Plantenwerkgroep, excursie Lindevallei 22-6-2014

Op zondagmorgen 22 juni vertrokken we met z’n zessen vanaf het Meeuwenplein richting Friesland om een kijkje te nemen in de Lindevallei. De Linde (Lende volgens de Friezen) is een riviertje dat gedeeltelijk de natuurlijke grens vormt tussen de provincies Overijssel en Friesland. Het voert sinds jaar en dag water van het Drents plateau af naar het IJsselmeer. Voor de inpolderingen mondde de rivier uit in de Zuiderzee bij Kuinre.

De Linde ligt in een dal dat tijdens de laatste ijstijd door een gletsjertong is uitgesleten. Het dal is in latere tijden met hoogveen bekleed geraakt. Aan het eind van de achttiende eeuw werd hier veel turf gewonnen. Hier en daar zijn nog blauwgraslanden en trilvenen te vinden. Veel van deze terreinen zijn inmiddels in beheer genomen door het Fryske Gea. De Lendevallei vormt thans een natuurlijke verbinding tussen het Nationaal Park Weerribben en het natuurreservaat Rottige Meente. 

Aangekomen in Oldemarkt mislukte de gebruikelijke poging tot het nuttigen van het traditionele appelgebak met koffie jammerlijk. Doorgereden dan maar, via Ossenzijl, naar de poort van Friesland: Wolvega. Ook in deze Friese metropool behoorde een warm welkom niet tot de mogelijkheden. Na een korte check in het centrum werd besloten om terug te rijden naar de Holland Inn, een restaurant aan het begin van de bebouwing, waarvan de naam enige grandeur deed vermoeden.

De werkelijkheid was anders, het vermoeden begon te rijzen, dat we in een chique gaarkeuken van een belendend rusthuis waren beland. Eenmaal gezeten werd ons alras en bits medegedeeld dat we het door ons bestelde appelgebak wel konden vergeten. Apfelstrudel hadden ze en niks anders. Duits gebak in een Fries rusthuis? Waar waren we in hemelsnaam beland? Tot iemand enthousiast (Gonny, Heleen?) uitriep: “Ik zag twee gewone mensen!” Waarmee de eerste bijzondere waarneming op Friese bodem een feit was. De apfelstrudel, het dient gemeld, was ‘Deutschgründlich’ bereid en smaakte dientengevolge ‘hervorragend’.

Alvorens te vertrekken zagen we in het zaaltje ernaast nog enkele verpleegkundigen, die verkleed een zaaltje ouderen trachtten te vermaken. We noteerden hier een kikker, een ezel en een niet nader te determineren koe-achtig wezen van onbestemde kleur. Lol!

 Even later stapten we uit op een parkeerplaats, zijnde een oud stukje provinciale weg. Op de brug alhier startten we onze excursie. Het was half bewolkt en zo’n 20 graden. Vanaf de brug hadden we uitzicht op een prachtig landschap. De zich door dit landschap meanderende Linde was omgeven door hooilanden. Hier en daar een nat stukje veen. Hollandse wolkenluchten maakten het prachtige panorama compleet. Aan de overkant van de weg bevond zich een veldje vol reuzenberenklauwen aan de Linde. De eerste plant die aan onze kant de aandacht trok was een forse grote teunisbloem. Ook vonden we hier een witte variant van de zachte ooievaarsbek en tevens wilde framboos, vogelwikke en klein streepzaad. 

Overig: biggenkruid, boskruiskruid, grote ratelaar met bleke schutbladeren (bij kleine ratelaar zijn deze lichtgroen), Japanse knoop, kropaar, grote klis, groot hoefblad, St. Janskruid, kleine klaver, zachte ooievaarsbek: afstaande haren op de stengel in tegenstelling tot kleine ooievaarsbek met aanliggende haren.

      

Even verderop gingen we het veld in en passeerden alras de restanten van de Blessebrug- schans, die in vroeger tijden een onderdeel vormde van de Lindelinie. Een verdedigingslinie door de Friezen aangelegd tegen de aanvallen van de legers van de bisschop van Münster, beter bekend als ‘Bommen Berend’. In het rampjaar 1672, nadat Franse en Engelse legers ons aanvielen, zag deze onverlaat zijn kans schoon. Als antwoord daarop werd de gehele Lindevallei onder water gezet en kon deze laffe kerkvorst naar zijn bisdom terugkeren.

We zagen in de omgeving van de schans o.a. ruwe bies, moeraswalstro, koninginnenkruid en moerasandoorn. Ook vonden we een dikbehaarde rups van de grote beervlinder.

Bijzondere vondst: de paddenrus (Juncus subnodulosus). Opvallend kenmerk: De generatieve stengels zijn onder de bloeiwijze hol en hebben op regelmatige afstand dwarse tussenschotten.

Overig: pitrus, gele waterkers, biezenknoppen, wolfskers, moerasrolklaver, ruwe bies, liesgras (Glyseria maxima), watertorkruid, moerasspiraea, kale jonker

Hierna staken we de provinciale weg over en vervolgden we onze tocht over het fietspad. Erlangs vonden we een prachtige groeiplaats van de steenanjer. We liepen daarna een boerenwegje op met wilgenroosje en boskruiskruid. Bij de overgang van de spoorweg Zwolle – Leeuwarden groeide het akkerviooltje. Even later passeerden we een kanaal dat onder de A32 doorliep en vonden hier de witte vorm van het muskuskaasjeskruid. De mevrouw die hier breeduit zat te hengelen trok aller aandacht. We konden niet nalaten bewonderende blikken te laten vallen op het robuuste visstoeltje, dat vermoedelijk van degelijke, vooroorlogse makelij was. Sommige beelden raak je niet kwijt!

   

Een paar schreden verderop zegen we allen neer in het gras met uitzicht op een wederom prachtig landschap. Een uitgelezen lunchplek! Het plasje waaraan we zaten was vol krabbenscheer gegroeid, een indicator voor de verlanding. Na een kort tochtje door manshoog gras liepen we verder om een poging te doen een grote plas te ronden. Vreemde jodelgeluiden, afgewisseld met het geroep van een koekoek begeleidden ons op onze weg. Niels veronderstelde dat al deze geluiden wel eens van een koekoek afkomstig zouden kunnen zijn, maar niemand kon dit bevestigen. Tot we ze zagen vliegen. Drie koekoeken maar liefst! Kale jonker, moerasspirea en waterkruiskruid omzoomden het pad waarover we ons voortbewogen.

       

Almaar verder liepen we over het pad dat ons om de plas moest leiden. Maar kon dat eigenlijk wel? Verontrustend was wel dat we alle wandelaars, die ons onderweg hadden ingehaald, op hun schreden zagen terugkeren. Bij navraag bleek dat de plas inderdaad te ronden viel. “Als je maar volhoudt en zo” luidde het monter.

Uiteindelijk bereikten we de afslag Wolvega van de snelweg Meppel – Leeuwarden. Hier groeide wederik en vonden we een mooi te fotograferen jacobsvlinder. Toen bleek dat we niet alleen ver van huis, maar erger ver van onze auto’s waren afgedwaald. We waren ten noorden van Wolvega beland en moesten derhalve eerst deze stad nemen teneinde huiswaarts te kunnen keren. Pffftttt, maar de ijsjes van Ellen brachten halverwege uitkomst. Onderweg scoorden we in de mooi ingezaaide bermen van Wolvega nog gele kamille, muskuskaasjeskruid en ossentong. Rond zes uur werden we opgepikt door onze chauffeurs Niels en Gonny, die vooruit waren gesneld.

’s Nachts in bed bedacht ik me nog wat het een leuke dag het was: lekker weer, gezellie, stengelomvattende blaadjes, opstaande randjes, gespleten stampertjes, stijve afstaande haartjes, omgekrulde bladpuntjes en spiraalvormi . . . . . . zzzzzzzzzzz.

 

Verslag: Cor Nagelmaeker

 

Foto’s: Gonny Sleurink en Heleen Strikkers

 

Met dank aan: Niels Jeurink, Ellen van Knippenberg en Toos Lodder

 

Overige vondsten onderweg:

laurierwilg, cichorei, boskruiskruid, hennegras (Calamagrostis canescens), vuilboom of sporkehout, kleine leeuwenklauw, akkerviooltje, harig vingergras, klein vogelmuur, bleekgele droogbloem, klein kruiskruid, heermoes, greppelrus, krabbenscheer, katwilg, grauwe wilg, vreemd verkeer

langs de Linde:

egelboterbloem, moeraswalstro, schildereprijs, zeegroene muur, timotheegras, echte koekoeksbloem, stijve zegge, holpijp, waterweegbree, watertorkruid, brunel, tengere rus, waterzuring, pijptorkruid, kikkerbeet, kleine en grote watereppe, klaverzuring, wederik. 

In het bos: brede stekelvaren, kamperfoeli, hulst, Amerikaanse vogelkers, lijsterbes, gewone melkdistel, klein hoefblad, struisgras, salomonszegel, zandkool, akkerkool, wijfjesvaren, pijpestrootje, grote muur, tijmereprijs, robertskruid, akkerkers, kaardenbol, roze dovenetel en bermooievaarsbek of Pyrenese ooievaarsbek (Genarium pyrenaicum).

 

Comments are closed.