In memoriam Gerrit Frank 1928 – 2011

´Kampen verliest wijze mensen-mens`  kopte De Stentor boven een ´In memoriam´  van Gerrit Frank. Ik kreeg dit krantenartikel onlangs van een goede vriend. Het is een korte maar liefdevolle terugblik op een maatschappelijk zeer actief mens. 

Wat mij in het bericht echter opviel was dat `IJsseldelta´ niet werd genoemd. Aan een kant niet zo verwonderlijk, want ik denk dat veel meer activiteiten van Gerrit zijn weggelaten. Maar Gerrit Frank was wel (mede-) oprichter van deze Natuur- en Vogelbeschermingwacht en jarenlang heeft hij als voorzitter een hoofdrol gespeeld bij een groot aantal natuurbeschermingsacties rondom Kampen, acties die bovendien royaal de landelijke pers haalden. Voor mij een reden om nog eens in mijn oude krantenknipselarchief te duiken en terug te kijken op deze turbulente tijd.   

 

De strenge winter van 1962 – 1963 en de acties rond de wintervoedering van (water)vogels, maar vooral ook de concrete bedreiging van de natuur in de jaren zestig, was aanleiding om een natuur – en vogelbeschermingswacht op te richten. Gerrit Frank werd de eerste voorzitter. IJsseldelta had in de beginjaren een ambitieuze agenda. Het was Paul Rademaker die met het idee kwam om elke maand minstens één activiteit te organiseren. Excursies, natuurwandelingen, lezingen, filmavonden, inventarisaties, lesmateriaal voor de jeugd, nestkastprojecten en vooral voorlichting over de bedreigingen van de natuur en de mogelijkheden tot behoud. Die ambitie werd, mede dankzij Gerrit Frank,  volledig waargemaakt.

Dirk Landsman maakte een groot aantal leskoffers met lesmateriaal en opgezette dieren. Er werd een begin gemaakt met de inventarisatie van de Mandjeswaard en ook lukte het om van deze waard een beschermd vogelbroedgebied te maken. In die tijd kwam het voor dat Friese eierzoekers, soms met een toerbus, de weidegebieden rondom Kampen afstroopten op zoek naar kievitseieren. En om de ´beveiliging´ te optimaliseren stimuleerde Gerrit Frank een flink aantal leden van IJsseldelta om `controleur Vogelwet´ te worden. Samen met Vogelwachter Koridon organiseerde hij daarvoor  de lesavonden. Bekende vogelfilmers zoals Jo van Dijk, Jan P. Strijbos en Jan van de Kam kwamen hun films vertonen in de uitverkochte bovenzaal van De Hanzestad. Lezingen kwamen er van landelijk bekende vogelkenners zoals J. Philippona, ganzenspecialist en dhr. A.  Timmermans, onderzoeker bij het Rivon. Het waren Gerrit en Paul, die de contacten legden en speurden naar andere interessante vogelfilmers. Voortdurend ontplooide Gerrit initiatieven: Broedde er een paartje ooievaars op de schoorsteen van een boerderij langs de Zwartendijk? Gerrit Frank zorgde via Staatsbosbeheer dat er een paal met een wagenwiel kwam. Moest er een vergunning komen voor een excursie langs een van de nieuwe, maar afgesloten, dijken van Zuidelijk Flevoland? Gerrit Frank regelde dat. Moest er een artikel komen in Limosa over de waarneming van de zeer zeldzame roodpootvalken in de polder Mastenbroek  (juli 1967)? Gerrit Frank schreef dat.

 

Begin 1969 was een drukke tijd: Door IJsseldelta werd geprotesteerd tegen de excessen bij de ganzenjacht in Mastenbroek.  De krantenkoppen luidden: Scherp protest van IJsseldelta op ganzenjacht in Mastenbroek´  en `Vogelbeschermers luiden alarmbel met betrekking onweidelijke ganzenjacht´.  En daarnaast werd actie gevoerd om de kolken langs bijvoorbeeld de Zwartendijk weer schoon te krijgen. Krantenkop: ´Ontsiering van Landschap, Kolken worden gebruikt als vuilstortplaatsen.`

 

Maar de drukste tijd voor Gerrit kwam toen de provincie Overijssel vond dat de monding van de IJssel wel een geschikte plaats zou zijn voor de bouw van een elektriciteitscentrale.  En van daaruit zouden dan maar liefst negen hoogspanningslijnen uitwaaieren naar alle kanten.  De directeur van `het Oversticht´, de heer Maaskant, openbaarde dit plan bij de Christelijke Vrouwenbond afdeling Kampen – Noord.  IJsseldelta was wel op de hoogte van dit voornemen, maar er moest een kapstok zijn om de actie tegen deze tot dan geheime plannen te kunnen starten.

 En toen ging het los. Koppen als : ´Vogelwacht “IJsseldelta” vreest plannen krachtcentrale´, ´Leden verontrust over toekomst Kampereiland´, ´Vogelwacht “IJsseldelta” spreekt ongerustheid uit over de bouw van krachtcentrale op Kattenwaard´,  ´IJsseldelta is fel gekant tegen bouwen van krachtcentrale op het Kampereiland´.

Wat voor Gerrit Frank bij al dat actievoeren voorop stond was: zorg dat je een alternatief hebt.

In het geval van het Kampereiland werd Schokkerhaven of Zwolsche hoek voorgesteld. Door de elektriciteitsmaatschappij ´IJsselcentrale´ werd de bouw bij Schokkerhaven afgewezen om financiële redenen, bouw op die plek zou 28 miljoen gulden meer kosten. 

Begin maart 1969 begon de protestactie tegen de bouw van de centrale op het Kampereiland. In een felle protestcirculaire werd een handtekeningenactie gestart. IJsseldelta bracht naar voren dat 28 miljoen gulden wel een hoop geld was, maar dat dit bedrag slechts 2,8 % van de stichtingskosten bedroeg. Bovendien was dit bedrag slechts een globale aanname en zeker niet gebaseerd op gedegen financieel onderzoek. Veel fundamenteler was dat IJsseldelta de verwevenheid tussen Provinciale en Gedeputeerde Staten en het bestuur van de NV. IJsselcentrale  op de korrel nam.  IJsseldelta trok de objectiviteit van de Staten op dit punt in twijfel.

Het zou een artikel op zich zijn om het verloop van deze actie weer te geven. In het verleden heeft de Ratelaar daar al eens uitvoerig aandacht aan geschonken. Wel is het zo dat ik zeker drie plakboeken vol heb met krantenartikelen uit die tijd. Waar het mij in dit artikel om gaat is de prominente rol die Gerrit Frank in het geheel heeft gespeeld. Samen met Cees Mortier (districtsconsulent bij het Staatsbosbeheer) en ondergetekende werd een kerngroep gevormd, die lik op stuk kon reageren op de ontwikkelingen. Soms leek het of we voor een verloren zaak vochten, maar altijd weer zag een van drieën een lichtpunt of een handvat om weer verder te gaan. Het was Gerrit´s idee om een boekwerk  samen te stellen met als titel ´Het Kampereiland bedreigd´. Een uitstekend idee bleek, want ik denk dat in die tijd geen krant deze uitgave negeerde.  De plaatselijke pers publiceerde het boekwerk bijna integraal in hun kolommen en diverse landelijke kranten besteedden soms een halve tot een hele pagina aan het conflict. Kop in dagblad Het Parool: `Zeldzaam natuurgebied dreigt verloren te gaan´. Kop in de NRC: `Natuurliefhebbers vechten voor Kampereiland.´ Het was ook Gerrit´s idee om een klein foldertje te maken met de centrale gemonteerd in het  Kamper stadsfront.  Dat  maakte in een klap duidelijk hoe kolossaal deze centrale het landschap zou gaan domineren.

In een forumbijeenkomst lanceerde Gerrit die het idee om een waterloopkundig modelonderzoek te laten uitvoeren. Hij daagde de NV IJsselcentrale  uit om dat onderzoek te betalen en zowaar dat lukte. Dat onderzoek van het Waterloopkundig Laboratorium in Kraggenburg bleek een belangrijk document bij de discussie.  Een plek bij de Ketelbrug blijkt de beste en Schokkerhaven is een goed alternatief,  zo luidde de conclusie van het rapport.

Tijdens de discussie over de plaats voor de bouw van de centrale probeerde de NV IJsselcentrale de overheid voor een voldongen feit te stellen. De elektriciteitsfabriek deed namelijk een aanvraag om op het Rechterveld een koppelstation te mogen bouwen. Daarmee werd de bouw van dit onderstation en de aanleg van de hoogspanningleidingen losgekoppeld van de eventuele bouw van een centrale. Dat hield volgens  de IJsselcentrale  ook de mogelijkheid open om de nieuwe centrale eventueel bij Schokkerhaven te situeren.  Maar de achterliggende gedachte was natuurlijk: als we het onderstation op het Rechterveld bouwen dan ligt ook de bouw  van de Centrale op de Kattenwaard vast. De Kamper Raad stak gelukkig een stokje voor dit plan en ging niet akkoord. Dan plotsklaps, in augustus 1970, na anderhalf jaar actievoeren, kwam het bericht dat de IJsselcentrale het nieuwe onderstation gaat bouwen bij Schokkerhaven en afzag van de bouw van een centrale op het Kampereiland.  Daarmee was de strijd nog niet helemaal gestreden, want ook over de tracés van de hoogspanninglijnen werd nog heel wat afgesteggeld.

 

Denk niet dat het actievoeren tegen de centrale alle tijd opslokte van Gerrit Frank. In het natuurbeschermingsjaar N70 werd in het voorjaar, naast de gewone excursies, een grote publiekswandeling georganiseerd langs  de toen nog landelijke Trekvaart in IJsselmuiden en langs de rivier de IJssel. En in het najaar werd de grote tentoonstelling in de Koornmarktspoort, getiteld ´Mens en Natuur´, een samenwerking tussen maar liefst acht hobbyverenigingen en een aantal overheidsinstanties  geopend door Gedeputeerde Thomas van de provincie Overijssel. De motor achter dit alles? U raadt het al.

 

 

 In februari 1971 neemt Gerrit Frank afscheid als voorzitter. Het slot van zijn voorzitterstoespraak:

“ Bij de bouw van de centrale aan het Ketelmeer gaat het alleen om financiële en nauwelijks om technische belangen, zo verzekerden ons deskundigen op hoog niveau. Maar de vorming van de natuur kost eeuwen. Dat mogen we niet opofferen voor wat geld. De natuur die er nog is, is onvervangbaar. We zijn al ver beneden het noodzakelijke minimum. Elke verdere aanslag op de natuur is een aanslag op onszelf. Dat is helaas geen kreet,maar een noodkreet. Tast niets meer aan, dat is het enige advies dat we de overheid kunnen geven.”

 

Nederhorst den Berg , augustus 2011

Roel Kapenga

 

Comments are closed.