Plantenwerkgroep, excursie Ramspol 20-8-2014: heel veel pioniers

Op woensdagavond 20 augustus vertrokken we met ons 4-en naar Ramspol, de plek waar pas geleden nog de fundering stond van de oude brug. Daar voegde zich nog een 5e excursiegenoot bij ons. Het was er drassig en nat dankzij de vele regen van de afgelopen weken. Maar die avond was het droog en hadden we een prachtige zonsondergang achter de brug.

  

Op de site van wilde-planten.nl staan vaak mooie oude tekeningen uit de Flora Batava van 18xx (naast, regelmatig, foto’s van o.a. Niels). Alleen van Zwart tandzaad ontbreekt een oude tekening, omdat deze soort in Nederland pas is ingeburgerd tussen 1900 – 1924.

De nazomer is ook goed voor Meldes en Ganzenvoeten. We konden weer even repeteren: bij Melde zijn de onderste paar bladeren (of de lidtekens daarvan als ze al verdwenen zijn) tegenoverstaand, bij Ganzenvoeten niet. We zagen Stippelganzenvoet met bladlobben die geleidelijk naar het eind van het blad steeds smaller worden en Melganzenvoet, waar de bladeren sterk veranderlijk zijn, maar vaak melig behaard (overigens komt mel van meel: vroeger werden de zaden wel tot meel vermalen). Bij Uitstaande melde is de hoek die het blad maakt t.o.v. de stengel niet haaks, maar  schuin (zeg 135%), Rode ganzenvoet heeft glimmende bladeren, Zeegroene ganzenvoet, met een rood aangelopen steel en bladeren die aan de onderkant wit zijn. (En dan sla ik de Spiesmelde nog even over…)

    

Ook melkdistels waren in allerlei vormen aanwezig: akkermelkdistel, gewone melkdistel, bekend van de tuin, brosse of ruwe melkdistel met glanzend blad en de eerste moerasmelkdistel die we zagen was te herkennen aan het spiesvormige blad, maar verder piep klein. Later zagen we moerasmelkdistels  in volle glorie tussen de 2 en 3 meter hoog. 

De Heukels Flora kwam er aan te pas om 2 Teunisbloemen juist op naam te brengen (Middelste en een kruising van de Middelste en de grote) en 2 Basterdwederiken (Kantige en Beklierde).

Andere leuke soorten vond ik  Goudzuring, Gespleten en Gewone hennepnetel (vanwege het onderscheid), Blauw glidkruid, Rode waterereprijs, en Aardbeiklaver.

Onze topper was Krielparnassia of Sierlijke vetmuur. Aanvankelijk een raadsel (‘waar kijken we hier eigenlijk naar?’), omdat we vooral plakken slierten met vruchtjes daaraan zagen.  Het duurde even voordat we besloten dat de ‘grassprietjes’ die er soms bij stonden, de bladeren waren en we uiteindelijk ook nog een paar bloemen vonden. Toen we hem eenmaal op naam hadden gebracht hebben we net zo lang doorgezocht tot we hem in 2 kilometer hokken hadden. Het grootste gedeelte van wat we gezien hadden stond vrij nat, deze vonden we in een droger stuk met o.a. Nagelkruid, Dagkoekoeksbloem en Fluitekruid. (Uit wilde-planten.nl: Sierlijk vetmuur: rode lijst 2012, kwetsbaar, trend sinds 1950: sterk afgenomen, vrij zeldzaam, oorspronkelijk inheems.)

Daarna probeerden we onze lijst nog met een madeliefje compleet te maken, maar dat is niet gelukt. Dan maar thuis in het grasveld!

Al met al was het een heerlijke rustige zomeravond avond, begeleid door het geluid van jonge meerkoeten en een of ander rietvogeltje en op de achtergrond het verkeer dat over de nieuwe brug raasde, maar wat eigenlijk langs ons heen ging, doordat we ons zo concentreerden op wat we voor onze voeten vonden…

Tekst: Toos Lodder

Foto’s: Gonny Sleurink

 

 

Comments are closed.