Category Archives: Vogelwerkgroep – verslag

Verslag Weidevogel werkgroep broedseizoen 2017

Seizoen 2017: Het jaar van de bewustwording

Weidevogel minnend Nederland veerde op toen op 8 november 2016 het volgende bericht via de pers ons bereikte:

De afgelopen decennia heeft Nederland onvoldoende gedaan om weidevogels te redden van de ondergang. Ondanks herhaaldelijk aandringen van Vogelbescherming Nederland heeft de rijksoverheid al die jaren niet de juiste maatregelen genomen om de constante achteruitgang van deze vogels te stoppen. Vogelbescherming staat niet alleen in haar oproep weidevogels als de grutto te redden. Ook andere natuurorganisaties, wetenschappers en boerenorganisaties trokken in het verleden regelmatig aan de bel. Voor Vogelbescherming is de maat nu vol, daarom dient de natuurorganisatie een klacht in bij de Europese Commissie.

Een recente studie van het CBS over het bereiken van de wereldwijd afgesproken Sustainable Development Goals toont aan dat Nederland op het gebied van natuur ernstig tekort schiet. De studie concludeert onder andere dat vogelsoorten van het boerenland nog steeds hard achteruit gaan. Uit het recentelijk verschenen boek Agrarisch natuurbeheer in Nederland blijkt dat met de huidige maatregelen er op termijn slechts zo’n 1.500 paar grutto’s over blijven. Ter vergelijking: in de jaren tachtig leefden er ruim 100.000 paar in ons land, vandaag de dag minder dan 30.000 paar. Een aantal dat dus elk jaar afneemt.

bron grafiek weidevogels (zie hieronder): Netwerk Ecologische Monitoring (Sovon, CBS, provincies

“De regering werd vorig jaar door een Kamermeerderheid opgeroepen zo snel mogelijk met een plan van aanpak te komen om de weidevogels te redden. Dat plan is er nu, maar de Vogelbescherming vindt dat het een plan is zonder concrete doelstellingen, acties en extra financiële middelen. Om de dieren echt te redden zijn vergaande maatregelen noodzakelijk.

De organisatie hoopt dat Nederland door de Europese Commissie wordt verplicht om die maatregelen te nemen.”

Dat gaf de nodige aandacht op nationaal en internationaal niveau en gaf de weidevogelaars weer een beetje moed. Hoe de stand van zaken is met deze aanklacht is mij nog niet bekend. Het zal wel in de procedurele molen zitten van de Europese commissies.

Gedurende dit seizoen hebben we diverse malen mogen vernemen uit de pers dat de resultaten bij de boeren die biologisch boeren vaak ook diegenen zijn die hun bewustwording inzake weidevogels scherper krijgen. Uit de metingen bij deze voorlopers blijkt dat de weidevogels aanzienlijk beter presteren bij hun dan bij hun collega’s.

We mogen dus voorzichtig stellen dat er een tweesplitsing gaande is binnen het boerenbedrijf. De jongere boeren met biologische werkzaamheden kijken anders naar hun werkzaamheden dan de productieboeren waar de hoeveelheid en massa de trom slaat. Dat is old-skool boeren maar daar zijn er nogal een aantal van.

Uit onderzoek blijkt wel degelijk direct verband tussen de bedrijfsvoering van melkveehouders en de kans dat gruttonesten succesvol uitkomen

Bron: http://www.boerderij.nl/Home/Achtergrond/2017/4/Predatie-speelt-weidevogels-parten-123780E/

Het hele concept van het boerenbedrijf ligt onder druk. Denk maar aan het afschaffen van de melkquota,  het mest overschot, digitalisering etc. Je zult dus op een andere manier hetzelfde moeten gaan doen als boer. Slimmer met wel dezelfde omzet resultaten. Dat vergt moed en vindingrijkheid als ondernemer. Immers er is ook een duidelijke economisch belang.

Maar biologisch boer word je niet zomaar. Veel dingen die ‘gewone’ melkveehouders doen, mogen bioboeren niet – en andersom. Geen kunstmest. Ook geen pesticiden. Terughoudend met antibiotica, nooit preventief. Koeien zoveel mogelijk naar buiten en alleen biologisch voer.

Bioboeren gaan vaak kaas produceren of hebben er naast een B&B om de inkomsten te spreiden.

Als je als boer eenmaal op een ingeslagen weg zit is het zeer lastig om het roer om te gooien. Het kost een boer minstens 1 ½  jaar hard werken aleer hij zich biologisch mag noemen bijvoorbeeld. Het is dan ook niet altijd terecht dat de boeren de schuld krijgen van de huidige situatie. De internationale (lees Europese) regelgeving en de lokale regels hebben er voor gezorgd dat de situatie is zoals hij is.

 Steeds meer melkveehouders tonen interesse in een biologische bedrijfsvoering. In het eerste kwartaal van 2016 hebben al 60 melkveehouders zich geregistreerd bij Skal voor omschakeling. Dit is meer dan in heel 2015; toen zijn 49 melkveehouders met het omschakelproces naar biologische melkveehouderij begonnen. De omschakelperiode voor grasland is twee jaar, de omschakelperiode voor vee is een half jaar.

Bron: https://www.skal.nl/over-ons/nieuws/flink-meer-overstappers-naar-biologisch-in-veehouderij

 Dat gezegd hebbende is het dit jaar wel duidelijk geworden dat we in een situatie zitten die verre van ideaal is. Boeren zitten in een bewustwordingsfase. Daarnaast hebben wij als vrijwilligers geen, dan wel bijna geen invloed op deze grotere in elkaar grijpende bewegingen van geopolitieke afmetingen. Wij zitten wat dit aangaat onderaan in de keten.

Toch is het mede dankzij de inzet van deze vrijwilligers dat er de cijfers zijn die Nederland nodig is om het gehele beleid te beïnvloeden. Dus wat nu, onderaan in de keten. Zonder cijfers geen inzicht, zonder inzicht geen beleid. Een reden te meer om nu juist de schouders eronder te zetten. In de vrijwilligers groepen hoor ik te vaak neergeslagen geluiden dat het bijna geen zin meer heeft om onze tijd hieraan te besteden. Wij kunnen als vrijwilligers die neergang niet stoppen. Dat klopt! Maar….. door goed waar te nemen hebben we wel degelijk invloed op de basis van de aangeleverde cijfers.

We zagen dit jaar groepen vrijwilligers die samen met boeren een gebied gingen exploiteren dit jaar waarbij de boeren de vrijwilliger volgde qua aanwijzingen en opmerkingen. Zo kan het dus ook. Dat zijn uitzonderingen, echter ze geven aan dat er creativiteit is om naar oplossingen te zoeken.

Ieder seizoen weer komen er meer biologisch werkende boeren en jawel old-skool boeren die zich bewust worden van hun verantwoordelijkheid. Ieder seizoen worden er meer plas-dras hoeken gecreëerd en dat heeft een directe impact op de weidevogels. Binnen onze groep vrijwilligers begint dat ook door te druppelen.

Het is onze taak om de boeren op tijd op de hoogte te stellen van alle mogelijkheden. Het vervelende van die zaken is dat de boeren in februari die beslissingen moeten maken. Dus is het zaak om de contacten vroeger aan te trekken dan wij gewend waren.

Wij gaan dat voor seizoen 2018 doen door het verzenden van een nieuwsbrief aan de boeren die binnen ons gebied actief zijn en ondersteuning hebben gevraagd van de weidevogel beschermers. In het kader van mee denken en omdenken.

 De insteek van Vogelbescherming Nederland:

Ons doel blijft om weidevogels weer goede kansen te geven in Nederland. We willen 200.000 hectare agrarisch gebied creëren met voldoende bloemrijk grasland: een ‘rijke weide’. Niet alleen weidevogels profiteren daarvan, maar ook planten, vlinders en bijen. Daarmee krijgt ca. 20 procent van het Nederlandse boerenland weer de uitstraling die het ooit had. Tientallen weidevogelboeren bewijzen nu al dat het kan: een gezond boerenbedrijf met veel aandacht voor natuur en weidevogels.

Met de campagne Red de Rijke Weide brengt Vogelbescherming partijen bij elkaar die werken aan de noodzakelijk omslag in het landelijk gebied.

In ons gebied zijn daar slechts drie boeren bij aangesloten:

-Klaas Jan bruins- Kampen

-Henk Pelleboer-Mastenbroek

-Wim van Ittersum-Mastenbroek

Dat moet beduidend beter. Dus als u als boer zich geroepen voelt:

https://www.redderijkeweide.nl/kaart/

 ieder jaar komt het spook van predatie weer om de hoek kijken.

‘Predatie is een volstrekt natuurlijk fenomeen’

Predatie kan een probleem zijn, maar het is niet de belangrijkste oorzaak van de teruggang van weidevogels. Dat blijkt uit tal van wetenschappelijke studies. Het grootste probleem voor de weidevogels is het verdwijnen van geschikt leefgebied door het steeds intensievere gebruik van het boerenland. (dat gebeurt bij meer soorten, denk maar aan de Tijgers) Om de weidevogels te redden is het dan ook een absolute voorwaarde dat er meer geschikte bloemrijke weilanden komen waar kuikens veilig zijn en voldoende voedsel kunnen vinden. m.a.w. het leefgebied uitbreiden.

Nu er nog zo weinig broedparen over zijn versterkt predatie in sommige regio’s het probleem voor de weidevogels. In goede weidevogelgebieden waar toch veel predatie is kunnen maatregelen genomen worden die er voor zorgen dat verschillende roofdieren niet in het gebied kunnen komen. Dat kan met tijdelijke rasters of schrikdraad. Het actief bestrijden van inheemse predatoren, zoals vossen en kraaien, vindt Vogelbescherming de allerlaatste stap.

Overigens is tegenhouden van de predatie d.m.v. afrastering is niet altijd even effectief zo weet Wolf Teunissen van Sovon Vogelonderzoek Nederland ons te vertellen:

Zo leert onder andere onderzoek uit Engeland. Wanneer daar vossen werden uitgeschakeld, grepen andere predatoren juist hun kans. En ook in gebieden waar vossen werden uit gerasterd met behulp van schrikdraad, ontdekten rode wouwen binnen twee jaar dat daar ineens wel heel veel kuikens te vinden waren. Het netto-effect was al snel weer nul.

Bron: http://www.boer-en-vogels.nl/berichten/3.2-De-rol-van-predatoren-in-weidevogelproblemen-.html

 Het bejagen van de vos is slechts folklore, en zal amper impact hebben op de gruttopopulatie. Folklore hoort geen rol te spelen in de discussie over de rampzalige teruggang van onze weidevogels. Sterker nog: het is gevaarlijk om op basis van gebrekkig inzicht in hoe diersoorten zich tot elkaar verhouden, oplossingen te suggereren voor het grote probleem van de verschraling van de natuur op ons platteland. Hoe aanlokkelijk ook, de veronderstelling dat we zonder de omstandigheden te veranderen gewenste ontwikkelingen tot stand kunnen brengen, is een van hoogmoed getuigende illusie.

Bron: https://www.oneworld.nl/groen/natuur/de-vos-niet-de-grootste-vijand-van-de-grutto

 In de Volkskrant van 20 juli jl stond een column van Caspar Janssen waarin hij een dag meeloopt met Wim Tijsen. Tureluuronderzoeker en medewerker boerenlandvogels bij Landschap Noord-Holland. En deze kwam tot de volgende conclusie:

Eigenlijk zijn er alleen nog maar weidevogels in reservaten waaromheen boeren werken die actief aan weidevogelbeheer doen. Boeren die er echt iets mee hebben.

Tijsen ziet een patroon. ‘Alle vogels hebben zich verzameld op die paar postzegels, verder is het leeg. En die roofdieren hebben honger. Vroeger zaten ze verspreid over het platteland, nu concentreren ze zich op die weidevogelgebiedjes. Dat versnelt de neergang.’

Hij klampt zich vast aan de lichtpuntjes. En soms gebeurt iets onverwachts. ‘In de Wieringenmeer zetten boeren hun akkers tijdelijk onder water om aaltjes te bestrijden. Jonge grutto’s hebben die akkers ontdekt. We verliezen de moed nog niet.’

 Verder is er gedurende het gehele jaar is een toenemende aandacht voor de weidevogels. Mede dankzij de niet aflatende inzet van Vogelbescherming Nederland. Recentelijk werden de weidevogels nog onder de aandacht gebracht bij de Oerol juni jl.

Vogelbescherming Nederland grijpt het Oerol Festival op Terschelling aan om aandacht te vragen voor de weidevogels. In de Terschellinger Polder zitten veel grutto’s, kieviten en scholeksters. Tijdens Oerol kunnen festivalgangers in de Terschellinger Polder zien hoe mensen de leefomgeving van de weidevogels beïnvloeden. Er is bijvoorbeeld een gruttokuikenpad, waar mensen zelf kunnen ervaren hoe het is om zo’n kuikentje te zijn. Ook zijn er gratis fietsexcursies. Oerol is dit jaar van 9 tot en met 18 juni.

Daarnaast is de ontwikkeling van de weidevogel-drone in onze regio ook bemoedigend te noemen. Wij hebben de diverse opnames bekeken en daar is moed uit te putten. De ontwikkelingen op dat gebied gaan razendsnel. Ieder stap wordt de programmatuur beter, de camera’s scherper en de wijze hoe er mee om te gaan sterker. Ik zie er naar uit dat we dit apparaat ook daadwerkelijk kunnen gaan inzetten. (Men is nu op het punt aangeland dat er nog jonge IT-ers gezocht worden die opgeleid willen worden om met deze drone ook daadwerkelijk aan de slag te gaan. Dus als u iemand in uw omgeving kent met de nodige kwaliteiten en interesse in de natuur…… laat het ons weten)

Binnen onze regio werden er diverse open dagen gehouden en een lokale discussie over weidevogels met boeren, bestuurders en belangstellenden. Dezen werden goed bezocht en er werd geluisterd door bestuurders. Dat was en is pure winst.

Wij zijn drie keer bij elkaar gekomen en hebben een groepsapp aangemaakt waardoor het communiceren onderling sneller gaat. Hoewel nog niet iedereen over een telefoon met app mogelijkheden beschikt, ziet iedereen het voordeel ervan.

Er is een facebookpagina aan gemaakt om onze ervaringen te delen met mensen die daar interesse in hebben. Waaruit we mogelijk nieuwe vrijwilligers kunnen interesseren.

Op 22 maart is het boek: “Gevaren rond de vogelhut” van Liesbeth van Binsbergen

Gepresenteerd in Rouveen. (Het boek beschrijft de spannende avonturen die de Staphorster tweeling Jorick en Jolijn beleeft met de broedende weidevogels op het land van hun vader. Ook hun bezoek aan weidevogelboer Pelleboer in Mastenbroek komt uitvoerig aan de orde) Als gevolg daarvan zijn er diverse scholen benaderd om met groep 5 met dit boek aan de slag te gaan in de klas.

De volgende stap is dat er ook weer mensen gevraagd om presentaties over weidevogels te geven op de diverse scholen. Met de daarvoor gemaakte tool box. Daarvoor worden nog steeds mensen gezocht voor het komende jaar dus meld u aan!

Ook is er in nauwe samenwerking met de Gemeente Kampen gewerkt aan het beheer van de gebieden waar gebouwd werd. Dat is in een prima samenwerking gegaan en zo hoort dat ook.

Tevens wil ik langs deze weg twee mensen bedanken voor hun tomeloze inzet gedurende het gehele jaar. Dat zijn Wim Baer en Joop Beens. Zij zijn onze steunpilaren in het gehele proces.

Al met al een bewogen jaar, dat zeker.

Verder wil ik alle vrijwilligers wederom bedanken voor hun niet aflatende inzet en voor het verzamelen van die broodnodige data. Jullie maken het verschil. Echt waar!

We sluiten het seizoen 2017 af en kijken reikhalzend uit naar dat moment van betovering wanneer de eerste weidevogels weer ons land binnen komen.

Ailko Faber

Coördinator IJsseldelta weidevogelwerkgroep

https://www.facebook.com/IJsseldeltaweidevogelwerkgroep/

 

Verslag vogelwerkgroep excursie Drents Friese Wold 20 juni 2015

Op 20 juni vertrokken we met 4 mensen voor een excursie naar het Nationaal landschap: het Drents Friese Wold, de bossen, plassen, venen en stuifzanden die liggen op de grens van Drenthe en Friesland.

Wij dat waren: Anton Wielink, Henk Kroeze, Ellen en Henk de Vos.

Diependal

Ons eerste doel was Diependal, dit zijn de vloeivelden van de voormalige aardappelmeelfabriek bij het dorpje Oranje.

Hier zijn vanuit de bijzondere kijktoren, die bereikt wordt via een lange ondergrondse tunnel, maar liefst 4 soorten futen te zien. Naast de algemenere soorten als fuut en dodaars broeden hier ook de roodhalsfuut en de geoorde fuut en dat is

uniek in Nederland. Vanuit de hut ontdekten we deze prachtig gekleurde futen op de verschillende vijvers langs de rietkragen. Ook heel mooi was een wateral met zeker 5 jongen die al zwemmend een kreek overstak vlakbij ons uitzichtpunt. Dit had geen van ons ooit zo gezien. De omgeving hier leverde verder nog o.a. geelgors, gele kwikstaart en lepelaar op.

roodhalsfuut

roodhalsfuut

Op zoek naar een beter uitzicht

Op zoek naar een beter uitzicht, foto Ellen

Fochteloër Veen

Vanaf dit punt was het nog een korte rit naar het Fochteloër Veen. Hier bezochten we eerst de 17 meter hoge uitkijktoren die een uitzicht biedt over het uitgestrekte veen gebied. De klim over de steile trap was de moeite wel waard want al snel zagen we in het veen een paar kraanvogels lopen. Dat was onze doelsoort van de excursie en voor Ellen was het de eerste keer dat ze deze grote sierlijke vogels zag lopen. We hadden nog meer geluk want in de verte boven het veen zagen we een grote roofvogel staan bidden, dat kon niet anders zijn dan de slangenarend die op een kenmerkende manier bidt en waar het Fochteloër Veen ook bekend om is. Toch was de slangenarend er in deze zomer van 2015 nog niet gezien dus er was nog twijfel bij ons, zouden wij dan de eersten zijn die de slangenarend hier mochten zien?

slangenarend  foto Rene Pop

slangenarend
foto Rene Pop

Maar toen we later een vrijwilliger van Natuurmonumenten spraken bevestigde die dat de slangenarend die ochtend door meerdere vogelaars was gezien en dat onze waarneming klopte. Deze arend uit zuid Europa bezoekt al jaren in de zomer het veen en wordt dan speciaal aangetrokken door de vele adders en ringslangen die er voorkomen. Het zijn meestal jonge slangenarenden die nog niet broeden en het is wel frappant dat ze juist dit gebied kunnen vinden in Nederland waar het voorkomen van slangen toch wel heel beperkt is.

Als we dachten dat we met de twee kraanvogels ons tevreden moesten stellen hadden we het mis, we zagen deze dag nog veel meer kraanvogels, het was gewoon on-Nederlands. Ellen ontdekte er zeker 15 in een randgebied van het veen en we zagen regelmatig kleine groepjes vliegen.

De vrijwilliger van Natuurmonumenten vertelde dat de populatie flink is gegroeid, zozeer zelf dat het broedsucces dit jaar daar onder geleden heeft. Mogelijk is er maar 1 jong uitgevlogen. Onderlinge territoriumgevechten, verstoring door mensen en predatie door raven en vossen zorgden ervoor dat veel broedsels helaas mislukten. Wel worden andere gebieden in de omgeving nu ook gebruikt als broedlocaties.

We maakten een wandeling over het fietspad door het veen en zagen hier nog meer bijzondere soorten die bij het  Fochteloër Veen horen zoals roodborsttapuit, blauwborst, paapje, veldleeuwerik, raven en bruine kiekendief.

 

 

Bij het bezoekerscentrum konden we onze koffie en boterhammen gebruiken.

Ook hier maakten we een wandeling van enkele kilometers en dit leverde opnieuw veel verrassende soorten op zoals grauwe klauwier, zwarte ruiter, grutto, kemphaan, diverse eenden soorten en veel lepelaars. Onze soortenlijst liep snel op en Anton Wielink kreeg geen rust om alles te noteren.

Aekinger zand

Tegen twee uur verlieten we het Fochteloër Veen om als toegift nog aan te gaan bij het Aekinger zand, een stuifzand gebied ten zuiden van Appelscha.

Een wandeling door het zand leverde boomleeuwerik, goudvink, wespendief en gekraagde roodstaart op.

Het meest bijzondere was hier een roepende vogel aan de bosrand die we niet eerst niet konden thuisbrengen, de kèkkerende roep klonk als die van een roofvogel maar de vogel verplaatste zich tussen de boomstammen en was maar klein van afmeting.

Hoewel we het niet dadelijk konden geloven was er toch maar één conclusie mogelijk, we zagen en hoorden de zeldzame draaihals.

draaihals

draaihals

Deze spechtensoort waarvan er nog maar enkele paren broeden in Nederland was het hoogtepunt van de dag en met een voldaan gevoel konden we aan de thuisreis beginnen.

Om vijf uur arriveerden we weer in Kampen.

Henk de Vos

  1. De totale lijst die Anton heeft opgesteld, telde maar liefst 88 soorten, volgens mij een van de langste van de afgelopen jaren dat ik aan vogelwerkgroep excursies heb meegedaan.

Verslag van vogelwerkgroepexcursie zw friesland

 

Excursie Vogelwerkgroep naar Zuidwest Friesland

Zaterdag 20 november gingen we met 9 mensen op weg naar zuidwest Friesland.

Een excursie die al jaren op ons programma staat en waarbij we als belangrijkste vogelsoort de Kleine rietgans  hopen te zien.

-Eerst bezochten we de Workumerwaard, en terwijl we ons daar installeerden werd het mooi helder weer.

Workummerwaard

Bij zonsopkomst kwamen grote groepen brandganzen over ons heen,

Ze hadden de nacht op de ondiepe randen van het IJsselmeer doorgebracht en gingen nu met duizenden op weg naar de weilanden van Gaasterland om te fourageren.

Op de ondieptes dobberden, smienten, enkele grote zaagbekken en kuifeenden en stonden groepen wulpen.In de rietkraag hoorden we een waterral roepen.Onderweg in de waard zagen we de zogenaamde wilsterflappers aan het werk.Zij proberen met lokvogels de wilsters (Friese naam voor goudplevier) te vangen met behulp van een slagnet om de goudplevieren te ringen. Ze gebruiken daarbij houten lokvogels en ook een levende kievit. Vroeger was dit vooral bedoeld als inkomstenbron om door de verkoop van plevieren aan de poelier in de steden die daar verkocht werden om te worden gegeten. We waren getuige van de vangst van een aantal goudplevieren. In de waard zagen we verder enorme aantallen goudplevieren en kieviten met daarbij ook enkele kemphaantjes en bonte strandlopers.

-Ons tweede doel was de omgeving van Oudega vlakbij het merengebied van de Fluessen.

In deze regio houdt zich in de herfst bijna de hele populatie van de Kleine rietgans van Spitsbergen op. De Kleine rietgans werd vroeger als ondersoort van de Rietgans beschouwd maar wordt nu als een aparte soort gerekend, net als de Taiga rietgans en de Toendra rietgans. Deze Kleine rietganzen broeden op Spitsbergen (ca. 35000) en trekken via Noorwegen, Denemarken en Noord Duitsland naar Zuidwest Friesland en midden in de winter nog verder naar Vlaanderen, vanaf februari via de zelfde route weer terug. In de rest van Nederland worden ze weinig gezien. Hij valt op doordat de bovenzijde opvallend blauwgrijs is en verder heeft de vogel roze poten (Engelse naam :pinkfoot)

 

kleine rietgans foto Dieter Coelembier

Inderdaad was er vlakbij Blauhuus een groep van zo’n 1000 kleine rietganzen te zien, een aantal hadden halsringen met daarop een lettercode die we konden aflezen.

-Het volgende doel: Kornwerderzand aan het begin van de Afsluitdijk.Zowel de kant van de Waddenzee als de kant van het IJsselmeer leverde een aantal leuke soorten op. We zagen een groepje Toppereenden, futen, kuifeenden en een middelste zaagbek. Op het ruige terrein direct aan de Waddenzee zagen we een tweetal sneeuwgorzen erg dichtbij. Erg fraaie zangvogels uit de toendra die in de winter aan onze kust voorkomen

Sneeuwgorzen

Bij ons volgende doel : de vogelkijkhut bij Piaam aan de IJsselmeerkust was het rustig. We hoorden in de rietvelden baardmannetjes roepen en zagen ze ook enkele malen. Verder riep hier een waterral. In de weilanden ontdekten we in de grote groep kolganzen een exemplaar die een halsring met code droeg. Door het aflezen van de code KSS wist Fibo Nannen de geschiedenis van dit exemplaar te achterhalen.

 

Kolgans KSS

Hij schreef  hierover:

Te midden van de tienduizenden ganzen die wij die dag gezien hebben, konden wij bij Piaam in een weiland t.h.v. de vogelkijkhut,  van een kolgans ♀ de zwarte halsring KSS aflezen.

 

Op de site van www.geese.org. kon ik de halsringgegevens invoeren en kreeg het volgende resultaat.

Op 8 mei 2009 met onbekende leeftijd geringd in Kologriv ( 58 48 29 NB en 44 18 11 OL)  ± 500 km ten NO van Moskou. De ringers waren Konstantin Litvin en Petr Glazov van het Bird Ringing Centre Moscow.

In de winter 2009/2010 werd zij gezien in Friesland (Makkum), Utrecht en Limburg (Mook).In de winter 2010/2011 in Friesland, Noord-Holland, Oost-Vlaanderen (B), Utrecht en Frl. (25 mrt. Workum).   In mei 2011 was zij weer in Kologriv waargenomen.

In de winter 2011/2012 werd ze gezien in Friesland, Utrecht, Niedersachsen (D) 26 mrt. 2012. In de winter 2012/2013 weer in Friesland (Cornwerd, Wons).

Op 6 okt. 2013 werd zij bij Makkum gezien en za. 23 nov. j.l. zagen we haar dus bij Piaam. Met zo’n ringaflezing wordt dus een leuke inkijk gegeven in het leven van zo’n gans.

Hierna besloten we weer terug te gaan naar Kampen.We konden terugzien op een zeer geslaagde excursie onder ideale omstandigheden met veel  soorten.

Henk de Vos, foto’s Herman Koek

 

Vogelwerkgroep: excursie naar de Zwolse Hoek 10-11-2012

Zaterdag 10 november organiseerde de vogelwerkgroep een excursie met eindbestemming ‘de Zwolse Hoek’
Hoewel het weer wat grijs en vochtig was kwamen er toch 12 vogelaars voor deze ochtendexcursie naar de Zwolse Hoek.
We stopten onderweg bij de voor veel vogelaars uit deze regio zo bekende plekken als: de plaat in het Vossemeer, het eiland de Zwaan, de Vossemeerdijk bij de IJsselmonding en het Ketelmeer bij Ketelhaven.
Op de plaat ter hoogte van de boomkwekerij die door de gunstige wind grotendeels droog lag, waren veel kieviten en goudplevieren te bekijken. Ook liepen er enkele bonte strandlopers. Verder ook veel eendesoorten. Kleurige eendesoorten die alweer in hun mooie verenkleed zaten, zoals pijlstaarten, bergeenden, smienten en slobeenden en die zwommen in de omgeving van de plaat.

pijlstaarten

Grote groepen ganzen trokken ondertussen over van hun slaapplaatsen naar de weilanden en akkers waar ze overdag hun voedsel zoeken.
Verderop het Vossemeer zien we Brilduikers en Grote Zaagbekken.
In de bekende boom op de strekdam tussen het Vossemeer en de IJssel zat het Zeearendenpaar van het Vossenmeer en de IJsselmonding.
We konden ze zo goed zien dat de ringen aan de poten zichtbaar waren, zodat we onderscheid konden maken tussen de mannelijke vogel van 2006 uit Sleeswijk Holstein en de vrouwelijke vogel van 2007 uit de Oostvaardersplassen. Hun beide jongen lieten zich niet zien maar zwerven volgens waarnemingen nog steeds in de omgeving rond. Voor de meesten al niet zo buitengewoon meer om deze top-predators te zien maar voor iedereen toch bijzonder.

Een beeld van twee rustig zittende zeearenden in een boom was 10 jaren geleden niet mogelijk in West Europa laat staan in deze omgeving.
Doordat het iets lichter was geworden lukte het om via de telescoop wat opnames te maken, iets waarover enkele vogelaars best enthousiast werden.

Zeearendpaar

Via de Ketelmeerdijk waar we de eerste kleine zwanen van dit seizoen ontdekten om daarna de trektelpost bij de Zwolse Hoek te bereiken.
De teller, Ico Hoogendoorn vertelde ons het een en ander over de vogeltrek hier ter plaatse en de richtingen van waaruit de groepen spreeuwen, lijsters, vinken en mezen aan komen vliegen. De vogels blijven zoveel mogelijk het land volgen om pas bij de wat smallere Zwolse Hoek over te steken naar Flevoland om in Zuidwestelijke richting verder te trekken. Dat hier grote concentraties trekvogels langskomen is al tientallen bekend maar vooral de laatste jaren wordt er heel structureel en intensief gepost en geteld.
Dit leverde in het voor- en najaar al heel veel spectaculaire waarnemingen op van vele duizenden kramsvogels en koolmezen maar ook vele bijzondere krenten in de pap. Rode wouw, keizerarend kraanvogels, bijeneters, kuifleeuwerik om maar een greep te doen uit de lange lijst.
Deze ochtend was de vogeltrek maar gering, maar een hele leuke trekker was een smelleken (falco columbarius, engels: Merlin).
De kleinste valk die jaagt op kleine zangvogels, broedt in het hoge noorden en die de trekkende vinken en piepers wel moet volgen op hun weg naar het zuiden.

Smelleken

Op de pijlers van de Ketelbrug zagen we tegelijk twee exemplaren van de grootste valk zitten, de slechtvalk.
Deze valk jaagt op vogels zo groot als de duif en zit daarvoor graag op hoge uitzichtpunten, als brugpijlers, hoge gebouwen of masten.
Een bezoek aan het ringstation in het nabijgelegen Kamperhoek kon door omstandigheden niet door gaan, dat houden we tegoed tot het voorjaar van 2013.
Hierna reden we weer naar Kampen terug. Een prima excursie waarvoor we niet eens ver weg hoefden te gaan.

Henk de Vos

Kleurige vogels op een grijze zomerdag, 9 juni 2012

Op zaterdag 9 juni vertrokken we met een klein groepje vogelaars naar het Bargerveen in Zuidoost Drenthe.

Dat we met zo weinig mensen waren was wel wat jammer maar begrijpelijk. De weersvoorspellingen waren niet erg zomers, eerder herfstig.

Dat kwam ook uit maar toch was het ondanks de krachtige wind en de bewolking wel goed vogelen.

De soorten waarvoor vogelaars naar het Bargerveen gaan zijn de typische vogels van het hoogveen:. De grauwe klauwier, de boomvalk, de geoorde fuut en de wielewaal.

 

Het Bargerveen, dat midden in ’t Veenland ligt, is één van de twee gebieden in Nederland waar nog levend hoogveen is. Slechts een restant en niet meer in perfecte staat. Van de oorspronkelijke mosrijke begroeiing was tot voor kort geen sprake meer. De vegetatie bestond grotendeels uit vochtige en droge hei en berkenbos. Sinds 1968 groeide het besef dat zonder ingrijpen een kostbaar stuk natuur verloren dreigde te gaan en daarmee allerlei unieke planten- en diersoorten. Een deel van het veengebied werd opgekocht door de overheid en overgedragen aan Staatsbosbeheer. 

Verschillende maatregelen, zoals het omhoog brengen van het waterpeil door een dammenstelsel, hadden tot doel het veen nieuw leven in te blazen. En met succes!

In de ondiepe, natuurlijke bassins die door de indamming ontstonden, vond explosieve groei van veenmos plaats. Natuurbeheerders waren razend enthousiast. Hoewel de plantensoorten die tot ontwikkeling kwamen, zoals Pijpenstrootje en berk, beter thuishoren in het laagveen dan in het hoogveen, biedt dit perspectief voor het hoogveen in de toekomst.

Aangekomen op de parkeerplaats bij de informatie borden konden we al direct een paartje grauwe klauwieren bewonderen. Waarom de vogel toch Grauw heet is mij nooit duidelijk geworden . Hij is prachtig gekleurd en zeker niet grauw.

 

Dat geldt ook voor een andere’ grauwe’ vogel die we al snel daarna ontdekten nl de grauwe kiekendief. Een prachtige sierlijke roofvogel, die in Nederland maar op enkele plaatsen voorkomt.

In de luwte bij het zogenaamde  Huisje van Uneken , een voormalig boerderijtje in het Bargerveen konden we van diverse zangvogels genieten die daar hun jongen aan het voeren waren, de gekraagde roodstaart, de bonte vliegenvanger, de appelvink zagen we terwijl we ons meegebrachte eten en drinken gebruikten.

Voor onze volgende wenssoort, de Geoorde fuut moesten we een lange wandeltocht maken over de open heide naar de in het midden van het veen gelegen vennen. Hier broedt onder de bescherming van een kokmeeuwenkolonie een redelijk aantal geoorde futen, ook al weer zo’n prachtig gekleurde vogel . We konden er zeker 10 exemplaren ontdekken.

 

 

Om de kleurrijke vogellijst nog aantevullen: we zagen ook nog de gele kwikstaart, de blauwborst en de roodborsttapuit .

gele kwikstaart foto Cor Fikkert

In de luwte van het bos zagen een paartje boomvalken die in de krachtige wind toch nog konden jagen op de libellen. Dat ze daarvan vele als prooi konden bemachtigen zagen we aan de vele vleugeltjes die op het pad waren neergedwarreld. De boomvalk verwijdert deze namelijk in de vlucht voordat hij de libellen oppeuzelt.

 

 

Op de terugweg probeerden we bij Staphorst nog de meest kleurrijke vogel van Europa te spotten nl de Bijeneter die hier gezien zou zijn.Dat lukte niet maar als troostprijs zagen we wel de groene specht die vlak voor ons over een weiland wegvloog.

 

Al met al een geslaagde tocht op een grauwe zomerdag.

 

Tekst Henk de Vos

 

 

 

 

 

 

 

Zeearenden in de IJsselmonding(vervolg) – juli 2012

In het voorjaar van 2012 heeft het paar Zeearenden dan toch gedaan dat waarop we al enkele jaren hoopten. Na twee niet succesvolle nestelpogingen is er nu toch een echt broedgeval. Het was ook wel min of meer te verwachten want het mannetje is inmiddels 6 jaar oud en het vrouwtje 5 jaar en daarmee zijn de vogels volwassen.
Het nest in Roggebotzand werd in de loop van de winter uitgebouwd met forse takken en werd vanaf februari bijna constant bezet. Staatbosbeheer had inmiddels weer een strikt verboden zone rondom het nest ingesteld.
De vogels waren op het eind van de winter jagend te zien in het Ketelmeer vlakbij het Keteleiland en rustend op het nest.

foto 1: jagend in de winter

Eileg

Omstreeks 16 maart werd door enkele vaste kijkers opgemerkt dat het vrouwtje het nest niet alleen liet en kennelijk was begonnen met broeden.

Jonge Zeearenden

Tussen 25 en 30 april werd door het mannetje vaker met kleine prooien naar het nest gevlogen en op 6 mei zag Benno van der Hoek uit Elburg voor het eerst 2 kopjes van donsjongen, die boven de nestrand uitkwamen.

Enkele weken later maakte Staatbosbeheer het nieuws van de twee jonge zeearenden wereldkundig waarbij benadrukt werd dat het bijzonder is dat een jong broedpaar al meteen twee jongen probeert groot te brengen.

Inmiddels is het 21 juni en alles lijkt zich nog steeds goed te ontwikkelen. Het nest en de jongen zijn moeilijk zichtbaar door het blad aan de bomen maar met enige moeite met verrekijker, telelens en telescoop te zien. De jonge zeearenden zitten al volop in de veren en hebben het voor jonge arenden specifieke donkere kleed. Dit verschilt sterk van hun ouders met lichte koppen, felgele snavel en helder witte staart.

 

foto 2  Jonge vogel

Belangstelling:

Vogelaars uit het hele land hebben inmiddels al een bezoek aan het uitzichtpunt gebracht waarbij ze uitleg kregen over de gang van zaken van dhr. Van de Burg, die, naar hij zegt geen vogelaar is, maar wel inmiddels helemaal in de ban van de zeearenden is gekomen. Geen van de andere nestlocaties in Nederland, dit jaar 4, is zo goed te zien en ligt in een zo toegankelijke omgeving. Gelukkig heeft tot nu toe niemand met kwade bedoelingen geprobeerd het nest te benaderen en te verstoren.

Prooi

Vanaf de dijk van het Vossemeer zijn mooie beelden te zien van de overvliegende ouders met prooi. Meestal een vis variërend van brasem tot paling en ook soms een meerkoet. Ik had verwacht dat veel meer gejaagd zou worden op de aanwezige grote aantallen jonge grauwe ganzen maar dat is niet het geval. Misschien gebeurt dit als de jongen wat ouder zijn.

foto 3: Volwassen vogel met paling

 

Bijzonder was een fors wit konijn dat het mannetje eenmaal bij het vrouwtje op het nest bracht. Dit moet wel een dier zijn van de groep tamme witte konijnen die bij het pannenkoeken restaurant in het nabijgelegen kabouterbos vrij rondhuppelt.

Uitvliegen

Zo half juli kunnen we verwachten dat de jongen het nest zullen verlaten en hun eerste vliegoefeningen zullen doen. We hopen dat alles goed gaat en dat de jongen ook deze kwetsbare periode zullen doorkomen.

De jongen zijn overigens niet geringd omdat SBB het risico van verstoring niet wilde lopen.

Vogelwereld IJsseldelta

De vogelwereld van de IJsseldelta is door dit broedgeval van de Zeearend weer een stuk dynamischer en interessanter geworden

Tekst

Henk de Vos

Foto’s

Cor Fikkert

Link naar film over de zeearenden in Roggebotzand

http://www.youtube.com/watch?v=bl0GnIUHaro

 

 

Zeearenden in de IJsselmonding 2011

 Voorwoord

Ook in 2011 stelde het al sinds 2009 aanwezige koppel zeearenden ons weer voor raadsels. De verwachting was dat ze het nest op het vogeleiland in het Zwartemeer zouden gaan uitbouwen en daar een tweede broedpoging zouden doen. In januari 2011 wezen de waarnemingen daarop. Maar in februari 2011 waren ze nauwelijks meer op het eiland aanwezig.

Roggebotzand

Wel werden ze nu vaak gezien bij het Roggebotzand (op een afstand van ca. 15 km westelijk) ) en al snel werd duidelijk dat daar in een oud populierenbos een nest werd gebouwd. Op 3 maart sloot Staatsbosbeheer het perceel bos en de paden eromheen af.

De plek was namelijk tot dan toe vrij toegankelijk en hoewel het nest in een hoge populier zit zijn zeearenden toch erg gevoelig voor verstoring zeker in de nestbouwfase.

Slechts een poging

Toch was deze plotselinge late verandering van nestplaats een teken dat de vogels nog onervaren zijn en niet een vast broedterritorium hebben gekozen binnen hun uitgestrekte jachtgebied van zeker 34 km2.

Want net zoals op het Vogeleiland werd ook in 2011 in het Roggebotzand geen ei geproduceerd noch gebroed op het gebouwde nest. Waarom is niet duidelijk, zijn de vogels nog niet volwassen genoeg of  is het prooiaanbod in het voorjaar niet voldoende ?

De vogels worden ook in de zomer en herfst nog bij het nest gezien.

Zeearend vliegend richting bos

 

 

 

 

 

 

Het paar: links ; vrouw, rechts;  man

Door het aflezen van de ringen door Cor Fikkert wisten we dat het paar samengesteld is uit een vogel die op het nest geringd is in 2006 in Noord Duitsland en een andere vogel geboren in het jaar 2007. Het vrouwtje is dan dus 4 jaar oud en dat is nog steeds een subadulte vogel aangezien zeearende pas op hun 5 jaar volwassen zijn.

Wisseling van de wacht

Recente berichten geven aan dat er een wisseling van de wacht is opgetreden. Via de ringaflezing van Cor Fikkert lijkt de man nu steeds op te trekken met een 4-jarig vrouwtje afkomstig uit de Oostvaardersplassen.(2007)

Inventarisaties en waarnemingen winter 2010-2011

De maandelijkse inventarisaties op de eerste zaterdag in de wintermaanden van 2010-2011 zijn onder wisselende omstandigheden uitgevoerd. In december was het volop winter met een ijslaag op de randmeren. Begin januari was de vorstperiode voorbij maar lag er nog veel ijs. In februari en maart was het zacht weer. Tijdens de inventarisaties werden veelal 1 of 2 vogels gezien in het oostelijke Ketelmeer vooral vanaf  de vogelkijktoren op het Rechterveld. In maart was een vogel tegen zonsondergang vliegend naar het nest in Roggebotzand te zien.

Naast de  inventarisaties werden ook waarnemingen via internet doorgegeven door vele vogelaars zodat we een goed beeld kregen. Samen met het vaste koppel waren er regelmatig nog 1 of 2 juveniele subadulte vogels aanwezig.  Op 24 januari zagen Anton Wielink en Bert Schuldink maar liefst 4 vogels tegelijk in het Vossemeer noord oost. Duidelijk is de concentratie van waarnemingen rondom het Vossemeer en oostelijk Ketelmeer. In de zomer was een van de vogels van het paar ook vaak vergezeld van een andere 3e of 4e jaars vogel.

 

 

 

 

 

Zeearenden in Nederland in 2011

Het opvallende van het toenemende aantal waarnemingen van zeearenden in de IJsseldelta is dat deze niet op zichzelf lijken te staan. In het voorjaar en de zomer van 2011 bleken er 4 paren zeearenden actief te zijn in Nederland.

Naast het bekende paar in de Oostvaardersplassen en het paar in de IJsselmonding waren er ook nog paren in het Lauwersmeer en in de Biesbosch. Het ervaren paar in de Oostvaardersplassen bracht weer twee  jongen groot en het paar in het Lauwersmeer één jong.

De verwachtingen:

Het inmiddels volwassen paar is in de IJsselmonding gebleven. Het aantal waarneming stijgt nog steeds. Er komen meer juveniele en subadulte vogels bij die in Nederland en Noord Duitsland van het nest gevlogen zijn. Het kan bijna niet anders of er komt een broedgeval van de zeearend in deze omgeving.

Het is maar te hopen dat de vogels een veilige en goede plek daarvoor kiezen want er zijn zeker bedreigingen aanwezig  in de vorm van menselijke verstoring. Ook de plannen om hoge wind turbines bij de Zuiderzeehaven te plaatsen zijn verontrustend. Hemelsbreed op 3,6  km van het huidige nest. Bekend is dat zeearenden in botsing kunnen  komen met de wieken en dat dan niet overleven.

Het grootbrengen van een jonge zeearend zal een teken van een gezond en schoon leefmilieu zijn, waar ook voldoende rustige plekken aanwezig zijn.

 De vogelwerkgroep hoopt de verdere ontwikkelingen op de voet te kunnen volgen door middel van maandelijkse inventarisaties en door andere waarnemingen.

 Henk de Vos

Met dank aan Cor Fikkert voor de toestemming voor het gebruik van de foto’s.

Vogelexcursie Friesland 12-11-2011 Op zoek naar de kleine rietgans

Zaterdagmorgen 12 nov. 2011 vertrokken 7 Kampenaren en een Zwollenaar om half 8 uit Kampen. De reis ging eerst naar het centrum van Workum om broer Bertus van Wim Baer op te pikken, die ook graag met ons mee wilde. Onderweg bleek de Zwollenaar in de zestiger jaren evenals ik lid van de Ned. Jeugdbond voor Natuurstudie te zijn geweest.

Al pratende bleken Sytse Tjallingii en ik een flink aantal gezamenlijke bekenden te hebben uit die tijd. Omdat hij onderweg prachtige foto’s maakte en bereid was ze ter beschikking van dit verslag te stellen, kan men zien wat wij onderweg zoal zagen.

Eerst gingen we naar de zuidkant van de Workumerwaard ter hoogte van camping It Soal. Ondertussen was het mooi licht geworden en hadden we de zon in de rug, waardoor we de vele vogels, die op de keileemkliffen in het water stonden, goed konden zien. De ganzen overnachten op het water, omdat ze dat veiliger vinden. Bij zonsopkomst vertrekken ze in groepen naar de fourageergebieden. We zagen er grauwe, kol- en heel veel brandganzen. Op het water lagen ook tientallen kleine zwanen en veel eendensoorten, zoals pijlstaarten, slobeenden, wintertalingen, smienten, brilduikers en bergeenden. Tussen de kieviten op de platen trippelden een groepje bonte strandlopertjes. En her en der stonden of vlogen kok-, storm-, zilver- en grote mantelmeeuwen. Vlakbij in een bosje streek een koperwiek neer. Gerda Fijnebuik was er verrukt van. Heel goed was de koperkleur voor en onder de vleugel te zien. Even verderop zagen we kramsvogels met wit onder de vleugels en met hun tjak-tjak-roep. Op een paaltje in de Workumerwaard ontwaardeHenk de Voseen jonge slechtvalk. Net toen we naar de auto’s wilden lopen, hoordeWim Baeren zag Henk Kroeze een paar veldleeuweriken overkomen.

Onderweg naar de noordkant van de Workumerwaard zagen we spreeuwen, graspiepers en zwarte kraaien. In de weilanden waren ook een paar wilsterflappers actief. Zij proberen goudplevieren onder hun slagnetten te krijgen. Vroeger was dat voor de Friese arbeiders een bijverdienste, want ze werden voor goed geld aan de rijken verkocht. Tegenwoordig worden ze nog op de ouderwetse manier gevangen om ze te ringen. Een eindje verderop probeerden een aantal jagers een haas te verschalken. Aan het eind van de weg bestegen wij de uitkijktoren. Tussen de kieviten en wulpen stonden honderden goudplevieren, die af en toe opvlogen en hun melancholisch roepje lieten horen. In de brede sloot met veel wilde eenden ontdekte Johan Pompert een paar dodaarsjes. Langs de waterkant stonden blauwe en grote zilverreigers te vissen. Op een grote paal speurde een buizerd het gebied af. Op de terugweg naar Workum werd onze aandacht getrokken door een biddende torenvalk en nog een jonge slechtvalk.

Daarna gingen we richting Aldegea (Oudega) op zoek naar de kleine rietgans. We troffen het, want al voor Blauhus (Blauwhuis) zagen we honderden in de weilanden staan. Omdat de zon hen zo goed bescheen, kwam de blauwgrijs berijpte kleur van de bovenste vleugeldekveren heel mooi uit. Ellen van Knippenberg was er lyrisch over. Ook het donkere kopje met een roze vlekje op de snavel vond ze prachtig. Omdat het gras nog zo hoog was, waren de roze poten niet zo heel goed te zien en kwam de Engelse naam pinkfoot niet zo goed uit. Met wat geduld kregen we de mooie, roze poten toch wel te zien. Deze kleine rietganzenpopulatie broedt op Spitsbergen (in 40 jaar van 10- tot 50-duizend gegroeid). Via Noorwegen en Denemarken komen ze in ZW-Friesland een paar weken fourageren, om dan door te trekken naar Zeeuws- en Belgisch Vlaanderen. Na in deze omgeving nog een paar groepen kleine rietganzen bekeken te hebben, gingen we richting de Afsluitdijk.

Aan de waddenkant van Kornwerderzand troffen we enkele tientallen toppereenden aan. Dit waren er maar weinig in vergelijking met wat we later op de middag bij Laaksum aan de kust van het IJsselmeer aantroffen. In de verte lagen in een lange, brede streep duizenden toppers. Verder lagen er op de Waddenzee nog wat futen en een enkele middelste zaagbek. Aalscholvers zaten in de buitenhaven op dukdalven te drogen. In een klein bosje op de dijk lieten een heggemus en een roodborst om de beurt hun riedeltje horen. Een winterkoninkje wipte ertussen door.

Aan de zuidkant van Kornwerderzand troffen we in de boompjes dit jaar niet, zoals vorig jaar de noordeuropese witkopstaartmees aan. Wel zaten er groenlingen en koperwieken. Wat verderop in een bosrandje stonden we zo’n beetje oog in oog met goudhaantjes, die ongestoord doorgingen met fourageren. Voorts zaten er veel trekkende merels en koperwieken.

Voor de terugweg gingen we weer richting Friese IJsselmeerkust. Tussen de Afsluitdijk en de Makkumer Noordwaard lagen grote aantallen kleine zwanen. Op de droge platen stonden veel wulpen en scharrelden er ook nog een paar grutto’s tussen. Verder fourageerden er grote groepen bonte strandlopers.

Bij de kust gingen we nog even aan bij de observatiehut bij Piaam. Rond de boerderij bij de P vlogen een paar Turkse tortels en een holenduif. Bij de hut stond het water heel laag. Daarom zaten de diverse eenden, ganzen en zwanen ver weg. Op de plaat stond nog wel een grote groep goed te onderscheiden scholeksters en wulpen. Op een plasje aan de noordkant van de hut liepen  een paar witgatjes te pikken. Op het pad door de rietvelden troffen we nog wat pimpel- en koolmezen en een rietgors. En in verte vloog een vrouwtje blauwe kiekendief voorbij. Toen aanvaardden we de terugreis en hadden op deze excursie ± 60 vogelsoorten gezien. In Friesland werden we uitgeleide gedaan door weilanden vol duizenden grauwe, kol- en brandganzen.

Om half 6 kwamen we weer voldaan in Kampen aan.

Tekst: Fibo Nannen

Foto’s: Sytse Tjallingii en Bertus Baer

 

 

Vogelexcursie Bargerveen 26 juni 2011

Het Bargerveen is een natuurgebied, dat van oudsher een aantrekkingskracht op vogelend Nederland uitoefent. Het gebied kenmerkt zich door een afwisselend landschap. Heidevelden, hoogveenplassen, ontstaan door de turfwinning, moerassen en bossen zorgen voor diverse biotopen met de daarbij behorende vogelpopulatie. Voor enkele soorten, in het bijzonder de grauwe klauwier en de geoorde fuut is het gebied van levensbelang voor de Nederlandse populatie, maar ook een aantal andere soorten die elders vrij schaars zijn komen hier meer voor en de kans ze in de kijker te krijgen is dus reëel.

Het gezelschap bestond dit keer uit 12 personen, waaronder een drietal “nieuwelingen”. Het weer was redelijk en de verwachtingen hoog. Nadat we met elkaar (hernieuwd) kennis hadden gemaakt konden we vertrekken. Toen stonden de eerste soorten al op de daglijst: merel, kokmeeuw, zwarte kraai en tjiftjaf. Om kwart voor negen bereikten we het Bargerveen en dat was voor enkelen de gelegenheid om de thermoskan met koffie aan te spreken. Op dat moment liet de kwartel zich op korte afstand horen en ook de eerste zangertjes werden genoteerd.

Het eerst deel van de wandeling gaat door een hoogveenmoeras: rietgors en grasmus waren volop aanwezig. Meer aandacht kreeg het mannetje van de blauwborst die zich dichtbij liet zien en horen.

Ondertussen hadden de plantenkenners onder ons al de rondbladige zonnedauw ontdekt en even verderop een weitje met gevlekte rietorchis, welriekende nachtorchis en vingerhoedskruid. Na het moerasgebied volgen wij het pad langs een vrij grote schapenweide aan de ene kant en een moerasbos aan de andere zijde. Al spoedig wordt de eerste klauwier opgespoord: een paartje is druk bezig met de jacht. Waarschijnlijk bevindt zich een nest met jongen in de buurt. Op de draadafzetting van de weide is de roodborsttapuit en gekraagde roodstaart altijd aanwezig. Ook de grauwe vliegenvanger is druk aan het foerageren en een wielewaal laat zijn welluidende zang even vanuit het bos horen. Tussen de schapen foerageert een viertal grote lijsters en de boompiepers zijn alom te horen.

Om alle indrukken te verwerken werd er een koffie- en broodpauze ingelast. De lijst werd bijgewerkt en tijdens het oponthoud aangevuld met veldleeuwerik, koekoek en geelgors. De lucht begon een beetje dreigend karakter te krijgen; er vielen een paar druppels maar de bui zette niet door. Gelukkig maar want het gebied dat gingen verkennen is een uitgestrekt plassengebied met geen mogelijkheid om te schuilen, zelfs geen dikke boom. Het is een gebied waar een grote kokmeeuwenkolonie bezit van heeft genomen. Op het pad vinden we veel gepredeerde eieren. Veel vogels zijn druk in de weer de jongen groot te brengen maar een flink aantal zit nog te broeden. Dit is het gebied waar een vogel leeft die het Bargerveen ook beroemd heeft gemaakt: de geoorde fuut. Deze soort broedt vooral in de meeuwenkolonie en maakt op die manier gebruik van de bescherming die de meeuwen bieden. Hoewel dit keer niet veel vogels gezien werden konden we wel van enkele paartjes genieten.

De zon liet zich hier zo af en toe zien en dan werd het aangenaam wandelweer. Libellen waren in grote aantallen aanwezig en dat was de omstandigheid om nog een Bargerveen-soort  bij uitstek te spotten: de boomvalk. Ook die kregen wij te zien, één keer zelfs op korte afstand.

Het laatste stuk naar de parkeerplaats gaat door het moerasbos dat we in het begin voorbij gelopen zijn. Het is een wonderlijke bossage met alle bekende loofzangertjes en mezen. Maar ook een paddestoelenbos. Op de geur (stank) afgaande vinden we o.a. de grote stinkzwam. Bij een verlaten boerderijtje in dit bosje is een grauwe vliegenvanger druk doende zijn jongen te voeren. Het nest waar de eieren uitgebroed zijn wordt bekeken. En om de tocht helemaal af te sluiten zoals het hoort laat aan   de rand van het bos nog een paartje van de grauwe klauwier zich zien. Dat niet alleen. Ook een paar wielewaal-mannen is druk aan het foerageren boven de heide.

We zijn bijna bij de parkeerplaats. Daar is een aantal jaren een grote plas aangelegd waar nu veel ganzen op rusten. Boven het water zijn veel gierzwaluwen, en boeren-, oever- en huiszwaluwen aan het foerageren.

We zijn weer bij de auto’s. De laatste koffie wordt opgedronken, het laatste sneetje brood verorberd. Er wordt nog even nagepraat. Het weer heeft zich prima gehouden. Praktisch geen druppel regen gevallen. En, ook belangrijk: alle soorten die het Bargerveen tot zo’n mooi vogelgebied maken staan genoteerd; 77 kruisjes staan er op de daglijst. Een goede reden om nog eens terug te komen

Anton Wielink

Nachtegalenexcursie van de vogelwerkgroep op 13 mei 2011

In het midden van de vorige eeuw gingen de inwoners van Kampen op voorjaarsavonden naar de tuin van de Buitenwacht om naar de mooie zang van de nachtegaal te luisteren, zoals mijn vader mij vertelde. Het moet dus wel mooi zijn dacht ik als kleine jongen. In de Buitenwachttuin zullen we in 2011 vast geen nachtegaal meer horen. Maar langs het fietspad langs het Drontermeer tussen Roggebotsluis en Elburg kunnen we gelukkig nog gemakkelijk van de zang genieten.

Op 13 mei j.l gingen we met 10 deelnemers op de fiets in deze richting. Op de heenreis waren we blijkbaar nog wat vroeg, de nachtegalen zongen wel maar het was nog wat aarzelend. De andere zangvogels overstemden de zang. Maar dat was niet erg want nu konden we volop genieten van de zang van de koekoek, tuinfluiter, zwartkop, braamsluiper, vink. We zagen ook tientallen knobbelzwanen op het meer. Vooral het zien van de koekoek was best bijzonder, meestal hoor je deze vogel alleen. Van tijd tot tijd hoorden we van de koekoek ook het geluid dat herinnerd aan het hinniken van een paard.. Veel deelnemers kenden dit geluid niet.

Op ons verste punt ter hoogte van het Abberteiland hoorden we de grote karekiet en de snor zingen. De grote karekiet is inmiddels in Nederland zeldzaam geworden en de randmeren, het ketel en zwarte meer zijn de laatste bolwerken.

Op de terugreis was het inmiddels wat stiller geworden met autoverkeer en ook de meeste vogels hielden zich nu stil. Nu kwam de zang van de nachtegalen pas volop tot zijn recht en konden we van vlakbij genieten van de bijzondere zang:, luid, afwisselend vol galmende en smakkende tonen zoals het in de vogelboeken wordt beschreven.  Misschien is het niet de mooiste zang van onze vogels maar zeker wel het meest bijzondere van deze eigenlijk wel wat saai uitziende vogel.

Bij de verkiezing van de mooiste vogelzang door het programma ‘Vroege Vogels”eindigde de nachtegaal in 2010 op de tweede plaats na de merel maar voor de zanglijster, roodborst, winterkoning, tuinfluiter en bosuil.

2010   Naam Aantal stemmen
1.   Merel 4190  
2.   Nachtegaal 3331  
3.   Zanglijster 2548  
4.   Roodborst 2545  
5.   Winterkoning 2539  
6.   Tuinfluiter 2339  
7.   Bosuil 2108  
8.   Veldleeuwerik 2089  
9.   Koolmees 1918  
10.   Putter 1769  
11.   Grote lijster 1697  

 

Bij terugkomst in Kampen, het was inmiddels al 22:00 uur geworden, konden we terugzien op een bijzondere natuurervaring.

Verslag: Henk de Vos

Foto’s: internet

Vogelexcursie Arkenheem-Veluwemeer 16 april 2011

Om een goed beeld te krijgen hoe een perfect weidevogelgebied er uit ziet, bracht de vogelwerkgroep op 16 april een bezoek aan de polder Arkenheem tussen Nijkerk en het Nuldernauw. Deze polder wordt speciaal beheerd om er een goede weidevogelbroedplaats te creëren.

Terwijl in de Mastenbroekerpolder en de weidegebieden westelijk van Kampen dit broedseizoen door de grote droogte niet goed dreigt te verlopen, speciaal de grutto’s zijn niet eens begonnen met broeden, zagen we hier overal baltsende en alarmerende grutto’s, tureluurs en kieviten. De waterstand is zo hoog dat het voedselzoeken hier geen probleem is.

De polder Arkemheen is één van de oudste polders van Nederland, hij is gelegen nabij Nijkerk. De polder ontstond nadat op 28 maart 1356 Hertog Reinoud III van Gelre het recht verleende om het gebied te bedijken. De polder is vooral bijzonder omdat er nooit een ruilverkaveling is geweest. De oorspronkelijke verkavelingstructuur is nog aanwezig met de bochtige sloten die ontstaan zijn als slenken van de getijdestromen van de Zuiderzee. Aan de landzijde van de voormalige zeedijken liggen kolken en rietmoerassen, ontstaan door dijkdoorbraken. De laatste dijkdoorbraak was in 1916.

In de polder zijn bijzondere vogels te zien, bijvoorbeeld de roerdomp en de grote zilverreiger.

De polder Arkemheen is onderdeel van het Nationaal Landschap Arkemheen-Eemland. Onder de naam Arkemheen is een beschermd Natura 2000-gebied aangewezen. Aan de rand van de polder ligt een stoomgemaal.

Al direct bij aankomst van de groep zagen we dat veel vogelaars waaronder ook buitenlandse hier weidevogels komen observeren. Her en der stonden telescopen opgesteld en niet voor niets want de grutto’s zijn overal te zien, zittend op weidepalen en luid roepend boven de weilanden, een prachtig beeld dat herinneringen oproept aan de momenten van enkele tientallen jaren geleden.

Nabij het Stoomgemaal konden we zowel de polder als het Nuldernauw, met diverse eendensoorten, overzien, met daarlangs een rietkraag met rietzanger, gele kwikstaart en rietgors.

Strandgaperbeek

Vervolgens gingen we verder onder leiding van Oscar de Pauw richting Harderwijk om een recent ontwikkeld natuurgebied in Flevoland te bezoeken nl. de Standgaperbeek.Sinds 2010 ligt hier aan de monding van de gegraven beek aan de rand van de Kievitslanden een plas. Vooral een eiland hierin trekt veel vogels aan om er te broeden.We zagen visdiefjes, kluten, bontbekplevieren maar ook zwarte ruiter, groenpootruiter en grote zilverreiger. Verder was in het riet de sprinkhaanzanger en blauwborst te horen. Een mooi voorbeeld hoe snel de vogels een nieuw ontwikkeld gebied weten te vinden.

Veluwemeer nabij Elburg

Bij het Veluwemeer vlakbij de brug naar Elburg hadden we een goed overzicht over het brede gedeelte van dit randmeer.

Aan de overkant konden we met behulp van de telescopen de groep in het water staande flamingo’s (30) bekijken. Deze groep bestaat uit Chileense flamingo’s, kleine flamingo’s en Europese flamingo’s.

Het zijn grotendeels nakomelingen van ontsnapte vogels die zich al jaren voortplanten in het Zwilbrocker Venn juist over de grens bij Groenlo. Tot de vaste punten op hun omzwervingen behoort het Veluwemeer bij Elburg. Een bijzonder gezicht. Ik zag hier meer flamingo’s bij elkaar dan tijdens mijn recente vakantie in de Algarve in Portugal, een streek waar je deze vogels meer verwacht.

Ook konden  we hier groepen dwergmeeuwen zien. Deze mooie kleine meeuw  met zwarte ondervleugels vist net als een stern en komt maar enkele weken per jaar hier voor. Het is de moeite van het leren kennen van deze soort echt waard.

Aan het eind van de ochtend gingen we weer op terugtocht naar Kampen. Al met al een geslaagde excursie die ons 55 vogelsoorten te zien gaf.

Verslag: Henk de Vos

Foto’s: internet

Verslag bosuilenexcursie (25-2-2011)

Die uilen moeten gek opgekeken hebben van de grote groep mensen  die op vrijdagavond 25 februari gewapend met (helaas veel) zaklantaarns neerstreek op de parkeerplaats bij het voormalig landgoed Daendels, een mooi stukje bos in de omgeving van Heerde.

Er was toestemming van de boswachter om in het donker het gebied te betreden. Onder begeleiding van Henk de Vos begonnen wij deze heerlijke pre-voorjaarsavond aan onze luistertocht. Henk bootste het geluid van de vogel na op een fluitje in de hoop dat een bosuil zou antwoorden. Na lange tijd onze oren gespitst te hebben, hoorden we heel ver weg, richting Hattem de bijzondere roep van 2 verschillende vogels, leek het wel. Even later nog een keer, maar daar bleef het helaas bij, dat wil zeggen ….

Toen de meeste auto’s al weer weggereden waren en wij nog even achterbleven op de parkeerplaats klonk daar plotseling, schuin boven onze hoofden toch nog hét geluid!

Het klonk als “lekker puh”.

Met dank aan Reini en Hans voor het meerijden,

Heleen