Category Archives: Plantenwerkgroep – verslag

Plantenwerkgroep: excursie Ewijkse plaat 14-07-2018

Vandaag brengen wij een bezoek aan de Ewijkse Plaat in de uiterwaarden van de Waal ten westen van Nijmegen.

Anderhalf eeuw geleden was de Plaat van Ewijk een eiland midden in de rivier de Waal. In de loop der jaren kwam de hoofdstroom van de rivier aan de noordkant van het eiland te liggen en groeide de waterstroom aan de zuidkant langzaam dicht tot een strang.

Bij hoog water bracht en brengt de Waal nog steeds grote hoeveelheden kalkrijk zand op de Plaat. Hier vormde zich hoge zandruggen, waardoor er geen water meer in het erachter gelegen gebied kon komen. In het kader van natuurontwikkeling heeft men 2 nevengeulen gegraven om het gebied natter te houden. Bij overstromingen blijft leem liggen en water staan, waardoor er nu een grote verscheidenheid aan planten groeit.

Het gebied wordt beheerd door natuurorganisatie Ark Natuurontwikkeling. Deze houdt zich bezig met diverse natuurontwikkelingen waarbij men samenwerkt met instanties als Staatsbosbeheer e.a. De organisatie heeft een erg leuke website www.ark.eu . De hierin genoemde dwaalfilms zijn de moeite van het bekijken waard. (www.dwaalfilm.eu ) De films laten je langs de Waal, Maas en meerdere Hollandse wateren wandelen vanuit je luie stoel.

Voor het bekijken van de planten zal men toch op pad moeten en dat mogen we vandaag doen onder begeleiding van Twan Teunissen van Ark Natuurontwikkeling. Twan kent dit gebied als zijn broekzak.

Het gebied is overigens vrij toegankelijk en men kan er naar hartenlust struinen, ook buiten de paden.

Na koffie met gebak in Beuningen rijden we over de dijk, met rechts een prachtig gebied dat geel ziet van de Zwarte Mosterd en met waterpartijen vol bloeiende Watergentiaan, naar de Tacitusbrug.

Na de auto in de schaduw te hebben geparkeerd lopen we de dijk af richting de nevengeul. Aan de drooggevallen oever groeit o.a. Bruin cypergras, een zeldzame plant, die hier echter massaal aanwezig is, samen met Klein vlooienkruid, Slijkgroen, Naaldwaterbies, Liggende ganzerik en een zeldzame exoot de Gele maskerbloem.

Richting de rivier vinden we, naast allerlei riviersoorten, Heksenmelk, Oostenrijkse Kers, Druifkruid en de bijzondere steppesoort: Zandweegbree.

Zandweegbree, foto: Gonny Sleurink

Zandweegbree, foto: Gonny Sleurink

Deze komt hier in grote hoeveelheden voor. Ik kan me voorstellen dat hij zich hier echt thuis voelt op deze prachtige, brede zandstranden, evenals de Pijpbloem, welke hier 20 jaar geleden al stond en nu op steeds meer plekken opduikt.

Strekken we onze ledematen, dan zien we Vederesdoorn, Okkernoot en een Walnotenboom.

Vederesdoorn, foto: Heleen Strikkers

Twan laat ons prachtig Groot warkruid in bloei zien. Onder de loep zijn de kleine bloemen ware kunstwerkjes. We lopen richting de oever van de nevengeul door een levensgroot boeket vol paarse Kattenstaart, wit/geel van de Kamille en donkergeel van de wederik.

Ook aan deze oever veel Bruin Cypergras en het zeer zeldzame Schijngenadekruid (Lindernia) wow!

Schijngenadekruid, foto: Heleen Strikkers

Twan moet helaas afscheid nemen, want Max de hond is nu aan de beurt. Twan wijst ons nog de plekken waar Bilzekruid en Rivierkruiskruid te vinden zijn. Deze laatste is wel een bekende van ons, want bij Kampen komt deze soort veel voor.

We lunchen op het strandje onder de wilgen met een mooi uitzicht over de druk bevaren Waal. De naast ons groeiende Dauwbraam maakt lange uitlopers over het strand alsof ze water uit de rivier wil halen.

Na onze boterhammen, die altijd veel beter smaken in de buitenlucht, lopen we weer de zandrug op, Hier is geen echt pad, maar Niels weet; “Waar een wil is, is een weg(getje)”.

Hier staat o.a. Zeepkruid, waar men vroeger de was mee schoon kreeg. En het

Zeepkruid, foto: Gonny Sleurink

zou een effectief middel zijn tegen huidziekten. Het rivierduin staat vol Kruisdistel (grijsblauw) en Boerenwormkruid (hardgeel) en Bitterkruid. Weer een prachtige kleurencombinatie.

Een koele plek aan de Waal

Rond 15.00 uur zoeken we een koele plek op onder een groepje bomen op het strand. Niet alleen door hun schaduw, maar ook door verdamping via de bladeren, waarvoor warmte uit de omgeving wordt onttrokken, hebben de bomen een behoorlijk koelvermogen, waar we nu dankbaar gebruik van maken, want het is erg warm vandaag.

Gonny en Heleen blijven genieten van de luwte onder de bomen en de rest kuiert na enige tijd verder in de hitte.

We vinden ’n amarant, doch welke? “Grootste breedte boven het midden”, dat determineren is werkelijk een goede oefening in begrijpend lezen.  Het is een Nerfamarant.

We komen de nachtschadesoort Solanum carolinense tegen, welke maar op enkele plekken in Nederland groeit. Ik hoop dat deze het volhoudt, want hij ziet er, behalve stekelig, ook erg dorstig uit. Het vinden van bijzondere planten kan hier trouwens erg frustrerend zijn.

Hoera, bijzondere plant! Waarop vervolgens de rivier er weer een berg zand overheen gooit en weg plant.

Nog een Nachtschade, nu één met groene bessen: Glansbesnachtschade. Vroeger dacht men dat de plant nachtmerries verdreef. Over het gebruik kan ik niets vinden. Onder je kussen leggen of er thee van maken??

We struinen door de uiterwaarden en komen in een deel van een nevengeul, welke door de aanhoudende droogte van deze zomer helemaal is drooggevallen. We lopen over de gebarsten bodem tussen de Zwanenbloemen en het Watertorkruid, welke met de wortels ver boven de grond staat. Bizar mooi mangrovebos.

De wandeling is heel afwisselend met zandstrand, droge zandruggen, groepjes bomen en vennetjes met Zwanenbloemen en in een greppeltje de Greppelrus (die weet zijn plaats) en Rijstgras, wat voor ons een hele leuke vondst is, evenals een duidelijk door een bever omver geknaagd boomstammetje.

We volgen een Klompenpad met aardig wat exemplaren zeldzame Peperkers. Dan loopt het pad in de voor ons verkeerde richting. Maar waar een wil is, is een weg. Dapper begeven we ons in een rimboe van okselhoge Brandnetels, Guldenroede en vervolgens Kruisdistels, heel veel Kruisdistels. Je benen worden lek geprikt en de zon schijnt onbarmhartig. Wat een kruistocht.

Wel heel veel kruisdistels!

Later lopen we door een jungle van Reuzenbalsemien, deze hoort als exoot voor sommigen hier niet thuis, maar is allervriendelijkst. Aangenamer dan die stekelige Kruisdistels.

Dan komt de Tacitusbrug weer duidelijk in zicht. Er is een einde gekomen aan een struintocht door een verrassend mooi gebied. We hebben 199 soorten planten gezien en vinden nummer 200 op de parkeerplaats.

Klappers waren vandaag toch wel de Zandweegbree, Schijngenadekruid (Lindernia) Bruin cypergras, de nachtschadesoort Solanum carolinense (met opvallende stekels) en Rijstgras (waarvan de bladen sterk aan rietgras doen denken maar zeer ruw aanvoelen)

Met dank aan Twan Teunissen, die ons veel leuke soorten heeft laten zien, die we anders gemist hadden.

 

Tekst: Ellen van Knippenberg

Foto’s: Gonny Sleurink en Heleen Strikkers

Klik op de foto’s om deze te vergroten.

Beklierde duizendknoop, foto: Gonny Sleurink

Blauwe waterereprijs, foto: Gonny Sleurink

Boerenwormkruid, foto: Gonny Sleurink

Bruin cypergras, foto: Gonny Sleurink

Citroenvlinder, foto: Gonny Sleurink

Slijkgroen,
foto: Heleen Strikkers

Esdoorn ganzevoet
foto Heleen Strikkers

Pijpbloem
foto: Heleen Strikkers

Okkernoot,
foto: Heleen Strikkers

Doornappel,
foto: Heleen Strikkers

 

 

Plantenwerkgroep, excursie Tollebeek 4-7-2018

Polder minder saai dan je zou denken!

Op woensdagavond verzamelden we met ons zessen voor een plantenexcursie naar het gebied tussen Tollebeek en Emmeloord. Misschien niet zo’n voor de hand liggend doel, het klinkt niet direct als een bijzonder natuurgebied, maar als je goed om je heen kijkt valt er meestal toch een hoop te ontdekken, zoals ook nu!. De reden dat we voor dit doel kozen was dat we als werkgroep ook bij willen dragen aan het ‘witte – gebieden project’ van FLORON.
Vorig jaar deden we voor het eerst mee met dit project. Het heeft als doel om floragegevens meer gelijkmatig over het land te verzamelen. In de ‘witte’ gebieden zijn vaak minder floristen actief, waardoor er minder waarnemingen gedaan worden. Witte gebieden zijn echter lang niet altijd minder interessant, er wachten vaak leuke verrassingen! Door een wit gebied te bezoeken, kunnen de verspreidingskaartjes van veel plantensoorten een stuk completer worden en kan FLORON beter landelijke trends van soorten bepalen die gebruikt worden voor onder meer de Rode Lijst.

Wij bezochten  ‘atlasblok 175-520’: een blok van 5 x 5 km. Vroeger heette dat een uurhok, omdat je 5 km in een uur loopt. Maar natuurlijk niet 5×5 km en zeker niet als je planten inventariseert.
In het verleden zijn in dit blok ruim 180 verschillende soorten gevonden.

Tollebeek en omgeving is een echt landbouwgebied. Daarnaast vormt het een zogeheten ”onderbemalingsgebied”. Dat wil zeggen dat het op een dermate laag niveau ligt, dat het water via vier gemalen moet worden weggepompt naar de hoger gelegen Urkervaart. Meestal werkt dat goed. Soms niet helemaal: Tollebeek kwam in 1998 in het nieuws door de forse overstromingen als gevolg van aanhoudende hevige regenval. Koningin Beatrix kwam zich hoogstpersoonlijk van de ernstige situatie op de hoogte stellen…

De situatie was nu totaal anders: door de aanhoudende droogte, zoals overal in Nederland, werd ook hier het land flink beregend!

Onderweg in de auto keken we zo eens over de bermen, en dachten: die 180 soorten van  lang geleden gaan we niet evenaren. Beetje saai misschien. Maar dat pakte anders uit.
Niet dat we veel grote bijzonderheden zagen, maar wel veel soorten. In ons eerste rondje zo’n 120. Dat startten we vanaf de Zuidwesterringweg: stuk berm, Henri ging voor ons een drooggevallen slootje in tot dat toch te modderig werd en vervolgens hadden we een pad door een bosje waar een zanglijster onze route begeleidde. Weer terug via andere wegbermen naar de auto. Daarmee hadden we al heel wat verschillende biotopen te pakken. Veel verschillende grassoorten (Zachte dravik, Engels raaigras, Fioringras, Mannagras, IJle dravik, Zachte witbol, Gewoon langbaardgras, Gewoon struisgras), veel bloeiende Pastinaak in de berm, Bosveldkers, Blaartrekkende boterbloem en verschillende soorten Basterdwederik in en langs het drooggevallen slootje, Look zonder look, Maarts viooltje (met in de zomer veel groter blad dan in het voorjaar), veel Schijnaardbei en Donkere ooievaarsbek (overgewaaid uit een boerentuin?). De flora en loep moesten er aan te pas komen om de verschillen tussen Bloedzuring en Kluwenzuring vast te stellen. Het bleef een twijfelgeval.
De eerste ‘serieuze’ was Groot heksenkruid, waarbij de app voor de verspreidingsatlas (‘Nova’) vroeg om een inschatting van het aantal (>50). Veel verschillende melkdistels, met eerst de gekroesde waarvan de bladeren heel mooi stengelomvattend zijn. Ziet er zelfs wel chique uit! Ook verschillende soorten Ganzenvoet waren van de partij. Een sloot die wel water voerde hoefden we zelf niet in: die was al leeggehaald voor de zomerschouw van het Waterschap: Tenger fonteinkruid op de wal.  Mooi geel bloeiende Veldlathyrus en Luzerne in de berm.

Terug bij de auto keken we op de kaart wat voor ander biotoop we nog uit zouden proberen: Aangezien Emmeloord (gedeeltelijk) ook in ons ‘hok’ past, reden we daar naar toe voor een stedelijke omgeving. We parkeerden de auto’s bij het ziekenhuis en liepen langs en over bermen, een stukje langs de Espelervaart en over een mooi ruig landje weer terug.
Tussen de klinkers, o.a. Donkere vetmuur en Perzikkruid. Verder o.a. Veldereprijs en nog zo wat, wat we niet al eerder vonden en dus aanvullingen zijn voor onze netto lijst. De vaart leverde al meer nieuwe soorten voor deze avond op, waarvan de Moerasmelkdistel de mooiste was. Daarnaast o.a. Koninginnekruid, Kattenstaart, Late guldenroede, Witte waterlelie, Gele plomp en Gewone engelwortel. Het meest soortenrijk was een ruig landje met o.a. een aanvulling op onze Ganzenvoet en Melde verzameling en Grove varkenskers. Een echte bijzonderheid was Liggende ganzerik, een soort uit het rivierengebied, die in Flevoland zeer zeldzaam is. Toen kwamen we op een gedeelte van het landje waar we tuininvloeden vermoedden: Doornappel, vaal paarse Papavers, Gele kamille, maar ook meer natuurlijke soorten zoals Witte krodde.

We kwamen uit bij een vestiging van de middelbare tuinbouwschool, die meewerkt aan een project om meer vaste planten in bermen te plaatsen. In hun proefvakken zagen we de Doornappel en Papavers weer terug, dus wellicht dat ze wat overtollige grond in de buurt hebben gestort?

Dit tweede rondje leverde ca 135 soorten op, met natuurlijk de nodige dubbeltelingen met het eerste rondje. Totaal hebben we die 180 soorten uit het verleden dus vast wel gehaald! Terwijl we maar een heel klein gedeelte van het hok echt bezocht hebben. Oké, we hebben wel de grootste extremen uit het hok te pakken gehad.

Toos Lodder

 

Plantenwerkgroep, excursie Zalkerwaard 27 juni 2018

 

 

 

 

 

Veel, gedeeltelijk geïntroduceerde, bijzonderheden in de nieuwe Zalkerwaard!

Onze excursie naar de Zalkerwaard op een, al weer prachtige avond, had dit keer een bijzonder karakter door de samenwerking met de KNNV Zwolle. Daardoor waren we met een kleine 20 mensen!
KNNV Zwolle heeft op zich genomen het gebied voor SBB een aantal keer te inventariseren.  Zij waren er een paar weken eerder ook geweest. Dat gaf een bijzondere dynamiek aan deze excursie, waarbij de afdeling Zwolle doelgericht doorstapte naar de hoek van de Zalkerwaard waar ze de vorige keer nog niet aan toegekomen waren, terwijl de Natuurvereniging IJsseldelta, zoals gebruikelijk, startte bij de entree van het gebied. Waar trouwens direct al veel moois te zien viel.
En, oh ja,  dan was er ook nog een heel andere groep bezoekers met hun eigen leefwereld: jongeren die genoten van een prachtig zandstrandje dat zich aan de binnenbocht van de IJssel had gevormd.

Hoe zat het ook al weer?
Als compensatie voor de schade aan de natuur die het gevolg is van de verdieping van de IJssel tussen de Molenbrug en de Eilandbrug zijn recent allerlei maatregelen uitgevoerd rondom het Zalkerbos . Het areaal bos is uitgebreid met  ca. 3 ha.  In negen vakken is nieuw bos aangeplant. Bij de uitbreiding is de structuur van het bos gehandhaafd, met percelen in oost-west richting die de hoogtelijnen volgen.
Nieuw toegankelijk gemaakt via een laarzenpad is een stuk uiterwaard tussen het bos en de rivier. Dit gebied is verlaagd om doorstroming van water bij hoge waterstanden te verbeteren. Het moet een drassig open gebied worden, waar weidevogels kunnen foerageren.
Ten oosten van de Veerweg is een flink perceel ingericht t.b.v. de ontwikkeling van stroomdalgrasland. De bemeste bovenlaag is daar secuur geschraapt, met behoud van het oorspronkelijke reliëf. Reliëfvolgend afgraven, met een mooie term. Door oude afzettingen van de rivier zijn zandruggen ontstaan met allerlei laagtes en hoogtes. Door het afschrapen van die bovenlaag ontstaat een waard, die in potentie vergelijkbaar is met de Vreugderijkerwaard aan de andere kant van de rivier. Dit door Vereniging Natuurmonumenten beheerde gebied omvat één van de best ontwikkelde stroomdalgraslanden in Nederland.
Deze ‘nieuwe’ Zalkerwaard was het doel van onze excursie. We konden er ons hart ophalen tot de zon onder was en een volle maan aan de andere zijde van de hemel verscheen.

SBB heeft maaisel van Cortenoever (aan de IJssel tegenover Zutphen) uitgespreid over de Zalkerwaard. Waarom dat geen maaisel is van de Vreugdenrijkerwaard weten we niet: misschien puur praktisch omdat de Vreugdenrijkerwaard in beheer is bij Natuurmonumenten en Cortenoever en Zalkerwaard bij SBB. Gevolg is dat onder de best vele bijzonderheden die we aantroffen, ook akkeronkruiden zaten, die het op den duur in dit gebied, dat geen akkerbeheer heeft, misschien niet gaan redden.

Een greep uit die bijzonderheden: Wilde averuit: op een aantal plaatsen te vinden en echt passend bij dit gebied. Ook vrij veel aanwezig was het Rapunzelklokje, een Campanula die met zijn helder blauwe klokjes mooi combineerde met het royaal bloeiende Jacobskruiskruid, op meerdere plaatsen bewoond door rupsen van de Jacobsvlinder. Andere echte bewoners van dit gebied: veel Sikkelklaver, Kruisdistel en Geoorde zuring. Echte zeldzaamheden waren Groot spiegelklokje, Duits vitkruid en Steenanjer. Langs de zandige buitenste zandruggen o.a. veel Muurpeper , iets minder Zachte muur en nog minder Tripmadam. Ook bijzonder was een vrij grote groeiplaats van Grote tijm, op een meer naar binnen gelegen helling van een zandrug. We dachten dat die wel een kans maakt om te blijven. Verder zagen we o.a. nog uitgebloeide Morgenster, Knolboterbloem, Kantig hertshooi, Bolderik, Duizendguldenkruid, Hazepootje, Duifkruid, Poelruit en Stekelnoot. Met de meer algemene soorten kwamen we op een aantal van zo’n 170 soorten in ongeveer 2,5 uur op zo’n 3 ha. Geen sprake van dat we ook nog aan het bos toe zouden komen…..

Naast al die planten ook visdiefjes, zwarte sterns, een gele kwikstaart, en een klein groepje van ons stond op een gegevenmoment pal naast een jong haasje, dat zich voor dood op de grond gedrukt hield. Toen we dat in de gaten kregen zijn we maar snel doorgelopen.

Een excursiedoel wat we er voorlopig maar jaarlijks in moeten houden!

groot spiegelklokje determineren

Tekst en foto’s: Toos Lodder

 

Plantenwerkgroep, excursie Silberberg, Duitsland 26-5-2018

Met een prachtige dag in het vooruitzicht trokken we op zaterdag 26 mei om 7:30 vanaf het Meeuwenplein met 7 enthousiastelingen naar de Silberberg, een uitloper van het Teutoburgerwald, ten zuidwesten van Osnabrück (bij Hasbergen en Natrup-Hagen). Aansluitend bezochten we ook de (gedeeltelijk oude) kalkgroeve bij het iets zuidelijker gelegen Lengerich.

Op de Silberberg is naast beukenbos met een rijke ondergroei ook een zeer oud graslandreservaat te vinden. Er groeien diverse soorten orchideeën en heel veel andere bijzondere plantensoorten. Wil je die soorten in Nederland vinden dan zal je naar Zuid-Limburg moeten gaan en sommige van de soorten komen zelfs helemaal niet in Nederland voor.

In Hasbergen werd in de 19e eeuw zilver gedolven en al was de zilverkoorts maar van korte duur, zowel de Silbersee als de Silberberg herinnert aan die periode. Behalve zilver komen er ook andere metalen voor, waarbij er nu nog sporen van zink in de grond liggen die kans bieden aan een zink tolerante vegetatie.

Voor dit verslag liet ik me inspireren door een reeks in de NRC van Merel Thie en Wendy Panders (‘Vaste gasten’). Welke belangstellingen kom je zoal tegen in de plantenwerkgroep en hoe kwamen die zoal in de Silberberg aan hun trekken?

De levensgenieter 

De excursies van de plantenwerkgroep hebben gewoonlijk een relaxed karakter: start met koffie en gebak en voor de dagexcursies: afsluiting met een gezamenlijk etentje op de terugweg. Onze excursie naar de Silberberg deed daar niet voor onder. Weliswaar moesten we even zoeken voor we een geopende Konditorei vonden, maar toen kon iedereen zijn hart ophalen aan Kaffee mit Kuchen. De lunchboterhammen aten we aan de rand van een fantastisch orchideeënveldje, wat de fanatiekelingen weinig rust voor die boterhammen gaf: zij deden alvast de voor-inventarisatie. Op de terugweg reden we via het prachtige oude Tecklenburg, waar we in de binnenstad op een terrasje aan de schnitzels (of gebakken camembert) gingen.

Mooi weer is geen garantie bij excursies, sommigen hebben herinneringen aan hevige regenval, maar vandaag was het genot voor de levensgenieter compleet: een stralende dag, aan de warme kant zelfs, maar omdat we veel in het bos zaten, was het alleszins aangenaam.

De specialist

Niels is natuurlijk onze echte specialist. En dan in allerlei planten families met lastige soorten als grassen, zegges en orchideeën. De Silberberg leent zich uitstekend voor de orchideeën-specialist. Nog voor we het om zijn orchideeën beroemde kalkgraslandje hadden gevonden, waren we al het Bleke bosvogeltje en het Vogelnestje tegen gekomen. Bij dat graslandje, waar meer Nederlanders, gewapend met grote fotocamera’s op hun knieën rondkropen, konden we ons bekwamen in het onderscheid tussen het Witte en Bleke bosvogeltje, maar vonden we ook de Bergnachtorchis, de Bosorchis, de Grote keverorchis en de Vliegenorchis. Onze laatste locatie bij een steengroeve bij Lengerich leverde behalve opnieuw Bleke bosvogeltjes en Bergnachtorchis nog de Welriekende nachtorchis op, die nog ontbrak op onze lijst.

De optimistische leerling

Voor sommige deelnemers is een excursie met de plantenwerkgroep een regelmatig terugkerend feest, voor anderen de eerste kennismaking. Aan de ene kant lijkt dat planten op naam brengen heel specialistisch vakwerk, aan de andere kant is voorkennis bij zo’n excursie niet vereist; wel zin en geduld om bij alles stil te staan. Op zo’n dag leggen we vaak niet meer af dan een km of 2-4. En weet je na 10 excursies nog steeds, of opnieuw niet het onderscheid tussen Biggenkruid en Leeuwentand: geen probleem, Niels legt het met alle liefde en geduld nog eens uit met oog voor details waaraan je de planten kunt herkennen. Omdat alle planten genoteerd worden, krijgen de bekende soorten evenveel aandacht als de minder bekende, zodat elke excursie ook een gelegenheid is om te oefenen en te repeteren. In mijn aantekeningen staat dan ook weer regelmatig waarin de Bermzuring zich onderscheidt van de Ridderzuring en de Krulzuring, of hoe het ook al weer zat met al die gele composieten.

De soortenjager

Tja, we zeggen wel van onszelf dat we niet zulke soortenjagers zijn als sommige vogelaars, maar of dat echt waar is? Uiteindelijk sluiten we elke excursie af met een eindstand, die meestal indrukwekkend is. Natuurlijk verschilt dat wel wat per gebied, arme grond levert vaak een minder grote soortenrijkdom op, en veel verschillende biotopen bij elkaar in de buurt levert juist veel op. Het mooie van zo’n gebied als de Silberberg is, dat je er ook soorten vindt die in Nederland bijna nergens meer voor komen. Enkele van dergelijke pareltjes die ik noteerde waren (behalve de orchideeën) Ruig klokje, Heelkruid, Schaduwkruiskruid, Eénbloemig parelgras en Knikkend parelgras, Bevertjes, Zinkveldmuur en Zinkviooltje, Wolfskers en Rode kamperfoelie.
De teller van deze dag eindigde op 311 waarnemingen van 258 soorten. Commentaar: “lang niet slecht”.
Tja, en om op zo’n stand uit te komen kun je natuurlijk niet om 17.00 uur denken: tijd voor een terrasje; zo relaxed zijn we nu ook weer niet. Toch nog even de auto in naar een volgend gebiedje, omdat we toch in de buurt zijn en daar ook nog van alles bijzonders moet staan.

De natuurverwonderaar

…alles wat groeit en bloeit en altijd weer boeit… was de slotzin van de radiopraatjes die Dr. Fop I. Brouwer in de jaren 50 hield en nog veel eerder was het schrijver en onderwijzer Jac. P. Thijsse die Nederlanders liefde voor de natuur bijbracht. Hij leerde via zijn boeken en Verkade-albums hele generaties Nederlanders dat natuur iets is om zuinig op te zijn. Velen van ons hebben misschien nog wel zo’n Verkade album in de kast staan.

De natuurverwonderaar geniet niet alleen van al die prachtige structuren in planten, die je zo goed met een loep kunt zien, maar ook van alle andere dingen die in de natuur te vinden zijn. Bij een excursie van de plantenwerkgroep zijn het steevast niet alleen planten die aandacht krijgen, maar rupsen, vlinders, insecten, vogels en vogelgeluiden, spinnen tot zelfs de levensloze natuur (mooie stenen!), kunnen op een opmerkzame blik (of een paar oren) rekenen.

Mijn aantekeningen van de Silberberg zijn op dat punt dit keer uiterst beperkt. Ik heb alleen de Fluiter genoteerd (die ik vlak daarvoor ook tussen Gramsbergen en Ommen hoorde en toen in mijn geheugen groef: was dat niet een Fluiter?) en een gal op een Hondsdraf. Het aardige is dat je die gallen, als je weet waar ze op zitten, via internet vaak heel snel weer terug kunt vinden. In dit geval kom ik op: gal op Hondsdraf (Glechoma hederacea) veroorzaakt door de galwesp Liposthenes glechomae (Linnaeus, 1758) (ook wel Liposthenes latreillei).

Natuurlijk zijn er nog meer variëteiten plantenliefhebbers en vele tussensoorten. Ik stip alleen nog even de humorist aan: zo staat in mijn appgroep dat de andere auto op de terugweg last had van Automobilius trammelanticus. Maar ondanks dat zijn we allemaal veilig teruggekeerd van een fantastische excursie!

Tekst en tekeningen: Toos Lodder

Plantenwerkgroep, excursie Erf 1, Mandjeswaard 30-05-2018

Zoals elke ochtend ontbijt ik ook vandaag met een bakje yoghurt plus wat extra ingrediënten. Vanavond gaan we met onze plantenwerkgroep naar de Mandjeswaard en ga ik ontdekken waarom mijn yoghurt zo naar echte ouderwetse yoghurt smaakt.

We rijden om 19.00 uur richting Mandjeswaard, gaan linksaf de ophaalbrug over en bij de eerste weg links rijden we het oudste erf van Kampereiland op: ERF 1 van de familie Bruins.

“ERF 1 sinds 1432” vermeldt het etiket op de yoghurtfles.

Harry Bruins staat ons al op te wachten en vertelt dat de boerderij al sinds eeuwen in het bezit is van de familie. Het huidige biologische melkveebedrijf ligt op een terp in een prachtig weidevogelgebied.

Als biologisch bedrijf worden er geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikt. Door extensief beheer wordt er rekening gehouden met het milieu (o.a. minder broeikasgassen) en de dieren (geen antibiotica, groeibevorderaars of medicinale stoffen enz.). Dit beheer gaat gepaard met behoorlijk wat wetten en regels. Goed graslandbeheer is nog niet zo eenvoudig en vraagt vakmanschap van de melkveehouder.

Kruidenrijk grasland trekt vlinders en insecten aan, deze zijn weer voedsel voor de weidevogels. Het gras levert hoogwaardig voer vol vitaminen en mineralen voor de melkdames. Met maaien dient er rekening te worden gehouden met de weidevogels en het maaisel moet worden afgevoerd.

Extensief beheer met kruidenrijk grasland betekent echter een sterke daling van inkomsten van melk, die gecompenseerd moet worden door bijv. een hogere melkprijs. Helaas is de vraag naar deze melk met meerwaarde vooralsnog beperkt. Bij ERF1 vinden daarom ook nevenactiviteiten plaats zoals een boerderijwinkel, zelfgemaakte kaas, vanillevla naar eigen recept (zie website www.erf1.nl).

Vanavond gaan we kijken hoe kruidenrijk het grasland is. Zoals we van onze Niels “Heukels” gewend zijn, begint het inventariseren meteen op de parkeerplaats: hopklaver, vijfvingerkruid, straatgras….

Brede weegbree, getande weegbree en smalle weegbree. Harry ziet het liefst heel veel weegbree op zijn graslanden. “Weegbree is zo voedzaam. Als je in Wikipedia leest hoe voedzaam deze weegbree is dan ga je het spontaan eten” aldus Harry.

We lopen het gebied in en op het dijkje langs de zijtak van het Ganzendiep, de Goot, vinden we o.a. gewone hoornbloem, veldzuring en heel veel veldlathyrus. Het moet een prachtig gezicht zijn als dit allemaal in bloei staat.

Aan de voorkant van het huis staat een dik pak gras vol diverse kruiden. Het ruikt er heerlijk en je zou spontaan hier op je rug gaan liggen om te kijken wat je in de wolken ziet.

We lopen van de terp naar beneden een drassiger gedeelte in met rechts een sloot. De koeien kijken vanuit de open stal (met veel daglicht en ventilatie) nieuwsgierig naar ons gezelschap. Vanuit de boerderij is het uitzicht schitterend over de weiden en het Ganzendiep. En elke dag anders; een levend schilderij.

In het drassiger gedeelte mannagras, veel waterbies, heel veel ruige zegge. Toos vindt een koolachtig plantje. Leuke vondst: Waterkruiskruid.

Langs de sloot barst het van de azuurjuffers en lantaarntjes. En holpijp, moeraswalstro, scherpe zegge, moeraswederik, oeverzegge, slanke waterkers, beemdlangbloem, vogelwikke, blaartrekkende boterbloem.

We komen bij een hekwerk en sloot.  In de sloot een grote bak met een vlotter die het water op peil houdt. Er hangt een groot slot aan, zodat niet iedereen naar eigen inzicht het waterpeil kan wijzigen. Dat gebeurde in het verleden schijnbaar wel.

We klimmen over het hek en lopen verder langs de sloot en het Ganzendiep. We lopen op het land van de buurman maar dat maakt geen verschil, want ook deze buurman is een biologische boer.

Langs het water smalle lisdodde, valse voszegge, penningkruid, amandelwilg, harig wilgenroosje en nog meer uiteraard. Er ligt een interessante keutel, welke na grondige inspectie een haarbal van een uil blijkt te zijn. Ook vinden we een plek met veel schelpen, waarschijnlijk van een otter.

We lopen langzaam langs de slootkant weer richting boerderij, Veel prachtig gekleurde rupsen van de rietvink tussen het riet.  En een leuke vondst: Kamgras.

We blijven zoeken naar bevertjes. Helaas niet gezien. Wel een fraaie kruisdistel op een hoger gelegen gedeelte (droge grasland soort). In totaal vinden we 127 soorten en dat is lang niet slecht.

Rond 10 uur zijn we terug bij de boerderij en worden we uitgenodigd om nog even wat te drinken. En wat kun je beter op een zuivelhoeve drinken dan verse zuivel. Kefir en karnemelk worden door eenieder zeer gewaardeerd. Als toetje dit keer geen echte ERF 1 vanillevla, welke ook een aanrader is, maar een kijkje in het oude herbarium uit 1980 van Harry Bruins. Met hierin alsnog bevertjes en kalmoes, keurig bewaard voor het nageslacht. Wat bijzonder dat dit herbarium zo mooi bewaard is gebleven.

We mogen ook nog even een kijkje nemen in de kelder van de oorspronkelijke, nu afgebroken, oude boerderij. De ver uitgesleten stenen traptreden leiden naar een grote koele ruimte waar de terpkazen netjes in het gelid liggen te rijpen. Wat een sfeervolle plek.

De bijzondere soorten van deze avond zijn met name de zeggen, zoals gewone bermzegge (zo zie je maar weer dat gewoon ook bijzonder is) tweerijige zegge en waterkruiskruid. Het is een opvallend soortenrijk grasland, veel rijker dan een traditioneel beheerd grasland.

Conclusie: het is de passie en de weegbree, die ik elke ochtend in mijn yoghurt proef!

Met dank aan de familie Bruins voor deze bijzondere excursie.

Tekst: Ellen van Knippenberg

Foto’s: Heleen Strikkers-Sollie

Plantenwerkgroep: excursie Staverden en Hierden zaterdag 16 juni 2018

De excursie ging vandaag naar de Veluwe. Eerst naar het landgoed Staverden en daarna naar een gebied aan de monding van de Hierdense beek. Twee verschillende terreinen met zowel droge als natte biotopen. Het beloofde een afwisselende dag te worden. Het weer was aangenaam: 22 graden, droog en weinig zon.

De traditionele ‘we-zijn-aan-koffie-toe-start’ kreeg gestalte bij het, aan het Uddelermeer gelegen, restaurant annex theehuis ‘Uddelermeer’. Alwaar wij aan een veel te hoge tafel plaatsnamen. Daardoor bekroop mij het aloude ‘we zijn op schoolreisje’ gevoel. Bij de koffie kregen we zowaar nostalgische suikerzakjes geserveerd, waarop Gonny bekende nog een suikerzakjesverzameling te bezitten. Dus wie dubbele heeft . . . .!?

We vergrepen ons weldra aan de overheerlijke ‘uddelermeertjes’

die bleken verstopt onder een barok aandoende, cq. fluks geboetseerde kwak slagroom. Toen we het ‘uddelermeertje’ daaronder ten slotte hadden bereikt, bleek dit een niet te versmaden soort appelgebakje te zijn.

Het landgoed Staverden is gelegen tussen Ermelo en Elspeet te midden van een prachtige bosrijke omgeving. Het landhuis met koetshuis ligt in een fraai aangelegd park.    

Op het landgoed lopen witte pauwen rond. Deze worden hier al sinds 1400 gehouden. De mooie witte veren werden eertijds geoogst voor, en geleverd aan, de hertog van Gelre, die ze vervolgens op zijn helm stak. De traditie heeft een vervolg gekregen. Nog steeds worden de pauwenveren jaarlijks aangeboden, nu aan de commissaris van de koning in Gelderland.

We startten onze zoektocht op de parkeerplaats bij het landhuis. Hier vonden we kattenstaart, adelaarsvaren, moerasrolklaver en speerdistel. Wandelend langs de slotgracht van het landhuis zagen we wijfjesvarens. Even verder onder de beuken noteerden we het zeldzame fraai hertshoorn en muurhavikskruid. Op een greppelwand groeide dubbelloof,           

een varen, die in het bekengebied van de Veluwe regelmatig te zien is, maar inmiddels wel op de rode lijst prijkt. Aan de waterkant groeide veel grote wederik en moeraswalstro. Verderop vonden we hengel en zowaar ook de zeldzame boswederik. Vervolgens betraden we een nat en lager gelegen grasland langs de Hierdense beek. Het terrein was vochtig vanwege het afstromende water,       

dat vanaf hoger gelegen gronden hierlangs zijn weg naar de Hierdense beek vindt. Planten die we hier aantroffen: gevlekte orchis, blauwe zegge en veldrus. Het grasland was wat moeilijk te begaan vanwege de uitbundige groei van allerlei grassen, zeggen en russen. Het verlaten van het terrein verliep nog moeizamer. Het werd omringd door een met water gevulde diepe greppel geflankeerd door bramenstruiken en grote brandnetels. Deze hindernissen moesten met de nodige tact en geduld worden genomen. Uiteindelijk bleek dat we geen verliezen hadden geleden.

Verderop in het bos gebruikten we, gezeten op een boompaal, de lunch.     

Vlak ernaast ontwaardden we een houten gebouw dat om ons onduidelijke redenen, want te midden van een prachtig en stil bos, de naam Ontspanningszaal droeg. Speurwerk van Gonny wees uit dat het gebouw oorspronkelijk dienstdeed als opvang van gevluchte Belgische militairen ten tijde van WO 1. Later werd het gebruikt als recreatiezaal voor de bewoners van het landgoed Staverden, vandaar de naam. Het is nu zelfs een rijksmonument. Weer wat geleerd!

Hier vandaan ging het via de tuin van het landgoed terug naar de parkeerplaats, teneinde af te reizen naar het tweede te bezoeken gebied: de Veluwemeerkust. Na een halfuurtje rijden, bereikten we dit gebied tussen Hulshorst en het Veluwemeer, waar de Hierdense beek in uitmondt. Natuurmonumenten heeft hier de laatste tijd      

een aantal graslanden aangekocht, die zijn afgeplagd en op een extensieve manier worden beheerd. Een gemaaid wandelpad voerde ons langs enkele houtstruwelen en weilanden met egelboterbloem, gevleugeld hertshooi en knopig helmkruid. In een nat weiland vonden we veel moois als moeraskartelblad, ronde zonnedauw en diverse soorten zeggen.  

Tevens zagen we hier op het oog drie soorten orchideeën. Alle drie Dactylorhiza soorten die tot de nodige verwarring leidden. Maar de Flora van Niels, en vooral hijzelf, gaven ten slotte uitsluitsel. Het waren gevlekte orchis, rietorchis en gevlekte rietorchis. De laatste is eigenlijk een vorm van de rietorchis met gevlekte bladen waarbij de vlekken ringvormig zijn.

 

 

Makkelijker te determineren bleek de vierde orchissoort, die Annie even later vond. Nadat de plant door een ieder was bestoven, herstel besnoven, was het wel duidelijk: de welriekende nachtorchis!

Aan het eind van de middag stuitten we op, het hier vermoedelijke ‘heilige der heiligen’ gebied, een ‘verboden toegang’ terrein grenzend aan het Veluwemeer. Hier beëindigden we onze Veluwe-safari van vandaag.

We kunnen terugkijken op een mooie, interessante en gezellige dag, die ons door twee fraaie, totaal verschillende, maar toch beide langs de Hierdense beek gelegen, landschappen voerde.

Deelnemers: Annie Timmerman, Gonny Sleurink, Toos Lodder, Niels Jeurink, Henk Snel en Cor Nagelmaeker.

Verslag en foto’s Niels Jeurink en Cor Nagelmaeker

Foto’s collage: Gonny Sleurink

Ronde Zonnedauw

Ronde zonnedauw

Ratelaar

Hengel

Fraai hertshooi

Wijfjesvaren

rietorchis

Rietorchis

Gevlekte orchis

 

Dikkopje

Bruine kikker

Braam

Adelaarsvaren

 

 

Plantenwerkgroep: excursie Scherenwelle 22 april 2018

Vanochtend bezochten we met 4 deelnemers één van de mooiste gebieden van de gemeente Kampen, Scherenwelle. Het weer  trakteerde ons op een zomerse dag, heel bijzonder voor de tijd van het jaar.

Deze uiterwaard langs de IJssel is de enige waar de wilde kievitsbloem te vinden is. De derde week van april is voor deze bijzonderheid het hoogtepunt van de bloeitijd. De plant komt er gelukkig in grote aantallen voor, een heel bijzonder gezicht. Hopelijk blijft dat zo en kan de populatie nog uitbreiden. De laatste jaren zijn enkele percelen afgeplagd om uitbreiding van de populatie mogelijk te maken. Hopelijk blijven de verdrogende gevolgen van de zomerbedverlaging in de IJssel (die werd 1 meter dieper gemaakt tussen de Eilandbrug en de Molenbrug) achterwege. De kievitsbloemen staan er samen met (heel) veel pinksterbloemen en grote vossenstaart.

Behalve kievitsbloemen is er natuurlijk nog veel meer te zien in Scherenwelle, en niet alleen planten. Direct al bij de start ontdekt Ellen een blauwborst in het rietland rechts bij de ingang. Ook de rietzanger laat zich veelvuldig zien en horen. Een mooi begin van de excursie!

Maar we komen voor de planten, dus de neuzen gaan naar beneden en we zien een Kardinaalsmuts de zich lekker naast het hek heeft genesteld. Niels noteert vervolgens op de nieuwe app: Bereklauw, Hondsdraf, Pinksterbloem, Moerasspirea, Poelruit, Dauwbraam, Valeriaan en Lidrus.

Hondsdraf

Moerrasspirea

Poelruit

Dauwbraam

Even weer oefenen: is het 1e lid korter dan de schede, dan is het Lidrus, is hij langer dan is het Heermoes. We gaan nadenken over een ezelsbruggetje om dit te kunnen onthouden.

Bij de eerste hank staat Katwilg, te herkennen aan het langere blad.

Katwilg

Nog een oefening: de Oeverzegge herken je aan de tong van het blad. Deze is breder dan hoog.

Verder gaat de speurtocht; Witte dovenetel, Kluwenhoornbloem, Herderstasje, de rozet van een Kruldistel, Wederik, en dan zomaar in de berm, dus niet in het beschermde gebied: de eerste paarse Kievitsbloem! Toch aardig om vooraan langs het pad te gaan staan. Dan kan iedereen haar goed bekijken, zelfs aanraken en fotograferen zonder risico van het krijgen van een bekeuring.

Een eigenwijze Kievitsbloem

Langs dit pad staat ook een mooie Dotterbloem en Oeverzegge.

itte dovenetel

 

Kruldistel

Dotterbloem

Oeverzegge

En dan voert het pad naar de IJssel ons tussen de velden met Kievitsbloemen. Wat een paars/witte weelde, nu ook aan de linkerkant grote aantallen. Hoe langer we kijken, hoe meer we er zien. Vooraan worden ze vergezeld door Pinkster- en Paardenbloemen, verderop staan alleen maar Kievitsbloemen, zover je kunt kijken.

Richting de rivier ontdekt Niels de verwachte Beemdooievaarsbek, maar ook Gulden boterbloem! met opvallend smalle blaadjes. Verder zien we nog Heksenmelk, Scherpe boterbloem (bladen ongesteeld), Knolboterbloem (kelkbladen hangen naar beneden), Glad walstro, Veldlathyrus, Tijmereprijs, en aan de voet van een grote wilg die gelukkig samen met nog een paar mooie exemplaren de kapziekte heeft overleefd; Rivierkruiskruid. Richting de dijk: Kleine pimpernel, Tweerijige zegge, Wilde bertram en Scherpe zegge.

Beemdoooievaarsbek

Gulden boterbloem

Heksenmelk

Glad walstro

Kleine pimpernel

We lopen terug over de dijk richting onze fietsen en genieten van het mooie uitzicht. Bij een zandplas zitten een paar ganzen. We horen en zien een tureluur en een dagpauwoog scheert voorbij in de berm, die ook volop in bloei staat. Met een voldaan gevoel fietsen we weer naar huis. Het was een mooie excursie!

Tekst: Niels Jeurink en  Heleen Strikkers

Foto’s: Heleen Strikkers

Plantenwerkgroep: excursie naar Borkum 1-7-2017

 

Om 07.15 stonden vier deelnemers klaar voor vertrek op het Meeuwenplein voor de tocht richting het Duitse waddeneiland Borkum. We misten Corrie. Een telefoontje vanaf het burgemeester Berghuisplein bracht uitkomst. In het plein vergist, kan gebeuren. Iets later dan gepland gingen we welgemoed op pad, ondanks het regenachtige weer en steeds donker wordende luchten.

Ruimschoots op tijd arriveerden we in de Eemshaven, alwaar we om 10.15 vertrokken naar het Duitse waddeneiland Borkum. Dat ligt ten noorden van de provincie Groningen.

Na 50 minuten varen bereikten we onze bestemming. In de veerhaven van Borkum stond de trein naar de stad al klaar. Het redelijk ‘altmodische’ treintje bestond uit alleraardigste, felgekleurde wagonnetjes met balkons, dat voortgestuwd werd door een klein diesel-lokomotiefje.

Na een kwartiertje treinen kwamen we aan in het stadje Borkum, Na een korte wandeling door het centrum kwamen we aan op de brede boulevard. Heel anders dan onze waddeneilanden, constateerden we hier.

Door deze brede boulevard met zijn hoge en statige gebouwen heeft Borkum een ietwat kuuroordachtige uitstraling. De honderden ouderwetse strandstoelen versterkten dit beeld.

Op de zandbanken voor de kust telden we (Niels) wel 110 zeehonden, voornamelijk grijze.

Een overtuigende start van onze excursie en . . . nog beter: het weer knapte zienderogen op. Spoedig scheen de zon en dat bleef zo gedurende de rest van de dag. Jammer, zonnebrandolie vergeten!

Langs de boulevard zagen we brede lathyrus en klein kaasjeskruid. Sommige planten van het Jacobskruiskruid werden kaalgevreten door de prachtige, geel-zwart gestreepte rupsen van de Sint-jansvlinder. Aan het eind van de boulevard trokken we in oostelijke richting verder, over het fietspad langs de duinkust. Hier vonden we de duinteunisbloem.

Verderop betraden we het gebied, achter de eerste duinenrij. Hier zagen we duinviooltje en ook stijve ogentroost. De felroze bloempjes in het zand waren van het strandduizendguldenkruid, lijkende op, en behorende bij de gentiaanfamilie. Een typische soort van de jonge duinvalleien dicht bij zee.

Op een duintje genoten we hier onze meegebrachte lunch. Henk en Neils deden hun middagdutje. Vanaf hier gingen we het terrein voor ons in. Een natte duinvallei met veel riet, biezen, zeggen en russen. Moeilijk begaanbaar, dus steeds goed uitkijkend waar te gaan.

De duinvallei uitkomend trokken we richting zee en kwamen we in een nieuw biotoop aan met jonge duinvorming. Veel zand en ook grazige plekken, waartussen we weer allerlei interessants vonden, zoals melkkruid en geelhartje. Maar wel veel makkelijker begaanbaar.

Hierna keerden we weer terug op het fietspad, nu roodbeklinkerd. Via kruipend stalkruid, sint janskruid, wilgenroosje en gewone rolklaver kwamen we terecht op het terras van strandcafé Sturmeck, een gezellig café restaurant aan het strand. Er moet gezegd worden dat het etablissement zijn naam alleszins recht deed.

De diverse torten en drankjes gingen er niettemin goed in. Waarna we onze weg vervolgden, meer richting binnenland. Om de hoek bij de Sturmeck vonden we brede wespenorchis.

Vanaf hier gingen we met een wijde boog weer terug naar het Inselbahnhof. Ondertussen ijverig planten noterend die je doorgaans langs de weg aantreft zoals brede weegbree. In een bosje langs de weg zagen we een prachtige groep wilde kaardenbollen. Zo ging het door tot in de straten van Borkum. Waar Niels nog kans zag soorten te scoren tussen de rails van onze trein en in de bloembakken van de plaatselijke Fremdenverein. We haalden zodoende een score van 188 soorten! 

Om 18.00 uur vertrokken we weer met de veerboot naar de vaste wal, hongerig, moe maar voldaan. We vielen meteen het eerst volgende dorp binnen op zoek naar een stevig diner. Oosteinde heet het gehucht, vlakbij Roodeschool, waar we een alleraardigst café restaurant vonden met de naam Ekamper, met uitzicht op het kerkhof. Het dient gezegd: met prima eten. Om half twaalf kwamen we terug in Kampen. Het was een hele geslaagde dag. En wel in alle opzichten! 

Deelnemers: Corrie, Neil, Henk, Niels en Cor 

Verslag en foto’s: Niels Jeurink en Cor Naegelmaker

 

Plantenwerkgroep, excursie Het Wisselse Veen 11-06-2017

 

We parkeren aan de Veenweg midden in het Wisselse Veen met uitzicht op prachtige, kleurrijke velden. We hebben toestemming gekregen het gebied te betreden. En daar zijn we heel blij mee.

In dit gebied groeiden in het begin van de 20ste eeuw planten zoals parnassia, vetblad en klokjesgentiaan, voordat het gebied werd ontgonnen en ontwaterd voor boerenland. In 1993 gooide men het gebied weer op de kop in opdracht van het Geldersch Landschap, met het doel om het  weer terug te geven aan de natuur. De bemeste bovenlaag werd afgeplagd, een deel afgegraven, sloten en greppels werden dichtgegooid en zo kwamen er zoetjesaan weer veentjes, moerasjes en heldere stroompjes en beekjes door het vele kwelwater. We zijn dus heel benieuwd welke plantensoorten we tegenkomen.

We lopen het stuk land in ten zuiden van de Veenweg. Er groeien zoveel mooie planten dat je er bijna niet durft te lopen. Heel veel prachtig gele Grote ratelaar, Moeraskartelblad in bloei, Zompvergeet-me-nietje, Moerasrolklaver, Moeraswalstro, Zompzegge, Zomprus, Moerasmuur, Moerasbasterdwederik. De namen zeggen het al , het gebied is nat, soms wel heel erg nat. Prachtige vennen met kwakende kikkers en druk dansende libellen.

Grote ratelaar

Moeraskartelblad en grote ratelaar

Bij een broekbosje stuiten we op een te breed water, waarop we besluiten terug te lopen. Terug bij de auto lopen we richting Kampeerboerderij en gaan linksaf de Veenweg op. Links ligt een werkelijk prachtig kleurrijk veld vol gele Grote ratelaar en gele Moerasrolklaver, Paars Moeraskartelblad, Wolfspoot, Kale jonker, Tormentil en Witte Klaver. Onweerstaanbaar om niet even een kijkje te gaan nemen. Aan de rand, Stijve ogentroost, Kleine leeuwenklauw en Rode schijnspurrie.

 

Aan het eind van de Veenweg stroomt de Verloren Beek. We lopen rechtsaf, langs het informatiebord, het kwelgebied van de beek in met prachtige vennen. Over zacht verend tapijt van veenmos, met geurende watermunt en een roepende koekoek op de achtergrond is het volop genieten. We vinden er de gevlekte orchis en de rietorchis, Moerasvaren en Koningsvaren, Blauwe knoop en Blauwe zegge, Borstelbies en het klein maar fijne Moerasviooltje (waardplant van de Zilveren Maan vlinder). Het gebied loopt langzaam omhoog naar het drogere heidegebied, de Tongerense Heide.

Aan de rand van de heide (Boerweg) genieten we zittend op de grond van een boterhammetje, waar om ons heen wat klein spul groeit zoals bloeiend Klein vogelpootje en Dwergviltkruid. We lopen een stukje over de heide met Liggend walstro, Bosdroogbloem, Heidespurrie en Pilzegge en slaan dan rechtsaf richting bos en over de Tepelbergweg weer terug naar de Boerweg.

De Boerweg lopen we nog een stukje af. In de bermen vinden we nog verschillende planten, zoals Adelaarsvaren, prachtig Vingerhoedskruid, Tijm- en Mannetjesereprijs. Op een dood boomstammetje knalrode/oranje zwammen. Helaas kennen we ze niet bij naam. En heel bijzonder is een Heidehommel die om ons heen vliegt.

Vervolgens lopen we weer richting Het Wisselse Veen. Het overgangsgebied tussen het heidegebied en het Wisselse Veen is een interessant stuk met Moeraswolfsklauw, Kleine- en Ronde zonnedauw, Blauwe zegge en Bruine snavelbies. We gaan nog op zoek naar de Klokjesgentiaan maar die laat zich nog niet zien. En dan, zomaar ineens, gaat Niels’ telefoon. De meldkamer van de Politie in Apeldoorn. Of Niels de eigenaar is van een VW Polo. Eh ja, dat klopt. Die staat volgens een melding die ze hebben gekregen ‘midden op de weg’. We gaan gauw kijken. Achteraf had ie misschien nog iets netter geparkeerd kunnen worden maar midden op de weg is zwaar overdreven. Kennelijk heeft er iemand gebeld met nét wat te veel tijd…

De Veenweg

Bij de auto aangekomen, verleiden alle kleuren ten noorden van de Veenweg ons om toch nog even dit gebied in te lopen. Daar liggen mooie stroompjes met Groot bronkruid, Tenger fonteinkruid, Teer vederkruid en Kleine egelskop. Ook dit veld ziet geel en paars van Grote Ratelaar en Moeraskartelblad.

Basterdklaver

Op zoek naar meer informatie over Het Wisselse Veen stuit ik op een uitgave van Natuurklanken uit 2011, het blad van de KNNV afd. Epe-Heerde, met een boeiend verhaal, waarin o.a. te lezen valt hoe enkele KNNV-leden een zeer belangrijke rol hebben gespeeld in het behoud en onderhoud van een deel van Het Wisselse Veen, namelijk het Landje van Jonker.

https://www.knnv.nl/sites/www.knnv.nl/files/NK%202011%203%20Het%20Wisselse%20Veen_1.pdf

Aan het eind van deze mooie dag tellen we 226 soorten. Een tweede bezoek aan dit bijzondere gebied is zeer zeker de moeite waard.

Verslag en foto’s: Ellen van Knippenberg

Plantenwerkgroep, excursie Noordoostpolder 7 juni 2017

Vanavond bezoeken we met een groep van 6 personen de Noordoostpolder om floragegevens te verzamelen voor de stichting Floron. Zij hebben een ‘witte gebieden’ beleid, wat erop neerkomt dat bepaalde gebieden met voorrang bezocht moeten worden, bijvoorbeeld omdat het al lang geleden is dat er voor het laatst floragegevens werden verzameld.

We starten bij de oude strekdam naar het voormalige eiland Oud Kraggenburg. Oud Kraggenburg was een vluchthaven in de Zuiderzee met op een verhoogde terp van 4,5 meter boven NAP een lichtwachterswoning. Nu een bijzonder Rijksmonument tussen de aardappelvelden.

We nemen eerst een kijkje in en bij de sloot. En daar vinden we al 40 soorten planten, waaronder Pijlkruid, Gekroesd- en Schedefonteinkruid, Klein- en Veelwortelig kroos en een Sterrenkroos. Dat ziet er veelbelovend uit voor deze avond, waarop wij minstens 150 verschillende soorten willen scoren.

Vervolgens lopen we richting Oud Kraggenburg met links een aardappelveld en rechts een berm met natte greppel. Hier vinden we Bosveldkers, Moeraskers en Slanke waterkers en dankzij gelaarsde Rutger, o.a. Stomphoekig sterrenkroos. Langs het aardappelveld staat de Zwarte nachtschade (zeker op familiebezoek) en Getand vlotgras.

In de directe omgeving van de lichtwachterswoning mogen we helaas niet komen, dit is particulier terrein. Wij lopen om het terrein heen, langs een rij opvallend kale Witte abelen. Geen blad meer te bekennen en op de stammen en in het gras zitten tientallen witte vlinders (Plakkers?). Wit schijnt de kleur van de onschuld te zijn, maar we vermoeden dat in dit geval de schijn bedriegt.

We lopen tussen de akkers door richting het Kadoelerveld, langs Zwaluwtong en Grove varkenskers en over een wit bruggetje waar Grote windhalm, Kompassla en Witte krodde groeit.

Het Kadoelerveld is een prachtig stuk natuur met plassen omzoomd door rietkragen en moerassige laagtes waar van alles groeit, zoals Wolfspoot, Heelblaadje, Platte rus, Zeegroene rus . Op drogere delen vinden we veel Kamgras (Rode Lijst soort) We horen de kikkers en de Kleine Karekiet. Boeren- en Gierzwaluwen zijn druk bezig hun kostje bij elkaar te vangen. En de geur van de Watermunt stijgt omhoog bij elke stap die we doen.

Het gebied ligt in het Voorsterbos. In het bos zelf is het nu te donker om nog planten te onderscheiden en we besluiten lopend langs de bosrand de terugreis te aanvaarden. Bij een bloemrijke slootkant vinden we o.a. nog Oranje havikskruid, Avond- en Dagkoekoeksbloem, vermoedelijk Vergeten Wikke (een soort voederwikke) en Ringelwikke.

De beoogde 150 stuks hebben we niet gehaald, maar met 138 soorten plus 1 haas zijn we dik tevreden. Voor de rest van het “witte” gebied komen we zeker een keer terug. Dat is immers ook een van de spelregels van het witte gebiedenbeleid. Minstens 150 soorten in een uurhok, een hok van 5×5 vierkante kilometer is dat. En twee veldbezoeken.

De herhaling heeft plaats op 27 augustus en wel in het Kadoelerbos ten oosten van Kraggenburg. Niels gaat er in zijn eentje op uit. Hij vertelt: “Aldaar uiteraard deels een herhaling van de eerder gevonden soorten, maar toch ook veel nieuwe. Zoals knolcyperus, een van de cypergrassen en een lastig akkeronkruid waaraan invasieve eigenschappen worden toegedicht. Een soort die te vuur en te zwaard gestreden werd (en wordt?). En dan diverse bossoorten. Het Kadoelerbos en het aangrenzende Voorsterbos behoren tot de oudste polderbossen en zijn inmiddels zo’n 75 jaar oud. Dat maakt dat ze steeds interessanter worden voor plantensoorten van oudere loofbossen, daarvan vind ik bosgierstgras en boskortsteel. De zo bijzondere varensoorten waarvan dit gebied bekend is vind ik helaas niet.

Aan de noordkant grenst het bos aan het Kadoelermeer, het kleine randmeer dat het ‘oude land’ scheidt van de Noordoostpolder. Er vaart een En dan was er ook nog een verrassing van een heel andere aard. Over het Kadoelermeer voer een partyschip dat je al van verre kon horen aankomen. Een zangeres werd aangekondigd als ‘niemand minder dan Lieneke’. Dat ik daar nou nog nooit van heb gehoord ligt vast aan mij. Zij liet een lied horen in de trant van “ik heb je alle kans ge-bo-ho-den” en voor mij soortgelijke nummers. Een openbaring… Ook toen het schip al een minuutje of 20 verder was hoorde je nog de dreunen van de bassen… En dan was er ook nog een verrassing van een heel andere aard. Over het Kadoelermeer voer een partyschip dat je al van verre kon horen aankomen. Een zangeres werd aangekondigd als ‘niemand minder dan Lieneke’. Dat ik daar nou nog nooit van heb gehoord ligt vast aan mij. Zij liet een lied horen in de trant van “ik heb je alle kans ge-bo-ho-den” en voor mij soortgelijke nummers. Een openbaring… Ook toen het schip al een minuutje of 20 verder was hoorde je nog de dreunen van de bassen…partyboot langs die je al van verre hoort aankomen. Een zangeres wordt aan boord aangekondigd als ‘niemand minder dan Lieneke’ (nooit van gehoord) en brengt een lied ten gehore in de trant van ‘ik heb je alle kans ge-ge-he-ven’ en meer van dat soort repertoire. Ik zal er nooit aan wennen. De dreunen van de bassen zijn tot zeker 20 minuten nadat het schip voorbij is gevaren nog te horen. Zo beleef je nog eens wat niet waar?”

Niels Jeurink

Plantenwerkgroep, excursie Zalkerbos 29 april 2017

Het beloofd een goed loken jaar te worden

Op 29 april openden we het excursieseizoen van de plantenwerkgroep met een excursie naar het Zalkerbos. De zon straalde regelmatig, de wind was fris. Met 10 man/vrouw sterk zochten we naar de vaste bewoners van dit bijzondere bos, en ontdekten we een stuk van de nieuwe uitbreiding.

Het Zalkerbos ligt op een oude stroomrug, ingeklemd in een flinke bocht van de IJssel. De rivier heeft hier in een ver verleden zand en klei afgezet, waardoor het reliëf in het landschap ontstond en de bocht van de rivier alsmaar groter werd. Dat reliëf is nu nog steeds heel mooi te zien, het wordt een ‘kronkelwaard’ genoemd, zoals hier links op de foto:

Al voor 1200 was hier bos. Het areaal bos is in de loop der eeuwen terug gedrongen ten gunste van weilanden en akkerland. Maar als compensatie voor de verdieping van de IJssel tussen de Molenbrug en de Eilandbrug is het natuurgebied eind 2015, begin 2016 uitgebreid en is er nieuw bos aangeplant.

Het nieuwe aangeplante bos (zie foto) krijgt een zelfde verhouding van o.a. iepen, essen, esdoorns en eiken, als in het al bestaande hardhout-ooibos. Hardhout: iep, es, esdoorns en eik in tegenstelling tot zachthout: wilg en populier. Ooibos: bos dat op natuurlijke wijze is ontstaan langs rivieren. Ooi is een oud woord voor nat terrein nabij een rivier (cf. Duits: Au en Auwald). De aanwezigheid van dit biotoop is een belangrijke voorwaarde voor een natuurlijk riviersysteem. Waar rivieren bedijkt zijn en uiterwaarden het beeld bepalen zijn de bossen in de afgelopen eeuwen vrijwel overal omgevormd tot weidegrond en hooilanden. Nu staan in die nieuwe percelen nog allerlei pioniers zoals kruldistel en paardenbloem, maar we zagen er ook  zwarte toorts. De verwachting is dat hier op den duur een zelfde soort bos ondergroei komt, zoals elders in het Zalkerbos.

Niet alleen wordt er nieuw bos aangeplant, maar ook 2 stukken uiterwaard zijn ingericht voor natuurontwikkeling: de voedselrijke bovenlaag is verwijderd, met behoud van het reliëf, zodat soortenrijke stroomdalgraslanden kunnen ontstaan.

Het Zalkerbos is vooral bekend door zijn bijzondere onderbegroeiing. In het vroege voorjaar de bolgewassen, zoals Blauw druifje, Holwortel en Voorjaarshelmbloem, Bosanemoon (een groeiende populatie) en Vogelmelk. We zagen op uitgebreide schaafstro en de Gevlekte dovenetel stond volop in bloei. Ook in de nieuwe aanplant was deze al te vinden! In bloei verder o.a. Gulden boterbloem, een typische bossoort voor dit gebied, Grote muur, Akkerhoornbloem, de eerste Dagkoekoeksbloemen, Klimopereprijs, Draadereprijs en Tijmereprijs. Nog niet in bloei, maar wel veelbelovend aanwezig veel Slangenlook, en de zeldzamer Moeslook, naast de meer gangbare Kraailook. Te vroeg voor de bloei (in juni/juli terugkomen!), maar genoeg om ons te verheugen op een goed loken jaar! In De Flora Batava wordt Zalk niet genoemd als vindplaats voor Moeslook, wel voor Slangenlook (Flora Batava 1893).

Voor het eerst konden we een stuk uiterwaard lopen vanaf de heuvel waar vroeger een theekoepel op stond richting het Veer. Nu nog behoorlijk kaal, opgedroogde modder met pionierssoorten zoals veel Fioringras. Hier werden we verrast door 2 bijzondere soorten die zich hier al gevestigd hadden: Liggende ganzerik en Stijf barbarakruid (beide rode lijstsoorten, thans niet bedreigd).

In de krant stond deze excursie aangekondigd als fauna excursie. Dat hebben we niet op ons laten zitten: onderweg bleven de vogels niet onopgemerkt. Zo hoorden we fazanten, zanglijsters, winterkoningen, zwartkoppen en tuinfluiters, vinken en tureluurs, zagen we een vermoedelijk verlaten vogelnestje van 3 eieren in die opgedroogde modder en een kleine achterhoede, zonder kijker, vermoedt een zeearend gezien te hebben. We wisten dat die de afgelopen weken hier vaker was gezien!

Al met al een mooie start van dit nieuwe excursie seizen, en iedereen graag tot de volgende keer!

Gevlekte dovenetel, met een veel grotere bloem dan de veel voorkomende Paarse dovenetel.

Toos Lodder

Plantenwerkgroep, excursie Nationaal Park De Meinweg d.d. 10-09-2016

 Nationaal Park De Meinweg ligt ten oosten van Roermond, tussen het dorp Herkenbosch en de Duitse grens. Het gebied is internationaal zeer bekend en geliefd. Dat wekt uiteraard onze nieuwsgierigheid. Na echte Limburgse vlaai in het gezellige bezoekerscentrum De Meinweg te Herkenbosch vertrekken we uitgerust eerst naar de parkeerplaats bij Vlodrop-Station in het zuiden van het natuurgebied. Valse Salie Acasia

Groene kikkker

Het is een erg warme dag. Een wandeling door het bos geeft verkoeling. We wandelen een stukje over een oud spoorbaantje, de IJzeren Rijn geheten. We vinden er viltganzerik, zandblauwtje, gespleten/gewone hennepnetel en veel kruiden o.a. slangenkruid, stijf havikskruid, klein tasjeskruid, kleverig kruiskruid, gewoon biggenkruid. We wandelen een rondje met de klok mee. Er fladderen opvallend veel dagpauwogen om ons heen. Boomklevers laten zich horen en zien. Groeit daar iets bijzonders? Na nauwkeurige observatie toch maar akkerereprijs en dagkoekoeksbloem. We lopen langs Meru, het wereldhoofdkwartier van de beweging Transcendente Meditatie. Hier volgen mensen uit de hele wereld meditaties en opleidingen. Wij kiezen voor een andere richting. Door een prachtige Hollandse Lindelaan, met veel klein springzaad hier en hier en hier…….. dat krijg je met dat springen. We vinden er verder late guldenroede, bosaardbei en bonte gele dovenetel. We overschrijden de grens waar reuze balsemien ons toegrijnst en lopen onder de spoortunnel van de IJzeren Rijn door.

 

We komen in een prachtig bos, met zwarte els en es, waar de Roode Beek doorheen kabbelt. Het water is kraakhelder en de bodem is rood; boordevol ijzer. Langs de oever hangende zegge. Niet te beschrijven zo’n mooie beek.

Links van het bospad diverse vennen met waterlelies. Ruige veldbies, bosgierstgras, moeraszegge, ijle zegge, pluimzegge, bosbies verfraaien het geheel.

 

Bij de Dalheimer Mühle lopen we een moerassig broekbos in. De ontblote boomwortels wekken de indruk dat de bomen zich moeiteloos kunnen verplaatsen. Door een vlonderpad, het Knuppelpad van Sint Ludwig, kunnen we dit sprookjesachtige gebied bewonderen. Zittend op de vlonders genieten we van de bijzondere omgeving, de rust, onze boterhammen en de druk heen- en weer vliegende beekjuffers. We vinden er wolfspoot, bittere veldkers, blauw glidkruid en wilde gagel (gevoelige soort). Vroeger werd dit, in plaats van hop, gebruikt voor het brouwen van bier, zgn. gagelbier.  Na de catwalk komen we in een hoger en droger gelegen naaldbos met koningskaars en zeepkruid en lopen weer richting parkeerplaats.

 

 

 

We rijden terug, langs het bezoekerscentrum, naar de parkeerplaats aan de Meinweg. Via een wandeling door het bos komen we in een prachtig heidegebied. Aan een bosrand vinden we gevlekte scheerling (rood gevlekte stengel/onbehaard, terugwijzende omwindselbladen) een erg leuke vondst We nemen op de heide een kijkje bij een vennetje met rode knolrus.

 

 

Bij een splitsing besluiten we de langere route te nemen. Rechtsaf richting Herkenbosscher Heide. Langs duinriet, tandjesgras, mannetjesereprijs en borstelgras(rode lijstsoort). Het gebied krijgt een meer glooiend karakter. Het is het voor Nederland unieke terrassenlandschap van De Meinweg, ontstaan door het grind en zand dat de Rijn en de Maas in de loop der tijden afzette. Ook aardverschuivingen hebben bijgedragen aan de hoogteverschillen. Het totale hoogteverschil tussen de 3 terrassen bedraagt 50 meter. Het Roerdal ligt 30 meter boven N.A.P. en het Beatrixplateau op 80 meter. Dwars op de terrassen zijn twee beekdalen ontstaan: het dal van de Boschbeek en van de Roode Beek. Tussen deze beken en beekdalen liggen de stille vennetjes en uitgestrekte bossen en heidevelden van De Meinweg.

Door de hoogteverschillen hebben we prachtig uitzicht op de vele vennen, waar we o.a. kleine – en ronde zonnedauw, witte- en bruine snavelbies, veelbloemige waterbies, moeraswolfsklauw, smal- en zwart tandzaad vinden. Af en toe zoeken we onder een boom even de schaduw op voor verkoeling. We staan stil bij de ven met de mooie naam Elfenmeer, omdat we menen er een houtsnip te zien. Er drijven prachtige witte waterlelies en langs de kant o.a. snavelzegge en een kikker die ons vol spanning in de gaten houdt. De volgende ven heet Vossenkop, geen idee waarom en de daarop volgende ven staat werkelijk propvol witte waterlelies.

 

Via een smal pad, omzoomd door hoge varens en gras dat verkoelend over onze armen streelt, lopen we langzaam omhoog. We kijken rechts neer op het dal van de Boschbeek. De beek kunnen we , behalve aan de vegetatie, nergens zien lopen. Een pad over een brugje lost het raadsel op. De beekbedding staat droog.

Een bordje geeft aan dat we naar een gelukspunt lopen en deze vinden we inderdaad ook. Rolvennen, gelukspunt 14, bij een prachtige grote ven. (meer gelukspunten: www.ontdekroerdalen.nl)

Eeuwenlang gebruikten de bewoners van 14 dorpen het gebied Rolvennen als gemeenschappelijk bezit om vee te hoeden, bomen te kappen, turf te steken en heide te maaien.

Vandaag benut een herder met zijn schaapskudde het gebied. Op weg naar de stal, vermoed ik, want het is inmiddels 7 uur.

Door een sanitaire stop splitst de groep zich, waardoor de achterhoede de voorgangers uit het oog verliest. Oeps welke kant gaan we op? Na telefonisch overleg incl. waarschuwing voor loslopende zwijnen (met de Veluwe is dit het enige gebied in Nederland waar officieel wilde zwijnen mogen leven), gaan we de goede kant op. En dat houden we aan tot we in Kampen weer op de parkeerplaats Meeuwenplein staan.

Oh ja, natuurlijk hebben wij onderweg even aan de inwendige mens gedacht. Niels heeft voor het thuisfront zelfs een heuse Limburgse vlaai meegenomen (anders mocht hij niet op pad J)

Tot op heden zijn er 767 soorten planten en bomen beschreven in De Meinweg. Niels heeft er 201 genoteerd. Het is zo’n verrassend mooi en afwisselend gebied (ca. 1800 ha), dat een vervolgbezoek zeker de moeite waard is.

Verslag: Ellen van Knippenberg

Foto’s: Heleen Strikkers-Sollie

Plantenwerkgroep, excursie Winterswijk 9 juli 2016

collageMet 5 man sterk vertrekken we zaterdagochtend uit Kampen, via Arnhem, richting Winterswijk. In de buurt van Arnhem hoopt Niels langs de snelweg gifsla tegen te komen. Deze heeft hij vanuit de auto al eens zien staan. Met dank aan de Tomtom van Niels : “SLA na 300 meter linksaf” vinden we bij een parkeerplaats inderdaad gifsla (lactuca virosa – zeer zeldzaam). Onze volgende waarneming is “munt” op de heerlijke Apfelstrudel met slagroom op het marktplein in Winterswijk.

Vervolgens rijden we door een prachtig coulisselandschap met fraaie boerderijtjes. Het voelt alsof men een beetje achter loopt in de Achterhoek en dat ervaren we als zeer aangenaam.

Parelmoervlinder

Parelmoervlinder

Bij het natuurgebied Willinks Weust parkeren we de auto en lopen langs de Sibelco kalksteengroeve het gebied in (Muschelkalk). Links een kijkwand waar je, als je geluk hebt, de Oehoe kunt spotten, die in de wand van de 240 miljoen jaar oud, niet meer in gebruik zijnde, steengroeve, zijn nest heeft.

Langs het pad vinden we veel gewone soorten, zoals gewone agrimonie, gewone braam, gewoon struisgras, gewone vlier, gewone engelwortel, gewone hennepnetel, gewone brunel en gewoon biggenkruid, naast andere algemene soorten.  Tot onze “verrassing”  vinden we in het bosgebied een prachtige open plek met stukje blauwgrasland en daar komen we soorten tegen die je niet dagelijks ziet, zoals pijpenstrootje, gevlekte orchis, stijf havikskruid, stijve ogentroost, gewone vleugeltjesbloem, veelbloemige veldbies, het zeer zeldzame karwijselie (witte puntjes aan de bladeren), fraai hertshooi, goudgele honingklaver, kale jonker en moerassmele ?? Zeer zeldzaam, echter dit blijkt later helaas toch bochtige smele te zijn geweest.

winterswijk

Langs de bosrand, een klassiek eiken-haagbeukenbos, vinden we een prachtige parelmoervlinder. Iets verder de fraaie rups van een helmkruidvlinder op boszegge. Het bos is prachtig en  in het voorjaar zeker de moeite waard om een keer terug te keren. We vinden er bosviooltjes (donkersporig / bleeksporig ),bosanemonen, klaverzuring, heksenkruid en  glanshaver. Even zijn we Niels kwijt, die alleen en in z’n eentje (bron : Klein Orkest) op zoek is gegaan naar de eenbes. Helaas niet gevonden, maar we zijn heel tevreden met de 149 soorten die we wel zagen.

We keren terug naar de auto en rijden via een onvervalste landweg  vol kuilen en bulten naar de Borkense Baan, waar in vervlogen tijden een heuse stoomtrein liep van Winterswijk naar Borken.

Zittend op de nog aanwezig rails, nuttigen wij de meegebrachte boterhammen. Het is er opvallend stil, slechts de vogeltjes laten zich af en toe horen. Na de lunch lopen we links van de spoorbaan een drassig gebied in met een prachtige ven. Veel gevlekte orchissen, kleine- en ronde zonnedauw en stijve moerasweegbree in bloei (zeer zeldzaam),  dwergzegge en blauwe zegge, borstelgras, heidekartelblad. Deze laatste parasiteert op kleine wolfsklauw. Eten en gegeten worden. Uit het gedroogde lijkje van een  kikker kruipt een vreemde wants. Dit blijkt later een stinkzwamaaskever te zijn.

stinkzwamaaskever

stinkzwamaaskever

We steken de spoorbaan over, waar valse salie prachtig in bloei staat. Het gebied rechts van de spoorbaan is minder drassig. We vinden er klein blaasjeskruid (vrij zeldzaam –pas op, niet naar wijzen, want is een vleesetende plant), grote wilde gagelstruik, hazenzegge, sterzegge, welke net boven het water uitsteekt, koningsvaren, vetblad, stekelbrem. We twijfelen over een rus. Boek erbij gepakt en een kenmerk is: makkelijk of moeilijk uit de grond te trekken. Tsja wat moet je daar nu mee.

“Zitten hier ook adders”, vraag ik Niels, waarop ik als antwoord krijg: “alleen onder het gras”.

We lopen naar links over de spoorbaan richting een grote plas met heel veel waterlelies. Een levendbarende hagedis ligt op de rails in het zonnetje, maar schrikt van ons. We lopen om de plas heen en nemen een korte pauze. Het uitzicht is geweldig mooi. In de brede oeverranden van de plas groeit wateraardbei, snavelzegge en veenpluis .  Na de pauze lopen we door een donker bos met salomonszegel en veel lekkere bosbessen.  Vervolgens door stuk heideveld en een donker triest dennenbos. Tot onze verrassing komen we uit bij de auto (dat hebben we wel anders meegemaakt) nog even duiken we weer het bos in om het prachtig bruin/goudgele beekje dat daar loopt te bewonderen. We hebben 136 soorten gezien, teveel om hier op te noemen.

Dan op naar het Wooldse Veen: een Natura 2000 gebied ten zuidoosten van Winterswijk doorlopend over de Duitse grens, daar overgaand in natuurgebied Burlo-Vardingerholter Venn und Entenschlatt.

Ronde zonnedauw

Ronde zonnedauw

Een mooie wandeling over loopplanken geeft een goede indruk van dit fraaie hoogveengebied. Een gebied met veenputten en veendijken: overblijfselen van de vroegere afgravingen, waarbij men na verdroging het veen gebruikte voor turf. Door het natuurherstelplan van o.a. Natuurmonumenten, vormt zich nieuw hoogveen in de veenputten, met als begroeiing onder andere witte- en bruine snavelbies, zonnedauw, lavendelheide, eenarig wollegras, kleine veenbes en veenmos. De veendijken zijn begroeid met berken en soms ook eiken. Doordat de ondergrond  grotendeels uit keileem bestaat heeft men een zware verdroging kunnen voorkomen. Wel moet in de gaten worden gehouden dat berken en eiken niet de overhand krijgen en het gebied nat genoeg blijft. Op onze wandeling door het gebied zien we delen , zeer fotogeniek, verdronken berkenbroekbos.

Ook komen we twee van de maar liefst 186 oude grensstenen tegen met het jaartal 1799. Tussen het Nederlandse en Duitse veengebied loopt een oude smokkelaarsroute: het Commiezen pad. Dit liep midden door het veen, pal op de grens. (Een commies was een douanier of grenswachter). Zie voor de route en zijn geschiedenis : www.wandelbeeld.nl . Niels noteert tijdens de wandeling 91 soorten wilde planten.

In Groenlo (Grolle) eten we samen nog gezellig een hapje bij het voormalige postkantoor aan het marktplein, als afronding van een zeer geslaagde dag. En doen onze laatste waarneming: peterselie op de mosterdsoep.

Verslag: Ellen van Knippenberg

Fotografie: Ellen van Knippenberg en Gonny Sleurink

Plantenwerkgroep, excursie Zalkerbos 17 juli 2016

_mg_7830

Het Zalkerbos in de zomer: bloeiend Slangenlook

Traditie getrouw starten we het excursieseizoen van de plantenwerkgroep het ene jaar in Scheerenwelle en het andere jaar in het Zalkerbos, zo ergens in april. Voor het Zalkerbos weliswaar een mooie tijd, omdat dan alle voorjaarbloeiers in bloei staan, maar tja, dan mis je steevast het bloeiende Slangenlook, één van de pareltjes van het Zalkerbos. Dit jaar reden voor een bezoek in de voorzomer.

We verzamelden ons bij het Meeuwenplein, of gingen rechtstreeks met fiets of auto, en verkenden met ons 10-en het gebied.

We kwamen veel bekende soorten uit het voorjaar tegen, waarvan sommige nu in bloei, zoals Gevlekte dovenetel, Slangelook (aan het eind van z’n bloei) en Kraaielook (aan het begin), Schaafstro, Bosrank, Grote muur en Hop.

Duivekervel Kraailook Gevlekte dovenetel Schaafstro

Voor sommige grassen is het in april nog te vroeg waardoor ze niet te determineren zijn: maar nu zagen we Kweekdravik, een soort van langs de rivieren die we dankzij de bloeiwijze nu op naam konden brengen.

Alle veranderingen rond de inrichting van het Zalkerbos zijn misschien nog wel een groter verschil met onze vorige excursie naar dit gebied in april 2015 dan het jaargetijde. Landschappelijk is er sinds vorig jaar veel aangepakt: er is meer bos aangeplant, waardoor het bos robuuster wordt, maar er ook doorkijkjes verdwijnen. Er is  meer water door een extra geul in de uiterwaarden. En de bovenlaag van een waard, grenzend aan de rivier,  aan de zuidzijde van de weg is helemaal afgeplagd.  En die veranderingen zorgen voor tijdelijke of blijvende andere vegetatietypen. Zo kwamen we tal van planten tegen die er vorig jaar überhaupt niet waren, of alleen als sluimerende zaden in de grond.

Als compensatie voor alle aanpassingen aan de IJssel met het uitdiepen van de vaargeul wordt het bos uitgebreid. Op 3 plaatsen zagen we een jonge aanplant van bos, waarbij de ondergroei nu allerlei akkeronkruid-achtigen bevat. Die zullen op den duur wel weer verdwijnen. De mooiste daarvan: Gewone duivenkervel met teer fijn ingesneden blad, en roze bloemen met donker roze vleugeltjes die zich veelvuldig tussen de jonge aanplant slingerde. De helder gele bloemen van enkele Gele ganzenbloemen vielen daartussen goed op. Verder akkerviooltje, diverse Ganzevoeten, Getande weegbree, naast de gewone Grote weegbree, Zwarte nachtschade, Gewone raket, Akkerkool, Herik en Kroontjeskruid.

Meer naar de rivier toe is een extra watergeul gegraven, wat ook weer voor nieuwe vegetatietypen zorgt. Daar zagen we o.a. Rode waterereprijs, Moerasandoorn en Avondkoekoeksbloem. Meer in de houtwallen o.a. Kompassla, dat zijn bladeren verticaal draait.

Inmiddels begon de lucht al prachtig rood te kleuren. Tegen dat decor zagen we een paar Lepelaars overvliegen.

_mg_7832

In de avondschemering maakten we een laatste uitstapje naar een perceel direct grenzend aan de IJssel, waar de bemeste bovenlaag secuur vanaf is geschraapt, met behoud van het oorspronkelijke reliëf. Door oude afzettingen van de rivier zijn zandruggen ontstaan met allerlei laagtes en hoogtes. Een zomerdijk beschermd beide waarden tegen teveel overstromingen.  Door het afschrapen van die bovenlaag ontstaat een waard, die in potentie vergelijkbaar is met de Vreugdenrijkerwaard aan de andere kant van de rivier (stroomdalgrasland).

Het is spannend wanneer en welke bijzondere soorten uit de Vreugdenrijkerwaard zich ook gaan vestigen aan deze kant van de rivier! Bij het laatste voldoende licht maakten we de ‘nulstand’ op: heel veel akkerwinde, Fioringras, Zeegroene ganzenvoet en Stippelganzenvoet, Groot kaasjeskruid en Kleine klaver, Witte krodde maar ook al meer bijzondere soorten die zich hier meer zullen gaan vestigen als Sikkelklaver en Kruisdistel.

Van af nu moeten we eigenlijk elk jaar even een kijkje gaan nemen om de ontwikkelingen bij te houden! Bijzonder, en dat zo dicht bij huis.

Tekst: Toos Lodder

Fotografie: Gonny Sleurink

 

 

Plantenwerkgroep, excursie Springendal Twente 28-5-2016

Het dal van de Mosbeek: excursie naar een bijzonder en plantenrijk gebied

Collage

Op 28 mei vertrokken we om 8.00 uur met 6 man/vrouw naar Twente voor een excursie naar het dal van de Mosbeek in Twente. Voor planten een behoorlijk uniek gebied in Nederland en landschappelijk ook nog eens heel mooi.

We parkeerden de auto’s bij de Watermolen van Bels. Daar is een nieuw bezoekerscentrum met de toepasselijke naam IJs en Es: het dal van de Mosbeek en het daarnaast gelegen Springendal zijn ontstaan in de ijstijd als stuwwal, waar de Mosbeek zich een weg in heeft uit gesleten.

De Mosbeek wordt gevoed uit water (sprengen) die uit aardlagen opwellen. Daardoor is een afwisselend landschap ontstaan met veel reliëf, wat in de verte wel wat van Limburg heeft. Op korte afstand kwamen we heel  verschillende landschapstypen en heel verschillen plantengemeenschappen tegen. Nat bronbos, natte schraalgraslanden, maar ook (hoge en droge) heide, beukenbos en akkerlandjes.

In de poëtische woorden van het bezoekerscentrum:

“Hier op slechts enkele kilometers van Ootmarsum en Tubbergen borrelt in alle stilte water uit de bodem. In kleine hoeveelheden, maar gestaag. Het voedt de natuur en een reeks van gedachten. Ze maken stil, want dit is de bron. Dit is Twente.”

Op die stilte moesten we trouwens wel even wachten, want het terras van de molen werd met een bladblazer grondig schoon geblazen.

Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 1 ingang watermolen Bels Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-2815 koffie niet verkeerd Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 2 kaart Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 3 Meikever Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 5 Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 8 Eekhoorngras

De informatiepanelen boden ons nog meer wetenswaardigheden en adviezen. Alleen Ellen was voorzien van ‘Wellington’s’ (hoewel geen echte) zoals het advies in het Engels was, maar ook zonder laarzen konden we dit keer goed terecht.

Direct bij de molen zagen we aan een plasje (spaarbekken voor de watermolen) onze eerste bijzonder waarneming: Eekhoorngras, familie van het Langbaardgras. Eerst als enige tussen Bosbies, Ruw beemdgras en Gestreepte witbol, maar als snel bleek dat er op een droger stukje toch nog meer stond.

In de bosranden langs de velden o.a. Dolle Kervel: familie van het Fluitenkruid, maar met donkere stelen, tegen het aubergine aan, die door rijke beharing weer wat witter ogen. Bermzuring wordt vaak over het hoofd gezien: een kruising tussen Ridderzuring en Krulzuring, met als eigen kenmerk een behaarde middennerf aan de onderzijde van het blad. Die komt dus vast vaker voor dan uit de statistieken lijkt.

Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 11 Bosbies Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 13 Brede stekelvaren Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 16 Zachte ooievaarsbek Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 17 Grote muur Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 51 landschap Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 18 landschap

We stonden bij onze eerste Kale Jonkers wat langer stil, omdat de bladeren ook wel veel weg hadden van een Speerdistel, maar de kluwen aanstaande bloemhoofdjes gaf de doorslag.

Bij het spaarbekken van de watermolen van Frans (bezoekerscentrum, maar die dag gesloten) zagen we o.a. Kleine Varkenskers, naast Grote Varkenskers. Familie van de andere kersen, wat je kan ruiken aan de Kleine Varkenskers: de geur lijkt erg op die van Sterrenkers.

Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 20 bord molen van Frans Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 22 Molen van Frans Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 28 Spurrie Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 29 Molen van Frans Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 32 Molen van Frans Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 39 Dikkopjes Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 44 onderverhuur Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 43 Gelderse Roos

In een arm roggeveldje, waarvan we er verscheidene zagen, o.a. Slofhak, Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 34 Slofhakeen eenjarige grassoort van schrale akkergronden die door bemesting sterk in aantal is teruggelopen: het kleine broertje van Reukgras. Daar vonden we ook veel Kleine Leeuwenklauw, Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 35 Kleine leeuwenklauwdie we ook op meer gewone akkers zagen. Er werd een speciaal oud Roggeras geteeld: St Jans rogge, dat – uiteraard- plaatselijk werd verwerkt.

In sommige bosjes bij boerderijen ook veel (verwilderde) tuinplanten, zoals Reuzen Balsemien, Grote Veldbies, Grote Maagdenpalm, een geel-wit bloeiende Smeerwortel (Symphitum grandiflorum), en Kruisblad Euphorbia. In het bos nog een andere tuinplant: Franje kelk.

Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 54 landschap Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 55 op de knieën Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 56 Gevlekte orchis Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 60 vetblad foto Ellen Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 82 verboden op plantjes te trappen

En dan onze hoogtepunten: 2 (3) prachtige blauwgraslanden. We troffen het, want het vetblad stond in bloei. Eerst zagen we enkele exemplaren, maar dat werden er al snel heel veel: een mooie paarse gloed. In Nederland heel zeldzaam, maar verwant aan het Alpenvetblad wat je hoog in de Alpen tegen kan komen.  Ik herinner het mij van van die Alpenweitjes waar de sneeuw net is weggesmolten. Vetblad is een vleesetend plantje: de bladen zijn vettig en opvallen bleekgroen. Vliegjes die daar op gaan zitten zijn verloren.

Een citaat uit de Wilde Planten trilogie van Westhoff (1970-1973): ‘het aantal plaatsen waar vetblad voorkomt is in een halve eeuw tijds 95% geslonken.  Op de plaatsten waar ze nu nog voorkomt groeit ze vaak nog maar met enkele exemplaren. Toen Linnaes deze plant doopte was ze nog vulgaris en ook toen Heimans en Thijsse jong waren was het vetblad vooral in het oosten van ons land nog zo algemeen dat men haar overal tegenkwam en Twentse kinderen ze nog kleverige viooltjes noemden.’ Kleverige viooltjes is wel een toepasselijke naam.  Ik zoek hem even op in de Heukels van mijn oma (3e druk 1907) en inderdaad: Pinguicula vulgaris, vetblad, op moerassige veengrond en in de duinen. Vrij algemeen.

Een andere opvallende schoonheid die nog niet in bloei stond is Beenbreek. Eigenlijk moeten we over een maand terug voor een weide die dan volledig geel is van de Beenbreek. Andere soorten die we hier vonden waren Heide kartelblad, een half parasiet. Dat kon je zien op een plek waar het veel stond en andere planten veel kleiner bleven. Verder Zenegroen, Kleine Zonnedauw, Parnassia, Rietorchis, Dwergzegge, Bronkruid, Gulden (?) Sleutelbloem, Brede Orchis, Spaanse Ruiter, Gevlekte Orchis, Blauwe Knoop, Vlozegge en nog veel meer.

Een andere bijzonderheid was een bronbosje en van nature voedselrijk moerasbosje. Elzenbroekbos met meerstammige Elzen en een ondergroei van Bittere veldkers, mooi wit bloeiend, Bitterzoet, Holpijp en Dotterbloemen (ook al uitgebloeid, maar in deze bossige omgeving met enorme bladeren.)

Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 66 Tellima grandiflorum Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 67 Bittere veldkers

Al die aandacht voor herstel en behoud van de natuur levert prachtige en interessante landschappen op en is ook goed voor de recreatie, maar sommige boeren werd/wordt het toch wat te benauwd: één had op zijn erf het bordje: ‘Bedreigde boer’ geplaatst. Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 70 kwetsbare boer

Terug naar de auto volgden we de Duitse grens, die we ook zo af en toe overstaken. Een echt grensoverschrijdend natuurgebied is het niet. We volgende o.a. een enorme maisvlakte, langs plekken waar naar gas werd geboord, voor we via smokkelpaadjes weer op vertrouwd gebied kwamen.

Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 71 grassen Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 73 landschap Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 77 wikke en viooltjes Twente, het Dal van de Mosbeek, 2016-5-28 80 terug de molen van Bels

In totaal hebben we 248 verschillende soorten gezien, in vier verschillende kilometerhokken. In hok 254-496, het hok met daarin de molenvijver van de beide molens Frans en Bels, vonden we de meeste soorten: 187. Deze waarnemingen komen in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De gegevens worden o.a. gebruikt voor het maken van verspreidingskaartjes, trendonderzoek enz. Verspreidingskaartjes kan je vinden op www.verspreidingsatlas.nl. Daar vind je van veel soorten ook een korte beschrijving en foto’s.

Tekst: Toos Lodder

Foto’s: Heleen Strikkers

 

 

Plantenwerkgroep, excursie Kampereiland, woensdagavond 25 mei 2016

oude kaart

Van het Kampereiland hebben we nog niet zo heel veel gegevens verzameld. Terwijl er toch diverse bijzondere soorten te vinden zijn. Je vindt er allerlei soorten die kenmerkend zijn voor het rivierengebied maar ook de slootjes en de graslanden zijn de moeite van een bezoek waard.

Vanavond starten we bij het gemeenschapscentrum ‘Ons Erf’ en lopen in het te onderzoeken kilometervak de Heultjesweg op. Het is onbewolkt en het blijft daardoor langer licht.

de Heultjesweg

We beginnen direct met inventariseren, onder andere leden van de grassenfamilie (Poaceae).

De grassenfamilie (Gramineae of Poaceae, beide namen zijn toegestaan) is een van de soortenrijkste plantenfamilies van de bedektzadigen. De familie omvat ongeveer 8000 soorten. Leden van deze familie komen op alle werelddelen voor. Ook granen, zoals tarwe en rijst, zijn vertegenwoordigers van de grassenfamilie (Wikipedia).

Wij noteren deze avond de volgende soorten:

Goudhaver (Trisetum flavescens)

Gewone glanshaver, voorheen Frans raaigras (Arrhenatherum elatius)

Grote vossenstaart (Alopecurus pratensis) pratensis = betreffende de weide

Ruw beemdgras (Poa trivialis)

Liesgras (Glyceria maxima)

Engels raaigras (Lolium perenne)

Reukgras (Anthoxanthum odoratum)

Zachte dravik (Bromus hordeaceus)

Riet (Phragmites australis)

en heel bijzonder:

Trilgras (Briza media) of bevertjes. De botanische naam is afgeleid uit het Grieks: briso betekent slaperig. Dit verwijst naar de slappe en afhangende stengels, die op die manier lijken te slapen. Naar deze soort hebben we in deze omgeving al eerder gezocht en gevonden. Dit is een nieuwe plek!

We zijn in internationaal gezelschap want na het Franse en het Engelse gras ontmoeten we ook nog wat russen. Deze planten worden vaak voor een grassoort aangezien, maar zijn dat niet. We noteren Zilte rus (Juncus gerardii) of Platte rus (Juncus compressus) – zoeken we op -, lid van de russenfamilie (Juncaceae).

En nu denkt u natuurlijk: ‘Dan zal de Lidrus daar ook wel familie van zijn’, maar nee, de Lidrus (Equisetum palustre) is dan weer lid van de paardenstaartenfamilie (Equisetaceae) en heeft geen gelijkenis met gras.

Een plantensoort die ook nogal eens onterecht gras wordt genoemd is Zegge. Zegge is een geslacht van zowel bladverliezende als groenblijvende kruidachtige planten, behorend tot de cypergrassenfamilie. De circa tweeduizend soorten komen wereldwijd voor, maar voornamelijk in gematigde en koude streken met voorkeur voor vochtige grond. Ze dragen allemaal de naam Carex.

We vinden deze avond de volgende leden van deze familie.

Pluimzegge (Carex paniculata)

Scherpe zegge (Carex acuta)

Zeegroene zegge (Carex flacca)!

Tweerijige zegge (Carex disticha)

Valse voszegge (Carex otrubae)

Zilte zegge (Carex distans)

Verder noteren we ‘gewone’ planten, zoals Smeerwortel, Fluitekruid, Valeriaan, Speerdistel, Zilverschoon, Vijfvingerkruid, Rode klaver, Smalle weegbree, Scherpe boterbloem en Heermoes. We oefenen weer even: bij heermoes is het eerste lid van de zijtak langer dan de schede, bij Lidrus andersom.

rode klaver, scherpe boterbloem

Margriet, Hoornbloem (5 stijlen), muur (3 stijlen), Penningkruid, Harig wilgenroosje, Kluwen hoornbloem, Grote wederik, Veldzuring, Krulzuring, Kleefkruid (grmbl), Vogelwikke, Duizendblad, Witte klaver, Veldlathyrus, Morgenster, Knoopkruid, Vroegeling, Hopklaver, Brunel, Veenwortel.

Een aantal soorten is vernoemd: Paardenbloem, Kraailook, Leeuwentand, Biggenkruid, Berenklauw, Slipbladige ooievaarsbek (Geranium dissectrum), Hondsdraf. Het spreekt tot de verbeelding. Gelukkig komen we niet alle naamgevers tegen op dit eiland.

052

In de sloot(wal): Tenger fonteinkruid, Waterzuring, Kleine watereppe, Waterkruiskruid, Waterkers, Veel wortelig kroos (onderzijde rood), Waterbies, Gekroesd fonteinkruid. Bijzondere soorten Grote watereppe!, Stijve waterranonkel!

Om beter te kunnen determineren laat Rutger zich hiervoor zelfs de sloot in glijden! Gelukkig blijken de laarzen hoog genoeg.

Rutger in de sloot 2

In het struweel langs de sloot: Hop, Spaanse aak, Meidoorn, Hondsroos, Witte abeel, Berk.

Net voor het donker wordt verlaten we het eiland en vertrekken richting Kampen. Het was weer een mooie avond!

Tekst en foto’s: Heleen Strikkers

fluitenkruid

 

Plantenwerkgroep, plantenexcursie Scherenwelle 27 april 2016

Scherenwelle 2016-05, foto Gonny Sleurink

In de stad Kampen is het een drukte van belang: Koningsdag. De rust in de uiterwaarden van de IJssel bij Wilsum valt extra op.

We gaan met ’n klein groepje van 7 man/vrouw een rondje wandelen door natuurgebied Scherenwelle en met name de bijzondere Kievitsbloemen vereren met ’n bezoek.

De wandeling start bij een van de oude rivierarmen van de IJssel. In het kader van het project “Ruimte voor de rivier” zal de buitenste geul in de zomer weer in verbinding worden gebracht met de IJssel. Altijd weer spannend wat deze verandering aan nieuwe natuurwaarde zal brengen.

We kuieren over het zandpad van karresporen (voor de sfeer) , begeleidt door veel variatie in vogelgeluiden van o.a. Snor, Grauwe gans, Fitis en Winterkoning. De Kwartelkoning horen we helaas niet op deze Koningsdag.

Om ons heen is alles frisgroen met decoratieve elementen, zoals een prachtige dot Dotterbloemen langs de slootkant, een mooie oude meetlat van Waterschap IJsseldelta in blauw emaille, oude stoere knotwilg en een opvallende groep witte Kievitsbloemen tussen al de paarse.

In het weiland staat Vossenstaart, Pinksterbloem en Kievitsbloem liefdevol bij elkaar. Maar schijn bedriegt. De Kievitsbloem is een zeer gevoelige plant. Mocht het waterpeil dalen en de grond meer opwarmen, dan wordt het gras opdringerig dominant, ten koste van de Kievitsbloem. Het is afwachten of het uitdiepen van het zomerbed van de IJssel nog gevolgen heeft voor de Kievitsbloem.

We blijven keurig op het pad, zoals beloofd aan Staatsbosbeheer. Bij het groepje witte Kievitsbloemen ligt het gras plat. Iemand heeft de verleiding dus niet kunnen weerstaan om in buikligging foto’s te maken. Het is ook zo’n prachtige en aparte bloem. We bewonderen op gepaste afstand.

Bij de oever van de IJssel leidt een klein paadje naar een grote zitsteen, waar je met – je voeten in het water – kunt wegdromen en genieten van het voorbij stromende water. Leuk idee van Staatsbosbeheer.

Scherenwelle 2016 3, foto Gony Sleurink

We lopen, evenwijdig aan de rivier, richting Wilsum met rechts van ons veel, zowel vrouwelijke als mannelijke, wilgen. De wilgen zijn 2-huizig, dus niet gezellig met zijn tweetjes aan ’n boom. Vandaar de namen Bittere Wilg, Grauwe Wilg en Treurwilg ?

Als eerste een Kraakwilg (twijgen breken makkelijk af), waarop bijen druk in de weer zijn met het verzamelen van nectar en stuifmeel. Aebe kan ons vertellen dat het stuifmeel voedsel voor de bijenkoningin is. Verderop een Amandelwilg en Bittere wilg, waarvan de katjes een beetje paarsachtig van kleur zijn. De katjes van de meeste andere wilgen zijn wit, geel of groen. Ook is de onderkant van het blad van de Bittere Wilg blauwgroenig.

Reeds omstreeks 2000 voor Christus gebruikten de Assyriërs wilgenbladeren voor de behandeling van pijnlijke gewrichten. Geschriften van rond 1550 voor Christus tonen aan dat ook de oude Egyptenaren een brouwsel van wilgenbladeren gebruikten tegen pijn en ontstekingen.  Dit brouwsel heeft echter een gering pijnstillend effect, smaakt bijzonder bitter en ligt slecht op de maag. De werkzame stof in het extract is salicine. Dit is de start van de ontdekking van acetylsalicylzuur, beter bekend onder de merknaam Aspirine. (bron Wikipedia) Tegen verkoudheid en koorts wordt er nog wel thee gemaakt van wilgenbast.

Een ijsvogel flitst voorbij en horen wij daar nu een nachtegaal zingen? Of houdt een imitator ons voor de gek. Je wordt door de natuur wel vaker voor de gek gehouden. De weersvoorspellingen waren zeer slecht, maar de winterjas kan uit. Wat een prachtige warme lentedag.

Aan de rand van het wilgenbosje vinden we Rivierkruiskruid. Een plant die niet vaak voorkomt, maar als die er staat is het met vele. We missen dit keer de Kleine pimpernel, die voorgaande jaren groeide op een kleine zandrug in het grasland. Is ze vertrokken of kijken we niet goed?

We lopen door naar het strandje aan de IJssel. Daar vinden we algemeen voorkomende soorten als  Kluwenhoornbloem/Paardenbloem/Veldkers/Gewone hoornbloem /Herderstasje/Fluitenkruid/ Madelief/Smalle weegbree en Gewone steenraket. De laatste heeft geen ideaal plekje uitgekozen op deze zanderige grond, maar ja, het blijven wilde planten, die doen waar ze zin in hebben. Door het koude weer is ze erg klein gebleven. We geven haar even de volle aandacht, wellicht helpt het.

Scherenwelle 2016-01, foto Gonny Sleurink

(Later in het dorp vinden we een Zandraket op een stenen ondergrond (woningruil zou ik zeggen)

Bij het oude voetveer heeft men een prachtige klokkenstoel geplaatst. Aebe belt om het nieuwe plantenseizoen in te luiden. De voorbij zwemmende Fuut duikt meteen onder water.

In en bij de sloot richting dorp ontwaren we nog Gekroesd- en Tenger Fonteinkruid, Veenwortel, (welke drijvend op het water bloeit, maar staand op het land niet in bloei komt.) Oeverzegge, Waterkers en Paarse Dovenetel.

In het dorp staan we nog even stil bij een versteende tuin. Een teer en dapper plantje, de Vroegeling, staat er in bloei. Meer ruimte voor andere planten is er ook niet tussen al die stenen. Vooral in deze landelijke omgeving is het  jammer dat men kiest voor zoveel steen in de “tuin”.

In een stad is het zelfs af te raden om je hele tuin vol te leggen met tegels. Operatie Steenbreek Informeert inwoners over het belang van een groene in plaats van versteende tuin. Meer lezen : www.operatiesteenbreek.nl.

De wandeling is bijna ten einde . Wij genieten van het uitzicht, al wandelend over de dijk terug naar auto en fiets.

Niels wederom bedankt voor alle informatie en medewandelaars voor het aangename gezelschap. Tot een volgende excursie….!!

Tekst: Ellen van Knippenberg

Foto’s: Gonny Sleurink

 

 

 

 

Plantenwerkgroep, excursie naar Fochteloërveen 19-9-2015

collageBitter en Zoet


Bitter was de regen toen we vertrokken,

zoet de zon toen we aankwamen.

Bitter waren de muggen,

zoet de bramencake.

Bitter het leven voor de (Noorse) gevangenen, opgesloten in Veenhuizen in de in bedrijf zijnde gevangenissen,

zoet het cultureel erfgoed van Veenhuizen dat zo mooi gerestaureerd is.

Bitter het enige wandelpad in het Fochteloërveen, dat zo zompig was, dat het water zelfs met laarzen aan, nog te hoog kwam,

zoet het prachtige uitzicht bij ondergaande zon vanuit de uitzichttoren.


We vertrokken dus op zaterdag de 19e in de stromende regen vanuit Kampen, maar naarmate we noordelijker kwamen werd het steeds lichter en toen we aankwamen in Veenhuizen scheen de zon! Daar deden we ons eerst te goed aan koffie met bramencake  bij Hotel Restaurant Bitter en Zoet. Fochteloërveen 2015-09-19 001Veenhuizen vormde oorspronkelijk een veen-ontginningsdorp dat reeds wordt genoemd in 1381 als Veenhuysen. In 1823 veranderde het aanzien van het dorp volledig toen er drie grote gestichten voor bedelaars, landlopers en wezen werden gebouwd. De Maatschappij van Weldadigheid wilde de armen door middel van arbeid op het land en in de venen ontwikkelen. Veenhuizen is dus gebouwd met stichtelijke bedoelingen. De namen van de gebouwen getuigen hier nu nog van, zoals Bitter en Zoet.

Fochteloërveen 2015-09-19 010 vele wegenNa de koffie parkeerden we de auto aan de noordkant van het Fochteloërveen bij een kantoor van Staatsbosbeheer. Aan deze noordkant is een bosstrook met rabattenbos (smalle stroken bos, gescheiden door greppels): het Bankenbosch. De eerste verrassing was dat dit een uitstekend varenbos is, waarvoor SBB een informatiepaneel heeft geplaatst met de belangrijkste varens die er te vinden zijn. We zagen ze niet allemaal, maar wel bijna, met als toppers Smalle beukvaren, Koningsvaren en Dubbelloof.

Fochteloërveen 2015-09-19 012 Fochteloërveen 2015-09-19 016 Brede stekelvaren Fochteloërveen 2015-09-19 018 Wijfjesvaren Fochteloërveen 2015-09-19 022Fochteloërveen 2015-09-19 041 Dubbelloof Fochteloërveen 2015-09-19 062 , mannetjesvaren

Ook boeiend aan dit bos, zijn de vele verschillende soorten naaldbomen, zoals de Reuzenzilverspar, Hemlockspar en Sitkaspar.

We hadden al heel wat gezien voor we aankwamen bij het Fochteloërveen. De lunch kostte ons niet veel tijd, want de muggen aten (van ons) mee, en in beweging heb je er net iets minder last van.

In de woorden van Ellen: ‘Ook hebben we die dag bijzonder veel deelnemers aan de excursie gehad. Ze waren echter de hele tijd  nadrukkelijk aanwezig  en maakte constant prikkende opmerkingen. Steeds de neiging om ze van me af te slaan. De volgende excursie gaan we ze weigeren.’

Fochteloërveen 2015-09-19 066 Fochteloërveen 2015-09-19 070 Fochteloërveen 2015-09-19 076, observatieplateau Fochteloërveen 2015-09-19 084Fochteloërveen 2015-09-19 092 Fochteloërveen 2015-09-19 095

Het Fochteloërveen is een van de weinige hoogveengebieden in Nederland, in beheer bij Natuurmonumenten. In Europees perspectief zijn de laagvenen zeldzamer, maar binnen Nederland is dat dus precies andersom.

Het is een uitgestrekt gebied op de grens van Friesland en Drenthe. Aan de west- en zuidzijde is het gebied de laatste jaren flink uitgebreid, waardoor het water nu minder uit het gebied kan wegstromen dan voorheen. Door de verhoogde waterstand kan het veen er weer beter groeien. Nu zijn de compartimenten met dijkjes en sluisjes voor het regelen van die waterstand nog goed te zien. Op den duur moet dat allemaal aan elkaar gaan groeien.

Wat ik een beetje jammer vind aan de toegankelijkheid van het gebied is dat er maar 1 fietspad dwars door heen loopt, met een klein zijpaadje voor wandelaars naar een soort vlot, en een wat langer zijpad, wat dus te zompig was voor ons, om helemaal uit te lopen. Fietsers en voetgangers zijn tot elkaar veroordeeld, wat meestal goed gaat, op één slecht gehumeurde fietser na. Hoewel: misschien had hij zich goed ingeleefd in de legenden van de streek gezien zijn opmerking: ‘kun je niet aan de kant gaan, trol’.Fochteloërveen 2015-09-19 089 Tijgerspin buikzijde

Het gesprek kwam natuurlijk ook op biodiversiteit. Zowel het eerdere bos, als dit hoogveen zijn arme gebieden, uit oogpunt van soortenrijkdom, maar rijk uit oogpunt van enkele elders in Nederland weinig voorkomende soorten.  Een grote biodiversiteit is dus niet zomaar een pluspunt. Veel heide dus (vooral Struikheide en Dopheide), bijbehorende bessen (Veenbes, maar ook  Cranberry en Trosbosbes die prachtig aan het verkleuren was). Veenpluis, ook mooi  aan het verkleuren, en Eénarig wollegras. En de meer bijzondere waarnemingen: langs één van de poeltjes Witte snavelbies, Rossig fonteinkruid in een sloot en langs het fietspad, Scherpe fijnstraal.

Mooi waren ook de tijgerspinnen die hun herfstwebben tussen de heide aan het weven waren.

Fochteloërveen 2015-09-19 098 Rodekool zwam Fochteloërveen 2015-09-19 108 Fochteloërveen 2015-09-19 110 onderwerp komt dichtbij Fochteloërveen 2015-09-19 111 Fochteloërveen 2015-09-19 119 - kopie Fochteloërveen 2015-09-19 124

We besloten dat het te ver was om het veen helemaal te doorkruisen naar de uitzichttoren, dus reden we met de auto om en dan merk je pas hoe groot dit natuurgebied inmiddels is. Vanaf de andere kant weer een kleine boswandeling tot die mooi vormgegeven toren, vanwaar we een prachtig uitzicht hadden in het avondlicht. Helaas zonder kraanvogels of slangenarend.

Inmiddels was het al tegen achten, zodat het even zoeken was naar een restaurant met een keuken die nog open was. Dat vonden we bij Dieverbrug waar we deze afsluiting van het seizoen van de plantenwerkgroep vierden met een voor-elk-wat-wils wok-maaltijd.

We gaan het programma voor volgend jaar nog samenstellen, maar ik kan me er nu alweer op verheugen!

Fochteloërveen 2015-09-19 026 Haarmos Fochteloërveen 2015-09-19 034 Hennepnetel Fochteloërveen 2015-09-19 050 Heksenkruid Fochteloërveen 2015-09-19 054 Rankende helmbloem

En de statistieken: ondanks de beperkte biodiversiteit kwamen we op 197 verschillende soorten verspreid over  6 telhokken.

Tekst: Toos Lodder

Foto’s: Heleen Strikkers

Klik op een foto om deze te vergroten en linksboven op pijl terug om terug te gaan naar de tekst.

Plantenwerkgroep, excursie Regge 22-08-2015

Regge collage Gonny

Om half 10 vertrekken we uit Kampen op zoek naar een leuke plek voor ons traditionele koffie momentje. Op het terras bij hotel MooiRivier in Dalfsen genieten wij even later, samen met vrijpostige wespen, van ons gebakje en het fraaie plekje langs de Vecht.

Na deze goede start vertrekt het gezelschap naar natuurgebied De Velderberg, Hier meandert De Regge, de grootste zijrivier van de Overijsselse Vecht , weer door de graslanden. Langs de Regge is de laatste jaren veel veranderd. Op veel plaatsen direct langs de rivier is grond aangekocht door Natuurmonumenten en Landschap Overijssel voor het Reggeherstelproject.

In de vorige eeuw is ten behoeve van de scheepvaart de Regge vergroot en gekanaliseerd, Het water werd hierdoor sneller afgevoerd, zodat de omgeving ook ‘s winters droog bleef. Inzichten met betrekking tot waterbeheer zijn inmiddels veranderd. Tegenwoordig willen we regenwater zoveel mogelijk vasthouden op de plek waar het valt. Zo kunnen we overstromingen verderop voorkomen en verdroging in de zomer tegengaan. Het Reggeherstelproject houdt o.a. in dat oude Reggearmen worden uitgegraven en aangesloten op de hoofdstroom. Het zand dat vrijkomt bij het uitgraven wordt tijdelijk opgeslagen. Dit zand zal later worden gebruikt om de gekanaliseerde loop af te dammen, zodat de oude meanders weer de loop van de rivier bepalen. De delen tussen de dammen zullen langzaam vol groeien en een moerasachtig karakter krijgen. (bron: Informatiebord Landschap Overijssel)

Regge, 2015-08-22 002 Regge, follow the leader 2015-08-22 023 Regge, het water 2015-08-22 007Regge Hemelsleutel, 2015-08-22 016 Regge, Kartuizeranjer 2015-08-22 012 Regge, sprinkhaan 2015-08-22 022

De Velderberg is een prachtig  afwisselend gebied geworden. We wandelen een rondje door het gebied. Langs een maïsveld richting de rivier, waar we o.a. glanshaver, jacobs- en duinkruiskruid, gele waterkers, egelskop, gele plomp, kattenstaart, vlasbekje, wolfspoot, moerasandoorn, amandelwilg tegenkomen en een prachtige weidebeekjuffer die ook hoort bij dit soort omstandigheden. Op een hoger en droger stukje staat zandblauwtje, zandzegge, hazenpootje, klein vogelpootje, zandteunisbloem, grasmuur, hemelsleutel en waarschijnlijk een kartuizeranjer. Dat zou heel mooi zijn, want dit is een rode lijst soort. (06-10-2015 wordt de waarneming goedgekeurd).

Over een bruggetje over een overloop. Een berging voor hoog water. De natuurlijke dynamiek van het water is hier heel mooi te zien in de bochten van de rivier, waar het water de buitenbochten uitschuurt en in de binnenbochten grond afzet.

In een stukje land dat duidelijk regelmatig onder water loopt vinden we ruige zegge, moeraswalstro, kruipende boterbloem, kleine watereppe, waterpeper, grasklokje, tengere rus, maar ook vliegen er blauwtjes, heidelibellen en horen we krekels. Een vis springt even op uit het water, verderop lacht een groene specht. Zo moet het hier vroeger ook zijn geweest.

Tijd voor een lunchpauze, gezellig zittend op het gras en discussiërend over de juiste opvang van regenwater in rechte bouwmarkt emmers . Tsja, wat zullen we daar nu van zeggen.

Regge, 2015-08-22 034 Regge, 2015-08-22 036 Regge, 2015-08-22 054Regge het water, 2015-08-22 027 Regge, zandoogje 2015-08-22 052 Regge, 't Einde 2015-08-22 048

Het gebied is erg afwisselend. Lopend langs een donker bos, waar nauwelijks iets op de bodem groeit, kom je wat lager in een prachtig drassig gebied met fraaie plassen. Water peper, watergentiaan, waterpest, klein kruiskruid, moerasrolklaver……..Het is behoorlijk warm en daarom heerlijk om vervolgens in de schaduw te kunnen lopen van een voedselrijk loofbos met salomonszegel vol donkere bessen, zoete kers, aalbes, bos aardbei, smalle en brede stekelvaren, adelaarsvaren en mooie roze winterpostelein. Aan het eind van het bospad een prachtige boerderij, met recht ‘t Einde genoemd. Er staat doornloze braam, maar pas op, er zitten wel venijnige stekels aan.

We lopen het bos uit en langs weidegebied met geklepelde berm (soorten arm)  Wel staat er een stoere Gelderse roos vol prachtig oranjerode bessen. Bij de appelboom rechtsaf. Langs mooi akkertje (enk) met o.a. valse kamille (z), weer richting parkeerplaats.

Op naar natuurgebied De Tatums, Geen idee waar de naam vandaan komt, maar de betekenis van Tatum  “brenger van vreugde” past helemaal bij dit gebied. Er is hier een fraaie houten brug gebouwd, waar een groepje jongens met veel plezier en bravoure vanaf springen in het verkoelende water. En wij genieten van een dras stukje oever met driedelig tandzaad, zwart tandzaad, fascinerende faciatie (vergroeiing) bij riet, knikkend tandzaad en een mooi gekleurde tijgerspin en een leuke vondst: inheemse guldenroede (helaas uitgebloeid).

Regge bord De Tatums, 2015-08-22 064 Regge, inheemse guldenroede 2015-08-22 087 Regge, 2015-08-22 084tijgerspinn foto Gonny Regge, Gonny en Ellen in actie 2015-08-22 083 Regge koningsvaren, 2015-08-22 104

Niels is eerder in dit gebied geweest en weet dat hier ergens de moeraswolfsklauw en grote wolfsklauw te vinden is. In een klein open stukje in het bos, bedekt met een zacht verend tapijt van mossen, varentjes en kleine struikjes dopheide vindt Niels als eerste enkele plantjes moeraswolfsklauw. Na veel zoeken vinden we 3 plantjes grote wolfsklauw. Rode lijstsoort: zeldzaam. Dik tevreden lopen we terug richting het pad en dan staan we met veel oh ’s en ah ’s voor een groot veld met grote wolfsklauw in bloei. Wat ongelooflijk mooi.

Maar Niels zou Niels niet zijn, als hij het mooiste niet bewaard voor het laatst. Aan de rand van het veld vinden we ineens ook kleine wolfsklauw. Heel verrassend van vorm. Het lijken net mini cipressen. Deze plant is zeer zeldzaam, er zijn maar 10 groeiplaatsen in Nederland. Rode lijst: ernstig bedreigd !

 

Regge, 2015-08-22 111 Regge grote wolfsklauw met uitlopers, 2015-08-22 108 Regge Kleine Wolfsklauw, 2015-08-22 112 Regge, 2015-08-22 093 Regge Jasione en vleugeltjesbloem, 2015-08-22 092 Regge moeraswolfskleuw, 2015-08-22 102

Terug op het pad lopen we nog even naar de oever van de Regge voor de cyperzegge, Op het pad viltkruid (ook rode lijst soort) moerasdroogbloem. Weer over de prachtige houten brug. Nog even snel een blik werpen op de waterpartij aan de rechterkant: watergentiaan en krabbenscheer. Een bijna lichtgevende gele bloem trekt de aandacht: de waterteunisbloem. De eerste keer dat Niels deze in Nederland ziet en dat wil heel wat zeggen.

Regge Waterteunisbloem, 2015-08-22 114 Regge hekwerk, 2015-08-22 120

Voldaan lopen we richting auto en vinden een gezellig eethuis, waar we in de tuin genieten van een pannenkoek. Het was weer een leuke dag in een schitterend gebied met aangenaam gezelschap. In het totaal hebben we 238 soorten gezien, waaronder heel bijzondere.

Verslag: Ellen van Knippenberg

Foto’s: Gonny Sleurink en Heleen Strikkers

Regge koffie, 2015-08-22 016

 

Plantenwerkgroep, excursie naar Ramspol 19 augustus 2015

collage

 

Ramspol is het punt waar Kampereiland en Noordoostpolder elkaar bijna raken. Voor de inpoldering was Ramspol een onbedijkt eilandje in de Zuiderzee ter grootte van 5.83 ha voor de Overijsselse kust ter hoogte van Kampen.

Het eilandje was genoemd naar Everhard Ram (1614-1681), burgemeester van Kampen en van 1677 tot zijn overlijden in 1681 gedeputeerde van Overijssel naar de Staten Generaal. Ramspol werd verhuurd aan een pachter van een van de pachterven op het Kampereiland. In 1852 werd dit eilandje door de aanleg van een krib van 800 meter lengte verbonden met het Kampereiland. De oprit naar de Ramspolbrug in de weg van IJsselmuiden naar Ens, de N 765, loopt over die vroegere krib.

Na het aanleggen van de dijk van de Noordoostpolder en het droogmalen van die polder werd er in 1941 een werkkamp met de naam Ramspol aangelegd aan de kant van de Noordoostpolder aan de dijk. Hier werden arbeiders gehuisvest die werkten aan het in cultuur brengen van de net drooggevallen polder. Aanvankelijk vond de verbinding met het Kampereiland plaats met een baileybrug over de Ramsgeul en een pont over het Ramsdiep, maar na 1952 lag er een brug.

Naast de brug in de rijksweg ligt de balgstuw. Komend vanuit de Noordoostpolder is het perceel grasland op het Kampereiland direct rechts na de brug en de balgstuw een deel van de vroegere Ramspol. Het gehucht in de Noordoostpolder direct naast de brug met slechts enkele woningen en boerderijen wordt samen met brug en balgstuw tegenwoordig Ramspol genoemd.


De avond is mooi, het water blak.

het water is blak

 

Na wat omzwervingen bereiken alle deelnemers, een enkeling komt van heinde of ver, uiteindelijk het startpunt van de excursie, de Balgweg, ten westen van de Ramspolbrug. We mogen deze avond 2 nieuwe deelnemers begroeten en enthousiast gaan we op stap op zoek naar bijzonderheden.

De dijk wordt  afgeschuimd: geel walstro, glad walstro en duifkruid? Nee: geen duifkruid, Scabiosa columbaria, zoals de ook tuinliefhebbers in de groep denken, maar beemdkroon, Knautia arvensis. De planten lijken in eerste instantie wel op elkaar maar het verschil zit in het blad en de bloembodem.

Wij zien het verschil en proberen het in onze oren te knopen. Het Knoopkruid (Centaurea jacea), dat verderop op de dijk groeit, werkt hieraan echter niet mee maar vergroot wel het puzzelplezier.

Enkele kenmerken:

Knautia arvensis, beemdkroon

Knautia arvensis, beemdkroon

Beemdkroon, Knautia is een vaste plant. De plant wordt 15-60 cm lang en heeft grijsgroene bladeren. De onderste bladeren heel en de bovenste veerspletig. Beemdkroon heeft een vertakte wortelstok (rizoom) en soms ook uitlopers. De stengel is door zeer korte haren grijs en door de langere haren stijf behaard. Beemdkroon bloeit met lila bloemen vanaf juni tot de herfst. Ook komen soms witte of gele bloemen voor.

 

Scabiosa_columbaria, duifkruid

Scabiosa_columbaria, duifkruid

Duifkruid, Scabiosa wordt 30-90 cm hoog. De onderste bladeren zijn liervormig tot lierdelig en hebben een grote eironde eindlob. De verdere bladeren zijn fijner gedeeld en een- of twee maal veerspletig. Duifkruid bloeit van juli tot september met roodachtig lila, soms wittebloemen, die in een 1,5-3,5 cm breed hoofdje zijn gerangschikt. De zoom van het vliezige, bijzonder omwindsel (omwindsel van schutbladeren) staat breed uit. Op de bloembodem staan stroschubben. De vrucht is een nootje.

Vroeger werd er geen verschil gemaakt tussen beide soorten.

Knoopkruid, Centaurea jacea

Knoopkruid, Centaurea jacea

Knoopkruid, Centaurea. De overblijvende plant wordt 30-70 cm hoog. De bovenste bladeren zijn ongedeeld en staan afwisselend langs de stengel. De onderste bladeren zijn meestal bochtig tot veerspletig. De bloemhoofdjes zijn 2-4 cm breed. Ze bestaan uit roze tot roodpaarse buisbloemen. De randbloemen hiervan zijn vergroot en steriel. Door het vergroten en het opzij staan lijken ze op lintbloemen. De omwindselbladen in de bovenste helft hebben een afgescheiden, gestekeld aanhangsel. De bloeiperiode loopt van juni tot in de herfst.

We vervolgen onze weg en vinden onder andere goudhaver, akkerdistel, muskuskaasjeskruid

muskuskaasjeskruid

muskuskaasjeskruid

(van Jan moeten we even ruiken), wederik, rolklaver, boerenwormkruid (dit werd vroeger in de huizen opgehangen om met de geur ervan vliegen te verdrijven), hopklaver, harig wilgenroosje.

Op het natte gedeelte: mannetjesvaren, moerasandoorn, het onder tuinlieden overgewaardeerde heermoes en zevenblad, smalle weegbree en moerasmelkdistel (niet bepaald moeder’s mooiste.)

Er volgt een stevig debat over een eenzame verschijning tussen de grassen. De plant lijkt sterk op echte marjolein (Origanum majorana), maar het kan ook wilde marjolein zijn (Oreganum vulgare).

De echte marjolein is afkomstig uit het oosten van het Middellandse Zeegebied. Door de oude Grieken werd marjolein samen met peterselie als middel tegen een kater gebruikt. Men vlocht er een krans mee en zette die op het hoofd tijdens de feestmaaltijd.

Er is maar 1 exemplaar dus een krans vlechten zit er niet in en om te voorkomen dat wij een kater overhouden aan deze plant noemen we hem Origanum ‘Ramspoliana’!

Origanum 'Ramspoliana'

Origanum ‘Ramspoliana’

Wij vervolgen onze weg richting de loopsteiger van de balgstuw en noteren nog:, teunisbloem, krulzuring, veenwortel (vlekken op blad), st. Jacobskruiskruid, smalle wikke, luzerne, morgenster, klein hoefblad, moeraskruiskruid, koninginnekruid, engelwortel, wolfspoot, witte en citroengele honingklaver, zeegroene rus, mannagras, valse voszegge, bijvoet, Canadese fijnstraal, dauwbraam, meidoorn en diverse soorten wilg, waaronder schietwilg.

Aan het eind van de avond heeft Niels 92 soorten op de teller staan. En dan is het donker en gaan we naar huis.

Verslag: Heleen Strikkers

Foto’s: Gonny Sleurink en Heleen Strikkers