Tag Archives: geelhartje

Plantenwerkgroep, excursie Kuinre op 22 mei 2019

Vanavond kiezen we voor een zogenaamd “wit gebied”. Witte gebieden zijn gebieden waar nog weinig gegevens over de flora zijn verzameld. Het is een hok van 5 x 5 km (een ‘uurhok’, 5 km was ongeveer een uur lopen, vandaar) en Niels verwacht hier in de loop van het jaar (op basis van gegevens uit het verleden) 235 soorten te kunnen vinden.

We starten vanavond met 5 man op de kruising Blankenhammerweg/Uitendijkenweg aan de noordoost kant van de Noordoostpolder. Niet in zomaar wat wegbermen gaan we kijken, maar in bermen met een verhaal: Tot in de jaren zeventig maaiden de boeren de bermen en gebruikten het hooi. De bodem was zandig en kalkrijk en er was veel kwelwater aanwezig, waardoor er bijzondere planten groeiden zoals parnassia, moeraswespenorchis, dwergvlas, geelhartje, kleine ratelaar en stijve ogentroost. Planten die normaal vooral in de duinen voorkomen. Na 1970 veranderde dit. De wegen werden geasfalteerd en na 1990 verviel de plicht voor de boeren om de bermen aangrenzend aan hun percelen te maaien en het maaisel af te voeren. Maaisel en slootbagger bleven in de bermen liggen of bermen werden helemaal niet meer gemaaid, waardoor de bermen te voedselrijk werden en de bijzondere plantensoorten die hier groeiden helaas verdwenen. In 1999 startte Landschapsbeheer Flevoland met een project met als doel de bijzondere vegetatie te herstellen. De wegbermen werden geplagd, over zo’n 40 km (!), om de voedselrijke toplaag te verwijderen. Het project werd een succes, want een aantal bijzondere plantensoorten zijn er weer te vinden. Bovenstaande informatie komt uit het natuurtijdschrift De Levende Natuur – jaargang 113-nr. 4, waarin u nog meer over dit project kunt lezen, zie bijgaande link: http://natuurtijdschriften.nl/download?type=document;docid=580401

Geelhartje, foto Gonny Sleurink

Meteen bij het verlaten van de auto’s vinden we al een behoorlijke hoeveelheid geelhartje. Ondanks dat geelhartje, een tenger, witbloeiend plantje met een geel hartje, agrarisch weinig opleverde, werden de zaden van deze kleine vlassoort wel degelijk gebruikt. Bij een hoge dosis is geelhartje giftig maar een paar zaden zouden laxerend werken. De wetenschappelijke naam (Linum catharticum) betekent “purgeervlas”.

Ook staan er diverse rietorchissen en de slootkant is werkelijk schitterend met volop bloeiende grote ratelaar. Verder o.a. moerasrolklaver, zomprus, ruige zegge, veenwortel en kamgras. Aan de andere kant in de berm treffen we blaartrekkende boterbloem, kleine watereppe, wolfspoot en grote egelskop.

Landschapsbeheer Flevoland heeft een duidelijk infobord in de berm geplaatst met het doel dat voorbijgangers een blik (geen conserven- of bierblik uiteraard) zullen werpen op de bijzondere flora. In de sloot zelf is natuurlijk ook het een en ander te vinden, al moeten we dat nooit te letterlijk nemen, want voordat je het weet heb je een nat pak. In het water o.a. sterrenkroos, smalle waterpest, gekroesd- en schedefonteinkruid. Langs de aardappelakker staan nog de daar bij passende soorten zoals akkerdistel en akkermelkdistel.

Het begint al wat te schemeren. We missen nog wel wat soorten zoals de stijve ogentroost, maar die bewaren we voor een volgend bezoek. In totaal hebben we 95 soorten wilde planten gevonden. Langs de sloot aan de Uitendijkenweg, waar de auto geparkeerd staat en waarin het kwelwater opvallend snel stroomt, vinden we nog veldlathyrus en een klaver die zich lastig laat determineren. Een uitdaging voor Niels, die ons later meedeelt dat het wondklaver is.

We rijden nog even over de dijk naar het plaatje Kuinre. De bermen hier (zelfde uurhok als bij de Uiterdijkenweg) laten een geheel andere vegetatie zien. Fluitenkruid, grote brandnetel, grote vossenstaart, kleefkruid, ruw beemdgras, engels raaigras, allemaal soorten van voedselrijke graslanden. Vervolgens lopen we met veel genoegen door het pittoreske plaatsje. Leuke vondsten zijn zandhoornbloem, bleekgele droogbloem en rode schijnspurrie.

Aan de rand van Kuinre steken we met gevaar voor eigen leven een drukke autoweg over om aan de andere kant de score van 87 soorten te completeren.

Verslag Ellen van Knippenberg

Foto’s: Gonny Sleurink

Plantenwerkgroep: excursie naar Borkum 1-7-2017

 

Om 07.15 stonden vier deelnemers klaar voor vertrek op het Meeuwenplein voor de tocht richting het Duitse waddeneiland Borkum. We misten Corrie. Een telefoontje vanaf het burgemeester Berghuisplein bracht uitkomst. In het plein vergist, kan gebeuren. Iets later dan gepland gingen we welgemoed op pad, ondanks het regenachtige weer en steeds donker wordende luchten.

Ruimschoots op tijd arriveerden we in de Eemshaven, alwaar we om 10.15 vertrokken naar het Duitse waddeneiland Borkum. Dat ligt ten noorden van de provincie Groningen.

Na 50 minuten varen bereikten we onze bestemming. In de veerhaven van Borkum stond de trein naar de stad al klaar. Het redelijk ‘altmodische’ treintje bestond uit alleraardigste, felgekleurde wagonnetjes met balkons, dat voortgestuwd werd door een klein diesel-lokomotiefje.

Na een kwartiertje treinen kwamen we aan in het stadje Borkum, Na een korte wandeling door het centrum kwamen we aan op de brede boulevard. Heel anders dan onze waddeneilanden, constateerden we hier.

Door deze brede boulevard met zijn hoge en statige gebouwen heeft Borkum een ietwat kuuroordachtige uitstraling. De honderden ouderwetse strandstoelen versterkten dit beeld.

Op de zandbanken voor de kust telden we (Niels) wel 110 zeehonden, voornamelijk grijze.

Een overtuigende start van onze excursie en . . . nog beter: het weer knapte zienderogen op. Spoedig scheen de zon en dat bleef zo gedurende de rest van de dag. Jammer, zonnebrandolie vergeten!

Langs de boulevard zagen we brede lathyrus en klein kaasjeskruid. Sommige planten van het Jacobskruiskruid werden kaalgevreten door de prachtige, geel-zwart gestreepte rupsen van de Sint-jansvlinder. Aan het eind van de boulevard trokken we in oostelijke richting verder, over het fietspad langs de duinkust. Hier vonden we de duinteunisbloem.

Verderop betraden we het gebied, achter de eerste duinenrij. Hier zagen we duinviooltje en ook stijve ogentroost. De felroze bloempjes in het zand waren van het strandduizendguldenkruid, lijkende op, en behorende bij de gentiaanfamilie. Een typische soort van de jonge duinvalleien dicht bij zee.

Op een duintje genoten we hier onze meegebrachte lunch. Henk en Neils deden hun middagdutje. Vanaf hier gingen we het terrein voor ons in. Een natte duinvallei met veel riet, biezen, zeggen en russen. Moeilijk begaanbaar, dus steeds goed uitkijkend waar te gaan.

De duinvallei uitkomend trokken we richting zee en kwamen we in een nieuw biotoop aan met jonge duinvorming. Veel zand en ook grazige plekken, waartussen we weer allerlei interessants vonden, zoals melkkruid en geelhartje. Maar wel veel makkelijker begaanbaar.

Hierna keerden we weer terug op het fietspad, nu roodbeklinkerd. Via kruipend stalkruid, sint janskruid, wilgenroosje en gewone rolklaver kwamen we terecht op het terras van strandcafé Sturmeck, een gezellig café restaurant aan het strand. Er moet gezegd worden dat het etablissement zijn naam alleszins recht deed.

De diverse torten en drankjes gingen er niettemin goed in. Waarna we onze weg vervolgden, meer richting binnenland. Om de hoek bij de Sturmeck vonden we brede wespenorchis.

Vanaf hier gingen we met een wijde boog weer terug naar het Inselbahnhof. Ondertussen ijverig planten noterend die je doorgaans langs de weg aantreft zoals brede weegbree. In een bosje langs de weg zagen we een prachtige groep wilde kaardenbollen. Zo ging het door tot in de straten van Borkum. Waar Niels nog kans zag soorten te scoren tussen de rails van onze trein en in de bloembakken van de plaatselijke Fremdenverein. We haalden zodoende een score van 188 soorten! 

Om 18.00 uur vertrokken we weer met de veerboot naar de vaste wal, hongerig, moe maar voldaan. We vielen meteen het eerst volgende dorp binnen op zoek naar een stevig diner. Oosteinde heet het gehucht, vlakbij Roodeschool, waar we een alleraardigst café restaurant vonden met de naam Ekamper, met uitzicht op het kerkhof. Het dient gezegd: met prima eten. Om half twaalf kwamen we terug in Kampen. Het was een hele geslaagde dag. En wel in alle opzichten! 

Deelnemers: Corrie, Neil, Henk, Niels en Cor 

Verslag en foto’s: Niels Jeurink en Cor Naegelmaker