit is nodig omdat het grasland te voedselrijk is geworden. Dit komt door de huidige neerslag van stikstof, die natuurlijk ook in natuurmonumenten neerdaalt. Men probeert door deze verarming de planten die hier oorspronkelijk veel voorkwamen weer te stimuleren. Hopelijk met succes.

Muurhavikskruid

Bij de Duivelsgrot aangekomen klommen we bergopwaarts. De grot bleek ook een duivelse beklimming met zich mee te brengen! Maar met de nodige alpinistische, zeg maar gerust halsbrekende toeren, kwamen we hogerop en werden we beloond met wilde reseda, kleine steentijm en enkele exemplaren van het uiterst zeldzame groot zonneroosje. Het is de enige plek in Nederland waar deze plant groeit. We kregen tevens een magnifiek uitzicht op het Jekerdal en het dorpje Kanne in België als bonus.

Pas toen we bovenop de heuvel aangekomen waren, bleek dat het verboden was de helling met de grot te betreden vanwege het neerstortgevaar. Beneden was zulks niet vermeld. Kennelijk is het niet gebruikelijk, dan wel te verwachten, dat onverantwoordelijken de helling van onderen op zullen gaan!? Zodoende weer wat geleerd!

Bij terugkeer langs de eerder beschreven karpervijver bleken onze visvrienden ondertussen het schier onmogelijke gepresteerd te hebben: niet één karper was gevangen! Maar de heerlijk geurende hamburgers, tosti apparatuur en blikjes bier wezen toch op een welbestede buitendag. Teruggekeerd bij onze auto bleek deze geheel opgeladen te zijn, waarna we ons richting Maastricht begaven.

Na nogmaals een wandeling, ditmaal door het centrum van het immer gezellige Maastricht, vonden we ons terug in een klein etablissement, in de nabijheid van het Vrijthof. De luidruchtige en schalkse Limburgse die onze bestellingen met de nodige zwier op onze tafel deponeerde, werkte bepaald sfeerverhogend en bevestigde de spontane Limburgse inborst. Een betere afsluiting hadden we ons, na deze vermoeiende dag, niet kunnen wensen!

De avond was al ver heen toen we de parkeergarage Mosae Forum aan de Maasboulevard uitreden om de terugreis te aanvaarden. Jammer was dat onze heenroute over de A73 was afgesloten, zodat we via Eindhoven moesten omrijden. Dat hield in dat we een extra tankbeurt moesten inplannen. Zo kon het gebeuren dat we tegen middernacht kwh’s stonden in te laden ter hoogte van het Brabantse Sint-Oedenrode. Zo kom je nog eens ergens! Tegen 01.30 uur ’s nachts arriveerden we in Kampen, na een heel lange, want 18 uur, en intensieve excursiedag. Maar zeer geslaagd!

Tekst en foto’s: Cor Nagelmaeker

 

Plantenwerkgroep: excursie Reevediep 19 juni 2019

Kijkje over de dijk: het Reevediep: foto: Heleen Strikkers

De bui komt dreigend dichterbij, foto: Heleen Strikkers

De bestemming: Reevediep werd niet gehaald omdat er een enorm buiencomplex vanuit het noordwesten optrok. Vanaf de parkeerplaats bij het gemaal aan de Noordwendige dijk maakten we een korte wandeling waarbij de gebruikelijke soorten genoteerd konden worden, zoals Zwarte mosterd, Avondkoekoeksbloem en Witte Krodde, waarvan de zaaddozen het bewijs van zijn aanwezigheid leverden.

Zwarte mosterd, foto Gonny Sleurink
Avondkoekoeksbloem, foto: Gonny Sleurink

Toen het onweer losbarstte konden we het mooie schouwspel vanonder de luifel van het gemaalhuisje aanschouwen. De huiszwaluwen met veel nesten onder de dakgoot keken hier niet vreemd van op en kwetterden lustig door.

Maar het bleef regenen. Het was best knus onder de luifel waardoor een aantal mensen besloot het gezellige samenzijn ietwat te verlengen. De excursie werd dan ook besloten met koffie aan de IJssel in de Stadsherberg waar we getrakteerd werden op prachtige kleuren van de ondergaande zon die nog snel even door Gonny werden vastgelegd.

Kampen in vuur en vlam, foto: Gonny Sleurink

Volgend jaar een nieuwe poging.

Tekst: Heleen Strikkers

Foto’s: Gonny Sleurink en Heleen Strikkers

Plantenwerkgroep, verslag excursie Zalkerbos 27-4-2019

Links van het pad: donkere stammen van essenhakhout en een donkere, vrij eentonige ondergroei van Schaafstro, als je goed kijkt zie je een wildwissel door de schaafstro lopen; rechts van het pad veel lichter bos van iepen, ook een enkele es, esdoorns en een heldere ondergroei van afstervend Speenkruid, bloeiend Fluitenkruid, de smalle sprieten van Moeraslook en de brede bijna grasachtige van Slangenlook, bloeiend Look zonder look, de eerste bloeiende Vogelmelk, Vogelmuur en Grote muur: dat is het Zalkerbos in een notendop op een zaterdag eind april. O ja, in beide bermen de voor dit gebied ook kenmerkende Gevlekte dovenetel, met veel grotere helder paarse bloemen, dan zijn veel meer voorkomende broertjes en zusjes van de paarse dovennetel.

Moeraslook


Slangenlook

Met 10 enthousiastelingen bezochten we op ochtend van Koningsdag het Zalkerbos. Op de achtergrond hoorden we nog vaag de klanken van de harmonie van Zalk die Koningsdag daar luister bij zette. Wij lieten ons begeleiden door het drukke gezang van een Tuinfluiter, de klaterende loopjes van Zwartkoppen, het gemiauw van twee Buizerden, volop Tjif Tjaffen, voor degenen met goede oren het geratel van een braamsluiper, een enkele zwaluw en voor ons allemaal het geklepper van ooievaars.

Het bos staat ook bekend om zijn vele soorten paddenstoelen. We hadden nota bene een kleine discussie of bollen van oude Reuzenbovisten nu echt oude paddenstoelen waren of verdwaalt schuimrubber in bolle vormen. En iemand vond een mooi geschubde aardster.

Gekraagde aardster

Sinds het bos is uitgebreid als compensatie voor de uitdieping van de IJssel, is de jonge aanplant flink hoger geworden. De nieuwe stukken beginnen al wat op bosjes te lijken en de pionierssoorten die we er eerder vonden zijn wel verdwenen. Wel heeft de aanplant die er het laatste bij kwam te lijden gehad van de droge zomer vorig jaar. Ook is er een stuk uiterwaard aan de boszijde van de Veerweg bijgekomen dat een plasdras o.a. voor vogels gebied moet worden. Heel nat was het nu niet, maar we werden getrakteerd op een heerlijke verse Watermunt lucht, toen we langs de randen van een plasje struinden, om de aanwezige zegges te bekijken en het helder groene Pitrus te vergelijken met de veel grijzere Zeegroene rus. Op de hogere delen o.a. Karweivarkenskervel, Kruisdistels en Stijf barbarakruid.

Een groepje ganzen liep parmantig over de zomerdijk te snateren. De diversiteit wordt ook onder ganzen groter: behalve Grauwe ganzen en witte stadsganzen (soepganzen), de veel kleinere Brandganzen en de voor mij nieuwe, Chinese knobbelganzen met een prachtig getekend hals (licht) en nek (donker). En dan nog allerlei mengvormen tussen witte en Chinese ganzen.

Sovon zegt er het volgende over: “De Knobbelgans is zwaarder van bouw dan de wildvorm  en heeft een zwarte knobbel op de snavel en een keelflap. Vaak worden waarnemingen van Knobbelganzen verzameld in de categorie ‘soepgans’ wat niet helemaal terecht is aangezien soepgans strikt genomen verwijst naar alle gedomesticeerde varianten van Grauwe Gans. Knobbelganzen onderscheiden zich van Soepganzen door de zwarte snavel en grote knobbel en het contrast tussen de donkere achterzijde van de nek en de lichte voorzijde. Soms worden ook Knobbelganzen met oranje snavels gezien waarbij we er vanuit mogen gaan dat deze voortkomen uit een Soepgans/Knobbelgans ouderpaar.”

De uiterwaard rechts van de Veerweg (als je in de richting van de IJssel loopt) is veel zandiger dan de waard links. De door jarenlange bemesting vruchtbare bovenlaag is er bij de inrichting al natuurgebied vanaf geschraapt. De rechter waard ligt bovendien tegenover de Vreugdenrijkerwaard, een prachtig stroomdal grasland aan de overkant.

Heksenmelk


Vogelmelk

Vorig jaar vonden we op de nieuwe waard zo’n 200 verschillende soorten. Die waren gedeeltelijk geholpen door het uitstrooien van maaisel van Kortenoever (tegenover Zutphen). Uiteraard zijn de omstandigheden bij Kortenoever anders dan hier. Het is dus nog de vraag of alles wat we vorig jaar vonden zich blijvend hier gaat vestigen. Het was nu nog te vroeg in het jaar om een inventarisatie te doen. Bovendien heb je toestemming nodig van SBB om het gebied echt door te struinen. Daarom bleven de nu alleen aan de rand en zagen dat de bijzonder Wilde averuit het in ieder geval wel goed doet en zich ook uitbreid.

Toen we rond een uur of 13.15 weer terug waren bij de auto’s, ging een aantal van ons huiswaarts, terwijl anderen nagenoten van koffie en thee bij een gastvrij onthaal van één van de deelnemers die aan de Veerweg woont.

Tekst: Toos Lodder

Foto’s: Gonny Sleurink

Plantenwerkgroep – excursieprogramma 2019

Het excursieprogramma 2019 van de plantenwerkgroep is klaar! We hebben weer ons best gedaan er een mooie mix van te maken van excursies dichtbij en verder weg. Excursies met veel variatie in landschappen en dus hopelijk veel verschillende plantensoorten. Oordeel zelf of dat is gelukt. Ik hoop jullie komend jaar weer vaak te zien!

Niels Jeurink

Zalkerbos – zaterdagochtend 27 april 2019

Het eerste excursiedoel van de plantenwerkgroep is traditioneel het Zalkerbos óf Scherenwelle. Het is voor een plantenliefhebber moeilijk kiezen tussen die twee prachtige gebieden. Daarom wisselen we het af; en dit jaar is het Zalkerbos weer aan de beurt. Dit zeer oude bosgebied wordt door deskundigen het meest bijzondere ‘hardhoutooibos’ van Nederland genoemd. Dat is een bos in de uiterwaarden waar langzaam groeiende boomsoorten als eiken en iepen domineren en waarin verder ook veel gewone es voorkomt. Bossen met een heel rijke ondergroei, die heel vroeg in het jaar bloeit omdat er dan nog veel licht op de bodem terecht komt.

Eind april staan in het Zalkerbos allerlei bolgewasjes in bloei, met het blauwe druifje als een van de meest opvallende. Andere bijzondere plantensoorten die je er kunt tegenkomen zijn slangelook en moeslook, beiden familie van de uit de moestuin bekende bieslook, maar ook van prei, ui en knoflook. En een reeks andere soorten, waarvan we in elk geval de vingerhelmbloem, gulden boterbloem en schaafstro zullen zien.

We vertrekken om 9.30 uur per auto van het Meeuwenplein in Kampen. Geef je even op bij Niels Jeurink, tel. 038-3328741, of e-mail: njeurink@home.nl.

Meer lezen: http://natuurverenigingijsseldelta.nl/?p=2883

Witte gebieden – woensdagavond 22 mei 2019

Witte gebieden zijn gebieden waar het lastig is om voldoende floragegevens te verzamelen. Bijvoorbeeld doordat het gebied lastig bereikbaar is of omdat er weinig floristen in de buurt wonen. De Noordoostpolder is zo’n gebied. Floron, de stichting Floristisch Onderzoek Nederland, selecteert daar en in andere witte gebieden elk jaar ‘uurhokken’ van 5×5 km die dan door een plantenwerkgroep gereserveerd kunnen worden. Onze plantenwerkgroep neemt elk jaar zo’n uurhok voor haar rekening. Dit jaar willen we het gebied tussen Kuinre en Blankenham gaan bekijken. Dat gebied ligt op de grens van de Noordoostpolder en het ‘oude land’, dus daar waar ooit de kust van de Zuiderzee lag. Je ziet er soorten die op kwel wijzen van de hogere gronden naar de polder. En soorten die je meer in de duinen verwacht, bijvoorbeeld in de bermen van de Uiterdijkweg waar de wegberm is afgegraven tot op het onderliggende kalkrijke zand. Geelhartje vind/ vond je hier bijvoorbeeld massaal, net als sommige soorten orchideeën. Tot dusverre werden er 235 verschillende soorten gezien. Eens zien waar we dit jaar op uit kunnen komen.

We verzamelen om 19.00 uur op het Meeuwenplein in Kampen. Vandaar gaan we per auto naar het gebied. Geef je even op bij Niels Jeurink, tel. 038-3328741, of e-mail: njeurink@home.nl.

Meer lezen:  Uiterdijkenweg

Zuid-Limburg – zaterdag 25 mei 2019

Er zijn van die gebieden in Nederland die op plantenliefhebbers een magische aantrekkingskracht hebben. Zuid-Limburg is een van die gebieden. Er is voor de florist zó veel te zien dat het je haast gaat duizelen. Het beekdal van de Geul, het Maasdal, de hellingbossen, kalkgraslanden, onkruidakkers, te veel om op te noemen. Dat alles is veel te veel voor één dag, zodat we moeten kiezen. Vandaag gaan we een bezoek brengen aan de Sint Pietersberg. Niet het hoogste punt maar zeker voor Nederlandse begrippen een markante heuvel. Deels afgegraven voor de winning van mergel (kalk) maar gelukkig is dat nu bijna gestopt en is van de berg nog veel over gebleven. Het hele gebied is tegenwoordig in eigendom/ beheer van Natuurmonumenten. Het is een voor alle natuurliefhebbers bijzonder gebied. Maar zeker voor de plantenliefhebber zijn er heel veel verschillende plantensoorten te vinden, waaronder talloze grote zeldzaamheden. Van orchideeën tot zonneroosjes, soorten van hellingbossen, je vindt ze er allemaal.

We vertrekken bijtijds, om 7.30 uur per auto van het Meeuwenplein in Kampen. Geef je even op bij Niels Jeurink, tel. 038-3328741, of e-mail: njeurink@home.nl. De excursie duurt de hele dag.

Meer lezen: https://www.natuurmonumenten.nl/natuurgebieden/sint-pietersberg

 

Alde Feanen – zaterdag 1 juni 2019

Het Friese laagveengebied de ‘Alde Feanen’ (Oude Venen) bij Eernewoude (Earnewald) is een van de grote natuurgebieden in het laagveengebied die Nederland rijk is. Laagveen is veen dat onder invloed staat van het grondwater, meestal wordt dat gevoed door het water uit sloten. De laagveengebieden maken Nederland in Europees opzicht heel bijzonder; vrijwel nergens anders in Europa heb je namelijk zulke uitgestrekte veengebieden als in Nederland. Sinds 2006 is de Alde Feanen dan ook terecht een nationaal park geworden. Er is veel afwisseling in het gebied, met moerasbos, veel open water met een rijke oevervegetatie en ook bloemrijke hooilanden. Voor de plantenliefhebber is er dus van alles te zien en te beleven. Vandaag gaan we er dan ook eens een kijkje nemen met de plantenwerkgroep.

We vertrekken om 9.00 uur per auto van het Meeuwenplein in Kampen. Geef je even op bij Niels Jeurink, tel. 038-3328741, of e-mail: njeurink@home.nl. De excursie duurt de hele dag.

Meer lezen: https://www.np-aldefeanen.nl/

Koekoekspolder, rand Mastenbroek – woensdagavond 5 juni 2019

De Koekoekspolder kennen we als het glastuinbouwgebied bij IJsselmuiden. Minder bekend is dat dit de diepst gelegen polder is van Overijssel en dat dit gebied daardoor ooit zo moeilijk droog was te malen dat het nog lang een moerassig gebied en meer is geweest. De strakke verkaveling, het intensieve gebruik en de lage grondwaterstand maken dat er tegenwoordig botanisch niet meer zo heel veel te beleven valt. Maar er zijn uitzonderingen. Vanavond willen we gaan kijken bij de overgang van de Koekoekspolder naar de wat hoger gelegen polder Mastenbroek, de oudste polder van Nederland, uit de 14-de eeuw.

We verzamelen om 19.00 uur op het Meeuwenplein in Kampen. Vandaar gaan we per auto naar de hoek Hagedoornweg / Bisschopswetering. Geef je even op bij Niels Jeurink, tel. 038-3328741, of e-mail: njeurink@home.nl.

Meer lezen: http://natuurverenigingijsseldelta.nl/?p=832

Reevediep – woensdagavond 19 juni 2019

Het Reevediep, de waterverbinding tussen de IJssel en het Drontermeer ten zuiden van Kampen, is inmiddels vrijwel ingericht. Het gedeelte buiten de vaargeul heeft een natuurbestemming gekregen en dat betekent dat we er soorten van zowel het rivierengebied als van het laagveengebied kunnen verwachten. Tijd om er ook eens met de plantenwerkgroep te gaan kijken.

We verzamelen om 19.00 uur op het Meeuwenplein in Kampen. Vandaar gaan we per auto naar de Noordwendigedijk, zodat we veel tijd hebben in het gebied tot het donker wordt. Geef je even op bij Niels Jeurink, tel. 038-3328741, of e-mail: njeurink@home.nl.

Meer lezen: http://www.ruimtevoorderivierijsseldelta.nl/nl/natuur/

Wimmenummerduinen – zaterdag 22 juni 2019


De duinen bieden de plantenliefhebber veel moois. Er is heel veel variatie door grote verschillen in kalkrijkdom van de bodem, vocht en bezonning. Er zijn droge duinen en natte duinvalleien, en het kalkgehalte verschilt er sterk (hoog in het gebied tussen pakweg Hoek van Holland en Bergen aan Zee). En gaande van het strand landinwaarts neemt ook de invloed van het zout steeds af. Al die variatie maakt dat de flora er heel rijk aan soorten is. Gelukkig zijn grote delen van de duinen goed beschermd waardoor de grote recreatiedruk in het gebied er toch behoorlijk goed samengaat met natuur.

Vandaag bezoeken we een bijzonder duingebied bij Egmond dat eeuwenlang, tot begin jaren ’90, in bezit was van de Amsterdamse regentenfamilie Six, en dus ook ‘de duinen van Six’ werd genoemd. Sindsdien is het Provinciale Waterleidingbedrijf Noord-Holland (PWN) eigenaar van het gebied, en maakt het deel uit van het Noord-Hollands Duinreservaat. Bijzonder in het gebied zijn onder meer de oude volkstuintjes, stukjes duin die tot iets boven het grondwater werden uitgegraven en waar groenten werden verbouwd. Het landschap wordt er ook wel het ‘zeedorpenlandschap’ genoemd. De flora is er heel bijzonder. Je vindt er -bijvoorbeeld- diverse soorten bremrapen, parasitaire planten zonder bladgroen.

We vertrekken om 8.30 uur per auto van het Meeuwenplein in Kampen. Geef je even op bij Niels Jeurink, tel. 038-3328741, of e-mail: njeurink@home.nl. De excursie duurt de hele dag.

Meer lezen: https://duinenenmensen.nl/wp-content/uploads/2014/05/Ten-noorden-van-Egmond-Wimmenummerduinen.pdf

Hunze – zaterdag 24 augustus 2019

De Hunze is een oud riviertje dat oostelijk van de Drentse Hondsrug stroomt. Het voert het water van gebieden als het Bargerveen af in noordelijke richting. Uiteindelijk komt dit water in de Dollard, het water tussen Delfzijl en het Duitse Emden waar ook de Eems in uitmondt. De Hunze onderging hetzelfde lot als heel veel andere beken: de beek werd rechtgetrokken (‘gekanaliseerd’) en de waterkwaliteit verslechterde, bijvoorbeeld door lozingen van afvalwater van de aardappelmeelfabrieken. Die zijn nu gelukkig al lang verleden tijd. In een groot project van diverse overheden zijn inmiddels enkele van de vroegere meanders hersteld en heeft een deel van het gebied weer een natuurbestemming gekregen. We zijn nieuwsgierig welke planten hier te vinden zijn. Alle reden om er eens een bezoek te brengen.

We vertrekken om 9.00 uur per auto van het Meeuwenplein in Kampen. Geef je even op bij Niels Jeurink, tel. 038-3328741, of e-mail: njeurink@home.nl. De excursie duurt de hele dag.

Meer lezen: https://www.prolander.nl/projecten/projecten-drenthe/gebiedsontwikkeling/

 

 

Plantenwerkgroep: excursie naar de Biesbosch 08-09-2018

Nationaal Park De Biesbosch wordt ingeklemd tussen de Beneden Merwede (bij Hardinxveld) in het noorden en de Amer (bij Geertruidenberg) in het zuiden. Daartussen vind je smallere en bredere kreken, uitgestrekte wilgenbossen en rietlanden. Delen van het gebied zijn bijna alleen via het water toegankelijk maar op sommige plaatsen zijn ook wandelpaden en wegen. De website van Staatsbosbeheer meldt o.a. het volgende over de Biesbosch:

De Biesbosch was oorspronkelijk polderland. De Sint-Elizabethsvloed in 1421 veranderde het in een binnenzee. Dankzij het water uit Maas en Waal werd het een zoetwaterdeltagebied. Uit zand en rivierslib ontstonden zandplaten. Vooral biezen groeiden daar goed op. Vandaar de naam ‘Biesbosch’. Eeuwenlang verdienden griendhakkers, rietsnijders en biezenvlechters er een karige boterham.

In 1970 werd het Haringvliet afgesloten. De grote verschillen tussen eb en vloed verdwenen en daarmee de griend- en rietcultuur. De wilgenakkers verruigden en de natuur kreeg vrij spel.

Staatsbosbeheer speelt vanaf 1958 een belangrijke rol in het begeleiden van natuurontwikkelingen in het gebied. Ook in dit deltagebied vreest men, door klimaatverandering, voor problemen met overtollig rivierwater. Men heeft grote delen land daarom weer ontpolderd, zodat de rivieren hun overtollige water kwijt kunnen en er zijn nieuwe stroomgeulen gemaakt die zorgen voor een goede doorstroming van het gebied. Het gebied is constant in beweging. Het is mooi om te zien dat de natuur veel zijn eigen gang mag gaan. Omgevallen bomen worden niet weggehaald, raken bemost en verteren langzaam. Maar het ‘wateropvanggebied’, de Noordwaarts, moet juist open blijven. En dat op een natuurlijke manier.

We starten bij restaurant Het Bolle Bevertje met koffie en uiteraard gebak. Theo Muusse, boswachter bij Staatsbosbeheer, heet ons van harte welkom. Na de koffie lopen we met z’n tienen richting Polder Jantjesplaat. We zien een prachtige waterpartij met fraaie slikkerige oevers en ondiepe delen, een ideale plek voor vogels. Maar we komen vandaag voor de planten en ook die zijn blij met dit mooie gebied, waar veel bijzondere soorten zich al snel thuis voelen.

Rieviertandzaad

Driekantige bies

Langs de oever vinden o.a. driekantige bies (zeldzaam en kenmerkend voor het zoetwatergetijdengebied) en heen (de variant daarvan van zoete milieus). Op de slibranden staat het zeldzame riviertandzaad en bruin cypergras. Theo is een zeer enthousiaste verteller met heel veel kennis van de aanwezige flora. Hij wijst ons rode- en blauwe waterereprijs, goudknopje, klein vlooienkruid, knikkend- en veerdelig tandzaad, bloeiend slijkgroen, bleekgele droogbloem, moeraskruiskruid en nog veel meer soorten op een relatief klein stukje grond. Verbazingwekkend.

Kleine pimpernel

Vervolgens lopen we langs kleine pimpernel (die was hier nog niet bekend!) en heelblaadjes weer naar onze startplek, om richting Werkendam te rijden. Bij de splitsing Galeiweg/Kroonweg vinden we in de linker berm het zeldzame rivierkruiskruid. Achter de berm staan de bomen tot de oksels in het water, het ziet er sprookjesachtig mooi uit.

Iets verderop lopen we door het smalle stukje land vol geelkleurige bloemen tussen de Kroonweg en het water Kooigat. Waar het zeldzame rijstgras groeit en we tandzaad nummer 4 van vandaag vinden: zwart tandzaad. Stekelige hanenpoot en Europese hanenpoot

Hanepoot

staan gezellig bij elkaar, waardoor we goed de verschillen kunnen bestuderen.

Dan beginnen de magen te knorren. Theo wil ons nog een mooi plekje laten zien, maar helaas is dit stuk afgesloten en dat is vast niet zonder reden. We ploffen ergens neer en genieten van onze boterhammetjes en de overvliegende buizerd en slechtvalk.

Genoeg uitgerust, stappen we weer in de auto. We rijden dit keer maar een piepklein stukje omdat er Aziatische waterbuffels te bewonderen zijn. Wat zien ze er stoer en indrukwekkend uit. Ze zijn echter heel zachtaardig en met hun grote bruine ogen kijken ze je vriendelijk en nieuwsgierig aan. Ze houden het groen mooi kort.

Theo vertelt, dat de waterbuffels de afgelopen warme zomer hun naam eer aan deden. Ze stonden heel wat uurtjes heerlijk tot hun kop in het water.

We rijden terug naar de Bandijk , waar Theo nog “ en passant” een koereiger in de bomen spot. Wanneer we uitstappen om afscheid te nemen van Theo, zien we een zeearend vliegen. Wat ’n cadeautjes.

We bedanken Theo hartelijk voor zijn enthousiaste rondleiding en voor het laten zien van de vele bijzondere planten. Theo Muusse is diegene geweest die in augustus 2017 het klein slijkgras, waarvan men dacht dat het in Nederland uitgestorven was, weer ontdekte in de buurt van het Hellegatsplein. De groeiplaatsen liggen in een gebied dat begraasd wordt door Heck-runderen. Door hun onberekenbare gedrag zijn deze dieren niet geheel ongevaarlijk. Het gebied is daarom niet vrij toegankelijk.

We gaan verder en bezoeken een smalle strekdam in de Nieuwe Merwede.

Wilde bertram

Hondsroos

Deze is dicht begroeid, zodat het oppassen geblazen is om niet onderuit te glijden. Hier vinden we o.a. wilde bertram en een mooie hondsroos. Op de dijk speuren we nog wat rond alvorens we verder rijden. Bij de Bandijk stoppen we op het parkeerplekje t.o.v. het gebied De Wassende Maan. Over het prikkeldraad het gebiedje in op zoek naar iets bijzonders, want Niels speurt in het rond. Er groeit hier aardig wat kamgras en we vinden er ook kattendoorn.  Aan de rand, in het water vinden we uiteindelijk het zeldzame groot nimfkruid, met groenige bloemen in de bladoksels. Heel apart plantje.

Groot nimfkruid

We rijden nog even terug naar de plek waar we deze ochtend gestart zijn en wandelen een rondje door polder Jantjesplaat. Niels riskeert nog een duik in het water om het aarvederkruid en ook hier het groot nimfkruid te vinden. We hebben vandaag 208 soorten planten gezien, waaronder verschillende zeldzame soorten en hebben genoten van het prachtige gebied. En dan te bedenken dat we slechts een fractie van het gebied hebben gezien. We moeten zeker nog een keer terugkomen om op zoek te gaan naar de Spindotter en wie weet een bever te ontmoeten.

We sluiten traditioneel af met een bezoek aan een eetgelegenheid. Met veel geduld hebben we moeten wachten op het vullen van onze magen, maar gelukkig zijn plantenliefhebbers geduldige mensen.

Verslag: Ellen van Knippenberg

Foto’s: Gonny Sleurink en Heleen Strikkers

Waterpostelein

Waterpostelein

Vlooienkruid

Rijstgras

Oranje springzaad

Oeverbies

Kattenstaart

Hop

Hertsmunt

Heelblaadje

Goudzuring

Plantenwerkgroep: excursie Ewijkse plaat 14-07-2018

Vandaag brengen wij een bezoek aan de Ewijkse Plaat in de uiterwaarden van de Waal ten westen van Nijmegen.

Anderhalf eeuw geleden was de Plaat van Ewijk een eiland midden in de rivier de Waal. In de loop der jaren kwam de hoofdstroom van de rivier aan de noordkant van het eiland te liggen en groeide de waterstroom aan de zuidkant langzaam dicht tot een strang.

Bij hoog water bracht en brengt de Waal nog steeds grote hoeveelheden kalkrijk zand op de Plaat. Hier vormde zich hoge zandruggen, waardoor er geen water meer in het erachter gelegen gebied kon komen. In het kader van natuurontwikkeling heeft men 2 nevengeulen gegraven om het gebied natter te houden. Bij overstromingen blijft leem liggen en water staan, waardoor er nu een grote verscheidenheid aan planten groeit.

Het gebied wordt beheerd door natuurorganisatie Ark Natuurontwikkeling. Deze houdt zich bezig met diverse natuurontwikkelingen waarbij men samenwerkt met instanties als Staatsbosbeheer e.a. De organisatie heeft een erg leuke website www.ark.eu . De hierin genoemde dwaalfilms zijn de moeite van het bekijken waard. (www.dwaalfilm.eu ) De films laten je langs de Waal, Maas en meerdere Hollandse wateren wandelen vanuit je luie stoel.

Voor het bekijken van de planten zal men toch op pad moeten en dat mogen we vandaag doen onder begeleiding van Twan Teunissen van Ark Natuurontwikkeling. Twan kent dit gebied als zijn broekzak.

Het gebied is overigens vrij toegankelijk en men kan er naar hartenlust struinen, ook buiten de paden.

Na koffie met gebak in Beuningen rijden we over de dijk, met rechts een prachtig gebied dat geel ziet van de Zwarte Mosterd en met waterpartijen vol bloeiende Watergentiaan, naar de Tacitusbrug.

Na de auto in de schaduw te hebben geparkeerd lopen we de dijk af richting de nevengeul. Aan de drooggevallen oever groeit o.a. Bruin cypergras, een zeldzame plant, die hier echter massaal aanwezig is, samen met Klein vlooienkruid, Slijkgroen, Naaldwaterbies, Liggende ganzerik en een zeldzame exoot de Gele maskerbloem.

Richting de rivier vinden we, naast allerlei riviersoorten, Heksenmelk, Oostenrijkse Kers, Druifkruid en de bijzondere steppesoort: Zandweegbree.

Zandweegbree, foto: Gonny Sleurink

Zandweegbree, foto: Gonny Sleurink

Deze komt hier in grote hoeveelheden voor. Ik kan me voorstellen dat hij zich hier echt thuis voelt op deze prachtige, brede zandstranden, evenals de Pijpbloem, welke hier 20 jaar geleden al stond en nu op steeds meer plekken opduikt.

Strekken we onze ledematen, dan zien we Vederesdoorn, Okkernoot en een Walnotenboom.

Vederesdoorn, foto: Heleen Strikkers

Twan laat ons prachtig Groot warkruid in bloei zien. Onder de loep zijn de kleine bloemen ware kunstwerkjes. We lopen richting de oever van de nevengeul door een levensgroot boeket vol paarse Kattenstaart, wit/geel van de Kamille en donkergeel van de wederik.

Ook aan deze oever veel Bruin Cypergras en het zeer zeldzame Schijngenadekruid (Lindernia) wow!

Schijngenadekruid, foto: Heleen Strikkers

Twan moet helaas afscheid nemen, want Max de hond is nu aan de beurt. Twan wijst ons nog de plekken waar Bilzekruid en Rivierkruiskruid te vinden zijn. Deze laatste is wel een bekende van ons, want bij Kampen komt deze soort veel voor.

We lunchen op het strandje onder de wilgen met een mooi uitzicht over de druk bevaren Waal. De naast ons groeiende Dauwbraam maakt lange uitlopers over het strand alsof ze water uit de rivier wil halen.

Na onze boterhammen, die altijd veel beter smaken in de buitenlucht, lopen we weer de zandrug op, Hier is geen echt pad, maar Niels weet; “Waar een wil is, is een weg(getje)”.

Hier staat o.a. Zeepkruid, waar men vroeger de was mee schoon kreeg. En het

Zeepkruid, foto: Gonny Sleurink

zou een effectief middel zijn tegen huidziekten. Het rivierduin staat vol Kruisdistel (grijsblauw) en Boerenwormkruid (hardgeel) en Bitterkruid. Weer een prachtige kleurencombinatie.

Een koele plek aan de Waal

Rond 15.00 uur zoeken we een koele plek op onder een groepje bomen op het strand. Niet alleen door hun schaduw, maar ook door verdamping via de bladeren, waarvoor warmte uit de omgeving wordt onttrokken, hebben de bomen een behoorlijk koelvermogen, waar we nu dankbaar gebruik van maken, want het is erg warm vandaag.

Gonny en Heleen blijven genieten van de luwte onder de bomen en de rest kuiert na enige tijd verder in de hitte.

We vinden ’n amarant, doch welke? “Grootste breedte boven het midden”, dat determineren is werkelijk een goede oefening in begrijpend lezen.  Het is een Nerfamarant.

We komen de nachtschadesoort Solanum carolinense tegen, welke maar op enkele plekken in Nederland groeit. Ik hoop dat deze het volhoudt, want hij ziet er, behalve stekelig, ook erg dorstig uit. Het vinden van bijzondere planten kan hier trouwens erg frustrerend zijn.

Hoera, bijzondere plant! Waarop vervolgens de rivier er weer een berg zand overheen gooit en weg plant.

Nog een Nachtschade, nu één met groene bessen: Glansbesnachtschade. Vroeger dacht men dat de plant nachtmerries verdreef. Over het gebruik kan ik niets vinden. Onder je kussen leggen of er thee van maken??

We struinen door de uiterwaarden en komen in een deel van een nevengeul, welke door de aanhoudende droogte van deze zomer helemaal is drooggevallen. We lopen over de gebarsten bodem tussen de Zwanenbloemen en het Watertorkruid, welke met de wortels ver boven de grond staat. Bizar mooi mangrovebos.

De wandeling is heel afwisselend met zandstrand, droge zandruggen, groepjes bomen en vennetjes met Zwanenbloemen en in een greppeltje de Greppelrus (die weet zijn plaats) en Rijstgras, wat voor ons een hele leuke vondst is, evenals een duidelijk door een bever omver geknaagd boomstammetje.

We volgen een Klompenpad met aardig wat exemplaren zeldzame Peperkers. Dan loopt het pad in de voor ons verkeerde richting. Maar waar een wil is, is een weg. Dapper begeven we ons in een rimboe van okselhoge Brandnetels, Guldenroede en vervolgens Kruisdistels, heel veel Kruisdistels. Je benen worden lek geprikt en de zon schijnt onbarmhartig. Wat een kruistocht.

Wel heel veel kruisdistels!

Later lopen we door een jungle van Reuzenbalsemien, deze hoort als exoot voor sommigen hier niet thuis, maar is allervriendelijkst. Aangenamer dan die stekelige Kruisdistels.

Dan komt de Tacitusbrug weer duidelijk in zicht. Er is een einde gekomen aan een struintocht door een verrassend mooi gebied. We hebben 199 soorten planten gezien en vinden nummer 200 op de parkeerplaats.

Klappers waren vandaag toch wel de Zandweegbree, Schijngenadekruid (Lindernia) Bruin cypergras, de nachtschadesoort Solanum carolinense (met opvallende stekels) en Rijstgras (waarvan de bladen sterk aan rietgras doen denken maar zeer ruw aanvoelen)

Met dank aan Twan Teunissen, die ons veel leuke soorten heeft laten zien, die we anders gemist hadden.

 

Tekst: Ellen van Knippenberg

Foto’s: Gonny Sleurink en Heleen Strikkers

Klik op de foto’s om deze te vergroten.

Beklierde duizendknoop, foto: Gonny Sleurink

Blauwe waterereprijs, foto: Gonny Sleurink

Boerenwormkruid, foto: Gonny Sleurink

Bruin cypergras, foto: Gonny Sleurink

Citroenvlinder, foto: Gonny Sleurink

Slijkgroen,
foto: Heleen Strikkers

Esdoorn ganzevoet
foto Heleen Strikkers

Pijpbloem
foto: Heleen Strikkers

Okkernoot,
foto: Heleen Strikkers

Doornappel,
foto: Heleen Strikkers

 

 

Plantenwerkgroep, excursie Tollebeek 4-7-2018

Polder minder saai dan je zou denken!

Op woensdagavond verzamelden we met ons zessen voor een plantenexcursie naar het gebied tussen Tollebeek en Emmeloord. Misschien niet zo’n voor de hand liggend doel, het klinkt niet direct als een bijzonder natuurgebied, maar als je goed om je heen kijkt valt er meestal toch een hoop te ontdekken, zoals ook nu!. De reden dat we voor dit doel kozen was dat we als werkgroep ook bij willen dragen aan het ‘witte – gebieden project’ van FLORON.
Vorig jaar deden we voor het eerst mee met dit project. Het heeft als doel om floragegevens meer gelijkmatig over het land te verzamelen. In de ‘witte’ gebieden zijn vaak minder floristen actief, waardoor er minder waarnemingen gedaan worden. Witte gebieden zijn echter lang niet altijd minder interessant, er wachten vaak leuke verrassingen! Door een wit gebied te bezoeken, kunnen de verspreidingskaartjes van veel plantensoorten een stuk completer worden en kan FLORON beter landelijke trends van soorten bepalen die gebruikt worden voor onder meer de Rode Lijst.

Wij bezochten  ‘atlasblok 175-520’: een blok van 5 x 5 km. Vroeger heette dat een uurhok, omdat je 5 km in een uur loopt. Maar natuurlijk niet 5×5 km en zeker niet als je planten inventariseert.
In het verleden zijn in dit blok ruim 180 verschillende soorten gevonden.

Tollebeek en omgeving is een echt landbouwgebied. Daarnaast vormt het een zogeheten ”onderbemalingsgebied”. Dat wil zeggen dat het op een dermate laag niveau ligt, dat het water via vier gemalen moet worden weggepompt naar de hoger gelegen Urkervaart. Meestal werkt dat goed. Soms niet helemaal: Tollebeek kwam in 1998 in het nieuws door de forse overstromingen als gevolg van aanhoudende hevige regenval. Koningin Beatrix kwam zich hoogstpersoonlijk van de ernstige situatie op de hoogte stellen…

De situatie was nu totaal anders: door de aanhoudende droogte, zoals overal in Nederland, werd ook hier het land flink beregend!

Onderweg in de auto keken we zo eens over de bermen, en dachten: die 180 soorten van  lang geleden gaan we niet evenaren. Beetje saai misschien. Maar dat pakte anders uit.
Niet dat we veel grote bijzonderheden zagen, maar wel veel soorten. In ons eerste rondje zo’n 120. Dat startten we vanaf de Zuidwesterringweg: stuk berm, Henri ging voor ons een drooggevallen slootje in tot dat toch te modderig werd en vervolgens hadden we een pad door een bosje waar een zanglijster onze route begeleidde. Weer terug via andere wegbermen naar de auto. Daarmee hadden we al heel wat verschillende biotopen te pakken. Veel verschillende grassoorten (Zachte dravik, Engels raaigras, Fioringras, Mannagras, IJle dravik, Zachte witbol, Gewoon langbaardgras, Gewoon struisgras), veel bloeiende Pastinaak in de berm, Bosveldkers, Blaartrekkende boterbloem en verschillende soorten Basterdwederik in en langs het drooggevallen slootje, Look zonder look, Maarts viooltje (met in de zomer veel groter blad dan in het voorjaar), veel Schijnaardbei en Donkere ooievaarsbek (overgewaaid uit een boerentuin?). De flora en loep moesten er aan te pas komen om de verschillen tussen Bloedzuring en Kluwenzuring vast te stellen. Het bleef een twijfelgeval.
De eerste ‘serieuze’ was Groot heksenkruid, waarbij de app voor de verspreidingsatlas (‘Nova’) vroeg om een inschatting van het aantal (>50). Veel verschillende melkdistels, met eerst de gekroesde waarvan de bladeren heel mooi stengelomvattend zijn. Ziet er zelfs wel chique uit! Ook verschillende soorten Ganzenvoet waren van de partij. Een sloot die wel water voerde hoefden we zelf niet in: die was al leeggehaald voor de zomerschouw van het Waterschap: Tenger fonteinkruid op de wal.  Mooi geel bloeiende Veldlathyrus en Luzerne in de berm.

Terug bij de auto keken we op de kaart wat voor ander biotoop we nog uit zouden proberen: Aangezien Emmeloord (gedeeltelijk) ook in ons ‘hok’ past, reden we daar naar toe voor een stedelijke omgeving. We parkeerden de auto’s bij het ziekenhuis en liepen langs en over bermen, een stukje langs de Espelervaart en over een mooi ruig landje weer terug.
Tussen de klinkers, o.a. Donkere vetmuur en Perzikkruid. Verder o.a. Veldereprijs en nog zo wat, wat we niet al eerder vonden en dus aanvullingen zijn voor onze netto lijst. De vaart leverde al meer nieuwe soorten voor deze avond op, waarvan de Moerasmelkdistel de mooiste was. Daarnaast o.a. Koninginnekruid, Kattenstaart, Late guldenroede, Witte waterlelie, Gele plomp en Gewone engelwortel. Het meest soortenrijk was een ruig landje met o.a. een aanvulling op onze Ganzenvoet en Melde verzameling en Grove varkenskers. Een echte bijzonderheid was Liggende ganzerik, een soort uit het rivierengebied, die in Flevoland zeer zeldzaam is. Toen kwamen we op een gedeelte van het landje waar we tuininvloeden vermoedden: Doornappel, vaal paarse Papavers, Gele kamille, maar ook meer natuurlijke soorten zoals Witte krodde.

We kwamen uit bij een vestiging van de middelbare tuinbouwschool, die meewerkt aan een project om meer vaste planten in bermen te plaatsen. In hun proefvakken zagen we de Doornappel en Papavers weer terug, dus wellicht dat ze wat overtollige grond in de buurt hebben gestort?

Dit tweede rondje leverde ca 135 soorten op, met natuurlijk de nodige dubbeltelingen met het eerste rondje. Totaal hebben we die 180 soorten uit het verleden dus vast wel gehaald! Terwijl we maar een heel klein gedeelte van het hok echt bezocht hebben. Oké, we hebben wel de grootste extremen uit het hok te pakken gehad.

Toos Lodder

 

Plantenwerkgroep, excursie Zalkerwaard 27 juni 2018

 

 

 

 

 

Veel, gedeeltelijk geïntroduceerde, bijzonderheden in de nieuwe Zalkerwaard!

Onze excursie naar de Zalkerwaard op een, al weer prachtige avond, had dit keer een bijzonder karakter door de samenwerking met de KNNV Zwolle. Daardoor waren we met een kleine 20 mensen!
KNNV Zwolle heeft op zich genomen het gebied voor SBB een aantal keer te inventariseren.  Zij waren er een paar weken eerder ook geweest. Dat gaf een bijzondere dynamiek aan deze excursie, waarbij de afdeling Zwolle doelgericht doorstapte naar de hoek van de Zalkerwaard waar ze de vorige keer nog niet aan toegekomen waren, terwijl de Natuurvereniging IJsseldelta, zoals gebruikelijk, startte bij de entree van het gebied. Waar trouwens direct al veel moois te zien viel.
En, oh ja,  dan was er ook nog een heel andere groep bezoekers met hun eigen leefwereld: jongeren die genoten van een prachtig zandstrandje dat zich aan de binnenbocht van de IJssel had gevormd.

Hoe zat het ook al weer?
Als compensatie voor de schade aan de natuur die het gevolg is van de verdieping van de IJssel tussen de Molenbrug en de Eilandbrug zijn recent allerlei maatregelen uitgevoerd rondom het Zalkerbos . Het areaal bos is uitgebreid met  ca. 3 ha.  In negen vakken is nieuw bos aangeplant. Bij de uitbreiding is de structuur van het bos gehandhaafd, met percelen in oost-west richting die de hoogtelijnen volgen.
Nieuw toegankelijk gemaakt via een laarzenpad is een stuk uiterwaard tussen het bos en de rivier. Dit gebied is verlaagd om doorstroming van water bij hoge waterstanden te verbeteren. Het moet een drassig open gebied worden, waar weidevogels kunnen foerageren.
Ten oosten van de Veerweg is een flink perceel ingericht t.b.v. de ontwikkeling van stroomdalgrasland. De bemeste bovenlaag is daar secuur geschraapt, met behoud van het oorspronkelijke reliëf. Reliëfvolgend afgraven, met een mooie term. Door oude afzettingen van de rivier zijn zandruggen ontstaan met allerlei laagtes en hoogtes. Door het afschrapen van die bovenlaag ontstaat een waard, die in potentie vergelijkbaar is met de Vreugderijkerwaard aan de andere kant van de rivier. Dit door Vereniging Natuurmonumenten beheerde gebied omvat één van de best ontwikkelde stroomdalgraslanden in Nederland.
Deze ‘nieuwe’ Zalkerwaard was het doel van onze excursie. We konden er ons hart ophalen tot de zon onder was en een volle maan aan de andere zijde van de hemel verscheen.

SBB heeft maaisel van Cortenoever (aan de IJssel tegenover Zutphen) uitgespreid over de Zalkerwaard. Waarom dat geen maaisel is van de Vreugdenrijkerwaard weten we niet: misschien puur praktisch omdat de Vreugdenrijkerwaard in beheer is bij Natuurmonumenten en Cortenoever en Zalkerwaard bij SBB. Gevolg is dat onder de best vele bijzonderheden die we aantroffen, ook akkeronkruiden zaten, die het op den duur in dit gebied, dat geen akkerbeheer heeft, misschien niet gaan redden.

Een greep uit die bijzonderheden: Wilde averuit: op een aantal plaatsen te vinden en echt passend bij dit gebied. Ook vrij veel aanwezig was het Rapunzelklokje, een Campanula die met zijn helder blauwe klokjes mooi combineerde met het royaal bloeiende Jacobskruiskruid, op meerdere plaatsen bewoond door rupsen van de Jacobsvlinder. Andere echte bewoners van dit gebied: veel Sikkelklaver, Kruisdistel en Geoorde zuring. Echte zeldzaamheden waren Groot spiegelklokje, Duits vitkruid en Steenanjer. Langs de zandige buitenste zandruggen o.a. veel Muurpeper , iets minder Zachte muur en nog minder Tripmadam. Ook bijzonder was een vrij grote groeiplaats van Grote tijm, op een meer naar binnen gelegen helling van een zandrug. We dachten dat die wel een kans maakt om te blijven. Verder zagen we o.a. nog uitgebloeide Morgenster, Knolboterbloem, Kantig hertshooi, Bolderik, Duizendguldenkruid, Hazepootje, Duifkruid, Poelruit en Stekelnoot. Met de meer algemene soorten kwamen we op een aantal van zo’n 170 soorten in ongeveer 2,5 uur op zo’n 3 ha. Geen sprake van dat we ook nog aan het bos toe zouden komen…..

Naast al die planten ook visdiefjes, zwarte sterns, een gele kwikstaart, en een klein groepje van ons stond op een gegevenmoment pal naast een jong haasje, dat zich voor dood op de grond gedrukt hield. Toen we dat in de gaten kregen zijn we maar snel doorgelopen.

Een excursiedoel wat we er voorlopig maar jaarlijks in moeten houden!

groot spiegelklokje determineren

Tekst en foto’s: Toos Lodder

 

Plantenwerkgroep, excursie Silberberg, Duitsland 26-5-2018

Met een prachtige dag in het vooruitzicht trokken we op zaterdag 26 mei om 7:30 vanaf het Meeuwenplein met 7 enthousiastelingen naar de Silberberg, een uitloper van het Teutoburgerwald, ten zuidwesten van Osnabrück (bij Hasbergen en Natrup-Hagen). Aansluitend bezochten we ook de (gedeeltelijk oude) kalkgroeve bij het iets zuidelijker gelegen Lengerich.

Op de Silberberg is naast beukenbos met een rijke ondergroei ook een zeer oud graslandreservaat te vinden. Er groeien diverse soorten orchideeën en heel veel andere bijzondere plantensoorten. Wil je die soorten in Nederland vinden dan zal je naar Zuid-Limburg moeten gaan en sommige van de soorten komen zelfs helemaal niet in Nederland voor.

In Hasbergen werd in de 19e eeuw zilver gedolven en al was de zilverkoorts maar van korte duur, zowel de Silbersee als de Silberberg herinnert aan die periode. Behalve zilver komen er ook andere metalen voor, waarbij er nu nog sporen van zink in de grond liggen die kans bieden aan een zink tolerante vegetatie.

Voor dit verslag liet ik me inspireren door een reeks in de NRC van Merel Thie en Wendy Panders (‘Vaste gasten’). Welke belangstellingen kom je zoal tegen in de plantenwerkgroep en hoe kwamen die zoal in de Silberberg aan hun trekken?

De levensgenieter 

De excursies van de plantenwerkgroep hebben gewoonlijk een relaxed karakter: start met koffie en gebak en voor de dagexcursies: afsluiting met een gezamenlijk etentje op de terugweg. Onze excursie naar de Silberberg deed daar niet voor onder. Weliswaar moesten we even zoeken voor we een geopende Konditorei vonden, maar toen kon iedereen zijn hart ophalen aan Kaffee mit Kuchen. De lunchboterhammen aten we aan de rand van een fantastisch orchideeënveldje, wat de fanatiekelingen weinig rust voor die boterhammen gaf: zij deden alvast de voor-inventarisatie. Op de terugweg reden we via het prachtige oude Tecklenburg, waar we in de binnenstad op een terrasje aan de schnitzels (of gebakken camembert) gingen.

Mooi weer is geen garantie bij excursies, sommigen hebben herinneringen aan hevige regenval, maar vandaag was het genot voor de levensgenieter compleet: een stralende dag, aan de warme kant zelfs, maar omdat we veel in het bos zaten, was het alleszins aangenaam.

De specialist

Niels is natuurlijk onze echte specialist. En dan in allerlei planten families met lastige soorten als grassen, zegges en orchideeën. De Silberberg leent zich uitstekend voor de orchideeën-specialist. Nog voor we het om zijn orchideeën beroemde kalkgraslandje hadden gevonden, waren we al het Bleke bosvogeltje en het Vogelnestje tegen gekomen. Bij dat graslandje, waar meer Nederlanders, gewapend met grote fotocamera’s op hun knieën rondkropen, konden we ons bekwamen in het onderscheid tussen het Witte en Bleke bosvogeltje, maar vonden we ook de Bergnachtorchis, de Bosorchis, de Grote keverorchis en de Vliegenorchis. Onze laatste locatie bij een steengroeve bij Lengerich leverde behalve opnieuw Bleke bosvogeltjes en Bergnachtorchis nog de Welriekende nachtorchis op, die nog ontbrak op onze lijst.

De optimistische leerling

Voor sommige deelnemers is een excursie met de plantenwerkgroep een regelmatig terugkerend feest, voor anderen de eerste kennismaking. Aan de ene kant lijkt dat planten op naam brengen heel specialistisch vakwerk, aan de andere kant is voorkennis bij zo’n excursie niet vereist; wel zin en geduld om bij alles stil te staan. Op zo’n dag leggen we vaak niet meer af dan een km of 2-4. En weet je na 10 excursies nog steeds, of opnieuw niet het onderscheid tussen Biggenkruid en Leeuwentand: geen probleem, Niels legt het met alle liefde en geduld nog eens uit met oog voor details waaraan je de planten kunt herkennen. Omdat alle planten genoteerd worden, krijgen de bekende soorten evenveel aandacht als de minder bekende, zodat elke excursie ook een gelegenheid is om te oefenen en te repeteren. In mijn aantekeningen staat dan ook weer regelmatig waarin de Bermzuring zich onderscheidt van de Ridderzuring en de Krulzuring, of hoe het ook al weer zat met al die gele composieten.

De soortenjager

Tja, we zeggen wel van onszelf dat we niet zulke soortenjagers zijn als sommige vogelaars, maar of dat echt waar is? Uiteindelijk sluiten we elke excursie af met een eindstand, die meestal indrukwekkend is. Natuurlijk verschilt dat wel wat per gebied, arme grond levert vaak een minder grote soortenrijkdom op, en veel verschillende biotopen bij elkaar in de buurt levert juist veel op. Het mooie van zo’n gebied als de Silberberg is, dat je er ook soorten vindt die in Nederland bijna nergens meer voor komen. Enkele van dergelijke pareltjes die ik noteerde waren (behalve de orchideeën) Ruig klokje, Heelkruid, Schaduwkruiskruid, Eénbloemig parelgras en Knikkend parelgras, Bevertjes, Zinkveldmuur en Zinkviooltje, Wolfskers en Rode kamperfoelie.
De teller van deze dag eindigde op 311 waarnemingen van 258 soorten. Commentaar: “lang niet slecht”.
Tja, en om op zo’n stand uit te komen kun je natuurlijk niet om 17.00 uur denken: tijd voor een terrasje; zo relaxed zijn we nu ook weer niet. Toch nog even de auto in naar een volgend gebiedje, omdat we toch in de buurt zijn en daar ook nog van alles bijzonders moet staan.

De natuurverwonderaar

…alles wat groeit en bloeit en altijd weer boeit… was de slotzin van de radiopraatjes die Dr. Fop I. Brouwer in de jaren 50 hield en nog veel eerder was het schrijver en onderwijzer Jac. P. Thijsse die Nederlanders liefde voor de natuur bijbracht. Hij leerde via zijn boeken en Verkade-albums hele generaties Nederlanders dat natuur iets is om zuinig op te zijn. Velen van ons hebben misschien nog wel zo’n Verkade album in de kast staan.

De natuurverwonderaar geniet niet alleen van al die prachtige structuren in planten, die je zo goed met een loep kunt zien, maar ook van alle andere dingen die in de natuur te vinden zijn. Bij een excursie van de plantenwerkgroep zijn het steevast niet alleen planten die aandacht krijgen, maar rupsen, vlinders, insecten, vogels en vogelgeluiden, spinnen tot zelfs de levensloze natuur (mooie stenen!), kunnen op een opmerkzame blik (of een paar oren) rekenen.

Mijn aantekeningen van de Silberberg zijn op dat punt dit keer uiterst beperkt. Ik heb alleen de Fluiter genoteerd (die ik vlak daarvoor ook tussen Gramsbergen en Ommen hoorde en toen in mijn geheugen groef: was dat niet een Fluiter?) en een gal op een Hondsdraf. Het aardige is dat je die gallen, als je weet waar ze op zitten, via internet vaak heel snel weer terug kunt vinden. In dit geval kom ik op: gal op Hondsdraf (Glechoma hederacea) veroorzaakt door de galwesp Liposthenes glechomae (Linnaeus, 1758) (ook wel Liposthenes latreillei).

Natuurlijk zijn er nog meer variëteiten plantenliefhebbers en vele tussensoorten. Ik stip alleen nog even de humorist aan: zo staat in mijn appgroep dat de andere auto op de terugweg last had van Automobilius trammelanticus. Maar ondanks dat zijn we allemaal veilig teruggekeerd van een fantastische excursie!

Tekst en tekeningen: Toos Lodder

Plantenwerkgroep, excursie Erf 1, Mandjeswaard 30-05-2018

Zoals elke ochtend ontbijt ik ook vandaag met een bakje yoghurt plus wat extra ingrediënten. Vanavond gaan we met onze plantenwerkgroep naar de Mandjeswaard en ga ik ontdekken waarom mijn yoghurt zo naar echte ouderwetse yoghurt smaakt.

We rijden om 19.00 uur richting Mandjeswaard, gaan linksaf de ophaalbrug over en bij de eerste weg links rijden we het oudste erf van Kampereiland op: ERF 1 van de familie Bruins.

“ERF 1 sinds 1432” vermeldt het etiket op de yoghurtfles.

Harry Bruins staat ons al op te wachten en vertelt dat de boerderij al sinds eeuwen in het bezit is van de familie. Het huidige biologische melkveebedrijf ligt op een terp in een prachtig weidevogelgebied.

Als biologisch bedrijf worden er geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikt. Door extensief beheer wordt er rekening gehouden met het milieu (o.a. minder broeikasgassen) en de dieren (geen antibiotica, groeibevorderaars of medicinale stoffen enz.). Dit beheer gaat gepaard met behoorlijk wat wetten en regels. Goed graslandbeheer is nog niet zo eenvoudig en vraagt vakmanschap van de melkveehouder.

Kruidenrijk grasland trekt vlinders en insecten aan, deze zijn weer voedsel voor de weidevogels. Het gras levert hoogwaardig voer vol vitaminen en mineralen voor de melkdames. Met maaien dient er rekening te worden gehouden met de weidevogels en het maaisel moet worden afgevoerd.

Extensief beheer met kruidenrijk grasland betekent echter een sterke daling van inkomsten van melk, die gecompenseerd moet worden door bijv. een hogere melkprijs. Helaas is de vraag naar deze melk met meerwaarde vooralsnog beperkt. Bij ERF1 vinden daarom ook nevenactiviteiten plaats zoals een boerderijwinkel, zelfgemaakte kaas, vanillevla naar eigen recept (zie website www.erf1.nl).

Vanavond gaan we kijken hoe kruidenrijk het grasland is. Zoals we van onze Niels “Heukels” gewend zijn, begint het inventariseren meteen op de parkeerplaats: hopklaver, vijfvingerkruid, straatgras….

Brede weegbree, getande weegbree en smalle weegbree. Harry ziet het liefst heel veel weegbree op zijn graslanden. “Weegbree is zo voedzaam. Als je in Wikipedia leest hoe voedzaam deze weegbree is dan ga je het spontaan eten” aldus Harry.

We lopen het gebied in en op het dijkje langs de zijtak van het Ganzendiep, de Goot, vinden we o.a. gewone hoornbloem, veldzuring en heel veel veldlathyrus. Het moet een prachtig gezicht zijn als dit allemaal in bloei staat.

Aan de voorkant van het huis staat een dik pak gras vol diverse kruiden. Het ruikt er heerlijk en je zou spontaan hier op je rug gaan liggen om te kijken wat je in de wolken ziet.

We lopen van de terp naar beneden een drassiger gedeelte in met rechts een sloot. De koeien kijken vanuit de open stal (met veel daglicht en ventilatie) nieuwsgierig naar ons gezelschap. Vanuit de boerderij is het uitzicht schitterend over de weiden en het Ganzendiep. En elke dag anders; een levend schilderij.

In het drassiger gedeelte mannagras, veel waterbies, heel veel ruige zegge. Toos vindt een koolachtig plantje. Leuke vondst: Waterkruiskruid.

Langs de sloot barst het van de azuurjuffers en lantaarntjes. En holpijp, moeraswalstro, scherpe zegge, moeraswederik, oeverzegge, slanke waterkers, beemdlangbloem, vogelwikke, blaartrekkende boterbloem.

We komen bij een hekwerk en sloot.  In de sloot een grote bak met een vlotter die het water op peil houdt. Er hangt een groot slot aan, zodat niet iedereen naar eigen inzicht het waterpeil kan wijzigen. Dat gebeurde in het verleden schijnbaar wel.

We klimmen over het hek en lopen verder langs de sloot en het Ganzendiep. We lopen op het land van de buurman maar dat maakt geen verschil, want ook deze buurman is een biologische boer.

Langs het water smalle lisdodde, valse voszegge, penningkruid, amandelwilg, harig wilgenroosje en nog meer uiteraard. Er ligt een interessante keutel, welke na grondige inspectie een haarbal van een uil blijkt te zijn. Ook vinden we een plek met veel schelpen, waarschijnlijk van een otter.

We lopen langzaam langs de slootkant weer richting boerderij, Veel prachtig gekleurde rupsen van de rietvink tussen het riet.  En een leuke vondst: Kamgras.

We blijven zoeken naar bevertjes. Helaas niet gezien. Wel een fraaie kruisdistel op een hoger gelegen gedeelte (droge grasland soort). In totaal vinden we 127 soorten en dat is lang niet slecht.

Rond 10 uur zijn we terug bij de boerderij en worden we uitgenodigd om nog even wat te drinken. En wat kun je beter op een zuivelhoeve drinken dan verse zuivel. Kefir en karnemelk worden door eenieder zeer gewaardeerd. Als toetje dit keer geen echte ERF 1 vanillevla, welke ook een aanrader is, maar een kijkje in het oude herbarium uit 1980 van Harry Bruins. Met hierin alsnog bevertjes en kalmoes, keurig bewaard voor het nageslacht. Wat bijzonder dat dit herbarium zo mooi bewaard is gebleven.

We mogen ook nog even een kijkje nemen in de kelder van de oorspronkelijke, nu afgebroken, oude boerderij. De ver uitgesleten stenen traptreden leiden naar een grote koele ruimte waar de terpkazen netjes in het gelid liggen te rijpen. Wat een sfeervolle plek.

De bijzondere soorten van deze avond zijn met name de zeggen, zoals gewone bermzegge (zo zie je maar weer dat gewoon ook bijzonder is) tweerijige zegge en waterkruiskruid. Het is een opvallend soortenrijk grasland, veel rijker dan een traditioneel beheerd grasland.

Conclusie: het is de passie en de weegbree, die ik elke ochtend in mijn yoghurt proef!

Met dank aan de familie Bruins voor deze bijzondere excursie.

Tekst: Ellen van Knippenberg

Foto’s: Heleen Strikkers-Sollie

Plantenwerkgroep: excursie Staverden en Hierden zaterdag 16 juni 2018

De excursie ging vandaag naar de Veluwe. Eerst naar het landgoed Staverden en daarna naar een gebied aan de monding van de Hierdense beek. Twee verschillende terreinen met zowel droge als natte biotopen. Het beloofde een afwisselende dag te worden. Het weer was aangenaam: 22 graden, droog en weinig zon.

De traditionele ‘we-zijn-aan-koffie-toe-start’ kreeg gestalte bij het, aan het Uddelermeer gelegen, restaurant annex theehuis ‘Uddelermeer’. Alwaar wij aan een veel te hoge tafel plaatsnamen. Daardoor bekroop mij het aloude ‘we zijn op schoolreisje’ gevoel. Bij de koffie kregen we zowaar nostalgische suikerzakjes geserveerd, waarop Gonny bekende nog een suikerzakjesverzameling te bezitten. Dus wie dubbele heeft . . . .!?

We vergrepen ons weldra aan de overheerlijke ‘uddelermeertjes’

die bleken verstopt onder een barok aandoende, cq. fluks geboetseerde kwak slagroom. Toen we het ‘uddelermeertje’ daaronder ten slotte hadden bereikt, bleek dit een niet te versmaden soort appelgebakje te zijn.

Het landgoed Staverden is gelegen tussen Ermelo en Elspeet te midden van een prachtige bosrijke omgeving. Het landhuis met koetshuis ligt in een fraai aangelegd park.    

Op het landgoed lopen witte pauwen rond. Deze worden hier al sinds 1400 gehouden. De mooie witte veren werden eertijds geoogst voor, en geleverd aan, de hertog van Gelre, die ze vervolgens op zijn helm stak. De traditie heeft een vervolg gekregen. Nog steeds worden de pauwenveren jaarlijks aangeboden, nu aan de commissaris van de koning in Gelderland.

We startten onze zoektocht op de parkeerplaats bij het landhuis. Hier vonden we kattenstaart, adelaarsvaren, moerasrolklaver en speerdistel. Wandelend langs de slotgracht van het landhuis zagen we wijfjesvarens. Even verder onder de beuken noteerden we het zeldzame fraai hertshoorn en muurhavikskruid. Op een greppelwand groeide dubbelloof,           

een varen, die in het bekengebied van de Veluwe regelmatig te zien is, maar inmiddels wel op de rode lijst prijkt. Aan de waterkant groeide veel grote wederik en moeraswalstro. Verderop vonden we hengel en zowaar ook de zeldzame boswederik. Vervolgens betraden we een nat en lager gelegen grasland langs de Hierdense beek. Het terrein was vochtig vanwege het afstromende water,       

dat vanaf hoger gelegen gronden hierlangs zijn weg naar de Hierdense beek vindt. Planten die we hier aantroffen: gevlekte orchis, blauwe zegge en veldrus. Het grasland was wat moeilijk te begaan vanwege de uitbundige groei van allerlei grassen, zeggen en russen. Het verlaten van het terrein verliep nog moeizamer. Het werd omringd door een met water gevulde diepe greppel geflankeerd door bramenstruiken en grote brandnetels. Deze hindernissen moesten met de nodige tact en geduld worden genomen. Uiteindelijk bleek dat we geen verliezen hadden geleden.

Verderop in het bos gebruikten we, gezeten op een boompaal, de lunch.     

Vlak ernaast ontwaardden we een houten gebouw dat om ons onduidelijke redenen, want te midden van een prachtig en stil bos, de naam Ontspanningszaal droeg. Speurwerk van Gonny wees uit dat het gebouw oorspronkelijk dienstdeed als opvang van gevluchte Belgische militairen ten tijde van WO 1. Later werd het gebruikt als recreatiezaal voor de bewoners van het landgoed Staverden, vandaar de naam. Het is nu zelfs een rijksmonument. Weer wat geleerd!

Hier vandaan ging het via de tuin van het landgoed terug naar de parkeerplaats, teneinde af te reizen naar het tweede te bezoeken gebied: de Veluwemeerkust. Na een halfuurtje rijden, bereikten we dit gebied tussen Hulshorst en het Veluwemeer, waar de Hierdense beek in uitmondt. Natuurmonumenten heeft hier de laatste tijd      

een aantal graslanden aangekocht, die zijn afgeplagd en op een extensieve manier worden beheerd. Een gemaaid wandelpad voerde ons langs enkele houtstruwelen en weilanden met egelboterbloem, gevleugeld hertshooi en knopig helmkruid. In een nat weiland vonden we veel moois als moeraskartelblad, ronde zonnedauw en diverse soorten zeggen.  

Tevens zagen we hier op het oog drie soorten orchideeën. Alle drie Dactylorhiza soorten die tot de nodige verwarring leidden. Maar de Flora van Niels, en vooral hijzelf, gaven ten slotte uitsluitsel. Het waren gevlekte orchis, rietorchis en gevlekte rietorchis. De laatste is eigenlijk een vorm van de rietorchis met gevlekte bladen waarbij de vlekken ringvormig zijn.

 

 

Makkelijker te determineren bleek de vierde orchissoort, die Annie even later vond. Nadat de plant door een ieder was bestoven, herstel besnoven, was het wel duidelijk: de welriekende nachtorchis!

Aan het eind van de middag stuitten we op, het hier vermoedelijke ‘heilige der heiligen’ gebied, een ‘verboden toegang’ terrein grenzend aan het Veluwemeer. Hier beëindigden we onze Veluwe-safari van vandaag.

We kunnen terugkijken op een mooie, interessante en gezellige dag, die ons door twee fraaie, totaal verschillende, maar toch beide langs de Hierdense beek gelegen, landschappen voerde.

Deelnemers: Annie Timmerman, Gonny Sleurink, Toos Lodder, Niels Jeurink, Henk Snel en Cor Nagelmaeker.

Verslag en foto’s Niels Jeurink en Cor Nagelmaeker

Foto’s collage: Gonny Sleurink

Ronde Zonnedauw

Ronde zonnedauw

Ratelaar

Hengel

Fraai hertshooi

Wijfjesvaren

rietorchis

Rietorchis

Gevlekte orchis

 

Dikkopje

Bruine kikker

Braam

Adelaarsvaren

 

 

Plantenwerkgroep: excursie Scherenwelle 22 april 2018

Vanochtend bezochten we met 4 deelnemers één van de mooiste gebieden van de gemeente Kampen, Scherenwelle. Het weer  trakteerde ons op een zomerse dag, heel bijzonder voor de tijd van het jaar.

Deze uiterwaard langs de IJssel is de enige waar de wilde kievitsbloem te vinden is. De derde week van april is voor deze bijzonderheid het hoogtepunt van de bloeitijd. De plant komt er gelukkig in grote aantallen voor, een heel bijzonder gezicht. Hopelijk blijft dat zo en kan de populatie nog uitbreiden. De laatste jaren zijn enkele percelen afgeplagd om uitbreiding van de populatie mogelijk te maken. Hopelijk blijven de verdrogende gevolgen van de zomerbedverlaging in de IJssel (die werd 1 meter dieper gemaakt tussen de Eilandbrug en de Molenbrug) achterwege. De kievitsbloemen staan er samen met (heel) veel pinksterbloemen en grote vossenstaart.

Behalve kievitsbloemen is er natuurlijk nog veel meer te zien in Scherenwelle, en niet alleen planten. Direct al bij de start ontdekt Ellen een blauwborst in het rietland rechts bij de ingang. Ook de rietzanger laat zich veelvuldig zien en horen. Een mooi begin van de excursie!

Maar we komen voor de planten, dus de neuzen gaan naar beneden en we zien een Kardinaalsmuts de zich lekker naast het hek heeft genesteld. Niels noteert vervolgens op de nieuwe app: Bereklauw, Hondsdraf, Pinksterbloem, Moerasspirea, Poelruit, Dauwbraam, Valeriaan en Lidrus.

Hondsdraf

Moerrasspirea

Poelruit

Dauwbraam

Even weer oefenen: is het 1e lid korter dan de schede, dan is het Lidrus, is hij langer dan is het Heermoes. We gaan nadenken over een ezelsbruggetje om dit te kunnen onthouden.

Bij de eerste hank staat Katwilg, te herkennen aan het langere blad.

Katwilg

Nog een oefening: de Oeverzegge herken je aan de tong van het blad. Deze is breder dan hoog.

Verder gaat de speurtocht; Witte dovenetel, Kluwenhoornbloem, Herderstasje, de rozet van een Kruldistel, Wederik, en dan zomaar in de berm, dus niet in het beschermde gebied: de eerste paarse Kievitsbloem! Toch aardig om vooraan langs het pad te gaan staan. Dan kan iedereen haar goed bekijken, zelfs aanraken en fotograferen zonder risico van het krijgen van een bekeuring.

Een eigenwijze Kievitsbloem

Langs dit pad staat ook een mooie Dotterbloem en Oeverzegge.

itte dovenetel

 

Kruldistel

Dotterbloem

Oeverzegge

En dan voert het pad naar de IJssel ons tussen de velden met Kievitsbloemen. Wat een paars/witte weelde, nu ook aan de linkerkant grote aantallen. Hoe langer we kijken, hoe meer we er zien. Vooraan worden ze vergezeld door Pinkster- en Paardenbloemen, verderop staan alleen maar Kievitsbloemen, zover je kunt kijken.

Richting de rivier ontdekt Niels de verwachte Beemdooievaarsbek, maar ook Gulden boterbloem! met opvallend smalle blaadjes. Verder zien we nog Heksenmelk, Scherpe boterbloem (bladen ongesteeld), Knolboterbloem (kelkbladen hangen naar beneden), Glad walstro, Veldlathyrus, Tijmereprijs, en aan de voet van een grote wilg die gelukkig samen met nog een paar mooie exemplaren de kapziekte heeft overleefd; Rivierkruiskruid. Richting de dijk: Kleine pimpernel, Tweerijige zegge, Wilde bertram en Scherpe zegge.

Beemdoooievaarsbek

Gulden boterbloem

Heksenmelk

Glad walstro

Kleine pimpernel

We lopen terug over de dijk richting onze fietsen en genieten van het mooie uitzicht. Bij een zandplas zitten een paar ganzen. We horen en zien een tureluur en een dagpauwoog scheert voorbij in de berm, die ook volop in bloei staat. Met een voldaan gevoel fietsen we weer naar huis. Het was een mooie excursie!

Tekst: Niels Jeurink en  Heleen Strikkers

Foto’s: Heleen Strikkers

Plantenwerkgroep: excursie naar Borkum 1-7-2017

 

Om 07.15 stonden vier deelnemers klaar voor vertrek op het Meeuwenplein voor de tocht richting het Duitse waddeneiland Borkum. We misten Corrie. Een telefoontje vanaf het burgemeester Berghuisplein bracht uitkomst. In het plein vergist, kan gebeuren. Iets later dan gepland gingen we welgemoed op pad, ondanks het regenachtige weer en steeds donker wordende luchten.

Ruimschoots op tijd arriveerden we in de Eemshaven, alwaar we om 10.15 vertrokken naar het Duitse waddeneiland Borkum. Dat ligt ten noorden van de provincie Groningen.

Na 50 minuten varen bereikten we onze bestemming. In de veerhaven van Borkum stond de trein naar de stad al klaar. Het redelijk ‘altmodische’ treintje bestond uit alleraardigste, felgekleurde wagonnetjes met balkons, dat voortgestuwd werd door een klein diesel-lokomotiefje.

Na een kwartiertje treinen kwamen we aan in het stadje Borkum, Na een korte wandeling door het centrum kwamen we aan op de brede boulevard. Heel anders dan onze waddeneilanden, constateerden we hier.

Door deze brede boulevard met zijn hoge en statige gebouwen heeft Borkum een ietwat kuuroordachtige uitstraling. De honderden ouderwetse strandstoelen versterkten dit beeld.

Op de zandbanken voor de kust telden we (Niels) wel 110 zeehonden, voornamelijk grijze.

Een overtuigende start van onze excursie en . . . nog beter: het weer knapte zienderogen op. Spoedig scheen de zon en dat bleef zo gedurende de rest van de dag. Jammer, zonnebrandolie vergeten!

Langs de boulevard zagen we brede lathyrus en klein kaasjeskruid. Sommige planten van het Jacobskruiskruid werden kaalgevreten door de prachtige, geel-zwart gestreepte rupsen van de Sint-jansvlinder. Aan het eind van de boulevard trokken we in oostelijke richting verder, over het fietspad langs de duinkust. Hier vonden we de duinteunisbloem.

Verderop betraden we het gebied, achter de eerste duinenrij. Hier zagen we duinviooltje en ook stijve ogentroost. De felroze bloempjes in het zand waren van het strandduizendguldenkruid, lijkende op, en behorende bij de gentiaanfamilie. Een typische soort van de jonge duinvalleien dicht bij zee.

Op een duintje genoten we hier onze meegebrachte lunch. Henk en Neils deden hun middagdutje. Vanaf hier gingen we het terrein voor ons in. Een natte duinvallei met veel riet, biezen, zeggen en russen. Moeilijk begaanbaar, dus steeds goed uitkijkend waar te gaan.

De duinvallei uitkomend trokken we richting zee en kwamen we in een nieuw biotoop aan met jonge duinvorming. Veel zand en ook grazige plekken, waartussen we weer allerlei interessants vonden, zoals melkkruid en geelhartje. Maar wel veel makkelijker begaanbaar.

Hierna keerden we weer terug op het fietspad, nu roodbeklinkerd. Via kruipend stalkruid, sint janskruid, wilgenroosje en gewone rolklaver kwamen we terecht op het terras van strandcafé Sturmeck, een gezellig café restaurant aan het strand. Er moet gezegd worden dat het etablissement zijn naam alleszins recht deed.

De diverse torten en drankjes gingen er niettemin goed in. Waarna we onze weg vervolgden, meer richting binnenland. Om de hoek bij de Sturmeck vonden we brede wespenorchis.

Vanaf hier gingen we met een wijde boog weer terug naar het Inselbahnhof. Ondertussen ijverig planten noterend die je doorgaans langs de weg aantreft zoals brede weegbree. In een bosje langs de weg zagen we een prachtige groep wilde kaardenbollen. Zo ging het door tot in de straten van Borkum. Waar Niels nog kans zag soorten te scoren tussen de rails van onze trein en in de bloembakken van de plaatselijke Fremdenverein. We haalden zodoende een score van 188 soorten! 

Om 18.00 uur vertrokken we weer met de veerboot naar de vaste wal, hongerig, moe maar voldaan. We vielen meteen het eerst volgende dorp binnen op zoek naar een stevig diner. Oosteinde heet het gehucht, vlakbij Roodeschool, waar we een alleraardigst café restaurant vonden met de naam Ekamper, met uitzicht op het kerkhof. Het dient gezegd: met prima eten. Om half twaalf kwamen we terug in Kampen. Het was een hele geslaagde dag. En wel in alle opzichten! 

Deelnemers: Corrie, Neil, Henk, Niels en Cor 

Verslag en foto’s: Niels Jeurink en Cor Naegelmaker

 

Plantenwerkgroep, excursie Het Wisselse Veen 11-06-2017

 

We parkeren aan de Veenweg midden in het Wisselse Veen met uitzicht op prachtige, kleurrijke velden. We hebben toestemming gekregen het gebied te betreden. En daar zijn we heel blij mee.

In dit gebied groeiden in het begin van de 20ste eeuw planten zoals parnassia, vetblad en klokjesgentiaan, voordat het gebied werd ontgonnen en ontwaterd voor boerenland. In 1993 gooide men het gebied weer op de kop in opdracht van het Geldersch Landschap, met het doel om het  weer terug te geven aan de natuur. De bemeste bovenlaag werd afgeplagd, een deel afgegraven, sloten en greppels werden dichtgegooid en zo kwamen er zoetjesaan weer veentjes, moerasjes en heldere stroompjes en beekjes door het vele kwelwater. We zijn dus heel benieuwd welke plantensoorten we tegenkomen.

We lopen het stuk land in ten zuiden van de Veenweg. Er groeien zoveel mooie planten dat je er bijna niet durft te lopen. Heel veel prachtig gele Grote ratelaar, Moeraskartelblad in bloei, Zompvergeet-me-nietje, Moerasrolklaver, Moeraswalstro, Zompzegge, Zomprus, Moerasmuur, Moerasbasterdwederik. De namen zeggen het al , het gebied is nat, soms wel heel erg nat. Prachtige vennen met kwakende kikkers en druk dansende libellen.

Grote ratelaar

Moeraskartelblad en grote ratelaar

Bij een broekbosje stuiten we op een te breed water, waarop we besluiten terug te lopen. Terug bij de auto lopen we richting Kampeerboerderij en gaan linksaf de Veenweg op. Links ligt een werkelijk prachtig kleurrijk veld vol gele Grote ratelaar en gele Moerasrolklaver, Paars Moeraskartelblad, Wolfspoot, Kale jonker, Tormentil en Witte Klaver. Onweerstaanbaar om niet even een kijkje te gaan nemen. Aan de rand, Stijve ogentroost, Kleine leeuwenklauw en Rode schijnspurrie.

 

Aan het eind van de Veenweg stroomt de Verloren Beek. We lopen rechtsaf, langs het informatiebord, het kwelgebied van de beek in met prachtige vennen. Over zacht verend tapijt van veenmos, met geurende watermunt en een roepende koekoek op de achtergrond is het volop genieten. We vinden er de gevlekte orchis en de rietorchis, Moerasvaren en Koningsvaren, Blauwe knoop en Blauwe zegge, Borstelbies en het klein maar fijne Moerasviooltje (waardplant van de Zilveren Maan vlinder). Het gebied loopt langzaam omhoog naar het drogere heidegebied, de Tongerense Heide.

Aan de rand van de heide (Boerweg) genieten we zittend op de grond van een boterhammetje, waar om ons heen wat klein spul groeit zoals bloeiend Klein vogelpootje en Dwergviltkruid. We lopen een stukje over de heide met Liggend walstro, Bosdroogbloem, Heidespurrie en Pilzegge en slaan dan rechtsaf richting bos en over de Tepelbergweg weer terug naar de Boerweg.

De Boerweg lopen we nog een stukje af. In de bermen vinden we nog verschillende planten, zoals Adelaarsvaren, prachtig Vingerhoedskruid, Tijm- en Mannetjesereprijs. Op een dood boomstammetje knalrode/oranje zwammen. Helaas kennen we ze niet bij naam. En heel bijzonder is een Heidehommel die om ons heen vliegt.

Vervolgens lopen we weer richting Het Wisselse Veen. Het overgangsgebied tussen het heidegebied en het Wisselse Veen is een interessant stuk met Moeraswolfsklauw, Kleine- en Ronde zonnedauw, Blauwe zegge en Bruine snavelbies. We gaan nog op zoek naar de Klokjesgentiaan maar die laat zich nog niet zien. En dan, zomaar ineens, gaat Niels’ telefoon. De meldkamer van de Politie in Apeldoorn. Of Niels de eigenaar is van een VW Polo. Eh ja, dat klopt. Die staat volgens een melding die ze hebben gekregen ‘midden op de weg’. We gaan gauw kijken. Achteraf had ie misschien nog iets netter geparkeerd kunnen worden maar midden op de weg is zwaar overdreven. Kennelijk heeft er iemand gebeld met nét wat te veel tijd…

De Veenweg

Bij de auto aangekomen, verleiden alle kleuren ten noorden van de Veenweg ons om toch nog even dit gebied in te lopen. Daar liggen mooie stroompjes met Groot bronkruid, Tenger fonteinkruid, Teer vederkruid en Kleine egelskop. Ook dit veld ziet geel en paars van Grote Ratelaar en Moeraskartelblad.

Basterdklaver

Op zoek naar meer informatie over Het Wisselse Veen stuit ik op een uitgave van Natuurklanken uit 2011, het blad van de KNNV afd. Epe-Heerde, met een boeiend verhaal, waarin o.a. te lezen valt hoe enkele KNNV-leden een zeer belangrijke rol hebben gespeeld in het behoud en onderhoud van een deel van Het Wisselse Veen, namelijk het Landje van Jonker.

https://www.knnv.nl/sites/www.knnv.nl/files/NK%202011%203%20Het%20Wisselse%20Veen_1.pdf

Aan het eind van deze mooie dag tellen we 226 soorten. Een tweede bezoek aan dit bijzondere gebied is zeer zeker de moeite waard.

Verslag en foto’s: Ellen van Knippenberg

Plantenwerkgroep, excursie Noordoostpolder 7 juni 2017

Vanavond bezoeken we met een groep van 6 personen de Noordoostpolder om floragegevens te verzamelen voor de stichting Floron. Zij hebben een ‘witte gebieden’ beleid, wat erop neerkomt dat bepaalde gebieden met voorrang bezocht moeten worden, bijvoorbeeld omdat het al lang geleden is dat er voor het laatst floragegevens werden verzameld.

We starten bij de oude strekdam naar het voormalige eiland Oud Kraggenburg. Oud Kraggenburg was een vluchthaven in de Zuiderzee met op een verhoogde terp van 4,5 meter boven NAP een lichtwachterswoning. Nu een bijzonder Rijksmonument tussen de aardappelvelden.

We nemen eerst een kijkje in en bij de sloot. En daar vinden we al 40 soorten planten, waaronder Pijlkruid, Gekroesd- en Schedefonteinkruid, Klein- en Veelwortelig kroos en een Sterrenkroos. Dat ziet er veelbelovend uit voor deze avond, waarop wij minstens 150 verschillende soorten willen scoren.

Vervolgens lopen we richting Oud Kraggenburg met links een aardappelveld en rechts een berm met natte greppel. Hier vinden we Bosveldkers, Moeraskers en Slanke waterkers en dankzij gelaarsde Rutger, o.a. Stomphoekig sterrenkroos. Langs het aardappelveld staat de Zwarte nachtschade (zeker op familiebezoek) en Getand vlotgras.

In de directe omgeving van de lichtwachterswoning mogen we helaas niet komen, dit is particulier terrein. Wij lopen om het terrein heen, langs een rij opvallend kale Witte abelen. Geen blad meer te bekennen en op de stammen en in het gras zitten tientallen witte vlinders (Plakkers?). Wit schijnt de kleur van de onschuld te zijn, maar we vermoeden dat in dit geval de schijn bedriegt.

We lopen tussen de akkers door richting het Kadoelerveld, langs Zwaluwtong en Grove varkenskers en over een wit bruggetje waar Grote windhalm, Kompassla en Witte krodde groeit.

Het Kadoelerveld is een prachtig stuk natuur met plassen omzoomd door rietkragen en moerassige laagtes waar van alles groeit, zoals Wolfspoot, Heelblaadje, Platte rus, Zeegroene rus . Op drogere delen vinden we veel Kamgras (Rode Lijst soort) We horen de kikkers en de Kleine Karekiet. Boeren- en Gierzwaluwen zijn druk bezig hun kostje bij elkaar te vangen. En de geur van de Watermunt stijgt omhoog bij elke stap die we doen.

Het gebied ligt in het Voorsterbos. In het bos zelf is het nu te donker om nog planten te onderscheiden en we besluiten lopend langs de bosrand de terugreis te aanvaarden. Bij een bloemrijke slootkant vinden we o.a. nog Oranje havikskruid, Avond- en Dagkoekoeksbloem, vermoedelijk Vergeten Wikke (een soort voederwikke) en Ringelwikke.

De beoogde 150 stuks hebben we niet gehaald, maar met 138 soorten plus 1 haas zijn we dik tevreden. Voor de rest van het “witte” gebied komen we zeker een keer terug. Dat is immers ook een van de spelregels van het witte gebiedenbeleid. Minstens 150 soorten in een uurhok, een hok van 5×5 vierkante kilometer is dat. En twee veldbezoeken.

De herhaling heeft plaats op 27 augustus en wel in het Kadoelerbos ten oosten van Kraggenburg. Niels gaat er in zijn eentje op uit. Hij vertelt: “Aldaar uiteraard deels een herhaling van de eerder gevonden soorten, maar toch ook veel nieuwe. Zoals knolcyperus, een van de cypergrassen en een lastig akkeronkruid waaraan invasieve eigenschappen worden toegedicht. Een soort die te vuur en te zwaard gestreden werd (en wordt?). En dan diverse bossoorten. Het Kadoelerbos en het aangrenzende Voorsterbos behoren tot de oudste polderbossen en zijn inmiddels zo’n 75 jaar oud. Dat maakt dat ze steeds interessanter worden voor plantensoorten van oudere loofbossen, daarvan vind ik bosgierstgras en boskortsteel. De zo bijzondere varensoorten waarvan dit gebied bekend is vind ik helaas niet.

Aan de noordkant grenst het bos aan het Kadoelermeer, het kleine randmeer dat het ‘oude land’ scheidt van de Noordoostpolder. Er vaart een En dan was er ook nog een verrassing van een heel andere aard. Over het Kadoelermeer voer een partyschip dat je al van verre kon horen aankomen. Een zangeres werd aangekondigd als ‘niemand minder dan Lieneke’. Dat ik daar nou nog nooit van heb gehoord ligt vast aan mij. Zij liet een lied horen in de trant van “ik heb je alle kans ge-bo-ho-den” en voor mij soortgelijke nummers. Een openbaring… Ook toen het schip al een minuutje of 20 verder was hoorde je nog de dreunen van de bassen… En dan was er ook nog een verrassing van een heel andere aard. Over het Kadoelermeer voer een partyschip dat je al van verre kon horen aankomen. Een zangeres werd aangekondigd als ‘niemand minder dan Lieneke’. Dat ik daar nou nog nooit van heb gehoord ligt vast aan mij. Zij liet een lied horen in de trant van “ik heb je alle kans ge-bo-ho-den” en voor mij soortgelijke nummers. Een openbaring… Ook toen het schip al een minuutje of 20 verder was hoorde je nog de dreunen van de bassen…partyboot langs die je al van verre hoort aankomen. Een zangeres wordt aan boord aangekondigd als ‘niemand minder dan Lieneke’ (nooit van gehoord) en brengt een lied ten gehore in de trant van ‘ik heb je alle kans ge-ge-he-ven’ en meer van dat soort repertoire. Ik zal er nooit aan wennen. De dreunen van de bassen zijn tot zeker 20 minuten nadat het schip voorbij is gevaren nog te horen. Zo beleef je nog eens wat niet waar?”

Niels Jeurink

Plantenwerkgroep, excursie Zalkerbos 29 april 2017

Het beloofd een goed loken jaar te worden

Op 29 april openden we het excursieseizoen van de plantenwerkgroep met een excursie naar het Zalkerbos. De zon straalde regelmatig, de wind was fris. Met 10 man/vrouw sterk zochten we naar de vaste bewoners van dit bijzondere bos, en ontdekten we een stuk van de nieuwe uitbreiding.

Het Zalkerbos ligt op een oude stroomrug, ingeklemd in een flinke bocht van de IJssel. De rivier heeft hier in een ver verleden zand en klei afgezet, waardoor het reliëf in het landschap ontstond en de bocht van de rivier alsmaar groter werd. Dat reliëf is nu nog steeds heel mooi te zien, het wordt een ‘kronkelwaard’ genoemd, zoals hier links op de foto:

Al voor 1200 was hier bos. Het areaal bos is in de loop der eeuwen terug gedrongen ten gunste van weilanden en akkerland. Maar als compensatie voor de verdieping van de IJssel tussen de Molenbrug en de Eilandbrug is het natuurgebied eind 2015, begin 2016 uitgebreid en is er nieuw bos aangeplant.

Het nieuwe aangeplante bos (zie foto) krijgt een zelfde verhouding van o.a. iepen, essen, esdoorns en eiken, als in het al bestaande hardhout-ooibos. Hardhout: iep, es, esdoorns en eik in tegenstelling tot zachthout: wilg en populier. Ooibos: bos dat op natuurlijke wijze is ontstaan langs rivieren. Ooi is een oud woord voor nat terrein nabij een rivier (cf. Duits: Au en Auwald). De aanwezigheid van dit biotoop is een belangrijke voorwaarde voor een natuurlijk riviersysteem. Waar rivieren bedijkt zijn en uiterwaarden het beeld bepalen zijn de bossen in de afgelopen eeuwen vrijwel overal omgevormd tot weidegrond en hooilanden. Nu staan in die nieuwe percelen nog allerlei pioniers zoals kruldistel en paardenbloem, maar we zagen er ook  zwarte toorts. De verwachting is dat hier op den duur een zelfde soort bos ondergroei komt, zoals elders in het Zalkerbos.

Niet alleen wordt er nieuw bos aangeplant, maar ook 2 stukken uiterwaard zijn ingericht voor natuurontwikkeling: de voedselrijke bovenlaag is verwijderd, met behoud van het reliëf, zodat soortenrijke stroomdalgraslanden kunnen ontstaan.

Het Zalkerbos is vooral bekend door zijn bijzondere onderbegroeiing. In het vroege voorjaar de bolgewassen, zoals Blauw druifje, Holwortel en Voorjaarshelmbloem, Bosanemoon (een groeiende populatie) en Vogelmelk. We zagen op uitgebreide schaafstro en de Gevlekte dovenetel stond volop in bloei. Ook in de nieuwe aanplant was deze al te vinden! In bloei verder o.a. Gulden boterbloem, een typische bossoort voor dit gebied, Grote muur, Akkerhoornbloem, de eerste Dagkoekoeksbloemen, Klimopereprijs, Draadereprijs en Tijmereprijs. Nog niet in bloei, maar wel veelbelovend aanwezig veel Slangenlook, en de zeldzamer Moeslook, naast de meer gangbare Kraailook. Te vroeg voor de bloei (in juni/juli terugkomen!), maar genoeg om ons te verheugen op een goed loken jaar! In De Flora Batava wordt Zalk niet genoemd als vindplaats voor Moeslook, wel voor Slangenlook (Flora Batava 1893).

Voor het eerst konden we een stuk uiterwaard lopen vanaf de heuvel waar vroeger een theekoepel op stond richting het Veer. Nu nog behoorlijk kaal, opgedroogde modder met pionierssoorten zoals veel Fioringras. Hier werden we verrast door 2 bijzondere soorten die zich hier al gevestigd hadden: Liggende ganzerik en Stijf barbarakruid (beide rode lijstsoorten, thans niet bedreigd).

In de krant stond deze excursie aangekondigd als fauna excursie. Dat hebben we niet op ons laten zitten: onderweg bleven de vogels niet onopgemerkt. Zo hoorden we fazanten, zanglijsters, winterkoningen, zwartkoppen en tuinfluiters, vinken en tureluurs, zagen we een vermoedelijk verlaten vogelnestje van 3 eieren in die opgedroogde modder en een kleine achterhoede, zonder kijker, vermoedt een zeearend gezien te hebben. We wisten dat die de afgelopen weken hier vaker was gezien!

Al met al een mooie start van dit nieuwe excursie seizen, en iedereen graag tot de volgende keer!

Gevlekte dovenetel, met een veel grotere bloem dan de veel voorkomende Paarse dovenetel.

Toos Lodder

Plantenwerkgroep, excursie Nationaal Park De Meinweg d.d. 10-09-2016

 Nationaal Park De Meinweg ligt ten oosten van Roermond, tussen het dorp Herkenbosch en de Duitse grens. Het gebied is internationaal zeer bekend en geliefd. Dat wekt uiteraard onze nieuwsgierigheid. Na echte Limburgse vlaai in het gezellige bezoekerscentrum De Meinweg te Herkenbosch vertrekken we uitgerust eerst naar de parkeerplaats bij Vlodrop-Station in het zuiden van het natuurgebied. Valse Salie Acasia

Groene kikkker

Het is een erg warme dag. Een wandeling door het bos geeft verkoeling. We wandelen een stukje over een oud spoorbaantje, de IJzeren Rijn geheten. We vinden er viltganzerik, zandblauwtje, gespleten/gewone hennepnetel en veel kruiden o.a. slangenkruid, stijf havikskruid, klein tasjeskruid, kleverig kruiskruid, gewoon biggenkruid. We wandelen een rondje met de klok mee. Er fladderen opvallend veel dagpauwogen om ons heen. Boomklevers laten zich horen en zien. Groeit daar iets bijzonders? Na nauwkeurige observatie toch maar akkerereprijs en dagkoekoeksbloem. We lopen langs Meru, het wereldhoofdkwartier van de beweging Transcendente Meditatie. Hier volgen mensen uit de hele wereld meditaties en opleidingen. Wij kiezen voor een andere richting. Door een prachtige Hollandse Lindelaan, met veel klein springzaad hier en hier en hier…….. dat krijg je met dat springen. We vinden er verder late guldenroede, bosaardbei en bonte gele dovenetel. We overschrijden de grens waar reuze balsemien ons toegrijnst en lopen onder de spoortunnel van de IJzeren Rijn door.

 

We komen in een prachtig bos, met zwarte els en es, waar de Roode Beek doorheen kabbelt. Het water is kraakhelder en de bodem is rood; boordevol ijzer. Langs de oever hangende zegge. Niet te beschrijven zo’n mooie beek.

Links van het bospad diverse vennen met waterlelies. Ruige veldbies, bosgierstgras, moeraszegge, ijle zegge, pluimzegge, bosbies verfraaien het geheel.

 

Bij de Dalheimer Mühle lopen we een moerassig broekbos in. De ontblote boomwortels wekken de indruk dat de bomen zich moeiteloos kunnen verplaatsen. Door een vlonderpad, het Knuppelpad van Sint Ludwig, kunnen we dit sprookjesachtige gebied bewonderen. Zittend op de vlonders genieten we van de bijzondere omgeving, de rust, onze boterhammen en de druk heen- en weer vliegende beekjuffers. We vinden er wolfspoot, bittere veldkers, blauw glidkruid en wilde gagel (gevoelige soort). Vroeger werd dit, in plaats van hop, gebruikt voor het brouwen van bier, zgn. gagelbier.  Na de catwalk komen we in een hoger en droger gelegen naaldbos met koningskaars en zeepkruid en lopen weer richting parkeerplaats.

 

 

 

We rijden terug, langs het bezoekerscentrum, naar de parkeerplaats aan de Meinweg. Via een wandeling door het bos komen we in een prachtig heidegebied. Aan een bosrand vinden we gevlekte scheerling (rood gevlekte stengel/onbehaard, terugwijzende omwindselbladen) een erg leuke vondst We nemen op de heide een kijkje bij een vennetje met rode knolrus.

 

 

Bij een splitsing besluiten we de langere route te nemen. Rechtsaf richting Herkenbosscher Heide. Langs duinriet, tandjesgras, mannetjesereprijs en borstelgras(rode lijstsoort). Het gebied krijgt een meer glooiend karakter. Het is het voor Nederland unieke terrassenlandschap van De Meinweg, ontstaan door het grind en zand dat de Rijn en de Maas in de loop der tijden afzette. Ook aardverschuivingen hebben bijgedragen aan de hoogteverschillen. Het totale hoogteverschil tussen de 3 terrassen bedraagt 50 meter. Het Roerdal ligt 30 meter boven N.A.P. en het Beatrixplateau op 80 meter. Dwars op de terrassen zijn twee beekdalen ontstaan: het dal van de Boschbeek en van de Roode Beek. Tussen deze beken en beekdalen liggen de stille vennetjes en uitgestrekte bossen en heidevelden van De Meinweg.

Door de hoogteverschillen hebben we prachtig uitzicht op de vele vennen, waar we o.a. kleine – en ronde zonnedauw, witte- en bruine snavelbies, veelbloemige waterbies, moeraswolfsklauw, smal- en zwart tandzaad vinden. Af en toe zoeken we onder een boom even de schaduw op voor verkoeling. We staan stil bij de ven met de mooie naam Elfenmeer, omdat we menen er een houtsnip te zien. Er drijven prachtige witte waterlelies en langs de kant o.a. snavelzegge en een kikker die ons vol spanning in de gaten houdt. De volgende ven heet Vossenkop, geen idee waarom en de daarop volgende ven staat werkelijk propvol witte waterlelies.

 

Via een smal pad, omzoomd door hoge varens en gras dat verkoelend over onze armen streelt, lopen we langzaam omhoog. We kijken rechts neer op het dal van de Boschbeek. De beek kunnen we , behalve aan de vegetatie, nergens zien lopen. Een pad over een brugje lost het raadsel op. De beekbedding staat droog.

Een bordje geeft aan dat we naar een gelukspunt lopen en deze vinden we inderdaad ook. Rolvennen, gelukspunt 14, bij een prachtige grote ven. (meer gelukspunten: www.ontdekroerdalen.nl)

Eeuwenlang gebruikten de bewoners van 14 dorpen het gebied Rolvennen als gemeenschappelijk bezit om vee te hoeden, bomen te kappen, turf te steken en heide te maaien.

Vandaag benut een herder met zijn schaapskudde het gebied. Op weg naar de stal, vermoed ik, want het is inmiddels 7 uur.

Door een sanitaire stop splitst de groep zich, waardoor de achterhoede de voorgangers uit het oog verliest. Oeps welke kant gaan we op? Na telefonisch overleg incl. waarschuwing voor loslopende zwijnen (met de Veluwe is dit het enige gebied in Nederland waar officieel wilde zwijnen mogen leven), gaan we de goede kant op. En dat houden we aan tot we in Kampen weer op de parkeerplaats Meeuwenplein staan.

Oh ja, natuurlijk hebben wij onderweg even aan de inwendige mens gedacht. Niels heeft voor het thuisfront zelfs een heuse Limburgse vlaai meegenomen (anders mocht hij niet op pad J)

Tot op heden zijn er 767 soorten planten en bomen beschreven in De Meinweg. Niels heeft er 201 genoteerd. Het is zo’n verrassend mooi en afwisselend gebied (ca. 1800 ha), dat een vervolgbezoek zeker de moeite waard is.

Verslag: Ellen van Knippenberg

Foto’s: Heleen Strikkers-Sollie

Plantenwerkgroep, excursie Winterswijk 9 juli 2016

collageMet 5 man sterk vertrekken we zaterdagochtend uit Kampen, via Arnhem, richting Winterswijk. In de buurt van Arnhem hoopt Niels langs de snelweg gifsla tegen te komen. Deze heeft hij vanuit de auto al eens zien staan. Met dank aan de Tomtom van Niels : “SLA na 300 meter linksaf” vinden we bij een parkeerplaats inderdaad gifsla (lactuca virosa – zeer zeldzaam). Onze volgende waarneming is “munt” op de heerlijke Apfelstrudel met slagroom op het marktplein in Winterswijk.

Vervolgens rijden we door een prachtig coulisselandschap met fraaie boerderijtjes. Het voelt alsof men een beetje achter loopt in de Achterhoek en dat ervaren we als zeer aangenaam.

Parelmoervlinder

Parelmoervlinder

Bij het natuurgebied Willinks Weust parkeren we de auto en lopen langs de Sibelco kalksteengroeve het gebied in (Muschelkalk). Links een kijkwand waar je, als je geluk hebt, de Oehoe kunt spotten, die in de wand van de 240 miljoen jaar oud, niet meer in gebruik zijnde, steengroeve, zijn nest heeft.

Langs het pad vinden we veel gewone soorten, zoals gewone agrimonie, gewone braam, gewoon struisgras, gewone vlier, gewone engelwortel, gewone hennepnetel, gewone brunel en gewoon biggenkruid, naast andere algemene soorten.  Tot onze “verrassing”  vinden we in het bosgebied een prachtige open plek met stukje blauwgrasland en daar komen we soorten tegen die je niet dagelijks ziet, zoals pijpenstrootje, gevlekte orchis, stijf havikskruid, stijve ogentroost, gewone vleugeltjesbloem, veelbloemige veldbies, het zeer zeldzame karwijselie (witte puntjes aan de bladeren), fraai hertshooi, goudgele honingklaver, kale jonker en moerassmele ?? Zeer zeldzaam, echter dit blijkt later helaas toch bochtige smele te zijn geweest.

winterswijk

Langs de bosrand, een klassiek eiken-haagbeukenbos, vinden we een prachtige parelmoervlinder. Iets verder de fraaie rups van een helmkruidvlinder op boszegge. Het bos is prachtig en  in het voorjaar zeker de moeite waard om een keer terug te keren. We vinden er bosviooltjes (donkersporig / bleeksporig ),bosanemonen, klaverzuring, heksenkruid en  glanshaver. Even zijn we Niels kwijt, die alleen en in z’n eentje (bron : Klein Orkest) op zoek is gegaan naar de eenbes. Helaas niet gevonden, maar we zijn heel tevreden met de 149 soorten die we wel zagen.

We keren terug naar de auto en rijden via een onvervalste landweg  vol kuilen en bulten naar de Borkense Baan, waar in vervlogen tijden een heuse stoomtrein liep van Winterswijk naar Borken.

Zittend op de nog aanwezig rails, nuttigen wij de meegebrachte boterhammen. Het is er opvallend stil, slechts de vogeltjes laten zich af en toe horen. Na de lunch lopen we links van de spoorbaan een drassig gebied in met een prachtige ven. Veel gevlekte orchissen, kleine- en ronde zonnedauw en stijve moerasweegbree in bloei (zeer zeldzaam),  dwergzegge en blauwe zegge, borstelgras, heidekartelblad. Deze laatste parasiteert op kleine wolfsklauw. Eten en gegeten worden. Uit het gedroogde lijkje van een  kikker kruipt een vreemde wants. Dit blijkt later een stinkzwamaaskever te zijn.

stinkzwamaaskever

stinkzwamaaskever

We steken de spoorbaan over, waar valse salie prachtig in bloei staat. Het gebied rechts van de spoorbaan is minder drassig. We vinden er klein blaasjeskruid (vrij zeldzaam –pas op, niet naar wijzen, want is een vleesetende plant), grote wilde gagelstruik, hazenzegge, sterzegge, welke net boven het water uitsteekt, koningsvaren, vetblad, stekelbrem. We twijfelen over een rus. Boek erbij gepakt en een kenmerk is: makkelijk of moeilijk uit de grond te trekken. Tsja wat moet je daar nu mee.

“Zitten hier ook adders”, vraag ik Niels, waarop ik als antwoord krijg: “alleen onder het gras”.

We lopen naar links over de spoorbaan richting een grote plas met heel veel waterlelies. Een levendbarende hagedis ligt op de rails in het zonnetje, maar schrikt van ons. We lopen om de plas heen en nemen een korte pauze. Het uitzicht is geweldig mooi. In de brede oeverranden van de plas groeit wateraardbei, snavelzegge en veenpluis .  Na de pauze lopen we door een donker bos met salomonszegel en veel lekkere bosbessen.  Vervolgens door stuk heideveld en een donker triest dennenbos. Tot onze verrassing komen we uit bij de auto (dat hebben we wel anders meegemaakt) nog even duiken we weer het bos in om het prachtig bruin/goudgele beekje dat daar loopt te bewonderen. We hebben 136 soorten gezien, teveel om hier op te noemen.

Dan op naar het Wooldse Veen: een Natura 2000 gebied ten zuidoosten van Winterswijk doorlopend over de Duitse grens, daar overgaand in natuurgebied Burlo-Vardingerholter Venn und Entenschlatt.

Ronde zonnedauw

Ronde zonnedauw

Een mooie wandeling over loopplanken geeft een goede indruk van dit fraaie hoogveengebied. Een gebied met veenputten en veendijken: overblijfselen van de vroegere afgravingen, waarbij men na verdroging het veen gebruikte voor turf. Door het natuurherstelplan van o.a. Natuurmonumenten, vormt zich nieuw hoogveen in de veenputten, met als begroeiing onder andere witte- en bruine snavelbies, zonnedauw, lavendelheide, eenarig wollegras, kleine veenbes en veenmos. De veendijken zijn begroeid met berken en soms ook eiken. Doordat de ondergrond  grotendeels uit keileem bestaat heeft men een zware verdroging kunnen voorkomen. Wel moet in de gaten worden gehouden dat berken en eiken niet de overhand krijgen en het gebied nat genoeg blijft. Op onze wandeling door het gebied zien we delen , zeer fotogeniek, verdronken berkenbroekbos.

Ook komen we twee van de maar liefst 186 oude grensstenen tegen met het jaartal 1799. Tussen het Nederlandse en Duitse veengebied loopt een oude smokkelaarsroute: het Commiezen pad. Dit liep midden door het veen, pal op de grens. (Een commies was een douanier of grenswachter). Zie voor de route en zijn geschiedenis : www.wandelbeeld.nl . Niels noteert tijdens de wandeling 91 soorten wilde planten.

In Groenlo (Grolle) eten we samen nog gezellig een hapje bij het voormalige postkantoor aan het marktplein, als afronding van een zeer geslaagde dag. En doen onze laatste waarneming: peterselie op de mosterdsoep.

Verslag: Ellen van Knippenberg

Fotografie: Ellen van Knippenberg en Gonny Sleurink

Lezing IJsvogels door Jelle Harder op 27-10-2016

lezing-ijsvogels

Plantenwerkgroep, excursie Zalkerbos 17 juli 2016

_mg_7830

Het Zalkerbos in de zomer: bloeiend Slangenlook

Traditie getrouw starten we het excursieseizoen van de plantenwerkgroep het ene jaar in Scheerenwelle en het andere jaar in het Zalkerbos, zo ergens in april. Voor het Zalkerbos weliswaar een mooie tijd, omdat dan alle voorjaarbloeiers in bloei staan, maar tja, dan mis je steevast het bloeiende Slangenlook, één van de pareltjes van het Zalkerbos. Dit jaar reden voor een bezoek in de voorzomer.

We verzamelden ons bij het Meeuwenplein, of gingen rechtstreeks met fiets of auto, en verkenden met ons 10-en het gebied.

We kwamen veel bekende soorten uit het voorjaar tegen, waarvan sommige nu in bloei, zoals Gevlekte dovenetel, Slangelook (aan het eind van z’n bloei) en Kraaielook (aan het begin), Schaafstro, Bosrank, Grote muur en Hop.

Duivekervel Kraailook Gevlekte dovenetel Schaafstro

Voor sommige grassen is het in april nog te vroeg waardoor ze niet te determineren zijn: maar nu zagen we Kweekdravik, een soort van langs de rivieren die we dankzij de bloeiwijze nu op naam konden brengen.

Alle veranderingen rond de inrichting van het Zalkerbos zijn misschien nog wel een groter verschil met onze vorige excursie naar dit gebied in april 2015 dan het jaargetijde. Landschappelijk is er sinds vorig jaar veel aangepakt: er is meer bos aangeplant, waardoor het bos robuuster wordt, maar er ook doorkijkjes verdwijnen. Er is  meer water door een extra geul in de uiterwaarden. En de bovenlaag van een waard, grenzend aan de rivier,  aan de zuidzijde van de weg is helemaal afgeplagd.  En die veranderingen zorgen voor tijdelijke of blijvende andere vegetatietypen. Zo kwamen we tal van planten tegen die er vorig jaar überhaupt niet waren, of alleen als sluimerende zaden in de grond.

Als compensatie voor alle aanpassingen aan de IJssel met het uitdiepen van de vaargeul wordt het bos uitgebreid. Op 3 plaatsen zagen we een jonge aanplant van bos, waarbij de ondergroei nu allerlei akkeronkruid-achtigen bevat. Die zullen op den duur wel weer verdwijnen. De mooiste daarvan: Gewone duivenkervel met teer fijn ingesneden blad, en roze bloemen met donker roze vleugeltjes die zich veelvuldig tussen de jonge aanplant slingerde. De helder gele bloemen van enkele Gele ganzenbloemen vielen daartussen goed op. Verder akkerviooltje, diverse Ganzevoeten, Getande weegbree, naast de gewone Grote weegbree, Zwarte nachtschade, Gewone raket, Akkerkool, Herik en Kroontjeskruid.

Meer naar de rivier toe is een extra watergeul gegraven, wat ook weer voor nieuwe vegetatietypen zorgt. Daar zagen we o.a. Rode waterereprijs, Moerasandoorn en Avondkoekoeksbloem. Meer in de houtwallen o.a. Kompassla, dat zijn bladeren verticaal draait.

Inmiddels begon de lucht al prachtig rood te kleuren. Tegen dat decor zagen we een paar Lepelaars overvliegen.

_mg_7832

In de avondschemering maakten we een laatste uitstapje naar een perceel direct grenzend aan de IJssel, waar de bemeste bovenlaag secuur vanaf is geschraapt, met behoud van het oorspronkelijke reliëf. Door oude afzettingen van de rivier zijn zandruggen ontstaan met allerlei laagtes en hoogtes. Een zomerdijk beschermd beide waarden tegen teveel overstromingen.  Door het afschrapen van die bovenlaag ontstaat een waard, die in potentie vergelijkbaar is met de Vreugdenrijkerwaard aan de andere kant van de rivier (stroomdalgrasland).

Het is spannend wanneer en welke bijzondere soorten uit de Vreugdenrijkerwaard zich ook gaan vestigen aan deze kant van de rivier! Bij het laatste voldoende licht maakten we de ‘nulstand’ op: heel veel akkerwinde, Fioringras, Zeegroene ganzenvoet en Stippelganzenvoet, Groot kaasjeskruid en Kleine klaver, Witte krodde maar ook al meer bijzondere soorten die zich hier meer zullen gaan vestigen als Sikkelklaver en Kruisdistel.

Van af nu moeten we eigenlijk elk jaar even een kijkje gaan nemen om de ontwikkelingen bij te houden! Bijzonder, en dat zo dicht bij huis.

Tekst: Toos Lodder

Fotografie: Gonny Sleurink