Author Archives: admin

Plantenwerkgroep: excursie naar Borkum 1-7-2017

 

Om 07.15 stonden vier deelnemers klaar voor vertrek op het Meeuwenplein voor de tocht richting het Duitse waddeneiland Borkum. We misten Corrie. Een telefoontje vanaf het burgemeester Berghuisplein bracht uitkomst. In het plein vergist, kan gebeuren. Iets later dan gepland gingen we welgemoed op pad, ondanks het regenachtige weer en steeds donker wordende luchten.

Ruimschoots op tijd arriveerden we in de Eemshaven, alwaar we om 10.15 vertrokken naar het Duitse waddeneiland Borkum. Dat ligt ten noorden van de provincie Groningen.

Na 50 minuten varen bereikten we onze bestemming. In de veerhaven van Borkum stond de trein naar de stad al klaar. Het redelijk ‘altmodische’ treintje bestond uit alleraardigste, felgekleurde wagonnetjes met balkons, dat voortgestuwd werd door een klein diesel-lokomotiefje.

Na een kwartiertje treinen kwamen we aan in het stadje Borkum, Na een korte wandeling door het centrum kwamen we aan op de brede boulevard. Heel anders dan onze waddeneilanden, constateerden we hier.

Door deze brede boulevard met zijn hoge en statige gebouwen heeft Borkum een ietwat kuuroordachtige uitstraling. De honderden ouderwetse strandstoelen versterkten dit beeld.

Op de zandbanken voor de kust telden we (Niels) wel 110 zeehonden, voornamelijk grijze.

Een overtuigende start van onze excursie en . . . nog beter: het weer knapte zienderogen op. Spoedig scheen de zon en dat bleef zo gedurende de rest van de dag. Jammer, zonnebrandolie vergeten!

Langs de boulevard zagen we brede lathyrus en klein kaasjeskruid. Sommige planten van het Jacobskruiskruid werden kaalgevreten door de prachtige, geel-zwart gestreepte rupsen van de Sint-jansvlinder. Aan het eind van de boulevard trokken we in oostelijke richting verder, over het fietspad langs de duinkust. Hier vonden we de duinteunisbloem.

Verderop betraden we het gebied, achter de eerste duinenrij. Hier zagen we duinviooltje en ook stijve ogentroost. De felroze bloempjes in het zand waren van het strandduizendguldenkruid, lijkende op, en behorende bij de gentiaanfamilie. Een typische soort van de jonge duinvalleien dicht bij zee.

Op een duintje genoten we hier onze meegebrachte lunch. Henk en Neils deden hun middagdutje. Vanaf hier gingen we het terrein voor ons in. Een natte duinvallei met veel riet, biezen, zeggen en russen. Moeilijk begaanbaar, dus steeds goed uitkijkend waar te gaan.

De duinvallei uitkomend trokken we richting zee en kwamen we in een nieuw biotoop aan met jonge duinvorming. Veel zand en ook grazige plekken, waartussen we weer allerlei interessants vonden, zoals melkkruid en geelhartje. Maar wel veel makkelijker begaanbaar.

Hierna keerden we weer terug op het fietspad, nu roodbeklinkerd. Via kruipend stalkruid, sint janskruid, wilgenroosje en gewone rolklaver kwamen we terecht op het terras van strandcafé Sturmeck, een gezellig café restaurant aan het strand. Er moet gezegd worden dat het etablissement zijn naam alleszins recht deed.

De diverse torten en drankjes gingen er niettemin goed in. Waarna we onze weg vervolgden, meer richting binnenland. Om de hoek bij de Sturmeck vonden we brede wespenorchis.

Vanaf hier gingen we met een wijde boog weer terug naar het Inselbahnhof. Ondertussen ijverig planten noterend die je doorgaans langs de weg aantreft zoals brede weegbree. In een bosje langs de weg zagen we een prachtige groep wilde kaardenbollen. Zo ging het door tot in de straten van Borkum. Waar Niels nog kans zag soorten te scoren tussen de rails van onze trein en in de bloembakken van de plaatselijke Fremdenverein. We haalden zodoende een score van 188 soorten! 

Om 18.00 uur vertrokken we weer met de veerboot naar de vaste wal, hongerig, moe maar voldaan. We vielen meteen het eerst volgende dorp binnen op zoek naar een stevig diner. Oosteinde heet het gehucht, vlakbij Roodeschool, waar we een alleraardigst café restaurant vonden met de naam Ekamper, met uitzicht op het kerkhof. Het dient gezegd: met prima eten. Om half twaalf kwamen we terug in Kampen. Het was een hele geslaagde dag. En wel in alle opzichten! 

Deelnemers: Corrie, Neil, Henk, Niels en Cor 

Verslag en foto’s: Niels Jeurink en Cor Naegelmaker

 

Plantenwerkgroep, excursie Het Wisselse Veen 11-06-2017

 

We parkeren aan de Veenweg midden in het Wisselse Veen met uitzicht op prachtige, kleurrijke velden. We hebben toestemming gekregen het gebied te betreden. En daar zijn we heel blij mee.

In dit gebied groeiden in het begin van de 20ste eeuw planten zoals parnassia, vetblad en klokjesgentiaan, voordat het gebied werd ontgonnen en ontwaterd voor boerenland. In 1993 gooide men het gebied weer op de kop in opdracht van het Geldersch Landschap, met het doel om het  weer terug te geven aan de natuur. De bemeste bovenlaag werd afgeplagd, een deel afgegraven, sloten en greppels werden dichtgegooid en zo kwamen er zoetjesaan weer veentjes, moerasjes en heldere stroompjes en beekjes door het vele kwelwater. We zijn dus heel benieuwd welke plantensoorten we tegenkomen.

We lopen het stuk land in ten zuiden van de Veenweg. Er groeien zoveel mooie planten dat je er bijna niet durft te lopen. Heel veel prachtig gele Grote ratelaar, Moeraskartelblad in bloei, Zompvergeet-me-nietje, Moerasrolklaver, Moeraswalstro, Zompzegge, Zomprus, Moerasmuur, Moerasbasterdwederik. De namen zeggen het al , het gebied is nat, soms wel heel erg nat. Prachtige vennen met kwakende kikkers en druk dansende libellen.

Grote ratelaar

Moeraskartelblad en grote ratelaar

Bij een broekbosje stuiten we op een te breed water, waarop we besluiten terug te lopen. Terug bij de auto lopen we richting Kampeerboerderij en gaan linksaf de Veenweg op. Links ligt een werkelijk prachtig kleurrijk veld vol gele Grote ratelaar en gele Moerasrolklaver, Paars Moeraskartelblad, Wolfspoot, Kale jonker, Tormentil en Witte Klaver. Onweerstaanbaar om niet even een kijkje te gaan nemen. Aan de rand, Stijve ogentroost, Kleine leeuwenklauw en Rode schijnspurrie.

 

Aan het eind van de Veenweg stroomt de Verloren Beek. We lopen rechtsaf, langs het informatiebord, het kwelgebied van de beek in met prachtige vennen. Over zacht verend tapijt van veenmos, met geurende watermunt en een roepende koekoek op de achtergrond is het volop genieten. We vinden er de gevlekte orchis en de rietorchis, Moerasvaren en Koningsvaren, Blauwe knoop en Blauwe zegge, Borstelbies en het klein maar fijne Moerasviooltje (waardplant van de Zilveren Maan vlinder). Het gebied loopt langzaam omhoog naar het drogere heidegebied, de Tongerense Heide.

Aan de rand van de heide (Boerweg) genieten we zittend op de grond van een boterhammetje, waar om ons heen wat klein spul groeit zoals bloeiend Klein vogelpootje en Dwergviltkruid. We lopen een stukje over de heide met Liggend walstro, Bosdroogbloem, Heidespurrie en Pilzegge en slaan dan rechtsaf richting bos en over de Tepelbergweg weer terug naar de Boerweg.

De Boerweg lopen we nog een stukje af. In de bermen vinden we nog verschillende planten, zoals Adelaarsvaren, prachtig Vingerhoedskruid, Tijm- en Mannetjesereprijs. Op een dood boomstammetje knalrode/oranje zwammen. Helaas kennen we ze niet bij naam. En heel bijzonder is een Heidehommel die om ons heen vliegt.

Vervolgens lopen we weer richting Het Wisselse Veen. Het overgangsgebied tussen het heidegebied en het Wisselse Veen is een interessant stuk met Moeraswolfsklauw, Kleine- en Ronde zonnedauw, Blauwe zegge en Bruine snavelbies. We gaan nog op zoek naar de Klokjesgentiaan maar die laat zich nog niet zien. En dan, zomaar ineens, gaat Niels’ telefoon. De meldkamer van de Politie in Apeldoorn. Of Niels de eigenaar is van een VW Polo. Eh ja, dat klopt. Die staat volgens een melding die ze hebben gekregen ‘midden op de weg’. We gaan gauw kijken. Achteraf had ie misschien nog iets netter geparkeerd kunnen worden maar midden op de weg is zwaar overdreven. Kennelijk heeft er iemand gebeld met nét wat te veel tijd…

De Veenweg

Bij de auto aangekomen, verleiden alle kleuren ten noorden van de Veenweg ons om toch nog even dit gebied in te lopen. Daar liggen mooie stroompjes met Groot bronkruid, Tenger fonteinkruid, Teer vederkruid en Kleine egelskop. Ook dit veld ziet geel en paars van Grote Ratelaar en Moeraskartelblad.

Basterdklaver

Op zoek naar meer informatie over Het Wisselse Veen stuit ik op een uitgave van Natuurklanken uit 2011, het blad van de KNNV afd. Epe-Heerde, met een boeiend verhaal, waarin o.a. te lezen valt hoe enkele KNNV-leden een zeer belangrijke rol hebben gespeeld in het behoud en onderhoud van een deel van Het Wisselse Veen, namelijk het Landje van Jonker.

https://www.knnv.nl/sites/www.knnv.nl/files/NK%202011%203%20Het%20Wisselse%20Veen_1.pdf

Aan het eind van deze mooie dag tellen we 226 soorten. Een tweede bezoek aan dit bijzondere gebied is zeer zeker de moeite waard.

Verslag en foto’s: Ellen van Knippenberg

Plantenwerkgroep, excursie Noordoostpolder 7 juni 2017

Vanavond bezoeken we met een groep van 6 personen de Noordoostpolder om floragegevens te verzamelen voor de stichting Floron. Zij hebben een ‘witte gebieden’ beleid, wat erop neerkomt dat bepaalde gebieden met voorrang bezocht moeten worden, bijvoorbeeld omdat het al lang geleden is dat er voor het laatst floragegevens werden verzameld.

We starten bij de oude strekdam naar het voormalige eiland Oud Kraggenburg. Oud Kraggenburg was een vluchthaven in de Zuiderzee met op een verhoogde terp van 4,5 meter boven NAP een lichtwachterswoning. Nu een bijzonder Rijksmonument tussen de aardappelvelden.

We nemen eerst een kijkje in en bij de sloot. En daar vinden we al 40 soorten planten, waaronder Pijlkruid, Gekroesd- en Schedefonteinkruid, Klein- en Veelwortelig kroos en een Sterrenkroos. Dat ziet er veelbelovend uit voor deze avond, waarop wij minstens 150 verschillende soorten willen scoren.

Vervolgens lopen we richting Oud Kraggenburg met links een aardappelveld en rechts een berm met natte greppel. Hier vinden we Bosveldkers, Moeraskers en Slanke waterkers en dankzij gelaarsde Rutger, o.a. Stomphoekig sterrenkroos. Langs het aardappelveld staat de Zwarte nachtschade (zeker op familiebezoek) en Getand vlotgras.

In de directe omgeving van de lichtwachterswoning mogen we helaas niet komen, dit is particulier terrein. Wij lopen om het terrein heen, langs een rij opvallend kale Witte abelen. Geen blad meer te bekennen en op de stammen en in het gras zitten tientallen witte vlinders (Plakkers?). Wit schijnt de kleur van de onschuld te zijn, maar we vermoeden dat in dit geval de schijn bedriegt.

We lopen tussen de akkers door richting het Kadoelerveld, langs Zwaluwtong en Grove varkenskers en over een wit bruggetje waar Grote windhalm, Kompassla en Witte krodde groeit.

Het Kadoelerveld is een prachtig stuk natuur met plassen omzoomd door rietkragen en moerassige laagtes waar van alles groeit, zoals Wolfspoot, Heelblaadje, Platte rus, Zeegroene rus . Op drogere delen vinden we veel Kamgras (Rode Lijst soort) We horen de kikkers en de Kleine Karekiet. Boeren- en Gierzwaluwen zijn druk bezig hun kostje bij elkaar te vangen. En de geur van de Watermunt stijgt omhoog bij elke stap die we doen.

Het gebied ligt in het Voorsterbos. In het bos zelf is het nu te donker om nog planten te onderscheiden en we besluiten lopend langs de bosrand de terugreis te aanvaarden. Bij een bloemrijke slootkant vinden we o.a. nog Oranje havikskruid, Avond- en Dagkoekoeksbloem, vermoedelijk Vergeten Wikke (een soort voederwikke) en Ringelwikke.

De beoogde 150 stuks hebben we niet gehaald, maar met 138 soorten plus 1 haas zijn we dik tevreden. Voor de rest van het “witte” gebied komen we zeker een keer terug. Dat is immers ook een van de spelregels van het witte gebiedenbeleid. Minstens 150 soorten in een uurhok, een hok van 5×5 vierkante kilometer is dat. En twee veldbezoeken.

De herhaling heeft plaats op 27 augustus en wel in het Kadoelerbos ten oosten van Kraggenburg. Niels gaat er in zijn eentje op uit. Hij vertelt: “Aldaar uiteraard deels een herhaling van de eerder gevonden soorten, maar toch ook veel nieuwe. Zoals knolcyperus, een van de cypergrassen en een lastig akkeronkruid waaraan invasieve eigenschappen worden toegedicht. Een soort die te vuur en te zwaard gestreden werd (en wordt?). En dan diverse bossoorten. Het Kadoelerbos en het aangrenzende Voorsterbos behoren tot de oudste polderbossen en zijn inmiddels zo’n 75 jaar oud. Dat maakt dat ze steeds interessanter worden voor plantensoorten van oudere loofbossen, daarvan vind ik bosgierstgras en boskortsteel. De zo bijzondere varensoorten waarvan dit gebied bekend is vind ik helaas niet.

Aan de noordkant grenst het bos aan het Kadoelermeer, het kleine randmeer dat het ‘oude land’ scheidt van de Noordoostpolder. Er vaart een En dan was er ook nog een verrassing van een heel andere aard. Over het Kadoelermeer voer een partyschip dat je al van verre kon horen aankomen. Een zangeres werd aangekondigd als ‘niemand minder dan Lieneke’. Dat ik daar nou nog nooit van heb gehoord ligt vast aan mij. Zij liet een lied horen in de trant van “ik heb je alle kans ge-bo-ho-den” en voor mij soortgelijke nummers. Een openbaring… Ook toen het schip al een minuutje of 20 verder was hoorde je nog de dreunen van de bassen… En dan was er ook nog een verrassing van een heel andere aard. Over het Kadoelermeer voer een partyschip dat je al van verre kon horen aankomen. Een zangeres werd aangekondigd als ‘niemand minder dan Lieneke’. Dat ik daar nou nog nooit van heb gehoord ligt vast aan mij. Zij liet een lied horen in de trant van “ik heb je alle kans ge-bo-ho-den” en voor mij soortgelijke nummers. Een openbaring… Ook toen het schip al een minuutje of 20 verder was hoorde je nog de dreunen van de bassen…partyboot langs die je al van verre hoort aankomen. Een zangeres wordt aan boord aangekondigd als ‘niemand minder dan Lieneke’ (nooit van gehoord) en brengt een lied ten gehore in de trant van ‘ik heb je alle kans ge-ge-he-ven’ en meer van dat soort repertoire. Ik zal er nooit aan wennen. De dreunen van de bassen zijn tot zeker 20 minuten nadat het schip voorbij is gevaren nog te horen. Zo beleef je nog eens wat niet waar?”

Niels Jeurink

Plantenwerkgroep, excursie Zalkerbos 29 april 2017

Het beloofd een goed loken jaar te worden

Op 29 april openden we het excursieseizoen van de plantenwerkgroep met een excursie naar het Zalkerbos. De zon straalde regelmatig, de wind was fris. Met 10 man/vrouw sterk zochten we naar de vaste bewoners van dit bijzondere bos, en ontdekten we een stuk van de nieuwe uitbreiding.

Het Zalkerbos ligt op een oude stroomrug, ingeklemd in een flinke bocht van de IJssel. De rivier heeft hier in een ver verleden zand en klei afgezet, waardoor het reliëf in het landschap ontstond en de bocht van de rivier alsmaar groter werd. Dat reliëf is nu nog steeds heel mooi te zien, het wordt een ‘kronkelwaard’ genoemd, zoals hier links op de foto:

Al voor 1200 was hier bos. Het areaal bos is in de loop der eeuwen terug gedrongen ten gunste van weilanden en akkerland. Maar als compensatie voor de verdieping van de IJssel tussen de Molenbrug en de Eilandbrug is het natuurgebied eind 2015, begin 2016 uitgebreid en is er nieuw bos aangeplant.

Het nieuwe aangeplante bos (zie foto) krijgt een zelfde verhouding van o.a. iepen, essen, esdoorns en eiken, als in het al bestaande hardhout-ooibos. Hardhout: iep, es, esdoorns en eik in tegenstelling tot zachthout: wilg en populier. Ooibos: bos dat op natuurlijke wijze is ontstaan langs rivieren. Ooi is een oud woord voor nat terrein nabij een rivier (cf. Duits: Au en Auwald). De aanwezigheid van dit biotoop is een belangrijke voorwaarde voor een natuurlijk riviersysteem. Waar rivieren bedijkt zijn en uiterwaarden het beeld bepalen zijn de bossen in de afgelopen eeuwen vrijwel overal omgevormd tot weidegrond en hooilanden. Nu staan in die nieuwe percelen nog allerlei pioniers zoals kruldistel en paardenbloem, maar we zagen er ook  zwarte toorts. De verwachting is dat hier op den duur een zelfde soort bos ondergroei komt, zoals elders in het Zalkerbos.

Niet alleen wordt er nieuw bos aangeplant, maar ook 2 stukken uiterwaard zijn ingericht voor natuurontwikkeling: de voedselrijke bovenlaag is verwijderd, met behoud van het reliëf, zodat soortenrijke stroomdalgraslanden kunnen ontstaan.

Het Zalkerbos is vooral bekend door zijn bijzondere onderbegroeiing. In het vroege voorjaar de bolgewassen, zoals Blauw druifje, Holwortel en Voorjaarshelmbloem, Bosanemoon (een groeiende populatie) en Vogelmelk. We zagen op uitgebreide schaafstro en de Gevlekte dovenetel stond volop in bloei. Ook in de nieuwe aanplant was deze al te vinden! In bloei verder o.a. Gulden boterbloem, een typische bossoort voor dit gebied, Grote muur, Akkerhoornbloem, de eerste Dagkoekoeksbloemen, Klimopereprijs, Draadereprijs en Tijmereprijs. Nog niet in bloei, maar wel veelbelovend aanwezig veel Slangenlook, en de zeldzamer Moeslook, naast de meer gangbare Kraailook. Te vroeg voor de bloei (in juni/juli terugkomen!), maar genoeg om ons te verheugen op een goed loken jaar! In De Flora Batava wordt Zalk niet genoemd als vindplaats voor Moeslook, wel voor Slangenlook (Flora Batava 1893).

Voor het eerst konden we een stuk uiterwaard lopen vanaf de heuvel waar vroeger een theekoepel op stond richting het Veer. Nu nog behoorlijk kaal, opgedroogde modder met pionierssoorten zoals veel Fioringras. Hier werden we verrast door 2 bijzondere soorten die zich hier al gevestigd hadden: Liggende ganzerik en Stijf barbarakruid (beide rode lijstsoorten, thans niet bedreigd).

In de krant stond deze excursie aangekondigd als fauna excursie. Dat hebben we niet op ons laten zitten: onderweg bleven de vogels niet onopgemerkt. Zo hoorden we fazanten, zanglijsters, winterkoningen, zwartkoppen en tuinfluiters, vinken en tureluurs, zagen we een vermoedelijk verlaten vogelnestje van 3 eieren in die opgedroogde modder en een kleine achterhoede, zonder kijker, vermoedt een zeearend gezien te hebben. We wisten dat die de afgelopen weken hier vaker was gezien!

Al met al een mooie start van dit nieuwe excursie seizen, en iedereen graag tot de volgende keer!

Gevlekte dovenetel, met een veel grotere bloem dan de veel voorkomende Paarse dovenetel.

Toos Lodder

Plantenwerkgroep Excursieprogramma 2017

Zalkerbos – zaterdagochtend 29 april 2017

Traditiegetrouw starten we het excursieseizoen van de plantenwerkgroep het ene jaar in Scherenwelle en het andere jaar in het Zalkerbos, zo ergens in april. Voor het Zalkerbos een mooie tijd, omdat dan alle voorjaarsbloeiers in bloei staan. Het bos is een van de heel weinige ‘echte’ hardhoutooibossen in Nederland, bossen dus die door de rivierinvloed zijn gevormd (‘ooi’) en waarvan de boomlaag wordt gedomineerd door eiken, essen en iepen. Het Zalkerbos is daar een prachtig voorbeeld van, met een heel goed ontwikkelde voorjaarsflora.

Direct aangrenzend aan het Zalkerbos zijn in 2015/2016 ook allerlei maatregelen genomen die te maken hebben met het uitdiepen van de IJssel tussen Molenbrug en Eilandbrug. Er is bos aangeplant, er is een extra watergeul gegraven en een aantal graslandpercelen is nauwgezet afgeplagd, met behoud van het oorspronkelijke reliëf. Door oude afzettingen van de rivier zijn zandruggen ontstaan met allerlei laagtes en hoogtes. Door het afschrapen van de bovenlaag ontstaat een waard die in potentie vergelijkbaar is met de Vreugderijkerwaard aan de andere kant van de rivier (stroomdalgrasland). Het is spannend wanneer en welke bijzondere soorten uit de Vreugdenrijkerwaard zich ook gaan vestigen aan deze kant van de rivier!

Praktische informatie: geef je even op bij Niels Jeurink (tel. 038 – 33 28 741, of e-mail njeurink@home.nl. We verzamelen om 9.30 uur op het Meeuwenplein. De excursie duurt tot 13.00 uur.

Meer lezen: http://natuurverenigingijsseldelta.nl/?p=2266

Kampereiland/ Noordoostpolder – Woensdagavond 7 juni

Van het Kampereiland en de Noordoostpolder zijn bij stichting Floron, de organisatie die in Nederland de floragegevens verzamelt, nog niet zo heel veel gegevens bekend. Terwijl er toch diverse bijzondere soorten te vinden zijn. Vanavond bezoeken we één van die ‘witte gebieden’, zoals ze om die reden worden genoemd. Het Kampereiland bezochten we al vaker, wat ook steevast botanische verrassingen opleverde als zilte zegge, bevertjes en geelhartje. Ook in de Noordoostpolder komen die soorten op sommige plekken voor. Eens kijken wat we er vanavond kunnen vinden. Waar we precies naar toe gaan is afhankelijk van de voorkeur van Floron.

Praktische informatie: geef je even op bij Niels Jeurink (tel. 038 – 33 28 741, of e-mail njeurink@home.nl. We verzamelen om 19 uur op het Meeuwenplein. De excursie eindigt als het donker wordt.

Meer lezen: http://natuurverenigingijsseldelta.nl/?p=1188

Wisselseveen – zondag 11 juni 2017

Het Wisselseveen ligt pal langs de rand van de Veluwe, niet ver van Epe. Omdat hier zeker voor Nederlandse begrippen sprake is van een behoorlijk hoogteverschil komt aan de voet van de helling veel kwelwater aan het oppervlak. Dat heldere en schone water wordt van oudsher via beekjes afgevoerd. Maar voordat het in de beekjes terechtkomt stroomt het eerst door dit natuurgebiedje. Omdat het kwelwater er stagneerde ontstond er veen, met een heel bijzondere flora. Helaas werd dat gebied op de schop genomen om het geschikt te maken voor agrarisch gebruik. Dat lukte echter niet goed; het gebied bleef nat door al het kwelwater en schraal. En in elk geval een deel van de bijzondere soorten bleven. In 1993 is men daarom begonnen het gebied –weer- als natuurgebied in te richten. Met een heel bijzonder resultaat. Vandaag gaan we er kijken.

Praktische informatie: We verzamelen om 10.00 uur van het Meeuwenplein in Kampen. Geef je even op bij Niels Jeurink (tel. 038 – 33 28 741, of e-mail njeurink@home.nl.

Meer lezen: https://www.glk.nl/landschap-kastelen/locatie/?locatie=32

Borkum – zaterdag 1 juli 2017

De plantenwerkgroep bezoekt dit jaar weer het Duitse Waddeneiland Borkum. Op het eiland is veel te zien. Van kwelders, waar je aankomt met de boot, tot uitgestrekte duingebieden en strandvlaktes. We bekijken de ‘flora van het zout’ en die van de overgangen naar de zoetere standplaatsen. Het stadje zelf wijkt duidelijk af van de dorpjes zoals we die op de Nederlandse Waddeneilanden kennen. Er is meer hoogbouw, het geheel doet meer denken aan een soort van kuuroord of een badplaats als Scheveningen, zonder overigens echt storend te zijn. Er rijdt een treintje van het dorp naar de veerboot, ook altijd een aardige belevenis. Borkum maakt deel uit van het (overigens nog veel grotere) Nationaal Park “Niedersächsisches Wattenmeer”, en het overgrote deel van het buitengebied valt ook onder de Europese bescherming (Natura 2000).

We waren al eens eerder op het eiland, in 2014, en toen zagen we al dat het er heel mooi is en dat er voor de plantenliefhebber veel te beleven is. En wat we toen ook zagen was… regen. De héle dag heeft het er weliswaar niet zo hard maar wel zeer langdurig geregend. Dat moet beter kunnen, dus we wagen het er nog een keer op.

Praktische informatie: We willen op tijd zijn voor de boot van 10.15 die uit de Eemshaven vertrekt. Dat betekent vertrek om 7.45 van het Meeuwenplein. De excursie duurt tot laat, want we willen de middagboot van 18.00 van het eiland hebben (18.50 Eemshaven). En dan aan de Nederlandse kant ergens wat gaan eten. Vergeet niet je paspoort/ identiteitskaart mee te nemen! Geef je even op bij Niels Jeurink, tel. 038 – 33 28 741, of e-mail njeurink@home.nl. Doe dat tijdig, uiterlijk 24 juni, vanwege het reserveren van kaartjes voor de boot.

Meer lezen: http://www.nationalpark-wattenmeer.de/nds/nationalpark (site Nationaal Park)

Fort Pannerden/ Klompenwaard – zaterdag 22 juli 2017

Dicht bij het Gelderse Doornenburg ligt de Pannerdense Kop, de plaats waar de Waal en het Pannerdens Kanaal splitsen. Aan de overzijde van de Waal ligt de Millingerwaard, aan de overzijde van het Pannerdens Kanaal de Rijnstrangen. Maar ook aan deze kant van de rivieren is veel bijzonders te zien. Het gebied is in de loop van de tijd natuurlijker ingericht door bijvoorbeeld sommige van de uiterwaarden te ontkleien. Daardoor zijn er zowel soorten van droge (stroomdal)graslanden als soorten van slikken en rivierstrandjes te vinden. Bijzonderheden die er bekend zijn zijn –onder veel meer- polei (een soort munt die je alleen in het rivierengebied vindt), grote centaurie, wede en kleine ruit. Het Fort Pannerden, een oud verdedigingswwerk dat vele jaren gekraakt was is er ook te vinden. Tegenwoordig is het een uitvalsbasis van allerlei bijzondere activiteiten. We gaan er een dagje genieten van de flora en het bijzondere rivierenlandschap.

Praktische informatie: We verzamelen om 9.30 uur van het Meeuwenplein in Kampen. Geef je even op bij Niels Jeurink (tel. 038 – 33 28 741, of e-mail njeurink@home.nl.

Meer lezen: https://www.ark.eu/gebieden/gelderse-poort/klompenwaard

Vreugderijkerwaard  – woensdagavond 19 juli 2017

De Vreugderijkerwaard is ‘tegenover’ Zalk op de andere (rechter) oever van de IJssel te vinden, dicht bij Westenholte dus. Het is één van de pareltjes in het rivierengebied, wellicht een van de mooiste voorbeelden van stroomdalgrasland (droog, soortenrijk grasland) in Nederland. Het gebied herbergt talrijke bijzondere plantensoorten, waaronder maar liefst drie soorten bremrapen (parasitair levende plantensoorten), veldsalie, zacht vetkruid en de uiterst zeldzame liggende ereprijs. En nog heel veel andere plantensoorten! Vanavond gaan we er kijken.

Praktische informatie: geef je even op bij Niels Jeurink (tel. 038 – 33 28 741, of e-mail njeurink@home.nl. We verzamelen om 19 uur op het Meeuwenplein. De excursie eindigt als het donker wordt.

Meer lezen: https://www.natuurmonumenten.nl/natuurgebied/vreugderijkerwaard

De Hamert – zaterdag 9 september 2017

De Hamert is een bijzonder natuurgebied in het noorden van Limburg, niet zo ver van Arcen. Het maakt deel uit van het Nationaal Park de Maasduinen. Dit gebied ontstond –ooit- door de afzetting van zand ten oosten van de toenmalige Maas. Door de afgezette zandruggen kon water niet meer naar de Maas afstromen, waardoor uitgestrekte moerassen ontstonden. Die moerassen zijn al lang geleden droog gelegd en zijn in agrarisch gebruik. Maar de langgerekte zandruggen bleven. Hier waaide op sommige plaatsen zand uit tot laagten, waarin vennetjes ontwikkelden. Bos en heiden met vennetjes wisselen elkaar nu af. Enkele jaren geleden broedde hier al eens een bijeneter. In het gebied vind je ook het Geldernsch-Nierskanaal, ooit een poging om een vaarverbinding te graven van de Maas naar de Rijn, maar dat project strandde jammerlijk door de sterke grondwaterstroom die het graven tot gevolg had. Nu is het een snel stromende beek geworden die weinig meer aan het graafwerk van ooit doet herinneren. Het is dus een groot gebied waar van alles te zien is. En vandaag nemen we daar uitgebreid de tijd voor.

Praktische informatie: We verzamelen om 9.30 uur van het Meeuwenplein in Kampen. Geef je even op bij Niels Jeurink (tel. 038 – 33 28 741, of e-mail njeurink@home.nl.

Meer lezen: http://www.natuurparkenlimburg.nl/np/de-maasduinen

Plantenwerkgroep, excursie Nationaal Park De Meinweg d.d. 10-09-2016

 Nationaal Park De Meinweg ligt ten oosten van Roermond, tussen het dorp Herkenbosch en de Duitse grens. Het gebied is internationaal zeer bekend en geliefd. Dat wekt uiteraard onze nieuwsgierigheid. Na echte Limburgse vlaai in het gezellige bezoekerscentrum De Meinweg te Herkenbosch vertrekken we uitgerust eerst naar de parkeerplaats bij Vlodrop-Station in het zuiden van het natuurgebied. Valse Salie Acasia

Groene kikkker

Het is een erg warme dag. Een wandeling door het bos geeft verkoeling. We wandelen een stukje over een oud spoorbaantje, de IJzeren Rijn geheten. We vinden er viltganzerik, zandblauwtje, gespleten/gewone hennepnetel en veel kruiden o.a. slangenkruid, stijf havikskruid, klein tasjeskruid, kleverig kruiskruid, gewoon biggenkruid. We wandelen een rondje met de klok mee. Er fladderen opvallend veel dagpauwogen om ons heen. Boomklevers laten zich horen en zien. Groeit daar iets bijzonders? Na nauwkeurige observatie toch maar akkerereprijs en dagkoekoeksbloem. We lopen langs Meru, het wereldhoofdkwartier van de beweging Transcendente Meditatie. Hier volgen mensen uit de hele wereld meditaties en opleidingen. Wij kiezen voor een andere richting. Door een prachtige Hollandse Lindelaan, met veel klein springzaad hier en hier en hier…….. dat krijg je met dat springen. We vinden er verder late guldenroede, bosaardbei en bonte gele dovenetel. We overschrijden de grens waar reuze balsemien ons toegrijnst en lopen onder de spoortunnel van de IJzeren Rijn door.

 

We komen in een prachtig bos, met zwarte els en es, waar de Roode Beek doorheen kabbelt. Het water is kraakhelder en de bodem is rood; boordevol ijzer. Langs de oever hangende zegge. Niet te beschrijven zo’n mooie beek.

Links van het bospad diverse vennen met waterlelies. Ruige veldbies, bosgierstgras, moeraszegge, ijle zegge, pluimzegge, bosbies verfraaien het geheel.

 

Bij de Dalheimer Mühle lopen we een moerassig broekbos in. De ontblote boomwortels wekken de indruk dat de bomen zich moeiteloos kunnen verplaatsen. Door een vlonderpad, het Knuppelpad van Sint Ludwig, kunnen we dit sprookjesachtige gebied bewonderen. Zittend op de vlonders genieten we van de bijzondere omgeving, de rust, onze boterhammen en de druk heen- en weer vliegende beekjuffers. We vinden er wolfspoot, bittere veldkers, blauw glidkruid en wilde gagel (gevoelige soort). Vroeger werd dit, in plaats van hop, gebruikt voor het brouwen van bier, zgn. gagelbier.  Na de catwalk komen we in een hoger en droger gelegen naaldbos met koningskaars en zeepkruid en lopen weer richting parkeerplaats.

 

 

 

We rijden terug, langs het bezoekerscentrum, naar de parkeerplaats aan de Meinweg. Via een wandeling door het bos komen we in een prachtig heidegebied. Aan een bosrand vinden we gevlekte scheerling (rood gevlekte stengel/onbehaard, terugwijzende omwindselbladen) een erg leuke vondst We nemen op de heide een kijkje bij een vennetje met rode knolrus.

 

 

Bij een splitsing besluiten we de langere route te nemen. Rechtsaf richting Herkenbosscher Heide. Langs duinriet, tandjesgras, mannetjesereprijs en borstelgras(rode lijstsoort). Het gebied krijgt een meer glooiend karakter. Het is het voor Nederland unieke terrassenlandschap van De Meinweg, ontstaan door het grind en zand dat de Rijn en de Maas in de loop der tijden afzette. Ook aardverschuivingen hebben bijgedragen aan de hoogteverschillen. Het totale hoogteverschil tussen de 3 terrassen bedraagt 50 meter. Het Roerdal ligt 30 meter boven N.A.P. en het Beatrixplateau op 80 meter. Dwars op de terrassen zijn twee beekdalen ontstaan: het dal van de Boschbeek en van de Roode Beek. Tussen deze beken en beekdalen liggen de stille vennetjes en uitgestrekte bossen en heidevelden van De Meinweg.

Door de hoogteverschillen hebben we prachtig uitzicht op de vele vennen, waar we o.a. kleine – en ronde zonnedauw, witte- en bruine snavelbies, veelbloemige waterbies, moeraswolfsklauw, smal- en zwart tandzaad vinden. Af en toe zoeken we onder een boom even de schaduw op voor verkoeling. We staan stil bij de ven met de mooie naam Elfenmeer, omdat we menen er een houtsnip te zien. Er drijven prachtige witte waterlelies en langs de kant o.a. snavelzegge en een kikker die ons vol spanning in de gaten houdt. De volgende ven heet Vossenkop, geen idee waarom en de daarop volgende ven staat werkelijk propvol witte waterlelies.

 

Via een smal pad, omzoomd door hoge varens en gras dat verkoelend over onze armen streelt, lopen we langzaam omhoog. We kijken rechts neer op het dal van de Boschbeek. De beek kunnen we , behalve aan de vegetatie, nergens zien lopen. Een pad over een brugje lost het raadsel op. De beekbedding staat droog.

Een bordje geeft aan dat we naar een gelukspunt lopen en deze vinden we inderdaad ook. Rolvennen, gelukspunt 14, bij een prachtige grote ven. (meer gelukspunten: www.ontdekroerdalen.nl)

Eeuwenlang gebruikten de bewoners van 14 dorpen het gebied Rolvennen als gemeenschappelijk bezit om vee te hoeden, bomen te kappen, turf te steken en heide te maaien.

Vandaag benut een herder met zijn schaapskudde het gebied. Op weg naar de stal, vermoed ik, want het is inmiddels 7 uur.

Door een sanitaire stop splitst de groep zich, waardoor de achterhoede de voorgangers uit het oog verliest. Oeps welke kant gaan we op? Na telefonisch overleg incl. waarschuwing voor loslopende zwijnen (met de Veluwe is dit het enige gebied in Nederland waar officieel wilde zwijnen mogen leven), gaan we de goede kant op. En dat houden we aan tot we in Kampen weer op de parkeerplaats Meeuwenplein staan.

Oh ja, natuurlijk hebben wij onderweg even aan de inwendige mens gedacht. Niels heeft voor het thuisfront zelfs een heuse Limburgse vlaai meegenomen (anders mocht hij niet op pad J)

Tot op heden zijn er 767 soorten planten en bomen beschreven in De Meinweg. Niels heeft er 201 genoteerd. Het is zo’n verrassend mooi en afwisselend gebied (ca. 1800 ha), dat een vervolgbezoek zeker de moeite waard is.

Verslag: Ellen van Knippenberg

Foto’s: Heleen Strikkers-Sollie

Plantenwerkgroep, excursie Winterswijk 9 juli 2016

collageMet 5 man sterk vertrekken we zaterdagochtend uit Kampen, via Arnhem, richting Winterswijk. In de buurt van Arnhem hoopt Niels langs de snelweg gifsla tegen te komen. Deze heeft hij vanuit de auto al eens zien staan. Met dank aan de Tomtom van Niels : “SLA na 300 meter linksaf” vinden we bij een parkeerplaats inderdaad gifsla (lactuca virosa – zeer zeldzaam). Onze volgende waarneming is “munt” op de heerlijke Apfelstrudel met slagroom op het marktplein in Winterswijk.

Vervolgens rijden we door een prachtig coulisselandschap met fraaie boerderijtjes. Het voelt alsof men een beetje achter loopt in de Achterhoek en dat ervaren we als zeer aangenaam.

Parelmoervlinder

Parelmoervlinder

Bij het natuurgebied Willinks Weust parkeren we de auto en lopen langs de Sibelco kalksteengroeve het gebied in (Muschelkalk). Links een kijkwand waar je, als je geluk hebt, de Oehoe kunt spotten, die in de wand van de 240 miljoen jaar oud, niet meer in gebruik zijnde, steengroeve, zijn nest heeft.

Langs het pad vinden we veel gewone soorten, zoals gewone agrimonie, gewone braam, gewoon struisgras, gewone vlier, gewone engelwortel, gewone hennepnetel, gewone brunel en gewoon biggenkruid, naast andere algemene soorten.  Tot onze “verrassing”  vinden we in het bosgebied een prachtige open plek met stukje blauwgrasland en daar komen we soorten tegen die je niet dagelijks ziet, zoals pijpenstrootje, gevlekte orchis, stijf havikskruid, stijve ogentroost, gewone vleugeltjesbloem, veelbloemige veldbies, het zeer zeldzame karwijselie (witte puntjes aan de bladeren), fraai hertshooi, goudgele honingklaver, kale jonker en moerassmele ?? Zeer zeldzaam, echter dit blijkt later helaas toch bochtige smele te zijn geweest.

winterswijk

Langs de bosrand, een klassiek eiken-haagbeukenbos, vinden we een prachtige parelmoervlinder. Iets verder de fraaie rups van een helmkruidvlinder op boszegge. Het bos is prachtig en  in het voorjaar zeker de moeite waard om een keer terug te keren. We vinden er bosviooltjes (donkersporig / bleeksporig ),bosanemonen, klaverzuring, heksenkruid en  glanshaver. Even zijn we Niels kwijt, die alleen en in z’n eentje (bron : Klein Orkest) op zoek is gegaan naar de eenbes. Helaas niet gevonden, maar we zijn heel tevreden met de 149 soorten die we wel zagen.

We keren terug naar de auto en rijden via een onvervalste landweg  vol kuilen en bulten naar de Borkense Baan, waar in vervlogen tijden een heuse stoomtrein liep van Winterswijk naar Borken.

Zittend op de nog aanwezig rails, nuttigen wij de meegebrachte boterhammen. Het is er opvallend stil, slechts de vogeltjes laten zich af en toe horen. Na de lunch lopen we links van de spoorbaan een drassig gebied in met een prachtige ven. Veel gevlekte orchissen, kleine- en ronde zonnedauw en stijve moerasweegbree in bloei (zeer zeldzaam),  dwergzegge en blauwe zegge, borstelgras, heidekartelblad. Deze laatste parasiteert op kleine wolfsklauw. Eten en gegeten worden. Uit het gedroogde lijkje van een  kikker kruipt een vreemde wants. Dit blijkt later een stinkzwamaaskever te zijn.

stinkzwamaaskever

stinkzwamaaskever

We steken de spoorbaan over, waar valse salie prachtig in bloei staat. Het gebied rechts van de spoorbaan is minder drassig. We vinden er klein blaasjeskruid (vrij zeldzaam –pas op, niet naar wijzen, want is een vleesetende plant), grote wilde gagelstruik, hazenzegge, sterzegge, welke net boven het water uitsteekt, koningsvaren, vetblad, stekelbrem. We twijfelen over een rus. Boek erbij gepakt en een kenmerk is: makkelijk of moeilijk uit de grond te trekken. Tsja wat moet je daar nu mee.

“Zitten hier ook adders”, vraag ik Niels, waarop ik als antwoord krijg: “alleen onder het gras”.

We lopen naar links over de spoorbaan richting een grote plas met heel veel waterlelies. Een levendbarende hagedis ligt op de rails in het zonnetje, maar schrikt van ons. We lopen om de plas heen en nemen een korte pauze. Het uitzicht is geweldig mooi. In de brede oeverranden van de plas groeit wateraardbei, snavelzegge en veenpluis .  Na de pauze lopen we door een donker bos met salomonszegel en veel lekkere bosbessen.  Vervolgens door stuk heideveld en een donker triest dennenbos. Tot onze verrassing komen we uit bij de auto (dat hebben we wel anders meegemaakt) nog even duiken we weer het bos in om het prachtig bruin/goudgele beekje dat daar loopt te bewonderen. We hebben 136 soorten gezien, teveel om hier op te noemen.

Dan op naar het Wooldse Veen: een Natura 2000 gebied ten zuidoosten van Winterswijk doorlopend over de Duitse grens, daar overgaand in natuurgebied Burlo-Vardingerholter Venn und Entenschlatt.

Ronde zonnedauw

Ronde zonnedauw

Een mooie wandeling over loopplanken geeft een goede indruk van dit fraaie hoogveengebied. Een gebied met veenputten en veendijken: overblijfselen van de vroegere afgravingen, waarbij men na verdroging het veen gebruikte voor turf. Door het natuurherstelplan van o.a. Natuurmonumenten, vormt zich nieuw hoogveen in de veenputten, met als begroeiing onder andere witte- en bruine snavelbies, zonnedauw, lavendelheide, eenarig wollegras, kleine veenbes en veenmos. De veendijken zijn begroeid met berken en soms ook eiken. Doordat de ondergrond  grotendeels uit keileem bestaat heeft men een zware verdroging kunnen voorkomen. Wel moet in de gaten worden gehouden dat berken en eiken niet de overhand krijgen en het gebied nat genoeg blijft. Op onze wandeling door het gebied zien we delen , zeer fotogeniek, verdronken berkenbroekbos.

Ook komen we twee van de maar liefst 186 oude grensstenen tegen met het jaartal 1799. Tussen het Nederlandse en Duitse veengebied loopt een oude smokkelaarsroute: het Commiezen pad. Dit liep midden door het veen, pal op de grens. (Een commies was een douanier of grenswachter). Zie voor de route en zijn geschiedenis : www.wandelbeeld.nl . Niels noteert tijdens de wandeling 91 soorten wilde planten.

In Groenlo (Grolle) eten we samen nog gezellig een hapje bij het voormalige postkantoor aan het marktplein, als afronding van een zeer geslaagde dag. En doen onze laatste waarneming: peterselie op de mosterdsoep.

Verslag: Ellen van Knippenberg

Fotografie: Ellen van Knippenberg en Gonny Sleurink

Lezing IJsvogels door Jelle Harder op 27-10-2016

lezing-ijsvogels

Plantenwerkgroep, excursie Zalkerbos 17 juli 2016

_mg_7830

Het Zalkerbos in de zomer: bloeiend Slangenlook

Traditie getrouw starten we het excursieseizoen van de plantenwerkgroep het ene jaar in Scheerenwelle en het andere jaar in het Zalkerbos, zo ergens in april. Voor het Zalkerbos weliswaar een mooie tijd, omdat dan alle voorjaarbloeiers in bloei staan, maar tja, dan mis je steevast het bloeiende Slangenlook, één van de pareltjes van het Zalkerbos. Dit jaar reden voor een bezoek in de voorzomer.

We verzamelden ons bij het Meeuwenplein, of gingen rechtstreeks met fiets of auto, en verkenden met ons 10-en het gebied.

We kwamen veel bekende soorten uit het voorjaar tegen, waarvan sommige nu in bloei, zoals Gevlekte dovenetel, Slangelook (aan het eind van z’n bloei) en Kraaielook (aan het begin), Schaafstro, Bosrank, Grote muur en Hop.

Duivekervel Kraailook Gevlekte dovenetel Schaafstro

Voor sommige grassen is het in april nog te vroeg waardoor ze niet te determineren zijn: maar nu zagen we Kweekdravik, een soort van langs de rivieren die we dankzij de bloeiwijze nu op naam konden brengen.

Alle veranderingen rond de inrichting van het Zalkerbos zijn misschien nog wel een groter verschil met onze vorige excursie naar dit gebied in april 2015 dan het jaargetijde. Landschappelijk is er sinds vorig jaar veel aangepakt: er is meer bos aangeplant, waardoor het bos robuuster wordt, maar er ook doorkijkjes verdwijnen. Er is  meer water door een extra geul in de uiterwaarden. En de bovenlaag van een waard, grenzend aan de rivier,  aan de zuidzijde van de weg is helemaal afgeplagd.  En die veranderingen zorgen voor tijdelijke of blijvende andere vegetatietypen. Zo kwamen we tal van planten tegen die er vorig jaar überhaupt niet waren, of alleen als sluimerende zaden in de grond.

Als compensatie voor alle aanpassingen aan de IJssel met het uitdiepen van de vaargeul wordt het bos uitgebreid. Op 3 plaatsen zagen we een jonge aanplant van bos, waarbij de ondergroei nu allerlei akkeronkruid-achtigen bevat. Die zullen op den duur wel weer verdwijnen. De mooiste daarvan: Gewone duivenkervel met teer fijn ingesneden blad, en roze bloemen met donker roze vleugeltjes die zich veelvuldig tussen de jonge aanplant slingerde. De helder gele bloemen van enkele Gele ganzenbloemen vielen daartussen goed op. Verder akkerviooltje, diverse Ganzevoeten, Getande weegbree, naast de gewone Grote weegbree, Zwarte nachtschade, Gewone raket, Akkerkool, Herik en Kroontjeskruid.

Meer naar de rivier toe is een extra watergeul gegraven, wat ook weer voor nieuwe vegetatietypen zorgt. Daar zagen we o.a. Rode waterereprijs, Moerasandoorn en Avondkoekoeksbloem. Meer in de houtwallen o.a. Kompassla, dat zijn bladeren verticaal draait.

Inmiddels begon de lucht al prachtig rood te kleuren. Tegen dat decor zagen we een paar Lepelaars overvliegen.

_mg_7832

In de avondschemering maakten we een laatste uitstapje naar een perceel direct grenzend aan de IJssel, waar de bemeste bovenlaag secuur vanaf is geschraapt, met behoud van het oorspronkelijke reliëf. Door oude afzettingen van de rivier zijn zandruggen ontstaan met allerlei laagtes en hoogtes. Een zomerdijk beschermd beide waarden tegen teveel overstromingen.  Door het afschrapen van die bovenlaag ontstaat een waard, die in potentie vergelijkbaar is met de Vreugdenrijkerwaard aan de andere kant van de rivier (stroomdalgrasland).

Het is spannend wanneer en welke bijzondere soorten uit de Vreugdenrijkerwaard zich ook gaan vestigen aan deze kant van de rivier! Bij het laatste voldoende licht maakten we de ‘nulstand’ op: heel veel akkerwinde, Fioringras, Zeegroene ganzenvoet en Stippelganzenvoet, Groot kaasjeskruid en Kleine klaver, Witte krodde maar ook al meer bijzondere soorten die zich hier meer zullen gaan vestigen als Sikkelklaver en Kruisdistel.

Van af nu moeten we eigenlijk elk jaar even een kijkje gaan nemen om de ontwikkelingen bij te houden! Bijzonder, en dat zo dicht bij huis.

Tekst: Toos Lodder

Fotografie: Gonny Sleurink

 

 

Jubileumvaartocht op Zaterdag 17 september 2016

Vijftig jaar Natuurvereniging IJsseldelta

50 jaar ballonnen

Op de jaarvergadering van dit jaar bracht een aantal leden ons in herinnering dat de vereniging dit jaar 50 wordt. Dat verdient een feestje, daar was de vergadering het over eens. Ter plekke werd een jubileumcommissie samengesteld bestaande uit Klaske van ’t Oever, Kees de Kievid, Hans Houkema en Jessica Borst.

Toen de vereniging 40 jaar bestond, is er een vaartocht georganiseerd, die door vele verenigingsleden zeer werd gewaardeerd. Daarom wil de jubileumcommissie er graag een feestelijke traditie van maken.

Voor de 50ste verjaardag is er daarom een tocht georganiseerd met ‘De Veerman van Kampen’  door de IJsseldelta naar het IJsseloog.

Veerman van Kampen

Het wordt een unieke vaartocht naar een uniek gebied, waar je als ‘gewone sterveling’ niet zomaar een voet aan land zet. De jubileumcommissie heeft, dankzij het feit dat verenigingsleden van de Vogelwerkgroep hier al meer dan 10 jaar inventarisaties uitvoeren, toestemming gekregen om een bezoek te brengen met een grotere groep.  Ook zal iemand van Rijkswaterstaat komen vertellen over het gebied.

Zo ziet het programma er uit:

13.00 uur     Ontvangst op de ‘Veerman van Kampen’ t/o

Van Heutszplein, IJsselkade

                                   13.15             afvaart

                                   14.30             aankomst IJsseloog

                                   14.45             feestelijke traktatie en woordje

                                   15.00             lezing/wandeling naar keuze

                                   15.30             wisselen lezing/wandeling naar keuze

                                   16.15             aan boord voor terugvaart

                                   17.30             aankomst in Kampen

Deze feestelijke vaartocht is gratis voor leden en 1 introducé. Dat mag natuurlijk ook een kind of een kleinkind zijn. De tocht is mogelijk gemaakt door het bestuur van de vereniging, een aantal vrijgevige verenigingsleden en de ruimhartige bijdrage van ANV Camperland (250,-!).

Wilt u zich van te voren aanmelden? Dan houden we rekening met uw komst.

Leden krijgen voorrang tot 1 september as.. Na deze datum is de inschrijving open voor iedereen (25,- euro). Dat zal bekend gemaakt worden in de regionale kranten.

Stel, dat u mensen kent die overwegen om lid te worden van de vereniging, nodig hen van harte uit. Ook nieuwe leden mogen gratis mee.

Op 17 september vieren we dus onze verjaardag. De jubileumcommissie zorgt vanzelfsprekend ook voor eigen gebakken lekkernijen. Mocht u ter verhoging van de feestvreugde een cadeautje in petto hebben voor de vereniging; dan is een envelopje met inhoud altijd welkom. Aan boord zetten we een cadeaudoos neer.

———————————————————————————————–

Aanmelden

U kunt een mailtje sturen naar w.vantoever@gmail.com  of een briefje invullen en inleveren bij fam. Van ‘t Oever  IJsselkade 29 8261 AC Kampen met de hieronder gevraagde gegevens.

Graag horen we vóór 1 september of u erbij bent.

[ ]        lid                  naam…………………………………………………………………..

[ ]        introducé       naam…………………………………………………………………..

[ ] ja, ik meld me aan als lid van Natuurvereniging IJsseldelta en betaal pas volgend jaar mijn eerste contributie van 21,50 euro per jaar

naam ………………………………………………………………………………………………..

adres …………………………………………………………………………………………………..

 

 

Plantenwerkgroep, excursie Springendal Twente 28-5-2016

Het dal van de Mosbeek: excursie naar een bijzonder en plantenrijk gebied

Collage

Op 28 mei vertrokken we om 8.00 uur met 6 man/vrouw naar Twente voor een excursie naar het dal van de Mosbeek in Twente. Voor planten een behoorlijk uniek gebied in Nederland en landschappelijk ook nog eens heel mooi.

We parkeerden de auto’s bij de Watermolen van Bels. Daar is een nieuw bezoekerscentrum met de toepasselijke naam IJs en Es: het dal van de Mosbeek en het daarnaast gelegen Springendal zijn ontstaan in de ijstijd als stuwwal, waar de Mosbeek zich een weg in heeft uit gesleten.

De Mosbeek wordt gevoed uit water (sprengen) die uit aardlagen opwellen. Daardoor is een afwisselend landschap ontstaan met veel reliëf, wat in de verte wel wat van Limburg heeft. Op korte afstand kwamen we heel  verschillende landschapstypen en heel verschillen plantengemeenschappen tegen. Nat bronbos, natte schraalgraslanden, maar ook (hoge en droge) heide, beukenbos en akkerlandjes.

In de poëtische woorden van het bezoekerscentrum:

“Hier op slechts enkele kilometers van Ootmarsum en Tubbergen borrelt in alle stilte water uit de bodem. In kleine hoeveelheden, maar gestaag. Het voedt de natuur en een reeks van gedachten. Ze maken stil, want dit is de bron. Dit is Twente.”

Op die stilte moesten we trouwens wel even wachten, want het terras van de molen werd met een bladblazer grondig schoon geblazen.

Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 1 ingang watermolen Bels Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-2815 koffie niet verkeerd Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 2 kaart Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 3 Meikever Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 5 Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 8 Eekhoorngras

De informatiepanelen boden ons nog meer wetenswaardigheden en adviezen. Alleen Ellen was voorzien van ‘Wellington’s’ (hoewel geen echte) zoals het advies in het Engels was, maar ook zonder laarzen konden we dit keer goed terecht.

Direct bij de molen zagen we aan een plasje (spaarbekken voor de watermolen) onze eerste bijzonder waarneming: Eekhoorngras, familie van het Langbaardgras. Eerst als enige tussen Bosbies, Ruw beemdgras en Gestreepte witbol, maar als snel bleek dat er op een droger stukje toch nog meer stond.

In de bosranden langs de velden o.a. Dolle Kervel: familie van het Fluitenkruid, maar met donkere stelen, tegen het aubergine aan, die door rijke beharing weer wat witter ogen. Bermzuring wordt vaak over het hoofd gezien: een kruising tussen Ridderzuring en Krulzuring, met als eigen kenmerk een behaarde middennerf aan de onderzijde van het blad. Die komt dus vast vaker voor dan uit de statistieken lijkt.

Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 11 Bosbies Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 13 Brede stekelvaren Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 16 Zachte ooievaarsbek Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 17 Grote muur Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 51 landschap Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 18 landschap

We stonden bij onze eerste Kale Jonkers wat langer stil, omdat de bladeren ook wel veel weg hadden van een Speerdistel, maar de kluwen aanstaande bloemhoofdjes gaf de doorslag.

Bij het spaarbekken van de watermolen van Frans (bezoekerscentrum, maar die dag gesloten) zagen we o.a. Kleine Varkenskers, naast Grote Varkenskers. Familie van de andere kersen, wat je kan ruiken aan de Kleine Varkenskers: de geur lijkt erg op die van Sterrenkers.

Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 20 bord molen van Frans Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 22 Molen van Frans Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 28 Spurrie Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 29 Molen van Frans Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 32 Molen van Frans Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 39 Dikkopjes Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 44 onderverhuur Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 43 Gelderse Roos

In een arm roggeveldje, waarvan we er verscheidene zagen, o.a. Slofhak, Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 34 Slofhakeen eenjarige grassoort van schrale akkergronden die door bemesting sterk in aantal is teruggelopen: het kleine broertje van Reukgras. Daar vonden we ook veel Kleine Leeuwenklauw, Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 35 Kleine leeuwenklauwdie we ook op meer gewone akkers zagen. Er werd een speciaal oud Roggeras geteeld: St Jans rogge, dat – uiteraard- plaatselijk werd verwerkt.

In sommige bosjes bij boerderijen ook veel (verwilderde) tuinplanten, zoals Reuzen Balsemien, Grote Veldbies, Grote Maagdenpalm, een geel-wit bloeiende Smeerwortel (Symphitum grandiflorum), en Kruisblad Euphorbia. In het bos nog een andere tuinplant: Franje kelk.

Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 54 landschap Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 55 op de knieën Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 56 Gevlekte orchis Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 60 vetblad foto Ellen Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 82 verboden op plantjes te trappen

En dan onze hoogtepunten: 2 (3) prachtige blauwgraslanden. We troffen het, want het vetblad stond in bloei. Eerst zagen we enkele exemplaren, maar dat werden er al snel heel veel: een mooie paarse gloed. In Nederland heel zeldzaam, maar verwant aan het Alpenvetblad wat je hoog in de Alpen tegen kan komen.  Ik herinner het mij van van die Alpenweitjes waar de sneeuw net is weggesmolten. Vetblad is een vleesetend plantje: de bladen zijn vettig en opvallen bleekgroen. Vliegjes die daar op gaan zitten zijn verloren.

Een citaat uit de Wilde Planten trilogie van Westhoff (1970-1973): ‘het aantal plaatsen waar vetblad voorkomt is in een halve eeuw tijds 95% geslonken.  Op de plaatsten waar ze nu nog voorkomt groeit ze vaak nog maar met enkele exemplaren. Toen Linnaes deze plant doopte was ze nog vulgaris en ook toen Heimans en Thijsse jong waren was het vetblad vooral in het oosten van ons land nog zo algemeen dat men haar overal tegenkwam en Twentse kinderen ze nog kleverige viooltjes noemden.’ Kleverige viooltjes is wel een toepasselijke naam.  Ik zoek hem even op in de Heukels van mijn oma (3e druk 1907) en inderdaad: Pinguicula vulgaris, vetblad, op moerassige veengrond en in de duinen. Vrij algemeen.

Een andere opvallende schoonheid die nog niet in bloei stond is Beenbreek. Eigenlijk moeten we over een maand terug voor een weide die dan volledig geel is van de Beenbreek. Andere soorten die we hier vonden waren Heide kartelblad, een half parasiet. Dat kon je zien op een plek waar het veel stond en andere planten veel kleiner bleven. Verder Zenegroen, Kleine Zonnedauw, Parnassia, Rietorchis, Dwergzegge, Bronkruid, Gulden (?) Sleutelbloem, Brede Orchis, Spaanse Ruiter, Gevlekte Orchis, Blauwe Knoop, Vlozegge en nog veel meer.

Een andere bijzonderheid was een bronbosje en van nature voedselrijk moerasbosje. Elzenbroekbos met meerstammige Elzen en een ondergroei van Bittere veldkers, mooi wit bloeiend, Bitterzoet, Holpijp en Dotterbloemen (ook al uitgebloeid, maar in deze bossige omgeving met enorme bladeren.)

Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 66 Tellima grandiflorum Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 67 Bittere veldkers

Al die aandacht voor herstel en behoud van de natuur levert prachtige en interessante landschappen op en is ook goed voor de recreatie, maar sommige boeren werd/wordt het toch wat te benauwd: één had op zijn erf het bordje: ‘Bedreigde boer’ geplaatst. Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 70 kwetsbare boer

Terug naar de auto volgden we de Duitse grens, die we ook zo af en toe overstaken. Een echt grensoverschrijdend natuurgebied is het niet. We volgende o.a. een enorme maisvlakte, langs plekken waar naar gas werd geboord, voor we via smokkelpaadjes weer op vertrouwd gebied kwamen.

Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 71 grassen Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 73 landschap Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 77 wikke en viooltjes Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 80 terug de molen van Bels

In totaal hebben we 248 verschillende soorten gezien, in vier verschillende kilometerhokken. In hok 254-496, het hok met daarin de molenvijver van de beide molens Frans en Bels, vonden we de meeste soorten: 187. Deze waarnemingen komen in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De gegevens worden o.a. gebruikt voor het maken van verspreidingskaartjes, trendonderzoek enz. Verspreidingskaartjes kan je vinden op www.verspreidingsatlas.nl. Daar vind je van veel soorten ook een korte beschrijving en foto’s.

Tekst: Toos Lodder

Foto’s: Heleen Strikkers

 

 

Plantenwerkgroep, excursie Kampereiland, woensdagavond 25 mei 2016

oude kaart

Van het Kampereiland hebben we nog niet zo heel veel gegevens verzameld. Terwijl er toch diverse bijzondere soorten te vinden zijn. Je vindt er allerlei soorten die kenmerkend zijn voor het rivierengebied maar ook de slootjes en de graslanden zijn de moeite van een bezoek waard.

Vanavond starten we bij het gemeenschapscentrum ‘Ons Erf’ en lopen in het te onderzoeken kilometervak de Heultjesweg op. Het is onbewolkt en het blijft daardoor langer licht.

de Heultjesweg

We beginnen direct met inventariseren, onder andere leden van de grassenfamilie (Poaceae).

De grassenfamilie (Gramineae of Poaceae, beide namen zijn toegestaan) is een van de soortenrijkste plantenfamilies van de bedektzadigen. De familie omvat ongeveer 8000 soorten. Leden van deze familie komen op alle werelddelen voor. Ook granen, zoals tarwe en rijst, zijn vertegenwoordigers van de grassenfamilie (Wikipedia).

Wij noteren deze avond de volgende soorten:

Goudhaver (Trisetum flavescens)

Gewone glanshaver, voorheen Frans raaigras (Arrhenatherum elatius)

Grote vossenstaart (Alopecurus pratensis) pratensis = betreffende de weide

Ruw beemdgras (Poa trivialis)

Liesgras (Glyceria maxima)

Engels raaigras (Lolium perenne)

Reukgras (Anthoxanthum odoratum)

Zachte dravik (Bromus hordeaceus)

Riet (Phragmites australis)

en heel bijzonder:

Trilgras (Briza media) of bevertjes. De botanische naam is afgeleid uit het Grieks: briso betekent slaperig. Dit verwijst naar de slappe en afhangende stengels, die op die manier lijken te slapen. Naar deze soort hebben we in deze omgeving al eerder gezocht en gevonden. Dit is een nieuwe plek!

We zijn in internationaal gezelschap want na het Franse en het Engelse gras ontmoeten we ook nog wat russen. Deze planten worden vaak voor een grassoort aangezien, maar zijn dat niet. We noteren Zilte rus (Juncus gerardii) of Platte rus (Juncus compressus) – zoeken we op -, lid van de russenfamilie (Juncaceae).

En nu denkt u natuurlijk: ‘Dan zal de Lidrus daar ook wel familie van zijn’, maar nee, de Lidrus (Equisetum palustre) is dan weer lid van de paardenstaartenfamilie (Equisetaceae) en heeft geen gelijkenis met gras.

Een plantensoort die ook nogal eens onterecht gras wordt genoemd is Zegge. Zegge is een geslacht van zowel bladverliezende als groenblijvende kruidachtige planten, behorend tot de cypergrassenfamilie. De circa tweeduizend soorten komen wereldwijd voor, maar voornamelijk in gematigde en koude streken met voorkeur voor vochtige grond. Ze dragen allemaal de naam Carex.

We vinden deze avond de volgende leden van deze familie.

Pluimzegge (Carex paniculata)

Scherpe zegge (Carex acuta)

Zeegroene zegge (Carex flacca)!

Tweerijige zegge (Carex disticha)

Valse voszegge (Carex otrubae)

Zilte zegge (Carex distans)

Verder noteren we ‘gewone’ planten, zoals Smeerwortel, Fluitekruid, Valeriaan, Speerdistel, Zilverschoon, Vijfvingerkruid, Rode klaver, Smalle weegbree, Scherpe boterbloem en Heermoes. We oefenen weer even: bij heermoes is het eerste lid van de zijtak langer dan de schede, bij Lidrus andersom.

rode klaver, scherpe boterbloem

Margriet, Hoornbloem (5 stijlen), muur (3 stijlen), Penningkruid, Harig wilgenroosje, Kluwen hoornbloem, Grote wederik, Veldzuring, Krulzuring, Kleefkruid (grmbl), Vogelwikke, Duizendblad, Witte klaver, Veldlathyrus, Morgenster, Knoopkruid, Vroegeling, Hopklaver, Brunel, Veenwortel.

Een aantal soorten is vernoemd: Paardenbloem, Kraailook, Leeuwentand, Biggenkruid, Berenklauw, Slipbladige ooievaarsbek (Geranium dissectrum), Hondsdraf. Het spreekt tot de verbeelding. Gelukkig komen we niet alle naamgevers tegen op dit eiland.

052

In de sloot(wal): Tenger fonteinkruid, Waterzuring, Kleine watereppe, Waterkruiskruid, Waterkers, Veel wortelig kroos (onderzijde rood), Waterbies, Gekroesd fonteinkruid. Bijzondere soorten Grote watereppe!, Stijve waterranonkel!

Om beter te kunnen determineren laat Rutger zich hiervoor zelfs de sloot in glijden! Gelukkig blijken de laarzen hoog genoeg.

Rutger in de sloot 2

In het struweel langs de sloot: Hop, Spaanse aak, Meidoorn, Hondsroos, Witte abeel, Berk.

Net voor het donker wordt verlaten we het eiland en vertrekken richting Kampen. Het was weer een mooie avond!

Tekst en foto’s: Heleen Strikkers

fluitenkruid

 

Plantenwerkgroep, plantenexcursie Scherenwelle 27 april 2016

Scherenwelle 2016-05, foto Gonny Sleurink

In de stad Kampen is het een drukte van belang: Koningsdag. De rust in de uiterwaarden van de IJssel bij Wilsum valt extra op.

We gaan met ’n klein groepje van 7 man/vrouw een rondje wandelen door natuurgebied Scherenwelle en met name de bijzondere Kievitsbloemen vereren met ’n bezoek.

De wandeling start bij een van de oude rivierarmen van de IJssel. In het kader van het project “Ruimte voor de rivier” zal de buitenste geul in de zomer weer in verbinding worden gebracht met de IJssel. Altijd weer spannend wat deze verandering aan nieuwe natuurwaarde zal brengen.

We kuieren over het zandpad van karresporen (voor de sfeer) , begeleidt door veel variatie in vogelgeluiden van o.a. Snor, Grauwe gans, Fitis en Winterkoning. De Kwartelkoning horen we helaas niet op deze Koningsdag.

Om ons heen is alles frisgroen met decoratieve elementen, zoals een prachtige dot Dotterbloemen langs de slootkant, een mooie oude meetlat van Waterschap IJsseldelta in blauw emaille, oude stoere knotwilg en een opvallende groep witte Kievitsbloemen tussen al de paarse.

In het weiland staat Vossenstaart, Pinksterbloem en Kievitsbloem liefdevol bij elkaar. Maar schijn bedriegt. De Kievitsbloem is een zeer gevoelige plant. Mocht het waterpeil dalen en de grond meer opwarmen, dan wordt het gras opdringerig dominant, ten koste van de Kievitsbloem. Het is afwachten of het uitdiepen van het zomerbed van de IJssel nog gevolgen heeft voor de Kievitsbloem.

We blijven keurig op het pad, zoals beloofd aan Staatsbosbeheer. Bij het groepje witte Kievitsbloemen ligt het gras plat. Iemand heeft de verleiding dus niet kunnen weerstaan om in buikligging foto’s te maken. Het is ook zo’n prachtige en aparte bloem. We bewonderen op gepaste afstand.

Bij de oever van de IJssel leidt een klein paadje naar een grote zitsteen, waar je met – je voeten in het water – kunt wegdromen en genieten van het voorbij stromende water. Leuk idee van Staatsbosbeheer.

Scherenwelle 2016 3, foto Gony Sleurink

We lopen, evenwijdig aan de rivier, richting Wilsum met rechts van ons veel, zowel vrouwelijke als mannelijke, wilgen. De wilgen zijn 2-huizig, dus niet gezellig met zijn tweetjes aan ’n boom. Vandaar de namen Bittere Wilg, Grauwe Wilg en Treurwilg ?

Als eerste een Kraakwilg (twijgen breken makkelijk af), waarop bijen druk in de weer zijn met het verzamelen van nectar en stuifmeel. Aebe kan ons vertellen dat het stuifmeel voedsel voor de bijenkoningin is. Verderop een Amandelwilg en Bittere wilg, waarvan de katjes een beetje paarsachtig van kleur zijn. De katjes van de meeste andere wilgen zijn wit, geel of groen. Ook is de onderkant van het blad van de Bittere Wilg blauwgroenig.

Reeds omstreeks 2000 voor Christus gebruikten de Assyriërs wilgenbladeren voor de behandeling van pijnlijke gewrichten. Geschriften van rond 1550 voor Christus tonen aan dat ook de oude Egyptenaren een brouwsel van wilgenbladeren gebruikten tegen pijn en ontstekingen.  Dit brouwsel heeft echter een gering pijnstillend effect, smaakt bijzonder bitter en ligt slecht op de maag. De werkzame stof in het extract is salicine. Dit is de start van de ontdekking van acetylsalicylzuur, beter bekend onder de merknaam Aspirine. (bron Wikipedia) Tegen verkoudheid en koorts wordt er nog wel thee gemaakt van wilgenbast.

Een ijsvogel flitst voorbij en horen wij daar nu een nachtegaal zingen? Of houdt een imitator ons voor de gek. Je wordt door de natuur wel vaker voor de gek gehouden. De weersvoorspellingen waren zeer slecht, maar de winterjas kan uit. Wat een prachtige warme lentedag.

Aan de rand van het wilgenbosje vinden we Rivierkruiskruid. Een plant die niet vaak voorkomt, maar als die er staat is het met vele. We missen dit keer de Kleine pimpernel, die voorgaande jaren groeide op een kleine zandrug in het grasland. Is ze vertrokken of kijken we niet goed?

We lopen door naar het strandje aan de IJssel. Daar vinden we algemeen voorkomende soorten als  Kluwenhoornbloem/Paardenbloem/Veldkers/Gewone hoornbloem /Herderstasje/Fluitenkruid/ Madelief/Smalle weegbree en Gewone steenraket. De laatste heeft geen ideaal plekje uitgekozen op deze zanderige grond, maar ja, het blijven wilde planten, die doen waar ze zin in hebben. Door het koude weer is ze erg klein gebleven. We geven haar even de volle aandacht, wellicht helpt het.

Scherenwelle 2016-01, foto Gonny Sleurink

(Later in het dorp vinden we een Zandraket op een stenen ondergrond (woningruil zou ik zeggen)

Bij het oude voetveer heeft men een prachtige klokkenstoel geplaatst. Aebe belt om het nieuwe plantenseizoen in te luiden. De voorbij zwemmende Fuut duikt meteen onder water.

In en bij de sloot richting dorp ontwaren we nog Gekroesd- en Tenger Fonteinkruid, Veenwortel, (welke drijvend op het water bloeit, maar staand op het land niet in bloei komt.) Oeverzegge, Waterkers en Paarse Dovenetel.

In het dorp staan we nog even stil bij een versteende tuin. Een teer en dapper plantje, de Vroegeling, staat er in bloei. Meer ruimte voor andere planten is er ook niet tussen al die stenen. Vooral in deze landelijke omgeving is het  jammer dat men kiest voor zoveel steen in de “tuin”.

In een stad is het zelfs af te raden om je hele tuin vol te leggen met tegels. Operatie Steenbreek Informeert inwoners over het belang van een groene in plaats van versteende tuin. Meer lezen : www.operatiesteenbreek.nl.

De wandeling is bijna ten einde . Wij genieten van het uitzicht, al wandelend over de dijk terug naar auto en fiets.

Niels wederom bedankt voor alle informatie en medewandelaars voor het aangename gezelschap. Tot een volgende excursie….!!

Tekst: Ellen van Knippenberg

Foto’s: Gonny Sleurink

 

 

 

 

Nationale Vogelweek – excursie 21 mei 2016

Nationale VogelweekGa mee vogels kijken tijdens de Nationale Vogelweek langs Het Vossemeer en bij het Vogelring station in Kamperhoek.

In het kader van de Nationale Vogelweek (14 t/m 22 mei) zijn er in heel Nederland gratis vogelexcursies. In Kampen organiseert  Natuurvereniging IJsseldelta op zaterdag 21 mei a.s  een auto- wandelexcursie langs het Vossemeer met een bezoek aan het Vogelring station in de Kamperhoek in Flevoland.

Tijdens deze leuke excursie maakt u kans op het zien van bijzondere vogels als als blauwborst, bruine kiekendief, grote zilverreiger, rietzanger, kleine karakiet en misschien de zeearend.

De excursie is op zaterdag 21 mei a.s en start om 07.00 uur. We hopen dat u er bij bent.

Aanmelden voor deze excursie gaat eenvoudig via www.vogelweek.nl.

In de Nationale Vogelweek kan iedereen in Nederland ervaren hoe rijk ons land is aan vogels en hoe leuk en spannend het is om vogels te kijken. Door het hele land zijn er vogelexcursies en ontdekken natuurliefhebbers onder begeleiding van ervaren vogelkenners de meest verbazingwekkende vogels in het wild. De excursies zijn laagdrempelig van opzet met veel uitleg en vrijwel altijd gratis. De Nationale Vogelweek wordt georganiseerd door Vogelbescherming Nederland in samenwerking met SOVON vogelonderzoek, vogelwerkgroepen en andere natuurorganisaties.

Kunst Vogel Manifestatie “Heel Nederland de lucht in” voorjaar 2016

Mussen door Loes Botman

Mussen door Loes Botman

In de expositie op Schokland staan de vogels centraal die op en rond dit werelderfgoed hun leefgebied hebben. In de tentoonstelling komt een rijk palet aan vogelsoorten in diverse kunstuitingen aan bod.

Tijdens de expositieperiode organiseert het museum samen met Stichting Het Flevo-landschap een aantal vogelexcursies op het voormalig eiland Schokland. Op deze wijze maak je als bezoeker zowel binnen als buiten het museum op gevarieerde wijze kennis met de vele vogels die dit gebied rijk is.

In het voorjaar van 2016, het hoogseizoen voor vogels,  zal  de ware vogelaar zijn hart kunnen ophalen. Op 7 vogelvriendelijke hotspots in Nederland zullen ze neerstrijken, de ‘Hoogvliegers van het Laagland’.  En in hun kielzog de zwermen liefhebbers, verleid door zoveel  kansen op bijzondere waarnemingen en kijkgenot. Het nieuwste puttertje, de laatste huismus, de ultieme ijsvogel…

‘Heel Nederland de lucht in’ is de titel van een landelijke KunstVogelManifestatie  die in april 2016 van start zal gaan. Ruim 110  kunstenaars van naam en faam  presenteren hun ‘vogelwerken’  landelijk verspreid.  Een uitwaaierende Nederlandse  ‘kunstbelt’ van Appingedam, via Nieuw Amsterdam, Schokland , Rotterdam, Den Haag en Middelburg met slot Zeist als middelpunt.  Een uniek gebeuren. Nog nooit stond de Vogel zo in de Kijker. In schilderijen, grafiek, aquarellen pastel, brons, steen of hout ….  Eenmaal besmet met het vogelvirus raak je  als kunstenaar nooit meer uitgevogeld.

De afbeelding in dit bericht is werk van Loes Botman

Meer informatie vindt u op de volgende pagina:

https://schokland.nl/activiteiten/kunstvogel-manifestatie

Lezing natuurfotograaf Jan Vermeer 14-4-2016 in De Vier Jaargetijden

Op 14 april a.s. zal de bekende natuurfotograaf Jan Vermeer een presentatie geven in Kampen.

Jan Vermeer2

Jan Vermeer is fulltime professioneel fotograaf en hoofdredacteur van natuurfoto magazine. Hij is een gepassioneerd fotograaf die zijn kennis graag met anderen deelt door het geven van lezingen, workshops en tijdens het begeleiden van fotoreizen. Hij bezocht ruim vijftig landen waaronder Nova Zembla, Spitsbergen, Antarctica, IJsland, Congo, Namibië, Rwanda en het bijzondere atol Aldabra. Van deze reizen zijn verschillende boeken verschenen: het gelauwerde Arctic en Antarctica, Breaking Ice en Witte Wereld. Recent is Witte Veluwe verschenen. Zijn foto’s zijn veelvuldig bekroond in prestigieuze fotowedstrijden zoals in de BBC wildlife of the Year contest. Hoe geweldig dit ook allemaal is, het belangrijkste voor Jan is en blijft om te laten zien hoe mooi de wereld, de natuur is. Of zoals hij het zelf verwoordt: ‘Ik wil bewondering en verwondering teweegbrengen’. Alleen op die manier is er een toekomst. Tijdens de presentatie bezoeken we de koudste streken van de aarde, van de Noordpool naar de Zuidpool. Het rijke vogelleven komt ruim aan bod zoals de Laplanduil in Finland, de keizerspinguïns van Antarctica en de fotogenieke papegaaiduikers.

Titel: De ijzige natuur van de Noord- en Zuidpool

Plaats: restaurant De Vier jaargetijden, IJsselkade 59 8261 AG Kampen, Bovenzaal: zij-ingang aan de Karpersteeg

Aanvang 20:00 uur

Toegang leden IJSSELDELTA gratis, niet leden 4 Euro

Deze avond wordt georganiseerd door

Natuurvereniging IJsseldelta

in samenwerking met

fotowinkel CameraNU.nl

Plantenwerkgroep: excursieprogramma 2016

Kievitsbloem Scherenwelle. Foto Gonny Sleurink

 

Scherenwelle, woensdag 27 april 2016 De start van het plantenseizoen is dit jaar in Scherenwelle, een prachtig uiterwaardengebied vlakbij Wilsum. De Koningsdag, wanneer het overal een drukte van belang is, lijkt een ideale dag voor een excursie. Rond deze datum bloeit de wilde kievitsbloem in Scherenwelle; het is de enige groeiplaats van deze bijzondere plant langs de IJssel. Toch staan er duizenden. En behalve de kievitsbloem is er nog veel meer te beleven. Zo zijn er stukjes droog, bloemrijk grasland bijvoorbeeld en ook het uiterwaardenlandschap is er gevarieerd en fraai, met diverse oude rivierarmen (strangen of hanken genoemd).

Praktische gegevens: woensdag 27 april 10.00 op de dijk tussen Wilsum en Kampen, daar waar het zandpad van de dijk af Scherenwelle in gaat. Opgeven is niet noodzakelijk, mag wel natuurlijk, bij Niels Jeurink, tel. 038 – 3328741, e-mail njeurink@home.nl. De excursie eindigt zo rond 12.30/ 13.00.

Meer lezen: http://natuurverenigingijsseldelta.nl/?p=1048

 

Kattenwaard 2013-09-08 053

Kampereiland, woensdagavond 25 mei 2016 Van het Kampereiland hebben we nog niet zo heel veel gegevens verzameld. Terwijl er toch diverse bijzondere soorten te vinden zijn. Ingeklemd tussen IJssel en Noorddiep is het westelijke deel, dat ‘het Raas’ wordt genoemd, bijna een eiland. Je vindt er allerlei soorten die kenmerkend zijn voor het rivierengebied maar ook de slootjes en de graslanden zijn de moeite van een bezoek waard.

Praktische informatie: geef je even op bij Niels Jeurink (tel. 038 – 33 28 741, of e-mail njeurink@home.nl. We verzamelen om 19 uur op het Meeuwenplein. De excursie eindigt als het donker wordt.

Meer lezen: http://natuurverenigingijsseldelta.nl/?p=1188

Beenbreek

Springendal/ Bergvennen, 28 mei 2016 Het Twentse land is een soort eldorado voor de plantenliefhebber. Er zijn veel bijzondere en plantenrijke gebieden te vinden. Zo is daar de stuwwal van Ootmarsum, met bovenop droge heide en bos en op de hellingen bronnetjes van beekjes als de Springendalse beek en de Mosbeek. In het brongebied van die laatste is bijvoorbeeld de beenbreek heel talrijk. Maar er is meer. Zo vinden we dicht tegen de Duitse grens de Bergvennen, een gebied van Landschap Overijssel waar de waterlobelia zo veel voorkomt dat de vennen er plaatselijk wit van zien als de plant bloeit. Maar dat is vooral hartje zomer, maar ook in deze tijd is het er genieten. En het Brecklenkampseveld daar vlakbij is een klein maar fraai natuurreservaat met blauwgrasland en heischraal grasland. En dat zijn zo maar twee van de gebieden. En er zijn er nog zo veel meer. Alle reden er eens te gaan kijken.

Praktische informatie: geef je even op bij Niels Jeurink (tel. 038 – 33 28 741, of e-mail njeurink@home.nl. We vertrekken om 8.00 uur op het Meeuwenplein. De excursie duurt de hele dag.

Meer lezen:

2013-05-19 IJsseldelta 002

Keteleiland, woensdagavond 15 juni 2016

De IJsseldelta is een van de mooiste voorbeelden van een rivierdelta in Nederland. En een delta herken je aan de sterk vertakkende rivier met (dus) allerlei eilanden ertussen. Eén van de eilanden is het Keteleiland. De vegetatie is er gevarieerd, met zowel wilgenbos als hooilanden. De hooilanden zijn vrij schraal, met grassoorten als veldgerst en tweerijige zegge. De wilgenbossen zijn vrij soortenarm maar wel bijzonder, bijvoorbeeld doordat ze bijna ondoordringbaar zijn. Ze zijn ook bekend van bijzondere vogelsoorten, zoals de buidelmees. En langs het Keteldiep groeide ooit heemst, een grote kaasjeskruidsoort, die kenmerkend is voor ruigtevegetatie op brakke plaatsen, wellicht dus nog een overblijfsel van de Zuiderzeetijd. Vanavond moeten we maar eens gaan kijken of we die nog kunnen vinden.

Praktische informatie: geef je tijdig, uiterlijk 8 juni (i.v.m. het regelen van boten), op bij Niels Jeurink (tel. 038 – 33 28 741, of e-mail njeurink@home.nl. We verzamelen om 18 uur in jachthaven de Riette. Vandaar varen we naar het Keteleiland. De excursie eindigt daar als het donker wordt.

Meer lezen: http://www.remysteller.com/19jan16/kamper_almanak2004.html

vakantie 2009 230

Borkum, zondag 19 juni 2016 De plantenwerkgroep bezoekt dit jaar weer het Duitse Waddeneiland Borkum. Op het eiland is veel te zien. Van kwelders waar je aankomt met de boot, tot uitgestrekte duingebieden en strandvlaktes. We bekijken de ‘flora van het zout’ en die van de overgangen naar de zoetere standplaatsen. Het stadje zelf wijkt duidelijk af van de dorpjes zoals we die op de Nederlandse Waddeneilanden kennen. Er is meer hoogbouw, het geheel doet meer denken aan een soort van kuuroord of een badplaats als Scheveningen, zonder overigens echt storend te zijn. Er rijdt een treintje van het dorp naar de veerboot, ook altijd een aardige belevenis. Borkum maakt deel uit van het (overigens nog veel grotere) Nationaal Park “Niedersächsisches Wattenmeer”, en het overgrote deel van het buitengebied valt ook onder de Europese bescherming (Natura 2000).

We waren al eens eerder op het eiland, in 2014, en toen zagen we al dat het er heel mooi is en dat er voor de plantenliefhebber veel te beleven is. En wat we toen ook zagen was… regen. De héle dag heeft het er weliswaar niet zo hard maar wel zeer langdurig geregend. Dat moet beter kunnen, dus we wagen het er nog een keer op.

Praktische informatie: We willen op tijd zijn voor de boot van 10.15 die uit de Eemshaven vertrekt. Dat betekent vertrek om 7.45 van het Meeuwenplein. De excursie duurt tot laat, want we willen de middagboot van 18.00 van het eiland hebben (18.50 Eemshaven). En dan aan de Nederlandse kant ergens wat gaan eten. Vergeet niet je paspoort/ identiteitskaart mee te nemen! Geef je even op bij Niels Jeurink, tel. 038 – 33 28 741, of e-mail njeurink@home.nl. Doe dat tijdig, uiterlijk 11 juni, vanwege het reserveren van kaartjes voor de boot.

Meer lezen: http://www.nationalpark-wattenmeer.de/nds/nationalpark (site Nationaal Park)

Zalkerbos, woensdagavond 6 juli 2016 Er zijn maar weinig ‘echte’ hardhoutooibossen in Nederland, bossen dus die door de rivierinvloed zijn gevormd (‘ooi’) en waarvan de boomlaag wordt gedomineerd door eiken, essen en iepen. De ondergroei is vaak heel soortenrijk. Het Zalkerbos is daar een prachtig voorbeeld van, met een heel goed ontwikkelde voorjaarsflora. Maar ook later in het jaar is er veel te beleven. Zo zouden de verschillende loken (op ui of prei lijkende wilde soorten) rond deze datum moeten bloeien: we gaan op zoek naar slangenlook, moeslook en kraailook. En naar wat er verder zoal te vinden is uiteraard.

Praktische informatie: geef je even op bij Niels Jeurink (tel. 038 – 33 28 741, of e-mail njeurink@home.nl. We verzamelen om 19 uur op het Meeuwenplein. De excursie eindigt als het donker wordt.

Meer lezen: http://natuurverenigingijsseldelta.nl/?p=2266

Winterswijk, zaterdag 9 juli 2016 Het gebied rond Winterswijk is van een grote schoonheid. Het landschap is er kleinschalig en erg afwisselend met bos, beekjes, veengebieden en agrarisch gebied met veel houtwallen en kleine bosjes. Vandaag gaan we er op een aantal plekken eens kijken. Er zijn tal van mogelijke excursiedoelen, en allemaal even fraai, dus het zal nog moeilijk kiezen worden. Een luxeprobleem, zult u wellicht zeggen, maar toch. In elk geval lijkt het me mooi een bezoekje te brengen aan de Borkense Baan, een oud spoorlijntje richting (inderdaad) Borken dat al lang niet meer wordt gebruikt en nu aan de natuur ‘teruggegeven’ is. Winterswijk was ooit een heus spoorwegknooppunt, met treinen in wel 5 verschillende richtingen. Een andere zeker te bezoeken plek is Willinks Weust, een oud heischraal grasland waar o.a. de zeldzame karwijselie groeit. Het ligt dicht bij een oude groeve die bekend is vanwege de daar (nog?) broedende oehoe. En dan heb ik het Korenburgerveen nog niet eens genoemd, een prachtig ontwikkeld hoogveen. Of Bekendelle, een beekbegeleidend bos.

Praktische informatie: geef je even op bij Niels Jeurink (tel. 038 – 33 28 741, of e-mail njeurink@home.nl. We vertrekken om 8.00 uur op het Meeuwenplein. De excursie duurt de hele dag.

Meer lezen:

Meinweg, zaterdag 10 september 2016

01-bord-welkom-bij-meinwegNiet zo bekend, maar wel heel fraai is het gebied de Meinweg. Het ligt ten oosten van Roermond (tussen de stad en de Duitse grens) en biedt een mooie afwisseling van bossen, beken, heidevelden en venen. Met de Veluwe is dit het enige gebied in Nederland waar officieel wilde zwijnen mogen leven. Het gebied is ook één van de Natura 2000-gebieden en sinds een tijdje ook Nationaal Park. Ook aan de Duitse kant loopt het gebied nog door trouwens, in het grensoverschrijdende natuurpark Maas-Schwalm-Nette. De Maas heeft zich in de loop van de geschiedenis op diverse momenten ingesneden, en daarbij terrassen gemaakt. De overgangen tussen die terrassen, men spreekt wel van het hoog-, het midden- en het laag-terras, zijn vaak vrij steil en opvallend. In dit gebied zijn de terrasranden nog goed herkenbaar. Het water stroomt via enkele beken, waaronder de nog vrijwel onaangetaste Rode beek, richting de Maas. Het gebied wordt doorsneden door een oud spoorlijntje, de IJzeren Rijn geheten, en men is al jaren aan het bekijken of die weer als goederenverbinding tussen Antwerpen en het Ruhrgebied in ere kan worden hersteld. Voor de rust in dit gebied zou het heel jammer zijn, dus vindt men hopelijk een alternatief, áls het al doorgaat.

Praktische informatie: geef je even op bij Niels Jeurink (tel. 038 – 33 28 741, of e-mail njeurink@home.nl. We vertrekken om 8.00 uur op het Meeuwenplein. De excursie duurt de hele dag.

Meer lezen: http://www.np-demeinweg.nl/documents/home.xml?lang=nl

Lezing nachtvlinders 25-2-2016 door Evert Ruiter

nachtvlinder

Op donderdag 25 februari as. (en niet zoals abusievelijk in de Ratelaar vermeld op 12 februari) organiseert Natuurvereniging IJsseldelta een lezing over Nachtvlinders.

De lezing zal gegeven worden door Evert Ruiter van Alcedo Natuurprojecten uit Zwolle.

Nachtvlinders staan algemeen bekend als grauwe motten die ’s avonds en ’s nachts rond de buitenlamp zwermen. Maar grauw zijn ze zeker niet, want de kleurenrijkdom is minstens net zo groot als die van dagvlinders. Kennen we in Nederland nog maar 40 dagvlinders, van nachtvlinders bestaan er meer dan 2000. En ook die vervullen een bijzondere rol in de natuur en binnen ecosystemen. Tijdens de lezing wordt het verschil tussen dag- en nachtvlinders belicht en ingegaan op de bijzondere diversiteit die er bestaat. Verder wordt een klein aantal makkelijk herkenbare soorten nader besproken.

Aanvang van de lezing is 20.00 uur en zal worden gehouden op de Hooizolder boven de museumboerderij, Groenestraat 94, Kampen.

Zaal open v.a. 19:15 uur. Koffie, thee en frisdrank verkrijgbaar.

Leden van Natuurvereniging IJsseldelta hebben gratis toegang en niet leden betalen 4,00 Euro.

Vogelwerkgroep, excursieprogramma eerste helft 2016

23 januari – Dagexcursie naar IJmuiden: Zuidpier en Kennemermeer.

Vertrek 07.30 uur vanaf het Burg. Berghuisplein;

± 17.00 uur terug.

O.l.v. Anton Wielink.

Aanmelden bij Oscar de Pauw, tel.: 0321-382873 of 0613750331.

I.v.m. carpooling uiterlijk donderdagavond aanmelden.

Meerijden kost € 12,00.

 

26 februari – Bosuilenexcursie in de omgeving van Heerde.

Vertrek 19.00 uur vanaf het Burg. Berghuisplein.

O.l.v. Henk de Vos, tel.: 038-3324758 of 0630157915.

I.v.m. carpooling uiterlijk donderdagavond aanmelden.

Meerijden kost € 3,00

 

2 april – Dagexcursie naar de Blauwe Kamer (tussen Rhenen en Wageningen) en Amerongse Berg.

Vertrek 07.00 uur vanaf het Burg. Berghuisplein.

± 17.00 uur terug.

O.l.v. Oscar de Pauw, tel.: 0321-382873 of 0613750331.

I.v.m. carpooling uiterlijk donderdagavond aanmelden.

Meerijden kost € 12,00.

 

21 mei     Bezoek aan ringstation in Ketelbos en

vogeltrektelling bij de Kamperhoek.

Vertrek 07.00 uur vanaf het Burg. Berghuisplein.

± 12.30 uur terug.

O.l.v. Henk de Vos, tel. 038-3324758 of 0630157915.

I.v.m. carpooling uiterlijk donderdagavond aanmelden.

Meerijden en bijdrage voor vogelringstation samen € 6,00.

 

18 juni   Dagexcursie naar Fochteloërveen en Aekingerzand.

Vertrek 07.00 uur vanaf het Burg. Berghuisplein;

± 17.00 uur terug.

O.l.v. Anton Wielink, tel.: 038-3321562.

I.v.m. carpooling uiterlijk donderdagavond aanmelden.

Meerijden kost € 10,00.

Lezing over de Kraanvogel in Nederland door Ronald Popken 17-11-2015

kraanvogel

Sinds 2001 broeden er weer kraanvogels in Nederland. Deze sierlijke vogels die beslist tot de verbeelding spreken, zagen we daarvoor alleen op de trek over ons land vliegen en dan nog voornamelijk over de Achterhoek en Zuid Limburg.

Vogelaars gingen speciaal voor de kraanvogeltrek naar Rügen in Noord Duitsland of het Lac du Der in Framkrijk om daar de vele duizenden vogels in de herfst en het voorjaar te zien.

 

Maar  nu kunnen we het trompetten van de kraanvogels ook weer horen op de broedplaatsen in het Fochteloërveen en nu ook in enkele andere hoogveengebieden in Drenthe en het oosten van Nederland.

Door allerlei beschermingsmaatregelen proberen beherende instanties de kraanvogels een goede broedplek te geven in hoogveengebieden en de nesten te beschermen. Verder doen ze onderzoek naar de voedselkeuze en naar het trekgedrag. De vogels zijn ‘s winters in Spanje te vinden.

Iemand die daar veel over kan vertellen is Ronald Popken, ecologisch medewerker van Natuurmonumenten uit Ruinen (Dr.)  en hem hebben we op 17 november te gast bij Natuurvereniging IJsseldelta. Hij komt die avond de lezing verzorgen over de kraanvogel. Hij zal aandacht besteden aan de soort maar vooral ook aan alle onderzoeken rondom de kraanvogel en welke praktische maatregelen genomen zijn/worden, gebaseerd op de opgedane kennis.

Op dinsdag 17 november om 20:00 uur hopen we deze lezing te organiseren op  de Hooizolder boven de museumboerderij, Groenestraat 94, 8261 VJ Kampen. Koffie, thee en frisdrank verkrijgbaar. zaal open v.a. 19:15 uur

Leden van Natuurvereniging IJsseldelta hebben gratis toegang en niet leden betalen 4,00 Euro.